De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Duizeligheid Waar draait het om? Erik Frölke,Madeleine Noteborn HAB afd HAG ErasmusMC dec 2011.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Duizeligheid Waar draait het om? Erik Frölke,Madeleine Noteborn HAB afd HAG ErasmusMC dec 2011."— Transcript van de presentatie:

1 Duizeligheid Waar draait het om? Erik Frölke,Madeleine Noteborn HAB afd HAG ErasmusMC dec 2011

2 2 Casus 1  74 jarige heer Bergsma liggend op de grond aangetroffen in zijn aanleunwoning.  Bekend met de ziekte van Meniere  Vorig jaar hartinfarct  Medicatie: atenolol,acetylsalicyl 80 mg,furosemide en betahistine 2x16mg  Alles draait om hem heen. Het lukt de verpleging niet hem overeind te krijgen.

3 3 Casus 1  Wat zou er aan de hand kunnen zijn?

4 4 Casus 1  De heer Bergsma ligt op de grond in zijn slaapkamer.  Hij is goed aanspreekbaar en kan vertellen wat er is gebeurd.  Half uur geleden plotselinge aanval van duizeligheid, hij raakte gedesorienteerd en viel.  Hij kent dit, want hij heeft de ziekte van Meniere

5 5 Casus 1  Wat wilt U weten over de aard van de nu aanwezige duizeligheid?

6 6 Casus 1  Spontane aanval van draaiduizeligheid.  Geen neurologische uitval  Wel pijn in zijn rechter arm waar hij op gevallen is, er zijn geen aanwijzingen voor een breuk.  Het valt je op dat hij onduidelijk praat, maar volgens de verpleging is dit al langer zo.

7 7 Casus 1  Waarom ben je zo geinteresseerd in het onduidelijke praten?

8 8 Casus 2 Jantine de Jong, 16 jaar, komt op het spreekuur. De afgelopen maanden 3 keer flauwgevallen, zelfs een keer de ambulance gebeld.

9 9 Casus 2 Welke vragen stel je in de anamnese? Welke vragen stel je in de anamnese?

10 10 Casus 2  5 keer flauwgevallen,de eerste keer met teveel alcohol op  Transpireren, bleek zien en dan flauwvallen  1 minuutje later alweer bij  Nichtje overleden aan een hartstilstand  1 keer flauwgevallen op de atletiek baan tijdens het trekken van een sprint, de andere keren bij een popconcert,ruzie en menstruatie  Geen medicatie,geen KNO problemen

11 11 Casus 2  Welk gegeven uit de anamnese geeft U een  niet-pluis gevoel?

12 12 Casus 2  Verricht je lichamelijk onderzoek?  Zo ja,welk?

13 13 Casus 2  Wat is je beleid?

14 14 Casus 3  Mevrouw Wierenga,84 jaar heup gebroken.  Revalidatie gaat moeizaam,maar nu is ze weer thuis  Tijdens een visite vertelt ze je dat ze bij staan en lopen een onvast gevoel op de benen heeft. Bij zitten verdwijnt dat.

15 15 Casus 3  Wat is de medische term voor het onvaste gevoel op de benen dat vooral aanwezig is bij staan en lopen?

16 16 Casus 3  Zo’n wankel moment heeft de gebroken heup veroorzaakt.  Nu ze weer thuis is heeft ze er weer meer last van.  Je denkt aan orthostatische klachten  Mevrouw heeft inderdaad een licht gevoel in het hoofd na dat ze is opgestaan na zitten of liggen

17 17 Casus 3  Hoe leg je mevrouw uit wat orthostatische klachten zijn en hoe je ermee om gaat?

18 18 Casus 3  Bij mevrouw Wierenga zijn een aantal factoren aanwezig, die de duizeligheid mede veroorzaken  Visus is vanwege DM verminderd.  Conditie is slecht  Medicatie:  enalapril 20mg 1dd1, metformine 500 mg 2dd1, simvastatine 40 mg 1dd1, HCT 12,5 mg en 1dd1 nitrazepam 5 mg 1dd1

19 19 Casus 3  Welke kanttekeningen plaats je bij deze medicatielijst?

20 20  INCIDENTIE 27 per 1000  TOENAME BIJ OUDER WORDEN 55 per 1000  MAN : VROUW 1 :2

21 21 Doel van vandaag in 20 stappen  Onderscheid draai- en overige duizeligheid;  Rode vlaggen en nystagmus  Kiepproef en –oefeningen hanteren  Heldere uitleg aan patiënten en EB-beleid

22 22 Duizeligheid  Soorten duizeligheid  Anamnese mbv eigen casuïstiek  Onderzoek  Behandeling  Uitleg en Advies (kiepproef, pirouette)

23 23 SOORTEN Duizeligheid  Draaiduizelingen  Licht gevoel in het hoofd  Bewegingsonzekerheid

24 24 Draaiduizelingen  BPPD  kortdurende aanvallen na standsverandering van het hoofd  M. Menière  spontane aanvallen met oorsuizen en eenzijdig gehoorsverlies  Neuritis vestibularis  enkele dagen heftige klachten  CVA in a.vertebralis/basilaris-gebied  Met uitval:diplopie,dysartrie,ataxie,verticale nystagmus

25 25 RODE VLAGGEN DUIZELIG met:  Neurologische symptomen  hersenzenuwuitval zoals  diplopie, dysfagie, dysarthrie  FAST uitval (mot/sens) ledematen  Acute doofheid  uitsluiten vasculaire of infectieuze oorzaak  Hoofdpijn eerste episode of nieuwe vorm  Nystagmus  (verticale richting)  Head Impulse Testzie later

26 26 Soorten Duizeligheid  Draaiduizelingen  Licht gevoel in het hoofd  Bewegingsonzekerheid

27 27 Licht gevoel in het hoofd.  Orthostatische hypotensie  “Psychiatrische” aandoeningen  Cardiovasculaire aandoeningen  Bijwerking geneesmiddelen  Intoxicaties: alcohol, roken  Begeleidend verschijnsel infecties

28 28 Soorten Duizeligheid  Draaiduizelingen  Licht gevoel in het hoofd  Bewegingsonzekerheid

29 29 Bewegingsonzekerheid  Onvast gevoel op de benen (mn bij ouderen)  “Geen” diagnose  Te vermijden verlegenheids-diagnosen:  Duizeligheid vanuit de nek  Vertebrobasilaire insufficientie

30 30 Restgroep  Restgroep met (draai)duizeligheid  Migraine  MS  Brughoektumor

31 31 Duizeligheid  Soorten duizeligheid  Anamnese mbv eigen casuïstiek  Onderzoek  Behandeling  Uitleg en Advies (kiepproef, pirouette)

32 32 Anamnese  Aard  Ontstaan/uitlokkende factoren  Duur  Frequentie  Begeleidende symptomen (gehoor,suizen,vegetatieve verschijnselen, neurologische afwijkingen)  Geneesmiddelen, alcohol, roken  Gehoorscherpte  Psychogene aandoeningen  Somatische aandoeningen (m.n. neurologisch/cardiologisch)

33 33 ONDERZOEK  Bloeddruk  Cor, pols, carotiden  Inspectie oren  Oriënterend neurologisch onderzoek  Kiepproef  Head Impulse Test  Gehoorverlies (fluisterspraak, audiogram) Kortom: HART/VATEN KNO NEUROLOGIE

34 34 Kiepproef van Dix-Hallpike

35 35 Head thrust test (vestibulair-oculaire reflex) (Head Impulse Test)  o2.mov o2.mov    Vraag je patiënt om op je neus/camera te fixeren  Laat een (snelle) hoofddraai uitvoeren  Let op het verschil in vertraging van de oogfixatie  Vertraagde instelfase bij draaien naar de aangedane zijde  Afwijkend bij neuritis vestibularis  Normaal bij cerebellair CVA………

36 36 Vestibular-ocular reflex (VOR)

37 37 Duizeligheid  Soorten duizeligheid  Anamnese mbv eigen casuïstiek  Onderzoek  Behandeling  Uitleg en Advies (kiepoefeningen, epley)

38 38 BEHANDELING  Cinnarizine….  Betahistine….  Flunarizine….  Piracetam…….   Van geen enkel medicament is afdoende werkzaamheid bewezen !  Langdurig gebruik van medicatie is dus onnodig !  Tegen misselijke en braken is metoclopramide ed beschikbaar.

39 39 Uitleg, Advies en Controle  Kiep-/Epley- oefeningen bij BPPD  Patiëntenbrieven NHG (2003)  Duizeligheid algemeen Draaiduizeligheid Licht gevoel in het hoofd Duizeligheid bij ouderen Duizeligheid algemeen Draaiduizeligheid Licht gevoel in het hoofd Duizeligheid bij ouderen

40 40 BEHANDELING vlgs Epley Bij BPPD

41 41 Duizeligheid  Soorten duizeligheid  Anamnese mbv eigen casuïstiek  Onderzoek  Behandeling  Uitleg en Advies ( pirouette?)

42 42 Duizeligheid bij Ouderen  Onderzoek  MobiliteitLooppatroon  Evenwichttandem-stand-test  Spierkrachtopstaan vanuit stoel (zonder handen)  DD  Cardiologiebelanrijker dan gedacht  KNOminder belangrijk dan bij jongeren  Neurologie 

43 43 Onderzoek bijDuizeligheid bij Ouderen

44 44 Duizeligheid bij Ouderen

45 45 Valrisico verhogende medicatie  Alle psychofarmacasedativa, neuroleptica, antidepressiva  Alle cardiovasculaire med.Anti-hypertensiva, arrhythmica,  vasodilatoren  Overigb-blok oogdruppels, opiaten  anticholinergica antihistaminica, anti-  vertigo medicatie voor DM(ivm hypo)

46 46 is het Doelvan vandaag bereikt?  Onderscheid maken tussen draai- en overige duizeligheid  De kiepproef en –oefeningen hanteren  Heldere uitleg aan patiënten en EB-beleid 

47 47 evaluatie van centrale en perifere vestibulaire pathologie.  Voor centrale pathologie pleiten:  lange duur duizeligheid (maanden),  ernstige balansstoornis, valneiging,  zelden gehoorverlies en oorsuizen,  meestal andere neurologische verschijnselen (krachtsverlies, spraakstoornissen, dubbelzien), fixatienystagmus die na sluiten van de ogen verdwijnt, bilaterale blikrichtingnystagmus (veranderend met de blikrichting)  Voor perifere vestibulaire pathologie pleiten:  korte duur duizeligheid (enkele dagen tot weken),  aanwezigheid van gehoorverlies en oorsuizen,  vegetatieve verschijnselen,  unilaterale blikrichtingnystagmus (die afneemt bij kijken naar de aangedane zijde),  bij fixatie geen nystagmus, bij sluiten ogen wel nystagmus.


Download ppt "Duizeligheid Waar draait het om? Erik Frölke,Madeleine Noteborn HAB afd HAG ErasmusMC dec 2011."

Verwante presentaties


Ads door Google