De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Informatiemiddag horecazaken Jos Peters Johny Vanspauwen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Informatiemiddag horecazaken Jos Peters Johny Vanspauwen."— Transcript van de presentatie:

1 Informatiemiddag horecazaken Jos Peters Johny Vanspauwen

2 Reglementering - algemeen  Politiereglement houdende een regeling tot het exploiteren van horecazaken en drankgelegenheden (GR Riemst dd. 14/02/2011)  Politiereglement inzake brandveiligheid in horecazaken 20 april 2009  Evenementenreglement (GR Riemst dd. 14/09/2009)  Rookverbod (Wet 22/12/2009)  Varia  Vragen…

3 Politiereglement exploiteren van horecazaken en drankgelegenheden (art 3.1°):  Begrip horecazaak –drankgelegenheden, –restaurants, –hotels  in lokalen of ruimten in privé- of openbare gebouwen, permanent ingericht om te worden gebruikt als ruimte waarin gewoonlijk dranken en maaltijden worden verstrekt voor gebruik ter plaatse  ondermeer: (concert)zaal, taverne, kantine, al dan niet toegankelijk tegen betaling

4 Politiereglement exploiteren van horecazaken en drankgelegenheden – artikel 3.2°  Begrip drankgelegenheid –Elke plaats of lokaliteit:  waar drank, ongeacht de aard ervan voor gebruik ter plaatse wordt verkocht;  die voor het publiek toegankelijk is en waar drank, ongeacht de aard ervan, voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt, zelfs gratis;  …

5 Politiereglement exploiteren van horecazaken en drankgelegenheden – artikel 6  Verkopen, aanbieden,… enkel toegestaan mits vergunning afgeleverd door de burgemeester –Schriftelijke, gemotiveerde aanvraag; –Minstens één maand voor opening/overname; –Schikken naar voorwaarden vergunning; –Afgeleverde vergunning kunnen tonen

6 Politiereglement exploiteren van horecazaken en drankgelegenheden – artikel 7  Onderzoeken: –moraliteitsonderzoek; –hygiëneonderzoek; –veiligheidsonderzoek waaronder brandveiligheid !!!  Cumulatieve onderzoeken d.w.z. uitsluitend indien niet voldaan is aan alle voorschriften

7 Politiereglement exploiteren van horecazaken en drankgelegenheden – artikel 10  Moraliteitsonderzoek: –Uitsluitingsgronden; –Moraliteit – méér als enkel attest goed gedrag en zeden; –Tewerkgestelde personen: vaste woonplaats –Houder: elke werknemer beschikt over een attest van goed gedrag en zeden

8 Politiereglement exploiteren van horecazaken en drankgelegenheden – artikel 8  Hygiëneonderzoek: –Zuiverheid, netheid –Controle afmetingen lokalen –Rookvrij - stickers –Toiletten: gescheiden, luchtverversing, …

9 Politiereglement exploiteren van horecazaken en drankgelegenheden – artikel 9  Veiligheidsonderzoek: –Alle aspecten van brandveiligheid – uitleg hierna

10 Brandveiligheid horeca Deze verordening bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting, de bouw en de inrichting van horecazaken en gelijkaardige inrichtingen, moeten voldoen om:  - het ontstaan, de ontwikkeling en de voortplanting van brand te voorkomen;  - de veiligheid van de aanwezigen te waarborgen;  - preventief het ingrijpen van de brandweer te vergemakkelijken.

11 Wat is een horecazaak of gelijkaardige inrichting:  Onder horecazaken en gelijkaardige inrichtingen worden verstaan: zalen, parochiezalen,  dansgelegenheden, cafés, restaurants, verbruikszalen, drankgelegenheden, tavernen,  frituren, kantines, jeugdlokalen, feestzalen, enz...

12 Aanvraag –Bij elke wijziging van exploitatie of exploitant, –bij transformatie- of renovatiewerken, –vernieuwing van de binneninrichting, –bij wijziging van de netto vloeroppervlakte, –bij bestemmingswijziging –bij elke wijziging die de brandveiligheid kan beïnvloeden,  dient voorafgaandelijk een brandveiligheidverslag aangevraagd bij de Burgemeester.

13 Aanvraag brandveiligheidsverslag  minstens 4 weken voor de openingsdatum schriftelijk bij de burgemeester indienen  het openhouden, openen of heropenen van inrichtingen is onderworpen aan een brandweervergunning af te leveren door de burgemeester, na verslag van de territoriaal bevoegde brandweerdienst.  Deze toelating is steeds herzienbaar.

14 Aanvraag  Aanvraag tot keuring via de burgemeester  Één aanvraag voldoet voor de drie keuringen  Contact:

15 En dan komt het plaatsbezoek…

16 Bepaling van het aantal toegelaten personen

17 Wat is de netto vloeroppervlakte?  Onder netto vloeroppervlakte van de inrichting wordt verstaan de oppervlakte toegankelijk voor het publiek, verminderd met de oppervlakte van de tapkasten, podiums, vestiaires en sanitair. verminderd met de oppervlakte van de tapkasten, podiums, vestiaires en sanitair.

18 Aantal toegelaten personen Het aantal toegelaten personen wordt bepaald aan de hand van volgende criteria; 1. de netto vloeroppervlakte van de inrichting 2. het aantal uitgangen 3. de nuttige breedte van uitgangen en evacuatiewegen

19 1 ste criterium Op basis van de netto vloeroppervlakte

20 Aantal toegelaten personen Voor inrichtingen voorzien van tafels en stoelen (of ander los meubilair);  1,5 personen per m2 netto vloeroppervlakte. Dit aantal wordt naar het juist hoger geheel getal afgerond

21 Aantal toegelaten personen Voor inrichtingen zonder tafels of stoelen;  3 personen per m 2 netto vloeroppervlakte

22 Aantal toegelaten personen Voor inrichtingen waar de bezoekers uitsluitend gebruik maken van zitplaatsen, zoals verbruiksalons en restaurants;  Het toegelaten aantal aanwezigen is gelijk aan het aantal zitplaatsen

23 Aantal toegelaten personen Voor inrichtingen voor gemengd gebruik;  waarbij het gedeelte zonder tafels en stoelen minder dan 20m² bedraagt, wordt het maximaal aantal toegelaten aanwezigen vastgesteld op 1,5 personen per m 2 voor de totale netto vloeroppervlakte.

24 Aantal toegelaten personen Voor inrichtingen voor gemengd gebruik;  waarbij het gedeelte zonder tafels en stoelen meer dan 20m² bedraagt, wordt het maximaal aantal toegelaten aanwezigen vastgesteld op 3 personen per m 2 voor het gedeelte zonder tafels en stoelen. En 1,5 personen per m 2 voor het gedeelte met tafels en stoelen.

25 2 de criterium Op basis van het aantal uitgangen

26

27 Aantal uitgangen Elk compartiment heeft minimum;  één uitgang indien de maximale bezetting minder dan 100 personen bedraagt.  twee uitgangen indien de maximale bezetting 100 of meer dan 100 en minder dan 500 personen bedraagt.  2 + n uitgangen waarbij "n" het geheel getal is onmiddellijk groter dan de deling door 1000 van de maximale bezetting van het compartiment, indien de bezetting 500 of meer dan 500 personen bedraagt.

28 49 personen ?

29 Aantal uitgangen/ draairichting  Capaciteit maximum 49 personen: –mag de deur naar binnen draaien.  Capaciteit van meer dan 49 en minder dan 100 personen moet –ten minste één uitgangsdeur in beide richtingen, ofwel in de richting van de uitgang opendraaien.  Capaciteit vanaf 100 personen –moeten alle uitgangsdeuren in beide richtingen ofwel in de richting van de uitgang opendraaien.

30 3 de criterium Op basis van de nuttige breedte van uitgangen en evacuatiewegen

31 Nuttige breedte  De uitgangswegen, uitgangen en deuren moeten een totale nuttige breedte hebben die tenminste gelijk is, in centimeters, aan het aantal personen die ze moeten gebruiken om de uitgangen van het gebouw te bereiken.

32 Nuttige breedte  De trappen moeten een totale nuttige breedte hebben die tenminste gelijk is, in centimeters,aan dat getal vermenigvuldigd met 1,25 indien ze afdalen naar de uitgang en vermenigvuldigd met 2 indien ze ernaar opstijgen.

33 Aantal personen  Het kleinste getal uit voorgaande berekeningen wordt aangenomen als het maximum aantal toegelaten personen tot de inrichting.  Het maximaal aantal toegelaten personen wordt expliciet vermeld in de exploitatievergunning.  Het maximum aantal toegelaten personen moet in elke inrichting worden aangeduid op een bordje dat, duidelijk leesbaar en goed zichtbaar, bij de ingang(en) wordt aangebracht.  De exploitant en eventuele organisatoren zullen maatregelen (o.a. beperking aantal toegangskaarten, telsysteem,...) nemen om overschrijding van dit aantal te voorkomen.  Het aantal toegelaten personen moet eveneens uitdrukkelijk vermeld worden in de verhuurcontracten.

34 INPLANTING EN TOEGANGSWEGEN De toegangswegen tot de inrichting worden bepaald in akkoord met de brandweer volgens de leidraad van de basisnormen;  4 m breed  8 m om te keren  13 ton gewicht  altijd bereikbaar

35 Structurele elementen  De structurele elementen (kolommen, dragende wanden, balken, vloeren,…) van de inrichting dienen een weerstand tegen brand te bezitten overeenkomstig onderstaande tabel  of zijn gebouwd in metselwerk en beton.

36 Structurele elementen

37 Plafonds en valse plafonds ( bij vernieuwing)  In de evacuatiewegen en in de voor het publiek toegankelijke lokalen hebben de valse plafonds een stabiliteit bij brand van 1/2 h. Stabiliteit = het moet bij brand minstens ½ uur blijven hangen

38 COMPARTIMENTERING  De inrichting dient gecompartimenteerd te zijn van woongedeelten met overnachtingsmogelijkheden, ongeacht deze in gebruik zijn door de uitbater en/of door derden. ( Rf –deur + wanden Rf )  Hiervan kan enkel worden afgeweken voor overnachtingsmogelijkheid ten behoeve van de uitbater voor zover het een bestaande zaak is en de inrichting voorzien wordt van een algemene en automatische branddetectie-installatie. uitbater voor zover het een bestaande zaak is en de inrichting voorzien wordt van een algemene en automatische branddetectie-installatie.

39 COMPARTIMENTERING  Indien een deel van het gebouw waarin de inrichting is gelegen gebruikt wordt als privé lokalen voor derden, is voor dit gedeelte een afzonderlijke uitgang en toegang vereist.  De wanden tussen compartimenten hebben ten minste de brandweerstand van de structurele elementen met een minimum van 1/2h. De verbindingsdeuren zijn zelfsluitend of zelfsluitend bij brand en hebben Rf 1/2h.  De inrichting moet van de woongedeelten met overnachting, gebruikt door de uitbater of door derden, gescheiden zijn door wanden, plafonds, vloeren met ten minste de brandweerstand van de structurele elementen, met een minimum van 1/2h.  De verbindingsdeuren zijn zelfsluitend of zelfsluitend bij brand en hebben Rf 1/2h.

40  Zelfsluitende deur

41 Trappen De trappen van de inrichting hebben de volgende kenmerken;  Ze zijn aan beide zijden uitgerust met leuningen. Voor de trappen met een nuttige breedte, kleiner dan 1,20 m is één leuning voldoende, voor zover er geen gevaar is voor het vallen.  De aantrede van de treden is in elk punt tenminste 0,20 m.  De optrede van de treden mag niet meer dan 18 cm bedragen.  Hun helling mag niet meer dan 75% bedragen (maximaal hellingshoek 37°).  Ze zijn van het “rechte" type. “Wenteltrappen” worden toegestaan zo ze verdreven treden hebben en zo hun treden naast de vereisten van voorgaande punten, ten minste 24 cm aantrede hebben op de looplijn. De minimum aantrede over de gehele trapbreedte bedraagt minstens 0,20m.  De treden moeten slipvrij zijn.

42 Trappen  De borstweringen aan de overlopen van de trappen en de bordessen moeten minstens 100 cm hoog zijn. Bij nieuwbouw of vernieuwing moeten de borstweringen 120 cm hoog zijn.  Het geheel van de borstwering en de trapleuning moet zo ontworpen worden dat er nergens een opening is waar een bol met een middellijn van 100 mm door kan.

43 Leuning Verticale afsluiting

44 De evacuatiewegen  De deuren in de evacuatiewegen mogen geen vergrendeling bezitten  De af te leggen afstand van op elk punt van de inrichting of compartiment tot aan de dichtstbijzijnde uitgang bedraagt maximaal 20m. (30 m als er minstens 2 uitgangen aanwezig zijn).  Indien de uitgang uitgeeft op een evacuatieweg bedraagt de maximale af te leggen weg 45m tot in de open lucht of tot het dichtstbijzijnde trappenhuis.  De lengte van doodlopende evacuatiewegen mag niet meer dan 15m bedragen.

45 Uitgangsdeuren  Draaideuren (molen) en draaipaaltjes zijn in de evacuatiewegen en uitgangen verboden  Het gebruik van sleutelkastjes is verboden.  Glazen wanden en de vleugels van glazen deuren moeten op zichthoogte een opvallend merkteken dragen.

46 Uitgangsdeuren  De aanduiding van de uitgangen en nooduitgangen dient te voldoen aan de bepalingen betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk. Deze pictogrammen moeten vanuit alle hoeken van de inrichting goed zichtbaar zijn. De pictogrammen moeten verlicht worden door de normale verlichting en door de veiligheidsverlichting.

47 Technische lokalen  Een technisch lokaal of een geheel van technische lokalen vormt minstens één compartiment.

48 Stookplaats  De wanden van de stookplaats en de brandstofopslagplaats gelegen in de inrichting of welke deel uitmaken van de inrichting moeten een weerstand tegen brand bezitten van één uur (Rf 1h). De binnentoegangsdeuren van de stookplaats en de brandstofopslagplaats moeten een weerstand tegen brand hebben van een half uur (Rf 1/2h) en zijn zelfsluitend.  De stookketel van de centrale verwarmingsinstallatie en de niet ingegraven brandstofopslagplaatsen zijn elk in afzonderlijke, uitsluitend daartoe bestemde, goed verluchte lokalen geïnstalleerd.  De brandstofopslagplaatsen voor vloeibare brandstoffen moeten voorzien zijn van een oliedichte inkuiping.  Verwarmingsinstallaties gevoed met gas dienen niet in een stookplaats ondergebracht, voor zover de verwarmingsinstallaties een vermogen hebben van minder dan 70kW.

49 Verwarmingsinstallaties  Elektrische verwarmingstoestellen die een zichtbare elektrische weerstand bevatten en installaties met brandbaar gas in verplaatsbare recipiënten zijn verboden, voor zover geplaatst in het gebouw.  De verwarmingstoestellen, behalve de elektrische toestellen en de luchtdichte gastoestellen met gevelafvoer, zijn verbonden met een schoorsteen die de rook afvoert.  Buitenverwarmingstoestellen (o.a. voor terrassen) moeten op een voldoende afstand van brandbare stoffen en materialen opgesteld staan of er zodanig van afgezonderd zijn dat brandgevaar of aanraking voorkomen wordt.  Deze toestellen moeten vast opgesteld zijn en mogen de ontruiming niet belemmeren.

50 Gastoevoer Wanneer het gebouw waarin de inrichting gelegen is een algemene gastoevoerleiding bezit,  dan moet daarop tenminste één handbediende en gemakkelijk bereikbare afsluitkraan aangebracht zijn.  Deze wordt voorzien in het gebouw bij het begin van de leiding en is behoorlijk aangeduid.  De gasmeter wordt in een goed verlucht lokaal geplaatst. De gasleidingen zijn geel geschilderd.  Butaan- en propaangas in flessen, evenals de lege flessen, moeten in de open lucht worden ondergebracht.  De voedingsleidingen naar de verbruikstoestellen zijn vast met eventuele uitzondering van het laatste deel van de leiding.

51 Keukens  De keukens worden van de andere gebouwdelen gescheiden door wanden met Rf 1h.  Elke doorgang of doorgeefluik wordt afgesloten door een zelfsluitende of bij brand zelfsluitende deur of luik met Rf 1/2h. Deze deuren draaien open in de vluchtrichting.  De keuken dient niet gecompartimenteerd ten opzichte van het voor publiek toegankelijke gedeelte indien de (vaste) frituurtoestellen (met een gezamenlijke olie-inhoud van meer dan 8 liter) voorzien worden van een vaste automatische blusinstallatie die tevens de energietoevoer automatisch onderbreekt.  Kooktoestellen en maaltijdverwarmers zijn ver genoeg verwijderd of geïsoleerd van alle ontvlambare materialen.  De bepalingen van §1 en §2 zijn niet van toepassing op inrichtingen die in hoofdzaak als afhaalinrichting bestemd zijn.

52 Veiligheidsverlichting  De evacuatiewegen, de lokalen toegankelijk voor het publiek, de keuken en de voornaamste stroomborden moeten voorzien worden van een degelijke veiligheidsverlichting die een voldoende lichtsterkte heeft om een gebouw veilig te ontruimen;  De veiligheidsverlichting moet automatisch en onmiddellijk in werking treden bij het uitvallen van de gewone verlichting; zij moet minstens één uur zonder onderbreking kunnen functioneren.  De veiligheidsverlichting moet minstens een lichtsterkte hebben van 1 lux ter hoogte van de grond in de as van de vluchtweg en 5 lux op gevaarlijke plaatsen.

53 Veiligheidsverlichting FOUT

54 Brandbestrijdingsmiddelen  Art  De brandweer bepaalt de blusmiddelen in functie van de aard en de omvang van het gevaar.  Richtlijn:  1 blustoestel (6 kg) / 200m²  1 haspel / 500m²

55 Pictogrammen

56 Keuringen en controles  De elektrische installatie wordt voor in gebruik name en om de vijf jaar gecontroleerd door een erkend organisme.  De veiligheidsverlichting, de algemene automatische brandmeldinstallaties en het alarm worden voor in gebruik name en jaarlijks gecontroleerd door een erkend organisme.

57 Keuringen en controles  De installaties voor centrale verwarming en centrale klimaatregeling worden jaarlijks nagezien door een bevoegde technicus.  De afvoerkanalen voor rook- en verbrandingsgassen worden steeds in goede staat gehouden en jaarlijks gecontroleerd door een bevoegd persoon.

58 Keuringen en controles  De gasinstallatie wordt voor de ingebruikname, bij veranderingen en om de vijf jaar gecontroleerd door een erkend organisme.  Jaarlijks wordt de goede werking van de installatie gecontroleerd door een bevoegd installateur.

59 Keuringen en controles  Brandbestrijdingstoestellen  De uitbater draagt er zorg voor dat de brandbestrijdingstoestellen jaarlijks nagezien en onderhouden worden door een bevoegd persoon.

60 BEKLEDINGSMATERIALEN  Gemakkelijk brandbare materialen, zoals karton, doeken, rietmatten en kunststoffen e.a. mogen niet als wand- of plafondbekleding of als versiering aangebracht worden.

61 BEKLEDINGSMATERIALEN  Bij herinrichting moeten bekledingsmaterialen van vloeren, wanden en plafonds respectievelijk van klasse A3, A2 en A1 zijn, overeenkomstig bijlage 5 van het KB van omtrent de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen.  De bekledingsmaterialen van zitbanken en overgordijnen moeten van klasse A2 zijn.  Volle, hardhouten parketvloeren die op een betonnen ondervloer aangebracht zijn, worden als A3 gerangschikt. Dit zijn onder andere eik, beuk, es, tropische houtsoorten,...

62 Hygiënische eisen (KB )  Hoogte: ≥ 2,75 meter  Inhoud: ≥ 90 m³  Gemakkelijk toegankelijk van op openbare weg  Voldoende t° = voldoende verwarming  Geen giftige uitwasemingen haarden  Attest reinigen schoorsteen/ketel  Kunstmatige verlichting: gelijkmatig, voldoende  Voldoende luchtverversing (debiet)

63 Hygiënische eisen (KB )  Toiletten –Voldoende in aantal (mannen/vrouwen) –Hygiënisch –Verluchting rechtstreeks uitgeven openlucht –Goede luchtverversing –Waterspoeling (of chemische toiletten in tenten,…) –Rechtstreekse toegang  Indicatie: –vaste gebouwen, optredens mét pauzes MannenUrinoirWCWasbak 2/50 + 1/50 meer 2/ /250 meer Vrouwen Afvalbak- je WCWasbak 1/toilet 2/25 + 1/25 meer 1 per 2 toiletten

64 Aanplakking  Ondernemingsnummer (KB 20/7/1964)  Prijslijst binnen/buiten (KB 15/6/1968)  Openbare dronkenschap, (besluitwet 14/11/1939)  Zedelijke bescherming van de jeugd (wet 15/7/1960)  Nachtvergunning (gemeentelijk reglement)  Rookvrije ruimte (zie rookverbod)

65 Verzekering (Wet 30/7/1979)  Zaaluitbater: –Verplichting  Objectieve aansprakelijkheid voor brand en ontploffing  lichamelijke en stoffelijke schade  Dus ook JEUGDHUIZEN –Tentfuiven  Tijdelijk opgestelde tent: géén verplichting, stérk aangeraden –Openluchtfuiven  Verplicht afsluiten van verzekering (omz. 3/3/1992) –Taak burgemeester: controle afsluiten verzekering

66 Federaal Voedselagentschap  FAVV –www.favv.be –Elke vestigingseenheid waar aan de gebruiker bereide, ontdooide of geregeneerde producten voor onmiddellijke consumptie of om mee te nemen worden aangeboden –Toelating noodzakelijk indien gefrituurde snacks, vers fruit, zachte kazen, gekookte eieren, vers bereide soep, verse boterhammen of broodje bij een drankje, spaghetti, croque-monsieur, uitsmijter,…

67 Federaal Voedselagentschap  FAVV –Vrijgesteld (ondermeer…)  Tegelijk voldoen aan 3 voorwaarden: –Vereniging of VZW, activiteit zelf mag winstgevend zijn; –Geen vergoeding aan medewerkers voor gepresteerde werk; –Sporadische/uitzonderlijke activiteit (max 5/jaar, duur max.10d) –FAVV Limburg: Kempische Steenweg, 297/4, 3500 Hasselt,  011/ 

68 Geluid (KB 24/2/1977)  Norm : 90 dB(A) – correctionele straffen  Muziek, concerten en festivals in open lucht: voorafgaande melding aan college B&S Verder nog: nachtlawaai – art. 561 SWB - politiestraffen

69 Auteursrechten  Sabam/billijke vergoeding –Bescherming auteursrechten/vergoeding realisatie opname –www.sabam.be/nl –www.ikgebruikmuziek.be –Online aangifte mogelijk

70 Bewaking - toezicht  Vergunde bewakingonderneming ?  Geen taken toezicht/controle op of aan openbare weg  Voorafgaande burgemeester (in praktijk politie) informeren door bewakingsonderneming  Opdrachten inventariseren – wettelijk mogelijk ?  Voorgeschreven identiteitskaart ?

71 Camerabewaking  Voorafgaande aangifte  Is cameratoezicht conform wettelijke vereisten ?  Publiek duidelijk informeren !

72 Serveren alcohol  Infrastructuur moet voldoen aan algemene en hygiënische eisen/wetgeving ?  Geen gegiste dranken aan <16 jaar –(bieren, wijnen)  Geen geestrijke dranken aan <18 jaar –Opgelet: alcoholpops, breezers, …  Geen alcoholhoudende dranken schenken aan personen die kennelijk dronken zijn !  Alcohol- (en drug-)beleid: toegang weigeren  Vervoerfaciliteiten ?  Beleidsmaatregelen overheid uitvoeren

73 Toegangscontrole  Verkoop van tickets –Aantal evenredig met max. aantal toegelaten personen  Toegangscontrole (is géén persoonscontrole) –Tickets (valse ?) –Vragen identiteitskaart is verboden (ook voor bewakingsagent)

74 Rookverbod (Wet 22/12/2009)  Algemeen: –Het is verboden te roken in gesloten plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn. Deze plaatsen dienen rookvrij te zijn.  Verantwoordelijkheid –Uitbater maar ook klant (boete resp. 300 – 143 Euro) –!!! – rookverbod van toepassing op werkgevers/werknemers –Rookverbodstekens aanbrengen

75 Rookverbod  Rookkamer in publieke plaats –Gesloten ruimte (wanden en plafond, afgesloten met deur) –Geen doorgangszone –Niet-rokers: géén ongemakken ervaren rookzone –Enkel dranken meenemen –Oppervlakte: max. ¼ van de totale oppervlakte –Rookafzuigsysteem– verluchtingssysteem - (KB 28/1/2010) –Geen bingo, TV,…

76 Rookverbod - terras  Rookverbod –Omgeven 4 wanden –Dakzeil verstelbaar en kan zelfs deel van voorste wand bedekken –Voorste wand deels vaste constructie

77 Rookverbod - terras  Rookverbod –Gedeelte onder rode zeil dient rookvrij te zijn: geen van de zijden is altijd en volledig open –Gedeelte terras in open lucht: géén rookverbod  Rookverbod

78 Rookverbod - terras  Rookverbod –Alle zijden, zowel wanden als plafond, zijn gesloten. –Géén enkele zijde is altijd en volledig open

79 Rookverbod - terras  Rookverbod –Geen van de zijkanten is permanent volledig open/afwezig

80 Rookverbod - terras  Rookverbod –Geen van de zijkanten is permanent volledig open/afwezig

81 Rookverbod - terras  Rookverbod –Geen van de zijkanten is permanent volledig open/afwezig

82 Rookverbod - terras  Rookverbod –Geen van de zijkanten is permanent volledig open/afwezig

83 Rookverbod - terras  Rookverbod –Geen van de zijkanten is permanent volledig open/afwezig –De zijde is immers niet volledig open en wordt bovendien ‘s nachts afgesloten

84 Rookverbod - terras  Rookverbod –Geen van de zijkanten is permanent volledig open/afwezig

85 Rookverbod - terras  GEEN rookverbod

86 Rookverbod - terras  Roken is enkel toegestaan –Indien de ruimte ‘s nachts of bij regen niet wordt afgesloten –Afsluiting met een grill (veiligheid) ‘s nachts is eventueel wel mogelijk

87 Noodplanning  Afspraken maken op voorhand in geval van calamiteiten: –Medewerkers –Hulpdiensten –Ordediensten  Nooduitgangen vrijhouden !!!

88 Informatiemapjes voor de controles

89 Einde


Download ppt "Informatiemiddag horecazaken Jos Peters Johny Vanspauwen."

Verwante presentaties


Ads door Google