De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Toetsing Faculteit Onderwijs Locatie Heerlen, Maastricht & Sittard Anneriet Florack / Jos van Gend 16 september 2010.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Toetsing Faculteit Onderwijs Locatie Heerlen, Maastricht & Sittard Anneriet Florack / Jos van Gend 16 september 2010."— Transcript van de presentatie:

1 Toetsing Faculteit Onderwijs Locatie Heerlen, Maastricht & Sittard Anneriet Florack / Jos van Gend 16 september 2010

2 Inhoud presentatie Overzicht toetsvormen en EC’s Kennistoets Beroepsproduct Individueel gesprek inclusief individueel accent Werkplekbeoordeling –Beroepshandeling –Rol schoolopleider –Formatieve beoordeling –Beroepshandeling thema 1 –Suggesties klasoverstijgende activiteiten thema 1

3 Overzicht toetsvormen 15 EC’s per periode  - Kennistoets4 EC’s - Beroepsproduct3 EC’s - Individueel gesprek (inclusief individueel accent) 2 EC’s - Werkplekbeoordeling (inclusief beroepshandeling)6 EC’s

4 Kennistoets Meet in hoeverre de student in staat is realistische en authentieke problemen op te lossen met gebruik van de theorie uit het thema Sluit aan op thema (onderwijsgroepen, colleges, excursies en vakgerichte bijeenkomsten) Gesloten boek toets met open en gesloten vragen (stellingen, meerkeuze, e.d.) Formatief in week 4 Summatief in week 7

5 Beroepsproducten Meten in hoeverre de student in staat is themagerelateerde kennis te transfereren aan zijn handelen in (gesimuleerde) praktijksituaties en vice versa. Het beroepsproduct is de uitwerking van een individuele, open en compacte opdracht passend bij de beroepstaak van het betreffende thema waarbij minimaal één, maximaal vier vakgebieden aan de orde komen. De vorm van het beroepsproduct kan verschillen

6 Beroepsproducten De student levert per periode van 10 weken 3 keer twee beroepsproducten in. De criteria waarop de student feedback ontvangt en uiteindelijk beoordeeld wordt verschilt per keer afhankelijk van de taakklasse. Meetmoment in week 3 (taakklasse 1) en 6 (taakklasse 2). De student ontvangt feedback op één van de twee ingeleverde producten* Beslismoment in week 9. De student wordt beoordeeld op basis van één van de twee ingeleverde producten * (thema 1 is afwijkend: slechts één meetmoment in week 6).

7 Beroepsproduct A van thema 1 Beroepsproduct A: Een verslag van een biologisch moment en natuuractiviteit. De vakgebieden die in dit product aanbod komen zijn Nederlands, natuur, menswetenschappen en drama. De kwaliteitscriteria : 1.Je voert een activiteit uit n.a.v. een biologisch moment met minimaal 5 leerlingen. 2.Er wordt gebruik gemaakt van concreet en tastbaar materiaal uit de natuur. 3.Het materiaal sluit aan bij de belevingswereld en leefwereld van het kind. 4.Je geeft in je verslag aan welke van de 5 punten van de zilveren regels voor gesprekken je aandacht hebt besteed. 5.Je gebruikt eerdere observaties van de leerlingen bij de voorbereiding en keuze van het materiaal. 6.Je voert een natuuractiviteit uit m.b.v. het 5-stappenplan. 7.Je neemt in het verslag een beoordeling op van mentor of medestudent ( tip: gebruik hiervoor het peerassessment) over jouw presentatievaardigheden. Taakklasse 2 (week 4 t/m 6) Kwaliteitscriteria 1 t/m 4 Inleveren tijdens de vakgerichte bijeenkomst op maandag 4 oktober 2010 Taakklasse 3 (week 7 t/m 9) Kwaliteitscriteria 1 t/m 7 Inleveren tijdens de vakgerichte bijeenkomst op maandag 1 november 2010

8 Beroepsproduct B van thema 1 Beroepsproduct B: Een rekenwoordenboek waarin begrippen uit het vakgebied rekenen worden gedefinieerd. De vakgebieden die in dit product aanbod komen zijn Nederlands en rekenen De kwaliteitscriteria : 1.De student gebruikt correct de Nederlands taal. 2.De student gebruikt observaties en gesprekken van de leerlingen bij de keuze van de juiste verwoordingen. 3.Het rekenwoordenboek is geschikt voor zijn stagegroep waarbij de student rekening houdt met de woordenschat van de kinderen. 4.Het rekenwoordenboek is geschikt voor meerdere groepen. 5.De student maakt, bij de beschrijvingen, gebruik van formele en informele wiskunde taal. Taakklasse 2 (week 4 t/m 6) Kwaliteitscriteria 1 t/m 3 Opdracht: De student maakt een rekenwoordenboek aangepast aan het niveau van zijn stagegroep. Taakklasse 3 (week 7 t/m 9) Kwaliteitscriteria 1 t/m 5 Opdracht: De student maakt een rekenwoordenboek aangepast aan verschillende leeftijdsniveaus.

9 Individueel gesprek Vier keer per jaar Met SLB’er Op basis van vooraf geformuleerde persoonlijke leerdoelen Portfolio als middel om bewijzen te leveren Zelfsturend en reflecterend vermogen  Leerovereenkomst, SWOT, Individueel Accent Professoneel gedrag afgeleid van: –Omgaan met jezelf –Omgaan met anderen –Omgaan met elkaar

10 Werkplekbeoordeling (WPB) Vier keer per jaar Gesprek met mentor, SLB’er, schoolopleider (30 minuten) Periode 1 en 3: formatief Periode 2 en 4: summatief Themadoelen en persoonlijke doelen Vier onderdelen: zelfbeoordelingsinstrument, beroepshandeling, klasoverstijgende activiteit, peerassessment, Intersubjectieve beoordeling

11 Procedure beroepshandeling Student neemt initiatief om afname van de beroepshandeling in te plannen. Voorafgaand oefent de student de beroepshandeling en vraagt hij/zij om effectieve feedback op basis van de kwaliteitscriteria. Na de afname ontvangt de student effectieve feedback (meteen na afloop of tijdens werkplekbeoordelings-gesprek). Het werkplekbeoordelingsgesprek vindt plaats in week 7, 8 of 9 van elke periode.

12 Intersubjectieve beoordeling Gedeelde verantwoordelijkheid Geen overeenstemming wat betreft het oordeel  schoolopleider schakelt extern onafhankelijk, getrainde assessor in via de examencommissie Oordeel van de assessor is bindend.

13 Rol schoolopleider geeft informatie over de beroepshandeling en het functioneren van de student in de gehele school. is technisch voorzitter: gesprek plannen, mensen bij elkaar brengen, ruimte verzorgen en gesprek regisseren. deelt de student het oordeel mee, registreert dit en geeft het resultaat door aan Bureau Onderwijs –middels digitale resultaatlijst –formulier werkplekbeoordeling inclusief argumentatie en handtekening (via student) afgeven bij Bureau Onderwijs.

14 Formatief en summatief karater Formatieve beoordeling  ‘voldaan/niet voldaan’. student ontvangt ontwikkelingsgerichte feedback (inspanningsverplichting) Summatieve beoordeling  ‘excellent, voldoende of onvoldoende’ student krijgt naast de ontwikkelingsgerichte feedback nu ook te horen of zijn prestaties van voldoende niveau zijn. Ontwikkelpunten van de voorafgaande formatieve periode worden in de beoordeling betrokken.

15 Casus 1 - Beoordeling formatieve periode De student heeft de klasoverstijgende activiteit matig uitgewerkt en ook in het beoordelingsgesprek zit weinig diepgang. De student komt regelmatig te laat en maakt geen lesvoorbereidingen. Hij is weinig actief tijdens de stage, zit vaak achter in de klas. Het peerassessment heeft hij uitgevoerd en betrokken gereageerd naar zijn medestudent. Is de beoordeling voor de formatieve periode voldaan of niet voldaan?

16 Casus 2 - Beoordeling formatieve periode De student heeft het (zelf)beoordelingsinstrument uitgebreid uitgewerkt. Hij heeft hard gewerkt in de stageklas. Hij is actief en neemt veel initiatief in de klas. De klasoverstijgende activiteit is niet gedaan. Hij zegt daarover: “Niet aan toegekomen, ik heb het veel te druk in de stageklas”. De student is correct in zijn attitude. Het peerassessment is goed uitgevoerd. Is de beoordeling voor de formatieve periode voldaan of niet voldaan?

17 Beroepshandeling thema 1 Criteria vanuit het thema zijn: De student voert een gesprek met minimaal 5 kinderen. Het onderwerp van het gesprek is rekenen en/of natuur n.a.v. een biologisch moment. De student leidt het gesprek op basis van een vooraf vastgesteld doel. De student zorgt ervoor dat de kinderen zich op hun gemak voelen. De student maakt gebruik van verbale en non-verbale communicatie. De student geeft vooraf aan welke zilveren regels voor gesprekken hij wil gaan toepassen en verantwoordt na afloop hoe hij dat heeft gedaan en in welke mate dat gelukt is. De student gebruikt correct Nederlands en past zijn taalgebruik af op de leeftijd van de leerlingen.

18 Klasoverstijgende activiteiten thema 1 Voorstellen aan het team Gesprekken voeren met leerlingen uit andere jaargroepen Gesprekken voeren met medestudenten, leerkrachten, directeur en anderen Observeren van de leeromgeving, leerlingen en leraren Een vertelling of voorleesactiviteit uitvoeren bij een andere jaargroep Bekijken van de methodes op de stageschool (bijvoorbeeld van het vak natuur, rekenen of taal) Bekijken van een rekenles in verschillende klassen

19 Meer informatie Site: Werkplekbeoordeling thema 1 Werkpleksuggesties thema 1 deze powerpoint presentatie Vragen: Succes!


Download ppt "Toetsing Faculteit Onderwijs Locatie Heerlen, Maastricht & Sittard Anneriet Florack / Jos van Gend 16 september 2010."

Verwante presentaties


Ads door Google