De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Wet natuurbescherming Studievereniging LaarX Fleur Onrust 31 mei 2016.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Wet natuurbescherming Studievereniging LaarX Fleur Onrust 31 mei 2016."— Transcript van de presentatie:

1 Wet natuurbescherming Studievereniging LaarX Fleur Onrust 31 mei 2016

2 Programma Wet natuurbescherming (per ) – Wat verandert er voor gebiedsbescherming – Wat verandert er voor de soortenbescherming Jurisprudentie soortenbescherming die van belang blijft ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21 Artikel 3.3 algemene ontheffing voor vogels Artikel 3.3 natuurbeschermingswet Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van de verboden (art. 3.3), mits 1.Geen andere bevredigende oplossing 2.Limitatief genoemde (Vogelrichtlijn)gronden 3.Geen verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelsoort De ontheffingsgronden voor vogels (artikel 3.3 lid 4 onder b.): 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4°. ter bescherming van flora of fauna; 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of 6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

22 Artikel 3.3 algemene ontheffing voor vogels Artikel 3.3 natuurbeschermingswet Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van de verboden (art. 3.3), mits 1.Geen andere bevredigende oplossing 2.Limitatief genoemde (Vogelrichtlijn)gronden 3.Geen verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelsoort Activiteit mag het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen Instandhouding: moet je de soort landelijk/regionaal/lokaal bekijken? 1% van de natuurlijke sterfte Compensatie hierbij betrekken? ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

23 Dit geldt niet voor vernielen of beschadigen van nesten. Probleem van jaarrond beschermde nesten blijft. Hoe zit het met vogels die ook ogv Verdag van Bern beschermd zijn? Daarvoor geldt dit vlgs mij ook niet. En let wel, dat zijn veel vogels. Bij vogels is verstoring tijdens het broedseizoen niet langer verboden als de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar is ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

24 Artikel 3.5 beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 natuurbeschermingswet 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

25 Aandachtspunten “dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn” Bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn verbodsbepalingen overgenomen uit artikel 12 en 13 Habitatrichtlijn opzettelijke handelingen ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

26 Artikel 3.8 algemene ontheffing voor Habitatrichtlijn soorten Artikel 3.8 natuurbeschermingswet Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van de verboden (art. 3.8), mits: 1.Geen andere bevredigende oplossing 2.Litimatief genoemde (Habitatrichtlijn)gronden 3.Geen afbreuk aan een gunstige staat van instandhouding ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

27 Artikel 3.8 algemene ontheffing voor Habitatrichtlijn soorten Artikel 3.8 natuurbeschermingswet Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van de verboden (art. 3.8), mits: 1.Geen andere bevredigende oplossing 2.Litimatief genoemde (Habitatrichtlijn)gronden 3.Geen afbreuk aan een gunstige staat van instandhouding De ontheffingsgronden voor Habitatrichtlijn soorten (artikel 3.8 lid 5 onder b.): 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4°. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of 5°. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

28 Andere dwingende reden van groot openbaar belang? Wanneer is sprake van een dwingende reden? Richtsnoer Europese Commissie Hof van Justitie Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State TBR 2014/112 Flora en Faunawet en dwingende redenen (Fleur Onrust en Annemarie Drahmann) ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

29 Verdrag Bern/Bonn Let op: het kunnen ook vogels zijn ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

30 Artikel 3.10 beschermingsregime Nationale soorten Artikel 3.10 natuurbeschermingswet 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.” 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. (...) Dit zijn met name rode lijst-soorten. Een verbodsbepaling gaat niet gelden na wijziging van de rode lijst, maar pas na wijziging van de bijlage bij de wet. ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

31 Artikel 3.10 lid 2 algemene ontheffing voor Nationale soorten Artikel 3.10 natuurbeschermingswet Verwijzing naar artikel 3.8 (uitgezonderd lid 3 en 4). Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen (en Provinciale Staten kunnen vrijstelling verlenen) van de verboden, mits: 1.Geen andere bevredigende oplossing 2.Geen afbreuk aan een gunstige staat van instandhouding 3.Limitatief genoemde gronden: ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

32 Artikel 3.10 lid 2 algemene ontheffing voor Nationale soorten Artikel 3.10 natuurbeschermingswet Verwijzing naar artikel 3.8 (uitgezonderd lid 3 en 4). Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen (en Provinciale Staten kunnen vrijstelling verlenen) van de verboden, mits: 1.Geen andere bevredigende oplossing 2.Geen afbreuk aan een gunstige staat van instandhouding 3.Limitatief genoemde gronden: Habitatrichtlijngronden aangevuld met huidige gronden Bvbs: MvT: ‘ruimtelijke inrichting of ontwikkeling’, kan ‘zowel op grote projecten zien, zoals werkzaamheden in het kader van landinrichting, de aanleg van wegen, bedrijventerreinen, havens of woonwijken, als op relatief beperkte activiteiten, zoals de bouw van een schuur of de verbouwing van een huis’. MvT: Er zal een ‘belangenafweging verricht worden’ door GS. ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

33 Art lid 2: ontheffingsmogelijkheid “2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang.” Artikel 3.10 lid 2 algemene ontheffing voor Nationale soorten ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

34 Artikel 3.11 Meldingsplicht nationale soorten Artikel 3.11 natuurbeschermingswet 1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de bij die regeling aan te wijzen verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b of c niet van toepassing zijn ten aanzien van bij die regeling aan te wijzen soorten, op bij die regeling aan te wijzen categorieën van handelingen die na een voorafgaande melding aan gedeputeerde staten worden uitgevoerd om een reden, genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onderdeel b, of in artikel 3.10, tweede lid. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen waaraan een melding als bedoeld in het eerste lid moet voldoen.” Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een meldingsplicht bij gedeputeerde staten geldt voor bepaalde verboden en soorten en bij bepaalde handelingen: Gevolg: gedeputeerde staten kunnen (via de zorgplicht) (preventief) handhavend optreden. ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

35 Beheer en schadebestrijding FBE stelt Faunabeheerplan op (Gedeputeerde Staten keuren goed): 3.12 lid 1, 3, 6 Wet natuurbescherming. FBE niet meer van overheidswege erkend, maar eisen in art lid 2 Lange termijn doelen moeten omgezet naar werkplannen die een vertaling van de doelen naar een concrete inzet op streekniveau bevatten. Nieuw element: afschotplan. Handelen in strijd met afschotplan = strafbaar feit. Wildbeheereenheden, belangrijkere rol. Verplichte aansluiting (3.14) Art Wet natuurbescherming; kader voor beheer en schadebestrijding vanuit de minister (huidig 65 Ffw). Provinciale Staten verlenen vrijstelling voor beheer en schadebestrijding tav dieren die in delen van het land schade veroorzaken. Artikel 3.3 lid 2, art. 3.8 lid 2, 3.10 lid 2 Middelen voor het vangen of doden. Art. 3.4, art. 3.9, art. 322 : niet-selectieve vangmiddelen. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen. Ontheffing middelen 3.25 (AMVB, Prov verordening). Vogels alleen bij AMvB. FBE, Faunabeheerplan, afschotplan, WBE, aanwijzing middelen ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

36 Voor de beoordeling van de vraag of er een ontheffing nodig is, is het volgende van belang Hebben activiteiten effecten op de beschermde soorten? Kunnen er mitigerende maatregelen worden getroffen? Doel handeling/ doel verbodsbepaling voorbeeld: ‘mus in een winkel’ Zorgen de maatregelen dat er daadwerkelijk geen verboden worden overtreden? Wat zijn mitigerende maatregelen? Let op: uitspraak de Woudreus /Baanstee Noord. Deze uitspraak zal relevant blijven. ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

37 Voorbeelden van mitigerende maatregelen Locatiekeuze, inrichting locatie - voorkomen verlies waardevolle natuur; Keuze moment waarop gewerkt wordt - buiten voortplantingsseizoen / winterslaap; Volgorde werkzaamheden - van binnen naar buiten; Maatregelen vooraf - broedkasten, compensatiekreek, tochtgaten, let op dit moet wel “werken”, de dieren moeten daadwerkelijk verhuisd zijn; Monitoring - bij twijfel ingrijpen /hand aan de kraan. ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

38 Hoe zit het met de positieve afwijzing? Onder de Flora en Faunawet veel gebruikte praktijk om een ontheffing aan te vragen als deze niet nodig was en dan een positieve afwijzing te krijgen. ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

39 Dieren waar iets voor wijzigt onder de Wnb Haas / konijn Das Eerst wel beschermd en nu niet meer (alleen zorgplicht) (bijlage bij nota nav nader verslag) ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

40 Vooral vissen en vaatplanten waren onder Ffw beschermd en nu alleen via zorgplicht ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

41 Gedragscodes Blijven bestaan Art 3.31 ev Wnb ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

42 Veranderingen gebiedsbescherming Hst. 2 WNB gaat over de bescherming van Natura 2000-gebieden; Het inhoudelijke toetsingskader wijzigt niet of nauwelijks, het wordt alleen compacter opgeschreven; Wel een wezenlijke verandering: de natuurtoestemming haakt aan indien ook een andere omgevingsvergunning is vereist. NB: na inwerkingtreding van de Omgevingswet zal dit weer veranderen; Natuurtoestemming wordt in dat geval een omgevingsvergunning voor natuur (art. 2.1, lid j en k, Wabo, nieuw); B&W zijn dan bevoegd gezag; Maar wel vvgb van bevoegd gezag WNB (GS of Minister van EZ) nodig; ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

43 4. Veranderingen met WNB (4) Wet natuurbescherming en PAS: 1.WNB biedt de basis voor een programma als de PAS (maar ook voor allerhande andere mogelijke programma’s om de kwaliteit van Natura gebieden te verbeteren), art WNB; 2.De inhoud en werking van de PAS wordt geregeld in lagere regelgeving (Besluit resp. Regeling natuurbescherming – deze liggen tot 3 maart voor consultatie ter inzage); 3.PAS-regeling wijzigt materieel niet met WNB c.a.; 4.Ontwikkelingsruimte (al dan niet in de vorm van depositieruimte voor grenswaarden) uit PAS relevant voor verlenen omgevingsvergunning – natuur; en vanwege de aanhaakverplichting dus ook relevant voor gemeentelijke beoordeling. ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

44 Besluitvormingsprocedure (hoofdstuk 5) Beslistermijn van 13 weken, met een verlenging van ten hoogste 7 weken Géén vergunning van rechtswege Aan vergunning/ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden Beperkte geldigheidsduur vergunning/ontheffing mogelijk ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

45 Van Ffw naar Wet natuurbescherming Overgangsrecht: hoofdstuk 9 Ontheffingen en omgevingsvergunningen die al zijn verleend, blijven geldig (met dezelfde voorschriften) De verboden zijn niet van toepassing op handelingen overeenkomstig een goedgekeurde gedragscode Onmiddellijke werking in primo en in bezwaar: al ingediende aanvragen en bezwaarschriften worden afgehandeld o.g.v. de Wet natuurbescherming (EZ zal bezwaarschriften doorzenden naar GS) Ex tunc-toetsing in (hoger) beroep: (hoger) beroepszaken worden afgehandeld o.g.v. het ‘oude’ recht (de Flora- en faunawet) ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

46 Recente jurisprudentie soortenbescherming ABRvS 24 februari 2016 Inpassingsplan, Ffw, 1% criterium betreft de sterfte van de soort, niet de natuurlijke sterfte; Ook voor dieren op de landelijke vrijstellingslijst moet worden voldaan aan artikel 65 Ffw (ABRvS 13 januari 2016) ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016

47 Fleur Onrust ENVIR Advocaten T M ENVIR Advocaten Fleur Onrust 31 mei 2016


Download ppt "Wet natuurbescherming Studievereniging LaarX Fleur Onrust 31 mei 2016."

Verwante presentaties


Ads door Google