De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Grasland Doel van de les: 1. kennismaking met thema grasland 2. beweidingssystemen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Grasland Doel van de les: 1. kennismaking met thema grasland 2. beweidingssystemen."— Transcript van de presentatie:

1 Grasland Doel van de les: 1. kennismaking met thema grasland 2. beweidingssystemen

2 Grasland - Aan het einde van de les weet je wat: de kamelenbult is bij grasgroei - En kun je 5 beweidingssystemen benoemen.

3 grasland  Inleiding  Hoeveel soorten gras zijn er op aarde?  Hoe groeit gras door het seizoen heen?

4 grasland  Kamelenbult grasgroei

5 grasland  Opdracht beweidingssystemen: - Beschrijf en teken 5 beweidingssystemen (15 minuten) benoem bij ieder systeem de: - grasproductie - verliezen - smakelijkheid - N-benutting - arbeid - Bespreking in de klas

6 grasland  Omweiden

7 grasland  Standweiden

8 grasland  Rantsoen beweiden

9 grasland  Stripgrazen

10 grasland  Zomerstalvoeren

11 grasland  Siësta beweiding

12 grasland  Summerfeeding

13 grasland  Wat betekent de kamelenbult bij grasgroei?  Welke 5 beweidingssystemen ken je?

14 Grasland h1  Koe is kuddedier  Van nature snel veel grazen en dan ……?  Welk beweidingssysteem sluit hierbij het beste aan?

15 Grasland  Hoe groeit gras? - Groeipunt laag bij de grond Via bladmassa (vegetatief) Via zaadvorming (generatief)

16 grasland  Vegetatieve vermeerdering: vooral via ……………..  kan via zijspruiten  kan via wortelstokken

17 grasland  Gras groeit uit ………….?  Gras kan energie opslaan in de ……….?

18 grasland - Bij hoeveel kg droge stof per ha bereikt gras de maximale groeisnelheid?

19 grasland  Voed de cyclus -vliegwiel in gang zetten in de bodem, hoe?

20 Grasland Hoofdstuk 2  Winterrust?  Hoe lang in cm mag het gras de winter in gaan?  Schapen hebben “gouden voetjes”. Wat wordt hier mee bedoeld?

21 Grasland h2  Mollen  Ontwatering  Drainage

22 Grasland h2  nn

23 Grasland h2  Bodemanalyse  Organische stof  NLV  bemesting

24 Grasland h3  Grasland ontwaakt Bij welke bodemtemperatuur start de grasgroei? Soorten regenwormen: Rode worm Grauwe worm pendelaar

25 Grasland h3  Beoordelen bodem  Beoordelen plantenbestand  Goede grassen  Matige grassen  Slechte grassen

26 Grasland h3  Goede grassen - Engels raaigras - timotee - beemdlangbloem

27 Grasland h3  Matige grassen - ruwbeemdgras - veldbeemdgras - kweekgras - gestreepte witbol -> - fioringras - kropaar

28 Grasland h3  Slechte grassen - straatgras - geknikte vossenstaart - liesgras - roodzwenkgras - mannagras

29 Grasland h3  Hoe herken je diverse grassen:  Via google afbeeldingen 

30 Grasland h3  Criteria voor herinzaai - Waterhuishouding - % Engels raaigras - % kweek - % onkruid

31 Grasland h3  Voorjaarswerk grasland - Rollen - Slepen - Wiedeg - Beluchtingsmachine

32 Grasland h3  Witte en rode klaver Verschillen? - Stolonen - Maaien/weiden

33 Grasland h3  Onkruiden Wat zijn bekende onkruiden?

34 Grasland h3 Voorbeelden: Ridderzuring Muur Scherpe boterbloem melde Brandnetels Stekels Herderstasje Hoefblad Paardenbloem weegbree

35 Grasland h3  Bemesting:  Minerale mest  Dierlijke mest

36 Grasland h3  Startsignalen grasgroei Welke? T-som bodemtemperatuur witte wortelpuntjes

37 Hoofdstuk 4 Eerste snede in zicht Door welke 4 variabelen varieert de grasgroei ieder voorjaar? Hoe meet je de grashoogte?

38 Grasland H4  Waar hangt de drogestof opbrengst van af? (vier)

39 Grasland H4  Hoogte  Dichtheid  Droge stof gehalte  Grasbestand

40 Grasland H4  Beweidingssystemen

41 Grasland H4  Hoeveel gras eet een koe?

42 Grasland H4  Voorbeeld benodigde oppervlakte:  100 melkkoeien.  1 koe graast per dag 8,5 kg ds.  Inscharen bij kg ds  Bijgroei 50 kg ds per dag.  4 dagen weiden.  20% verliezen.  HOE GROOT DIENT DAN HET PERCEEL TE ZIJN:

43 Grasland h4  8,5 kg ds x 100 koeien = 850 kg ds  850 x 4 dagen x 120 % (20% verlies) =  kg ds  1700 kg ds+ 4 x 50 kg ds = kg ds  Benodigd 4.080/1.900 = 2.15 ha

44 Grasland h4  Hoeveel gras kan er per dag op een ha groeien in kg ds?

45 Grasland h4

46  Voorbeeld graslandplanning

47 Grasland h4 Waar denk je aan als je dit ziet?

48 Grasland h4  Wanneer maaien 1 e snede?  Hoeveel kg ds per ha staat er dan?  Hoeveel % van de jaaropbrengst is dit?

49 Grasland h4  Gras plakt ‘s middags????????????  Wat is het beste maaimoment?  Waarom kneuzen?

50 Grasland h4  Bemesting 1 e snede  Waar hangt de benodigde hoeveelheid van af?  Hoeveel m3 drijfmest voor een maaisnede?  Hoeveel stikstof, fosfaat en kali zit er in 1 m3 drijfmest?

51 Grasland h5  Na de eerste snede  In Juni en juli structuurrijker gras

52 Grasland h5  Ridderzuring  Overblijvend onkruid  Wortelonkruid  oliehoudend zaad

53 Grasland h5  Grassen  Italiaans raaigras  Timothee Grote vossenstaart

54 Grasland h5  Gras-klaver mengsel  Voordelen: - Stikstofbinding - Smakelijkheid - N-binding tot wel 200 kg N/ha Meest gebruikt: witte klaver

55 Grasland h5  Witte klaver - Weiden en maaien, vormt stolonen (uitlopers)  Rode klaver - Maaien - Penwortel

56 Grasland h5  Droogte en eiwit?  Effect bemesting en mineralisatie  Groeisnelheid gras na half juni

57 Grasland h5  Beregenen grasland?  Wat zijn signalen om te gaan beregenen?  Wat vertelt de bodem?

58 Grasland h5  Natuurland - Plantensamenstelling - Uitgestelde maaidatum

59 Grasland h6 nazomeren  Kroonroest in gras.  Hoe voorkomen?  Welke andere schade ken je in grasland?

60 Grasland h6  De kluit in 7 stappen (blz. 74)  Aantal wormen in een kluit? Hoeveel % kruimels in bovenste 5 cm bij goede structuur?

61 Grasland h6  Wel/niet inzaaien grasland - Toestand bodem - Grassamenstelling - mengselkeuze

62 Grasland h6  Mengselkeuze (blz. 77) - - alleen maaien - - beweiden/maaien

63 Grasland h6  Signaalplanten  Bepaalde planten alleen aanwezig bij droge of natte omstandigheden.

64 Grasland h6  Beweiden in de nazomer  Gras/klaver  Voederwaarde  Maaien nazomer

65 Grasland h6  N voorziening (blz 84) van gebrek tot overmaat.  Najaarsbemesting, wel niet nodig?  Onkruidbestrijding (richting sapstroom nazomer)

66 Grasland h7 najaar  Bodemprikker of ……………  Nieuw grasland, maaien voor de winter?  Weidesnede najaar max …. dgn

67 Grasland h7  Hoe najaarsgras inpassen in het rantsoen?

68 Grasland h7  Pure graze  Wat is dit?  Wat zijn belangrijke kenmerken?

69 Grasland h7  Najaarskuil  Waarom lastiger te maken?  Effect van drogen op gras(klaver)

70 Grasland h7  Terugblik op weideseizoen  Hoe doe je dit?  Wat heb je hierbij nodig?


Download ppt "Grasland Doel van de les: 1. kennismaking met thema grasland 2. beweidingssystemen."

Verwante presentaties


Ads door Google