De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Onrechtmatige daad, kwalitatieve aansprakelijkheid en schadevergoeding NETLAW/december 2010 UTRECHT.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Onrechtmatige daad, kwalitatieve aansprakelijkheid en schadevergoeding NETLAW/december 2010 UTRECHT."— Transcript van de presentatie:

1 1 Onrechtmatige daad, kwalitatieve aansprakelijkheid en schadevergoeding NETLAW/december 2010 UTRECHT

2 2 Inhoud Cursus *OD algemeen *OSVO-versus profijtsfeer *Relativiteit *Begrenzing op andere wijze *Kwal aanspr. *Schadevergoeding

3 3 OD Algemeen HR 2 oktober 2009, RAV 2009, 109, RvdW 2009, 1141, NJ 2010, 95, LJN BJ1708 ( Strafvorderlijk optreden /schade aan verhuurster) Reikwijdte van het egalité-beginsel. In hoeverre behoort een burger of onderneming schade die hij/zij lijdt, als een normaal maatschappelijk bedrijfsrisico te dragen?

4 4 OD Algemeen Feiten: Wherestad is verhuurder; twee van haar woningen zijn doorzocht door politieambtenaren; daarbij is schade ontstaan (E2700.-). Staat-----huurder (H)---Verhuurder(E) Kan E ex 162 de schade op de Staat verhalen?

5 5 OD Algemeen De tweede rechtsvraag: Als er al sprake is van een OD jegens de Staat, dient dan niet de eigen schuld van H te worden toegerekend aan E? En wat zou dan het percentage moeten zijn: 100%? Egalité: semi- publiekrechtelijk van aard. Eigen schuld: privaatrechtelijk van aard.

6 6 OD Algemeen Procesverloop: E vordert schade van Staat. Ktr. wijst de vordering toe Hof bekrachtigt. Let op de motivering van het hof r.o.3.2: -Geen economisch gewin E; -Optreden H, buiten toedoen van E; -Schadebeperkende maatregelen kon E niet nemen.

7 7 OD Algemeen HR: Het feit dat E een grootschalig bedrijf is, is geen beletsel voor de toewijzing van de vordering r.o.3.3.

8 8 OD Algemeen Eigen schuld (101 lid 1 en 101 lid 2) Eigen schuld rigoureus afgewezen door het hof. Evenzeer 101 lid 2 afgewezen. Staat H E Hof: het gaat bij 101 lid 2 om het omzeilen van een exoneratieclausule tegen te gaan. (Denk aan Gegaste uienarrest)

9 9 OD Algemeen HR: De uitleg die het hof heeft gegeven aan 101 lid 2 is te beperkt. Het moet voor de aansprakelijke geen verschil maken of de zaak aan H toebehoorde of aan E.

10 10 OD Algemeen Overige arresten over egalité beginsel. HR 17 september 2004, NJ 2005, 392 (proefverlof) HR 30 maart 2001, NJ 2003, 615 ( Staat –Lavrijsen) HR 20 juni 2003, NJ 2005, 189 (Staat- Harrida) Spier-Hartlief, Verb uit de wet (2009)!!!

11 11 OD Algemeen HR 9 oktober 2009, RAV 2010, 3, RvdW 2009, 1155, LJN BJ1254,NJ 2010, 213(Strafrechtelijke ontruiming/huisrecht kraker)( Staat- Veerman) Ontwikkeling van de jur. Inz. kraken in de loop der jaren

12 12 OD Algemeen Feiten: Het pand aan de Duinkerkenstraat 1 is eigendom van de Gem. Groningen Veerman kraakt dat pand. Het pand stond nog geen 12 maanden leeg. En dát valt onder 429 sexies Sr. OM gaat tot ontruiming over wegens overtreding van genoemde bepaling.

13 13 OD Algemeen Veerman stelt te beschikken over een huisrecht. Ontruiming in strijd met dat grondrecht. Vrzn. rechter wijst dat verweer af. Hof Leeuwarden: er hoort voor inbreuk op het huisrecht een wettelijke grondslag te zijn. Art. 429 sexies jo. art 2 Politiewet is daartoe onvoldoende.

14 14 OD Algemeen Hof Ook inbeslagneming van goederen en verwijdering daarvan vormt geen voldoende grondslag. Openbare orde niet als zodanig verstoord en/of bedreigd.

15 15 OD Algemeen HR: Overzicht kraakjurisprudentie : Er is geen wettelijke grondslag die het huisrecht van de kraker doorbreekt. 429 sexies vormt geen deugdelijke grondslag

16 16 OD Algemeen Dit alles wel te onderscheiden van: Ontruimingen op last van de burgemeester Ontruimingen krachtens een civielrechtelijk vonnis

17 17 OD Algemeen Hof Amsterdam 8 nov 2010, LJN BO 3249 (Collectief Schijnheilig-Staat) Voldoet de nieuwe Kraakwet wel aan art 8 EVRM?? Art. 138 Sr (nieuw) /551a Sv.

18 18 OD Algemeen HR 4 december 2009, RvdW 2009, 1406, LJN BJ7834 (ABS Greenworld BV- A c.s. (Aansprakelijkheid arbiter). Persoonlijke aansprakelijkheidvan arbiters Onderscheid tussen rechters en arbiters.

19 19 OD Algemeen Aansprakelijkheid van arbiters: Cassatiemiddel: aansprakelijkheid arbiters behandelen op dezelfde wijze als andere dienstverleners; niet valt in te zien dat daar een hogere drempel voor geldt. Stelling wordt niet door de HR onderschreven(3.7.)

20 20 OD Algemeen Rechterlijke ambtenaren zijn nooit persoonlijk aansprakelijk; ook niet in geval van opzet of bewuste roekeloosheid. In het laatste geval kan de Staat wel verhaal op de ambtenaar nemen. Analoog aan die regeling: arbiters slechts aansprakelijk in geval van opzet of bewuste roekeloosheid. R.o /3.7.

21 21 OD Algemeen HR 22 juni 2010, LJN BL 5420, NJ 2010, 371 (Prov. Gelderland- Vitesse), AA 2010, p.878 Aansprakelijkheid van de overheid ex 162 (170) wegens overschrijding van bevoegdheden wordt niet snel aangenomen, maar die ‘actie’ is anderzijds geen ‘onneembare vesting’. Zie ook : Globe-Prov. Groningen (afgewezen).

22 22 OSVO versus Profit-sfeer Hof Arnhem 8 september 2009, JA 2010, 50, m.nt. Silakhori(Vriendendienst; OSVOof OD?) De helper valt van een trap die defect is, waaraan een veiligheidsrubber van een van de poten ontbreekt. Aansprakelijkheid van degene die om hulp verzocht? Rb. bevestigend, hof, idem. 30 % eigen schuld.

23 23 OSVO versus Profit-sfeer Rb. Haarlem 7 april 2010, LJN BM 0511,,JA 2010, 69 ( Kartbaan, gevaarzetting/hoofddoek) Zware inspanningsverplichting op de professionele organisatie jegens consumenten. Het wegen van de eigen verantwoordelijkheid. Omslag nodig???

24 24 Relativiteitsbeginsel De Hangmat- zaak, Rb Den Bosch 21 jan. 2009,LJN BH 0728, JA 2009, 52,NJF 2009, 105, stelt ons voor een relativiteitsprobleem. Wat is de reikwijdte van art. 6:174? F.Leopold, TVP 2009, blz.49 e.v.

25 25 Relativiteitsbeginsel Casus: M V Achmea Kan een medebezitter zijn medebezitter ex 174 aanspreken?

26 26 Relativiteitsbeginsel HR 8 oktober 2010, LJN BM6095, RvdW 2010, 1164, NJB 2010, HR onderschrijft de draagplichtgedachte als achterliggend motief voor 174..

27 27 Relativiteitsvereiste/Hangmat In de tekst van art. 6:174 is de reikwijdte van de risicoaansprakelijkheid van de bezitter van de gebrekkige opstal niet beperkt, dus ook niet tot derden (in de zojuist omschreven betekenis) die als gevolg van het gebrek schade lijden. Dat de art. 6: BW, die wel uitdrukkelijk zien op schade aan derden, zijn opgenomen in dezelfde afdeling als art. 6:174, pleit eerder tegen de opvatting dat ook art. 6:174 alleen derden op het oog heeft dan ervoor. De regeling van de hoofdelijke aansprakelijkheid van medebezitters (art. 6:180 lid 1 BW) past bij een op benadeelde derden gerichte aansprakelijkheid, maar is niet van belang voor de beantwoording van de vraag of onderlinge aansprakelijkheid van medebezitters van een gebrekkige opstal mogelijk is. De bewoordingen van art. 6:174 en het wettelijk stelsel staan dan ook op zichzelf niet in de weg aan de door [verweerster] verdedigde opvatting.

28 28 Relativiteitsvereiste/Hangmat De kernvraag is of het recht bescherming behoort te verlenen aan degene die, hoewel de aansprakelijkheid van art. 6:174 niet is gebaseerd op overtreding van enigerlei gedragsnorm, zelf in zekere zin medeverantwoordelijk geacht kan worden voor de gebrekkige opstal. Bij de geschetste stand van zaken, waarbij de wetgever de door [verweerster] bepleite aansprakelijkheid niet heeft uitgesloten, hangt de te maken keuze af van wat naar maatschappelijke opvattingen, in aanmerking genomen de belangen van de benadeelde, de bezitter en de aansprakelijkheidsverzekeraar, het meest redelijk moet worden geacht als reikwijdte van art. 6:174. Die keuze valt uit ten gunste van het standpunt van [verweerster]. Daarbij wordt het volgende in aanmerking genomen.

29 29 Relativiteitsvereiste/Hangmat Indien de medebezitter die schade lijdt ten gevolge van het gebrek geen enkele aanspraak zou hebben tegenover andere bezitters van de opstal, zou hij de schade volledig zelf moeten dragen en zouden de andere bezitters niets behoeven bij te dragen, hoewel ook zij in dezelfde relatie tot de gebrekkige opstal staan als de medebezitter die schade lijdt ten gevolge van het gebrek. Het is, vorenbedoeld uitgangspunt in aanmerking genomen, uit maatschappelijk oogpunt redelijker de schade van de benadeelde over alle bezitters te verdelen dan uitsluitend de benadeelde medebezitter de schade te laten dragen.

30 30 Relativiteitsvereiste/Hangmat Door [eiser 1] en Achmea is niet concreet gemotiveerd aangevoerd dat in het geval een aanspraak van medebezitters op grond van art. 6:174 wordt aangenomen, daardoor wezenlijk afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid tegen een relatief geringe premie de wettelijke aansprakelijkheid ter zake van schade door gebrekkige opstallen te verzekeren. Evenmin is voldoende aannemelijk geworden dat de vrees voor een onbeheersbare toename van claims als de onderhavige bewaarheid zal worden. In de polisvoorwaarden en door middel van de premiestelling zal de verzekeraar bovendien met de hier bedoelde aanspraken van medebezitters rekening kunnen houden.

31 31 Relativiteitsbeginsel Wie is ‘derde’ binnen afd 6.3.2? *Leden binnen gezinsverband zijn als ‘derden’ te beschouwen m.b.t. art *Geldt dat ook binnen afd (bij medebezitter 173/174 en t.a.v. 179), zo ja, dan heeft dat vergaande gevolgen.

32 32 Rampen Hof Amsterdam 25 okt. 2007, JA 2008, 2 (Vervolg Legionellazaak Aansprakelijkheid van de Staat: Aansprakelijkheid kan niet worden aangenomen op de enkele grond dat zich een risico heeft verwezenlijkt waarvan de Staat op de hoogte was of had moeten zijn (r.o. 4.7).

33 33 Rampen Vuurwerk-ramp uitspraken: HR 9 juli 2010, LJN: BL 3262, RvdW 2010, 898 (Vuurwerkramp) Rb. Den Haag 13 december 2006, JA 2007/28 (Vuurwerkramp vervolg); Hof Den Haag 24 augustus 2010, RAV 2010,97 ( X c.s.-m Fireworks, Gemeente en Staat)

34 34 Rampen HR 9 juli 2010, LJN: BL 3262, RvdW 2010, 898 (Vuurwerkramp) Verzekeraars, die uitkering deden aan Grolsch, nemen verhaal op de Staat Wat is de grondslag? Art. 6:162; maar hoe?

35 35 Rampen Hoe ver strekt de wetenschap van de Staat zich uit. Wetenschap van het risico van massa- explosie bij SEF of wetenschap van het risico van massa-explosie in het algemeen?

36 36 Rampen Ook verantwoordelijk voor gevaren welke de Staat niet kende?? Twee arresten: Beroep op: Natronloog Legionellabesmetting

37 37 Rampen Kern van de motivering staat in r.o. 4.11: De Staat is niet op grond van art. 6:162 aansprakelijk: * hetzij vanwege het feit hij de factoren niet kende of niet behoefde te kennen, hetzij omdat hij als hij die kennis wel had gehad, niet anders behoefde te handelen dan hij deed. De HR wijst erop, dat het hier betreft een casus van door anderen in het leven geroepen gevaar.

38 38 Kwalitatieve aansp.rheid HR 30 oktober 2009, RvdW 2009, 1272 LJN BJ 6020, RAV 2010, 6, NJ 2010, 52 (Blomaard- Gem. Utrecht): Bevestiging van de zeer ruime uitleg van art. 6:170 lid 1.

39 39 Kwalitatieve aanspr.heid Rb hanteert een ruime uitleg Hof hanteert een meer strikte uitleg. HR vernietigt die strikte uitleg. R.o /4.2.2.

40 40 Kwalitatieve aanspr.heid Let op! Er zijn twee wegen waarlangs de ambtenaar zijn schade vergoed kan krijgen: R.o Via het bestuursrecht; Via het privaatrecht

41 41 Kwalitatieve aanspr.heid HR 18 juni 2010, LJN BL9596, RvdW 2010, 773( Koeman Van der Burg- Sijm Agro BV). Correctie – zo men wil verduidelijking van Delfland- De Stoeterij De Kraal. Dat de derde-gelaedeerde weet dat de opdrachtgever en opdrachtnemer afzonderlijke ondernemingen uitoefenen, is niet steeds een beletsel voor de toepassing van art. 171.

42 42 Kwalitatieve aanspr.heid Lees ook de fraaie conclusie van A-G Spier: Strekking: Delfland moet je op een meer geobjectiveerde wijze lezen: ‘Voor wie niet te onderkennen is’ (Delfland), dat je moet je lezen als ‘wat in het algemeen niet te onderkennen valt’. (4.9.4.)

43 43 Kwalitatieve aanspr.heid Die ruimere opvatting ook zichtbaar in: Hof ’s-Gravenhage 15 juni 2010, LJN BN4732 (BV X-Duinwaterbedrijf Zuid- Holland). De kraan voert de kentekenen van WSW (opdr.nemer) en tóch is de opdrachtgever aanspr ex art. 171.

44 44 Kwalitatieve aanspr.heid Werkgeversaansprakelijkheid (art.7:658/611) HR 18 december 2009, RvdW 2010, 36, NJ 2010, 13, JA 2010, 31, LJN BJ8337 (ongeval tijdens sloopwerkzaamheden) Ingeval van fysieke beschadiging van de werknemer ligt de drempel van 7: 658 laag.

45 45 Kwalitatieve aanspr.heid Beroepsziekten (7:658 jo 7:611) HR 11 september 2009, JA 2010, 13, LJN BI6323, m.nt. Hoogeveen (Arkema Vlissingen BV- Pekaar) Samenloop 658/681!!!! Lees noot in JA!!

46 46 Kwalitatieve aanspr.heid CRvB 29 oktober 2009, JA 2010, 16, LJN BK (Ziekte van Lyme) De CRvB volgt op dit punt de civiele rechter. De bewijsnood komt voor rekening van de werkgever.

47 47 Kwalitatieve aanspr.heid Indien structureel onvoldoende beschermende kleding is uitgereikt (vanaf 1985 is de ziekte reeds bekend) komt de bewijsnood voor rekening van de werkgever (R.o. 5.4). Let op: er blijkt niet van ‘schuld of onvoorzichtigheid’ van de ambtenaar. R.o. 5.5.

48 48 Ontwikkeling inz 7:611 (Toegevoegd) Ktr. Utrecht 16 juni 2010, JA 2010, 104, LJN BM 9357 Oprekking van de verplichting de wn te verzekeren tegen risico’s. Idem: Hof Den Bosch 6 juli 2010, LJN BM0734, JAR 2010, 195

49 49 Kwalitatieve aanspr.heid HR 10 sept. 2010, LJN BM 7041 ( Scheel-St Bern Foundation). Geval van beroepsziekte (RSI) Vanaf welk moment bestaat er bij gelaedeerde een voldoende mate van bekendheid dat de schade die hij lijdt een gevolg is van tekortschieten of foutief handelen van zijn werkgever? In casu vordering verjaard; beroep verworpen.

50 50 Verhaalsrechten HR 27 november 2009, JA 2010, 15, LJN BJ7832(Schulp en Schuim BV- Zorg en Zekerheid UA) Strekking van art. 83c Zfw ( oud) Verhaalsrecht in geval van opzet of bewuste roekeloosheid zeer restrictief opvatten. Bewuste roekeloosheid van de chef is niet te vereenzelvigen met wetenschap van de directeur van de onderneming.

51 51 Verhaalsrechten Onder het nieuwe verzekeringsrecht is art. 7:962 lid 3 bepalend voor het al of niet kunnen nemen van regres. Te ver doorgevoerde uitsluiting van regres, althans volgens annotator. Zie noot JA 2010, 2010/15.

52 Toegevoegd Rb Utrecht 16 januari 2008, JA 2008, 38, LJN BC 1923 ( Functioneel verband met bedrijfsmatig gebruik?) De schade stond in functioneel verband met het bedrijf van de huurder van het gebouw. Maar was er ook een verband tussen het gebrek van de opstal en het bedrijf van de huurder? Kritiek van Oldenhuis/ Kolder in AV&S 2009, p. 38

53 Toegevoegd HR 26 nov 2010, LJN BM 9757 ( X- Edco Eindhoven BV) E----dochter A EDCO BV Exoneratie A-----EDCO BV EDCO spreekt E aan op grond van art 181/174 Verweer van E : de exoneratie geldt ook jegens E!!

54 Toegevoegd HR : er zijn twee gescheiden rechtspersonen A en E. Voor vereenzelviging is geen plaats. E heeft geen feiten dat zij erop mocht vertrouwen dat de exoneratie ook tegen haar zou gelden.( )

55 Toegevoegd art. 181: regel en uitzondenering Het middel voert aan dat de beschadigde goederen van Edco zich bevonden "in de hal van [A]" in het kader van de uitvoering van de opslagovereenkomst, die onmiskenbaar deel uitmaakte van haar bedrijfsuitoefening zodat daarmee wel degelijk verband bestaat. Volgens het middel is de uitzondering aan het slot van art. 6:181 lid 1 BW "niet reeds van toepassing als het ontstaan van schade (hier het instorten van het dak) niet als zodanig een gevolg is van de bedrijfsuitoefening" en is "het bestaan van enig verband tussen tussen de bedrijfsuitoefening en het ontstaan van schade in beginsel al voldoende te achten om die bepaling niet van toepassing te doen zijn".

56 56 181Toegevoegd Aldus bepleit het middel een zeer beperkte toepassing van de uitzondering in het slot van art. 6:181 lid 1 BW. Deze vindt geen steun in het recht. Uit de bewoordingen van deze bepaling dat "het ontstaan van de schade niet met de uitoefening van het bedrijf in verband staat" en uit hetgeen daarover wordt opgemerkt in Parl. Gesch. Boek 6, blz. 746 (geciteerd in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 16), moet worden afgeleid dat voor het ontbreken van de aansprakelijkheid van degene die in de opstal een bedrijf uitoefent, nodig en toereikend is dat tussen het ontstaan van het gebrek en de bedrijfsuitoefening geen verband bestaat. Het feit dat de beschadigde goederen in het kader van de opslagovereenkomst in de hal waren opgeslagen, brengt, anders dan het middel betoogt, dus niet mee dat reeds op grond daarvan het ontstaan van de schade in de zin van art. 6:181 lid 1 in verband staat met de bedrijfsuitoefening van [A]. De aanvaarding van de in het middel bepleite opvatting zou, in strijd met de kennelijke bedoeling van de wetgever en met een redelijke wetstoepassing, ertoe leiden dat de in de tenzij-bepaling vervatte uitzondering vrijwel zonder praktische betekenis zou blijven. Het hof heeft dan ook zonder miskenning van enige rechtsregel tot zijn bestreden oordeel kunnen komen, nu de schade het gevolg is van een gebrek in de dakconstructie dat - naar in cassatie tot uitgangspunt moet dienen - niet is veroorzaakt door of in verband staat met de bedrijfsuitoefening van [A]. Het middel faalt dus.

57 57 Schade HR 9 oktober 2009, RvdW 2009, 1154, JA 2010, 8, LJN BI8583 (Shockschade II) Restrictieve aanpak van de HR m.b.t. de kring van belanghebbenden.

58 58 Voordeelstoerekening HR 1 oktober 2010, LJN BM 7808,RvdW 2010,1120 ( Verhaeg-Jenniskens BV) Werkgever erkent aansprakelijkheid ex art.7:658 BW. Werkgever heeft tevens ten behoeven van de wn een ongevallenverzekering gesloten.

59 59 Voordeelstoerekening Vraag: moet het bedrag dat aan de wn wordt uitgekeerd door ongevallenverzekeraar worden afgetrokken van de uitkering waarop de wn rechtens aanspraak heeft in het kader van art.7:658BW?

60 60 Voordeelstoerekening Het moet gaan op dezelfde schade, pas dan verrekening toepassen! De rechter zal terughoudend moeten zijn om volledige verrekening toe te passen. Bij een schadeverz. eerder reden voor verrekening dan bij een sommenverz. Bij een sommenverz. weer wél verrek. indien de aansprakelijke persoon de premie betaalde, tenzij……...


Download ppt "1 Onrechtmatige daad, kwalitatieve aansprakelijkheid en schadevergoeding NETLAW/december 2010 UTRECHT."

Verwante presentaties


Ads door Google