De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

I NFORMATIEANALYSE Les 2 klassediagrammen II. A GENDA Programma Doel Les 2  Herhaling les 1 (object, klasse, attribuut, operatie, associatie, multipliciteit.

Verwante presentaties


Presentatie over: "I NFORMATIEANALYSE Les 2 klassediagrammen II. A GENDA Programma Doel Les 2  Herhaling les 1 (object, klasse, attribuut, operatie, associatie, multipliciteit."— Transcript van de presentatie:

1 I NFORMATIEANALYSE Les 2 klassediagrammen II

2 A GENDA Programma Doel Les 2  Herhaling les 1 (object, klasse, attribuut, operatie, associatie, multipliciteit en generalisatie).  Recursieve associatie  Aggregaties  (Normale) aggregatie  Compositie  Opdracht

3 H ERHALING LES 1 Wat zijn objecten en/of klassen?  Een object is een instantie (een uniek exemplaar) van een klasse.  Een klasse kan meerdere instanties hebben. Of te wel een klasse kan een sjabloon zijn voor objecten.

4 H ERHALING LES 1 Wat zijn attributen?  Een attributen zijn gegevenskenmerken die bij een klasse horen, waarvan we objecten willen gebruiken in het te ontwikkelen systeem.

5 H ERHALING LES 1 Wat zijn operaties?  Een operaties zijn handelingen die bij een klasse horen, waarvan we objecten willen gebruiken in het te ontwikkelen systeem.

6 H ERHALING LES 1 Wat zijn associaties?  Als je meerdere klassen hebt gedefinieerd, zullen er relaties tussen deze klassen bestaan. De relatie tussen deze klassen noemen we associatie.

7 H ERHALING LES 1 Soms is de associatie tussen de klasse niet altijd even duidelijk. In dat geval kunnen we aangeven welke rol de klasse speelt in de associatie.

8 H ERHALING LES 1 Wat is multipliciteit?  Stel: van een bank weet je dat deze meerdere geldautomaten kan hebben. Maar een geldautomaat zal in het algemeen maar bij één bank horen. Dit noemen wij multipliciteit.  Multipliciteit geeft aan hoeveel objecten van de klassen mogen of kunnen voorkomen

9 H ERHALING LES 1 Hoe geven we multipliciteit aan? 1 Het object aan deze kant komt 1 keer voor, dus niet minder (0) of meer dan 1. 1…8 Het object aan deze kant komt in deze relatie 1 tot 8 keer voor. 2, 4, 6, 8 Het object aan deze kant kan uitsluitend 2 of 4 of 6 of 8 keer voorkomen. * Het object kan oneindig veel keren voorkomen.

10 H ERHALING LES 1 Waarom overerving / generalisatie?  Generalisatie geeft de ontwikkelaar de mogelijkheid om de eigenschappen van de reeds ontworpen klassen te gebruiken in andere klassen.

11 H ERHALING LES 1 Belangrijke regels bij generalisatie:  Je geeft een generalisatie weer door aan het eind van een associatie een pijlpunt op te nemen die wijst naar de superklasse.  In het algemeen geldt dat de subklasse de attributen en operaties van de superklasse erft.  Een superklasse kan weer een subklasse zijn voor een andere klasse.  Een subklasse kan meerdere superklasse hebben.

12 A GGREGATIES Een aggregatie is een associatie tussen klassen waarbij de ene klasse afhankelijk is van de andere.  De aggregatie is te herkennen aan namen als: “bevat”, “bestaat”, “is onderdeel van”, afhankelijk vanuit welke kant je de relatie beschouwt. Er zijn twee soorten aggregatie:  ‘zwakke’ aggregatie, ook wel (normale) aggregatie genoemd;  ‘sterke’ aggregatie, ook wel compositie genoemd.

13 (N ORMALE ) AGGREGATIE De normale aggregatie geeft aan dat de ene klasse een deel is van een groter geheel.  Voorbeelden een stad is een aggregatie van huizen; een bos is een aggregatie van bomen.

14 R EGELS BIJ NORMALE AGGREGATIE Een normale aggregatie wordt aangegeven door een witte ruit (wybertje) aan het einde van de associatie; Het geheel blijft bestaan, ook als alle delen zijn verwijderd; Zowel het deel als het geheel mag deel uitmaken van andere relaties; Omdat het eigenlijk een bijzondere associatie is, gelden ook alle afspraken die gemaakt zijn bij de associaties.

15 C OMPOSITIE Bij de compositie heeft de klasse geen bestaansrecht zonder de aanwezigheid van de gehele klasse.  Voorbeeld: Als je van een tandenborstel de borstel en de steel worden verwijderd, bestaat de tandenborstel niet meer.

16 R EGELS BIJ COMPOSITIE Een compositie wordt aangegeven door een zwarte ruit (wybertje) aan het eind van de associatie; Als delen van de compositie zijn verwijderd, bestaat ook het geheel niet meer; Een deel van de compositie mag geen onderdeel vormen van een andere compositie; Het geheel is verantwoordelijk voor de delen. De compositie is verantwoordelijk voor creatie en verwijdering van de delen.

17 O PDRACHT VOOR VOLGENDE WEEK Maken opdracht “The Woodies” Maken opdracht “VMBO”


Download ppt "I NFORMATIEANALYSE Les 2 klassediagrammen II. A GENDA Programma Doel Les 2  Herhaling les 1 (object, klasse, attribuut, operatie, associatie, multipliciteit."

Verwante presentaties


Ads door Google