De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Observeren en stimuleren van spraak en taal bij peuters Cursus voor leidsters van peuterspeelzalen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Observeren en stimuleren van spraak en taal bij peuters Cursus voor leidsters van peuterspeelzalen."— Transcript van de presentatie:

1 Observeren en stimuleren van spraak en taal bij peuters Cursus voor leidsters van peuterspeelzalen

2 Programma eerste bijeenkomst Programma eerste bijeenkomst Welkom Welkom Observeren Observeren Invloed van de omgeving op gedrag van kind Invloed van de omgeving op gedrag van kind Pauze Pauze De normale taalontwikkeling De normale taalontwikkeling Minimum spreeknormen Minimum spreeknormen Signaleringslijst spraak-/taalontwikkeling voor kinderen van 2 tot 4 jaar Signaleringslijst spraak-/taalontwikkeling voor kinderen van 2 tot 4 jaar Opdracht Opdracht Afsluiting Afsluiting

3 Observeren Observeren is voorwaarde voor: - stimuleren van spraak / taal - signaleren van eventuele achterstanden Belangrijke begrippen: - Objectiviteit - Interpretatie - Vraagstelling - Continue methode - Flits methode

4 Videofragment 1 Observatie-opdracht bij videofragment 1: Hoe is het spelgedrag van Lars (volgens de Continue methode)? Hoe is het spelgedrag van Lars (volgens de Continue methode)?

5

6 Observatie-opdracht bij videofragment 1: Hoe is het spelgedrag van Lars (volgens de Continue methode)? Nabespreken: Elke leidster noemt 2 observaties. Objectief of subjectief? Was de vraagstelling goed? Maakt Lars constant geluid (volgens de Flits methode, ja / nee, elke 10 seconden)?

7

8 Observatie-opdracht bij videofragment 1: - Maakt Lars constant geluid (volgens de Flits methode, ja / nee, elke 10 seconden)? Nabespreken: Heeft iedereen dezelfde antwoorden? Waar ligt dit aan?

9 Invloed van omgeving op gedrag kind Ontwikkeling van het gedrag Onwikkelingsfactoren in het kind Invloeden van buitenaf, o.a. in de speelzaal 1. Motorisch gedrag - Lichamelijke ontwikkeling - Zintuigen - Materiaal - Ruimte 2. Adaptief gedrag - Begaafdheid - Geheugen - Tempo-spankracht - Taakgerichtheid - Leiding - Groep - Regels (en buiten de speelzaal:) 3. Taal / Spraakgedrag Communicatie - Naar buiten gerichte belangstelling - Naar buiten gerichte belangstelling - Relatie-opbouw - Emoties - Ouders/opvoeders - Gezin / broers, zussen - Cultuur - Verzorging - Emotionele bedreigingen 4. Persoonlijk-soc. gedrag Reactie op anderen Mijn / Dijn Gezinsleven Gedrag in de groep

10 Vraag bij schema: Wat is de rol van de leidster bij de spraak- en taalontwikkeling van het kind? Wat is de rol van de leidster bij de spraak- en taalontwikkeling van het kind?

11 Videofragment 2a en 2b Observatie-opdracht bij videofragment 2a en 2b: - Kijk eerst een keer rustig zonder opdracht

12

13

14 Videofragment 2a en 2b Observatie-opdracht bij videofragment 2a en 2b: Verdeling in 3 groepen met elk een opdracht 1. Hoe praat Sam (Welke uitingen)? 2. Hoe praat de volwassene (lengte uitingen, beurtname)? 3. Hoe is de interactie (oog-/lichamelijk contact, verbaal/ non-verbaal)?

15

16

17 Videofragment 2a en 2b Observatie-opdracht bij videofragment 2a en 2b: Verdeling in 3 groepen met elk een opdracht 1. Hoe praat Sam (Welke uitingen)? 2. Hoe praat de volwassene (lengte uitingen, beurtname)? 3. Hoe is de interactie (oog-/lichamelijk contact, verbaal/ non-verbaal)? Nabespreking: Objectief of interpretatie?

18 PAUZE

19 De normale spraak- en taalontwikkeling Taalaspecten: Taalaspecten: Taalbegrip(receptief) Taalbegrip(receptief) Taalgebruik(productief) Taalgebruik(productief) Niveaus waarop een taal beschreven kan worden: Niveaus waarop een taal beschreven kan worden: Woordenschat(semantiek) Woordenschat(semantiek) Zinsbouw(syntaxis) Zinsbouw(syntaxis) Grammatica(morfologie) Grammatica(morfologie) Klankontwikkeling(fonologie) Klankontwikkeling(fonologie) Taalgedrag/gespreksregels(pragmatiek) Taalgedrag/gespreksregels(pragmatiek) Drie onderzoeksgebieden: Vorm, Inhoud en Gebruik Drie onderzoeksgebieden: Vorm, Inhoud en Gebruik

20 Start normale ontwikkeling bij geboorte Start normale ontwikkeling bij geboorte Grotendeels voltooid op 10-jarige leeftijd Grotendeels voltooid op 10-jarige leeftijd Voorwaarden: Voorwaarden: Normale ontwikkeling op andere vlakken (sensorisch, motorisch, cognitief,..) Normale ontwikkeling op andere vlakken (sensorisch, motorisch, cognitief,..) Voldoende en aangepast taalaanbod Voldoende en aangepast taalaanbod

21 Fases in de taalontwikkeling Voortalige fase: maanden Voortalige fase: maanden Vroegtalige fase:1;0 - 2;6 jaar Vroegtalige fase:1;0 - 2;6 jaar Differentiatiefase:2;6 - 5;0 jaar Differentiatiefase:2;6 - 5;0 jaar Voltooiingsfase:vanaf 5;0 jaar Voltooiingsfase:vanaf 5;0 jaar Houd de reader verder bij de hand voor duidelijke voorbeelden van kinderuitingen in deze fases.

22 Voortalige fase (0 – 12 maanden) 0 tot 9 maanden 0 tot 9 maanden Huilen, vocaliseren (vooral ‘eh’-klanken), oogcontact, glimlachen, brabbelen (=universele zelfgemaakte geluiden met veelal lipklanken, die door het kind en zijn omgeving worden herhaald) Huilen, vocaliseren (vooral ‘eh’-klanken), oogcontact, glimlachen, brabbelen (=universele zelfgemaakte geluiden met veelal lipklanken, die door het kind en zijn omgeving worden herhaald) 9 tot 12 maanden 9 tot 12 maanden Sociaal brabbelen: imitatie-fase (het kind past zijn klanken aan aan wat het hoort in zijn omgeving), vaste klankgroepen voor voorwerpen/gebeurtenissen Sociaal brabbelen: imitatie-fase (het kind past zijn klanken aan aan wat het hoort in zijn omgeving), vaste klankgroepen voor voorwerpen/gebeurtenissen Minimum spreeknorm 1 jaar: Veel en gevarieerd brabbelen

23 Vroegtalige fase (1;0 – 2;6 jaar) 1 tot 1 ½ jaar 1 tot 1 ½ jaar Brabbelen met melodie en intonatie van de moedertaal Brabbelen met melodie en intonatie van de moedertaal Rond 15 maanden begrip van enkele dagelijks gebruikte woorden Rond 15 maanden begrip van enkele dagelijks gebruikte woorden Spreken van de eerste woordjes Spreken van de eerste woordjes Minimum spreeknorm 1 ½ jaar: Tenminste 5 woordjes, woordopbouw nog onvolledig

24 1 ½ tot 2 jaar 1 ½ tot 2 jaar Brabbelen neemt af Brabbelen neemt af Begin tweewoord-zinnen Begin tweewoord-zinnen Uitspraakfouten komen nog voor Uitspraakfouten komen nog voor Telegramsstijlfase Telegramsstijlfase Minimum spreeknorm 2 jaar: Zinnen van twee woorden, woordopbouw nog onvolledig

25 Differentiatiefase (2;6 – 5;0 jaar) (p.s.z.-leeftijd !) 2 tot 3 jaar 2 tot 3 jaar Woordenschat breidt zich uit, zowel actief als passief Woordenschat breidt zich uit, zowel actief als passief Eerste medeklinkerverbindingen Eerste medeklinkerverbindingen Korte zinnetjes (3-5 woorden) Korte zinnetjes (3-5 woorden) Minimum spreeknorm 3 jaar: 5 woorden, zinsopbouw nog niet correct, geen opvallende nasaliteit meer, 75 % is verstaanbaar

26 3 tot 4 jaar 3 tot 4 jaar Langere zinnen Langere zinnen Woordenschat breidt zich uit Woordenschat breidt zich uit Kind ontdekt regels in de taal Kind ontdekt regels in de taal ‘Waarom’ – periode ‘Waarom’ – periode /r/, /l/ en diverse klankcombinaties nog moeilijk /r/, /l/ en diverse klankcombinaties nog moeilijk Haperen Haperen Minimum spreeknorm 4 jaar: Langere zinnen met eenvoudige opbouw, nog wel problemen met meervoudsvormen en vervoegingen, vvv-regel: het vierjarig kind is verstaanbaar voor vreemden

27 4 tot 5 jaar 4 tot 5 jaar Zinnen langer en vollediger Zinnen langer en vollediger Bewust van het onvermogen bepaalde klanken uit te spreken Bewust van het onvermogen bepaalde klanken uit te spreken Onbeklemtoonde lettergrepen mogen niet meer weggelaten worden Onbeklemtoonde lettergrepen mogen niet meer weggelaten worden Inzicht in taalregels rijpt meer en meer Inzicht in taalregels rijpt meer en meer Minimum spreeknorm 5 jaar: Goed gevormde en samengestelde zinnen, in staat tot het volgen en voeren van gesprekjes, vrijwel alles het volgen en voeren van gesprekjes, vrijwel alles verstaanbaar verstaanbaar

28 Voltooiingsfase (5-10 jaar) Uitspraak: nagenoeg correct (eind groep 2 moet ook de /r/ goed uitgesproken kunnen worden) Uitspraak: nagenoeg correct (eind groep 2 moet ook de /r/ goed uitgesproken kunnen worden) Woordenschat: blijft zeer sterk uitbreiden Woordenschat: blijft zeer sterk uitbreiden Woordvorming: meeste regels gekend Woordvorming: meeste regels gekend Zinsbouw: steeds langere zinnen Zinsbouw: steeds langere zinnen Kritischer op taalgebruik van zichzelf en anderen Kritischer op taalgebruik van zichzelf en anderen Relatie tussen taal en denken gaat grote rol spelen Relatie tussen taal en denken gaat grote rol spelen De verschillen tussen mensen zijn enorm De verschillen tussen mensen zijn enorm

29 Videofragment 3 Observatie-opdracht bij video-fragment 3: Bekijk het fragment eerst rustig zonder opdracht

30

31 Observatie-opdracht bij video-fragment 3: Schrijf uitingen van Lars op (=taalsample)

32

33 Observatie-opdracht bij video-fragment 3: Schrijf uitingen van Lars op (=taalsample) Nabespreken taalsample. Over welke niveaus van de taal kunnen we iets zeggen?

34 Taalsample Lars: Taalsample Lars: ‘Sven moet nog meer?’S: ‘Wat?’ ‘Sven moet nog meer?’S: ‘Wat?’ ‘Nog meer?’S: ‘Ik heb genoeg gehad.’ ‘Nog meer?’S: ‘Ik heb genoeg gehad.’ ‘Mama, jij wel?’M: ‘Ik lust nog wel een beetje.’ ‘Mama, jij wel?’M: ‘Ik lust nog wel een beetje.’ ‘Zo he? Goed?’ ‘Zo he? Goed?’ ‘Ho, ‘s wel goed.’S: ‘Is ‘ie leeg?’ ‘Ho, ‘s wel goed.’S: ‘Is ‘ie leeg?’ ‘He ?S: ‘ Ja, hij is leeg.’ ‘He ?S: ‘ Ja, hij is leeg.’ (gaat drinken): ‘Nee!’S:’Wel, nou is ‘ie wel leeg.’ (gaat drinken): ‘Nee!’S:’Wel, nou is ‘ie wel leeg.’ ‘Nou is ‘ie wel leeg. Nou moet je nieuwe halen. Nou moet je even nieuwe halen.’ ‘Nou is ‘ie wel leeg. Nou moet je nieuwe halen. Nou moet je even nieuwe halen.’

35 T.a.v. de Taalvorm: T.a.v. de Taalvorm: Vijfwoordzinnen Vijfwoordzinnen Geen articulatiefouten Geen articulatiefouten Gebruikt werkwoorden, bijwoorden, bijvoeglijk naamwoorden, persoonlijk voornaamwoorden Gebruikt werkwoorden, bijwoorden, bijvoeglijk naamwoorden, persoonlijk voornaamwoorden Juiste vervoeging van werkwoorden (t.t., 3e p.ev) Juiste vervoeging van werkwoorden (t.t., 3e p.ev) T.a.v. Taalinhoud: T.a.v. Taalinhoud: Verwoordt correct wat er aan de hand is Verwoordt correct wat er aan de hand is Gebruik ontkenning (‘niet leeg’), toekenning van eigenschap (‘is leeg’), bijwoord van tijd (‘nou’) en oorzaak-gevolg (‘nou is ‘ie wel leeg, nou moet je nieuwe halen’) Gebruik ontkenning (‘niet leeg’), toekenning van eigenschap (‘is leeg’), bijwoord van tijd (‘nou’) en oorzaak-gevolg (‘nou is ‘ie wel leeg, nou moet je nieuwe halen’) T.a.v. Taalgebruik: T.a.v. Taalgebruik: Communiceert d.m.v. taal Communiceert d.m.v. taal Speelt in op situaties m.b.v. taal, binnen het hier en nu Speelt in op situaties m.b.v. taal, binnen het hier en nu Reageert adequaat op vragen en antwoorden van Sven en moeder Reageert adequaat op vragen en antwoorden van Sven en moeder

36 Minimum spreeknormen Minimum spreeknorm 1 jaar: Veel en gevarieerd brabbelen Minimum spreeknorm 1 ½ jaar: Tenminste 5 woordjes, woordopbouw nog onvolledig Minimum spreeknorm 2 jaar: Zinnen van twee woorden, woordopbouw nog onvolledig Minimum spreeknorm 3 jaar: 5 woorden, zinsopbouw nog niet correct, geen opvallende nasaliteit meer, 75 % is verstaanbaar

37 Minimum spreeknorm 4 jaar: Langere zinnen met eenvoudige opbouw, nog wel problemen met meervoudsvormen en vervoegingen, vvv-regel: het vierjarig kind is verstaanbaar voor vreemden Minimum spreeknorm 5 jaar: Goed gevormde en samengestelde zinnen, in staat tot het volgen en voeren van gesprekjes, vrijwel alles het volgen en voeren van gesprekjes, vrijwel alles verstaanbaar verstaanbaar

38 Signaleringslijst spraak-/taalontwikkeling voor kinderen van 2 tot 4 jaar Algemeen Algemeen Mondgedrag Mondgedrag Spraak Spraak Taal Taal Gehoor Gehoor Stem Stem Omcirkelen antwoord onder kolom ‘geen risico’ of ‘risico’ (door p.s.z.-leidster). Bij 1 of meerdere keren dat laatste omcirkeld, dan risico voor spraak-/taal- ontwikkeling. Ouders dienen ingelicht te worden.

39 Opdracht Neem de hele signaleringslijst af bij een kind waar je je zorgen over maakt uit je groep. Probeer objectief te kijken! Neem de hele signaleringslijst af bij een kind waar je je zorgen over maakt uit je groep. Probeer objectief te kijken! Evt. ook notatie van een aantal taaluitingen van het kind. Evt. ook notatie van een aantal taaluitingen van het kind. Tijdens de tweede bijeenkomst zullen we een aantal observaties bespreken.

40 Einde

41 Programma tweede bijeenkomst Welkom Welkom Vragen n.a.v. de tekst in de reader? Vragen n.a.v. de tekst in de reader? Bespreken huiswerkopdracht Signaleringslijst log. problemen Bespreken huiswerkopdracht Signaleringslijst log. problemen Spraak- en taalstoornissen bij kinderen (p.21 >) Spraak- en taalstoornissen bij kinderen (p.21 >) Stoornissen van de primaire mondfuncties Stoornissen van de primaire mondfuncties Stoornissen van horen en luisteren Stoornissen van horen en luisteren Stoornissen van de vloeiendheid (Stotteren) Stoornissen van de vloeiendheid (Stotteren) Gerichte stimulering van taal en spraak Gerichte stimulering van taal en spraak Verbetering van de interactie tussen opvoeder en kind Verbetering van de interactie tussen opvoeder en kind Gesprekken met ouders Gesprekken met ouders Afsluiting Afsluiting

42 Vragen n.a.v. de tekst in de reader? Vragen n.a.v. de tekst in de reader? Bespreken huiswerkopdracht Signaleringslijst log. problemen Bespreken huiswerkopdracht Signaleringslijst log. problemen Wie wil casus laten horen? Wie wil casus laten horen? Risico voor spraak-/taalontwikkeling (p. 32/33)? Risico voor spraak-/taalontwikkeling (p. 32/33)? Uitingen van het kind? Uitingen van het kind? Al met ouders besproken?/ Andere actie ondernomen? (Verwijzing?) Al met ouders besproken?/ Andere actie ondernomen? (Verwijzing?)

43 Spraak- en taalstoornissen Primaire taalstoornissen (SLI) Primaire taalstoornissen (SLI) Secundaire taalstoornissen Secundaire taalstoornissen Taalstoornissen die een uiting zijn van een neurologische stoornis Taalstoornissen die een uiting zijn van een neurologische stoornis Bij SLI geen sprake van: - een verstandelijke handicap - een hoorprobleem - een afwijking aan de spraakorganen - een neurologische stoornis - autisme - een zeer zwakke sociale omgeving

44 Onderscheid tussen stoornissen bij: taalproductie-functies (Spreken, Schrijven) taalproductie-functies (Spreken, Schrijven) taalperceptie-functies (Luisteren, Lezen) taalperceptie-functies (Luisteren, Lezen) - In elk van deze functies kan iets misgaan. - Dikwijls onevenwichtige ontwikkeling van de diverse taalaspecten (Taal beter begrijpen dan spreken of zelfs andersom) Belangrijk: Diagnositiek binnen een multi- disciplinair team

45 Video Meisje, 3;11 jaar Meisje, 3;11 jaar Taalontwikkelingsstoornis Taalontwikkelingsstoornis

46

47

48 Stoornissen van de primaire mondfuncties Mijlpalen in de ontwikkeling Mijlpalen in de ontwikkeling Zuigen* (borst-/ flesvoeding) Zuigen* (borst-/ flesvoeding) Afhappen (lepelvoeding) Afhappen (lepelvoeding) (Willekeurig) slikken (Willekeurig) slikken Kauwen Kauwen *Zuigen door een rietje is een secundaire mondfunctie Afwijkende mondgewoonten Afwijkende mondgewoonten Open mondgedrag en mondademhaling Open mondgedrag en mondademhaling Duim- en vingerzuigen Duim- en vingerzuigen Langdurig gebruik van flesjes, tuitbekers of spenen Langdurig gebruik van flesjes, tuitbekers of spenen Afwijkende slik Afwijkende slik

49 Afwijkende mondgewoonten schadelijk: Afwijkende mondgewoonten schadelijk: voor de gezondheid voor de gezondheid voor het gehoor voor het gehoor voor de kaak- en gebitsstand voor de kaak- en gebitsstand voor de spraak voor de spraak

50 Video Kind, 4;0 jaar Kind, 4;0 jaar Open mond Open mond

51

52

53 Stoornissen van horen en luisteren Bij geboorte hoort kind geluiden > 30 dB Bij geboorte hoort kind geluiden > 30 dB Met 3 maanden: begin van richtinghoren Met 3 maanden: begin van richtinghoren Vanaf 6 maanden: verfijnder horen Vanaf 6 maanden: verfijnder horen Met 8 maanden: geluiden associeren met betekenis Met 8 maanden: geluiden associeren met betekenis Vanaf 9 maanden: zachte geluiden lokaliseren Vanaf 9 maanden: zachte geluiden lokaliseren Met 2 jaar: Met 2 jaar: goed richting-horen goed richting-horen discriminatie van spraakklanken discriminatie van spraakklanken

54 Na de leeftijd van 2 jaar: Na de leeftijd van 2 jaar: Verbetering van auditieve concentratie Verbetering van auditieve concentratie Verbetering van het auditief geheugen Verbetering van het auditief geheugen Verfijning van de auditieve discriminatie Verfijning van de auditieve discriminatie Bij verminderd gehoor = ontwikkeling vertraagd of verstoord -> Kan resulteren in een vertraagde spraak-/taalontwikkeling Bij verminderd gehoor = ontwikkeling vertraagd of verstoord -> Kan resulteren in een vertraagde spraak-/taalontwikkeling (en problemen met lezen / spellen)

55 Stoornissen van de vloeiendheid Normale niet-vloeiendheden Normale niet-vloeiendheden Haperen, aarzelen, herhalingen, herzien van zinnen Haperen, aarzelen, herhalingen, herzien van zinnen Vooral tussen 2 en 6 jaar Vooral tussen 2 en 6 jaar Stotteren Stotteren Hoge frequentie Hoge frequentie Niet losjes en ontspannen, maar met veel inspanning Niet losjes en ontspannen, maar met veel inspanning Risico: Houding en reacties van ouders Risico: Houding en reacties van ouders

56 Meer risico om blijvend te gaan stotteren, als: Meer risico om blijvend te gaan stotteren, als: Er meer aarzelingen en herhalingen voorkomen Er meer aarzelingen en herhalingen voorkomen Er duidelijk ‘vechtgedrag’ voorkomt Er duidelijk ‘vechtgedrag’ voorkomt Het kind het gevoel krijgt niet goed te spreken/ zich op een negatieve manier van spreekprobleem bewust is ->angst voor woorden, spreeksituaties, mensen. Het kind het gevoel krijgt niet goed te spreken/ zich op een negatieve manier van spreekprobleem bewust is ->angst voor woorden, spreeksituaties, mensen. Belangrijk: Opbouw neutraal bewustzijn kind -> Belangrijk: Opbouw neutraal bewustzijn kind -> Luisteraars moeten neutraal op stotteren reageren

57 Video Jongen, 4;5 jaar Jongen, 4;5 jaar Beginnend stotteren Beginnend stotteren

58

59

60 Introductie Hanen-methode

61 Wat valt op? Wat valt op? Vader is leraar Vader is leraar Niet kind-gericht; kind wordt overvraagd / geexamineerd Niet kind-gericht; kind wordt overvraagd / geexamineerd Moeder stelt gesloten vraag Moeder stelt gesloten vraag Staat boven het kind (Geen ooghoogte) Staat boven het kind (Geen ooghoogte)

62 Verbetering van de interactie tussen opvoeder en kind Goede en prettige manier om met jonge kinderen te communiceren en hen te stimuleren in hun taalontwikkeling d.m.v. Hanen-methode Goede en prettige manier om met jonge kinderen te communiceren en hen te stimuleren in hun taalontwikkeling d.m.v. Hanen-methode Kindgeorienteerde methode (=filter-theorie versus spons-theorie*) Kindgeorienteerde methode (=filter-theorie versus spons-theorie*) Volwassene is ‘speelpartner’ (Stemt taal en gedrag af op het niveau van het kind) Volwassene is ‘speelpartner’ (Stemt taal en gedrag af op het niveau van het kind) Vaak volwassene automatisch in rol van helper en juf -> kind wordt in rol gedwongen van iemand die alleen maar reageert Vaak volwassene automatisch in rol van helper en juf -> kind wordt in rol gedwongen van iemand die alleen maar reageert

63 Voordelen VAT: Voordelen VAT: Doorbreken evt. weerstand van het kind ->Kind krijgt plezier in communiceren Doorbreken evt. weerstand van het kind ->Kind krijgt plezier in communiceren Kind kan de grote varieteit aan taalfuncties gebruiken die zijn communicatie en denkvermogen verrijken Kind kan de grote varieteit aan taalfuncties gebruiken die zijn communicatie en denkvermogen verrijken VAT=Volgen, Aanpassen (aan gedrag van kind), Toevoegen (van taal en ervaringen) VAT=Volgen, Aanpassen (aan gedrag van kind), Toevoegen (van taal en ervaringen)

64 Volgen doe je door: Kijken Kijken Kijken helpt om te herkennen wat het kind voelt en nodig heeft Kijken helpt om te herkennen wat het kind voelt en nodig heeft Wachten Wachten Wachten geeft het kind de kans om op zijn eigen manier iets duidelijk te maken Wachten geeft het kind de kans om op zijn eigen manier iets duidelijk te maken Luisteren Luisteren Luisteren moedigt het kind aan zich te uiten. Luisteren moedigt het kind aan zich te uiten.

65 Aanpassen doe je door: Op ooghoogte te zijn met het kind Op ooghoogte te zijn met het kind Door waar het kind mee bezig is te imiteren Door waar het kind mee bezig is te imiteren Door te vertalen wat het kind zegt Door te vertalen wat het kind zegt Door vragen te stellen op het juiste niveau, op het moment dat je echt iets wilt weten Door vragen te stellen op het juiste niveau, op het moment dat je echt iets wilt weten Door open te staan voor stemming en gedrag van het kind en in te spelen op veranderingen Door open te staan voor stemming en gedrag van het kind en in te spelen op veranderingen

66 Toevoegen doe je door: Datgene wat het kind ervaart te verwoorden Datgene wat het kind ervaart te verwoorden Uitleg te geven bij ongewone en spontane situaties Uitleg te geven bij ongewone en spontane situaties Informatie te geven bij situaties waarbij er iets mis gaat Informatie te geven bij situaties waarbij er iets mis gaat Een bepaald onderwerp of thema te verbreden: Een bepaald onderwerp of thema te verbreden: Benoemen, beschrijven, uitleggen, over gevoelens erbij spreken, doen alsof, praten over toekomst en verleden, verplaatsen in de wereld van het kind, vergelijken, categoriseren Benoemen, beschrijven, uitleggen, over gevoelens erbij spreken, doen alsof, praten over toekomst en verleden, verplaatsen in de wereld van het kind, vergelijken, categoriseren

67 Video Hanen-methode VAT-methodiek VAT-methodiek Verbetering van de ouder – kind interactie Verbetering van de ouder – kind interactie

68 VAT-methode in de groep (voorbeelden p.35, reader) Goed observeren van de situaties Goed observeren van de situaties Situaties uitlokken Situaties uitlokken Gebruik maken van alle individuele momenten Gebruik maken van alle individuele momenten Langer wachten op een reactie, maar ook betrokkenheid tonen Langer wachten op een reactie, maar ook betrokkenheid tonen Over jezelf praten en je eigen ervaringen Over jezelf praten en je eigen ervaringen Laten merken dat je het kind begrijpt Laten merken dat je het kind begrijpt Stiltes respecteren, evt. eerst non-verbaal spelen Stiltes respecteren, evt. eerst non-verbaal spelen

69 Niet bang zijn voor moeilijke woorden Niet bang zijn voor moeilijke woorden Een nieuw woord veel herhalen Een nieuw woord veel herhalen Je bewust zijn van wat een kind begrijpt Je bewust zijn van wat een kind begrijpt Je bewust zijn van je spreektempo, mimiek en expressie Je bewust zijn van je spreektempo, mimiek en expressie Context bieden d.m.v. materialen en tekeningen Context bieden d.m.v. materialen en tekeningen Beroep doen op het denkvermogen Beroep doen op het denkvermogen Kind niet onderschatten Kind niet onderschatten Jezelf verplaatsen in de wereld van het kind Jezelf verplaatsen in de wereld van het kind

70 Video VAT-methode in de groep VAT-methode in de groep Gesprek met peuters / kleuters Gesprek met peuters / kleuters

71

72

73 Gerichte stimulering van taal en spraak T.a.v. praten met kinderen: T.a.v. praten met kinderen: Praat zelf rustig en duidelijk Praat zelf rustig en duidelijk Maak (korte) zinnen op het niveau van het kind of daar net iets boven Maak (korte) zinnen op het niveau van het kind of daar net iets boven Laat foutieve woorden of zinnen in de goede vorm terughoren Laat foutieve woorden of zinnen in de goede vorm terughoren

74 Verbetering van de mondmotoriek Stimuleren van de tongmotoriek: Stimuleren van de tongmotoriek: Tongspelletjes Tongspelletjes Stimuleren van de lipmotoriek: Stimuleren van de lipmotoriek: Blazen, fluiten, lipspelletjes Blazen, fluiten, lipspelletjes Stimuleren van de gehemeltefunctie: Stimuleren van de gehemeltefunctie: Blaas- en zuigoefeningen Blaas- en zuigoefeningen

75 Stimulering van gehoor en luistervaardigheid Geluidsspelletjes, versjes en liedjes, spelletjes om auditief geheugen te trainen Geluidsspelletjes, versjes en liedjes, spelletjes om auditief geheugen te trainen Suggestie: Zet de liedjes en versjes uit de groep op papier en geef ze mee aan de ouders Suggestie: Zet de liedjes en versjes uit de groep op papier en geef ze mee aan de ouders

76 Stimulering van de articulatie Liedjes zingen Liedjes zingen Versjes opzeggen Versjes opzeggen Klankspelletjes (met ondersteuning van gebaren) Klankspelletjes (met ondersteuning van gebaren) Suggestie: Spreek zelf duidelijk de klank uit waar je mee bezig bent. Zorg dat je hele uitspraak rustig en duidelijk is. Suggestie: Spreek zelf duidelijk de klank uit waar je mee bezig bent. Zorg dat je hele uitspraak rustig en duidelijk is.

77 Gesprekken met ouders Bij slecht-nieuwsgesprekken vaak toevlucht tot ‘tactiek’: Bij slecht-nieuwsgesprekken vaak toevlucht tot ‘tactiek’: Vermijdingsreactie Vermijdingsreactie ‘Hang yourself’-methode ‘Hang yourself’-methode ‘Pil vergulden’-methode ‘Pil vergulden’-methode Justificatie-methode Justificatie-methode Indirect-contact methode Indirect-contact methode

78 3 fases in goed verlopend slecht- nieuws gesprek 1. Meedelen van slecht nieuws Zo direct mogelijk (Onzekerheid ouders verminderen) Zo direct mogelijk (Onzekerheid ouders verminderen) Korte motivering: benoemen wat je opgemerkt hebt Korte motivering: benoemen wat je opgemerkt hebt Spreek je zorg uit naar ouders (vanuit jezelf spreken) Spreek je zorg uit naar ouders (vanuit jezelf spreken)

79 2. Frustratievermindering Ouder moet kans (tijd) krijgen zijn gevoelens te verwerken Ouder moet kans (tijd) krijgen zijn gevoelens te verwerken Toon begrip en verwoordt gevoelens van de ouders Toon begrip en verwoordt gevoelens van de ouders Geef verdere informatie / uitleg (observaties, signaleringslijst) Geef verdere informatie / uitleg (observaties, signaleringslijst)

80 3. Afsluiting en evt. probleemoplossing Welke stappen moeten er worden genomen Welke stappen moeten er worden genomen Geef evt. schriftelijke informatie mee voor thuis Geef evt. schriftelijke informatie mee voor thuis Geef aan dat je altijd bereid bent er nog eens op terug te komen Geef aan dat je altijd bereid bent er nog eens op terug te komen

81 Vragen? Opmerkingen?

82 Afsluiting Invullen evaluatieformulieren Invullen evaluatieformulieren In ontvangst nemen bewijs van deelname In ontvangst nemen bewijs van deelname

83 Einde


Download ppt "Observeren en stimuleren van spraak en taal bij peuters Cursus voor leidsters van peuterspeelzalen."

Verwante presentaties


Ads door Google