Historisch redeneren en historische vaardigheden in het vmbo

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Taal, niet alleen een zaak van de docent Nederlands
Advertisements

Examenvoorbereideing
Krimp en onderwijs: De sluiting van scholen is geen nieuw fenomeen Korrie Melis Onderzoeker Kenniscentrum Publieke Zaak 24 april 2013.
Hoofdstuk 4 De middeleeuwen 1
Geletterdheid….. Wat is dat?
De Republiek in een tijd van vorsten Een Gouden Eeuw voor de Republiek § 4.2.
Het socialisme Paragraaf 7..
THEORIE LEESVAARDIGHEID IN BEELD
Een lessenserie van drie lessen
Zakelijk lezen Nederlands.
Workshop begripsvorming
Uitleg bij 82-89, historische vaardigheden
Geschiedenis havo 4 - een introductie
Tekststructuren 5.3.
Vrijheidsrechten en politieke rechten in Nederland
Nieuwsbegrip Doel van deze les:
Wanneer én hoe moet uw leerling aan de reken- en taleneisen voldoen?
MET DANK AAN COLLEGA’S IN DEN LANDE ! vee 2012
Taalontwikkelend lesgeven? Taalgericht vakonderwijs?
Cursus Lezen 5 vwo.
Proeftoets periode 1 4 havo.
Omgaan met bronnen over het Midden-Oosten
Samenvatting Havo 5.
De Republiek der zeven verenigde nederlanden
ANW Module 2 Leven Door Gabriella, Melanie, Elise en Fabienne van v4.
Chronologisch/Opsommend/tegenstellend/vergelijkend
Israël - Palestina.
Tekstverbanden en signaalwoorden
Context 1 De Republiek der Zeven Verenigde Nederland
Door: Gerard Rozing (CvTE)
Begrijpend leesstrategieën, verbanden, signaalwoorden
Kritisch denken ‘vertaald’
Eindexamen 2016 Oriëntatie kennis en historisch besef:
Tekstbronnen Wat moet je er mee?. Lees de vraag Welke informatie heb je nodig? Weet je al iets over dit onderwerp? Over welke tijd gaat het? Over welk.
SLO ● nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Herziening examenprogramma en syllabus Albert van der Kaap
Didactiek rondom practicumverslagen: Inhouden, werkvormen en materialen voor de lerarenopleidingen Gerald van Dijk, Hogeschool Utrecht W. Kuiper, H. Eijkelhof,
Lezen en schrijven: 1+1=3 Conferentie Begrijpend Lezen 7 maart 2012 Eindhoven Paul de Maat.
Nederlands Vrijdag 11 maart 2VA.
Leesvaardig Examentraining.
LEZEN 4.2 BETOOG, SOORTEN ARGUMENTEN EN KRITISCH LEZEN VAN EEN BETOOG.
HFD3: CHRONOLOGISCH/OPSOMMEND/ TEGENSTELLEND/VERGELIJKEND HFD4: CONCLUDEREND/VOORWAARDELIJK/ OORZAKELIJK/REDENGEVEND Verbanden in een tekst.
‘De feiten voorbij’: Analyse van causaal historisch redeneren van havo-leerlingen als basis voor lessen op maat Gerhard Stoel
Mysteriespel: De moord op Willem van Oranje
De vraag is je beste vriend
Virtual Reality in de les
Cursus Leesvaardigheid
Vloggen in Utrecht Mark Wassenaar 2017.
Meest voorkomende vragen bij examenteksten.
Door: Huub Kurstjens (Cito)
Verbanden en signaalwoorden
Meest voorkomende vragen bij examenteksten.
Dide Breuer.
Albert van der Kaap 4 november 2016
Door: Gerard Rozing (CvTE)
7 lessen tot het eindexamen – Tips en Tricks
Tekstverbanden en signaalwoorden
Mika, noortje, wouter, ruben en emma
Dicteewoorden Papegaai Puberteit Cappuccino Toentertijd
Tekstverbanden en signaalwoorden
Tekstverbanden en signaalwoorden
Cursus 3.3 Hoe zijn rechten en plichten geregeld? Klas 2 BK Lesweek 3
taal speelt een rol in alle vakken
Cursus 3.3 Hoe zijn rechten en plichten geregeld? Klas 2 KGT Lesweek 3
Historisch redeneren en historische vaardigheden in het vmbo
Het succes van de taalbewuste docent
Posters voor in het geschiedenislokaal
Historisch redeneren in combinatie met Taalgericht vakonderwijs
teksten Een tekst vormt een samenhangend geheel
Historisch redeneren + taalgericht vakonderwijs (bijeenkomst 3)
LEZEN.
Transcript van de presentatie:

Historisch redeneren en historische vaardigheden in het vmbo Examenconferentie VMBO 6 november 2015 Jannet van Drie J.P.vanDrie@uva.nl

“Maar veel van de gesignaleerde taalproblemen zitten in het doorgronden en het verwoorden van historische vaardigheden en het toepassen van kennis, waarbij het ook gaat om historisch redeneren”. Huub Kurstjens in Kleio 26(5), p. 43-44

34 maximumscore 2 Voorbeeld van een juist antwoord is: Het ontstaan van de staat Israël heeft te maken met de verspreiding van Joden (in de geschiedenis) over de hele wereld. Dat staat bekend als diaspora. Vanaf de negentiende eeuw streefden veel Joden naar een terugkeer in een eigen Joodse staat. Dit streven wordt zionisme genoemd. Door de Holocaust (tijdens de Tweede Wereldoorlog) werd het streven om een nieuwe Joodse staat te stichten bij veel Joden nog sterker. indien drie begrippen juist worden gebruikt 2 indien twee begrippen juist worden gebruikt 1 indien minder dan twee begrippen juist worden gebruikt 0 Opmerking Er mogen alleen scorepunten worden toegekend als de begrippen in een juiste onderlinge samenhang en betekenis worden gebruikt.

Leerling 1 Door de holocaust werden heel veel joden vermoord en voor de joden moesten ze een plek vinden waar ze echt veilig waren zo ontstond het diaspora. Ze verzonnen een plek waar ze naartoe konden gaan en vrij konden zijn. Leerling 2 Het ontstaan van de staat Israël heeft te maken met dat de zionisme een grote rol heeft betekend. De zionisten wilden een eigen Joodse staat. Dat kwam mede door de Holocaust toen er miljoenen joden werden vermoord. Ook heeft diaspora een grote rol gespeeld. Leerling 3 Dat de joden overal ter wereld zijn weggejaagd dat noem je diaspora in de WOII heeft de holocaust plaatsgevonden en zijn de meeste joden weggevoerd uit Nederland. Het zionisme is het politiek begrip voor een groep mensen die opkomt voor een joodse staat. Leerling 4 De joden waren diaspora over de wereld. Maar ze hadden zionisme om een eigen staat op de richten in het land dat ze gegeven is in de Bijbel, Palestina. Na de Holocaust vonden veel landen ook dat de joden een eigen land moesten en verdeelde toen Palestina in tweeën. Een deel voor Palestina zelf en een deel dat later Israël zou heten. Dat deel is voor de joden.

Historisch redeneren in het examenprogramma vmbo GS/K/3: Leervaardigheden in het vak geschiedenis en staatsinrichting De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot: Het vermogen om met voor geschiedenis en staatsinrichting geëigende vaktaal en methodieken te communiceren en onderzoek te doen.

GS/K/6: …kan herkennen en beschrijven hoe het proces van industrialisatie de Nederlandse samenleving ingrijpend veranderd heeft vanaf de tweede helft van de 19e eeuw GS/K/8: …kan herkennen en beschrijvingen welke cultureel-maatschappelijke ontwikkelingen zich na de WO2 hebben voorgedaan en verklaren welke gevolgen deze ontwikkelingen gehad hebben voor de Nederlandse samenleving.

Dagelijkse taal en schooltaal: DAT en CAT (J. Cummins) speeksel voeding verteringsprocessen functie , werking SCHOOLS TAALGEBRUIK/ CAT Veel steun uit context ? weinig steun uit context Wat eten we? Wel goed kauwen, hoor! DAGELIJKS TAALGEBRUIK/ DAT Cognitief minder complex Cognitief complex

Kijk, hij laat ze bewegen. Deze plakten niet vast. Praten terwijl je doet Kijk, hij laat ze bewegen. Deze plakten niet vast. We zagen dat de spelden aan de magneet plakten. Ons experiment liet zien dat magneten sommige metalen aantrekken. Magnetische aantrekking doet zich alleen voor bij ijzerhoudende metalen. Aan elkaar uitleggen Beginnend schrijven Gevorderd schrijven 8

DAT Cognitief minder complex Cognitief complex CAT 4. Magnetische aantrekking doet zich alleen voor bij ijzerhoudende metalen. 3. Ons experiment liet zien dat magneten sommige metalen aantrekken. 2. We zagen dat de spelden aan de magneet plakten Veel steun uit context weinig steun uit context 1. Kijk, hij laat ze bewegen. Deze plakten niet vast. DAT Cognitief minder complex

Vaktaal: historisch redeneren Van Drie, J. & Van Boxtel, C. (2008; 2013)

Gebruik historische bronnen Historisch redeneren Kennis van Vaardigheid in Besef dat Gebruik historische bronnen Begrippen: feit, mening, subjectief, interpretatie, standplaatsgebondenheid, primaire bron etc Beoordelen van bruikbaarheid/betrouwbaarheid bron, rekening houden met maker Bronnen standplaatsgebonden zijn; onvolledige en tegenstrijdige informatie geven Argumenteren Begrippen: argument, tegenargument, bewijs Onderbouwen van beweringen over het verleden met bewijs, geven en weerleggen tegenargumenten Historische interpretaties zijn nooit definitief, beweringen onderbouwen met argumenten Contextualiseren Kenmerken periodes, samenlevingen Construeren van historische context om verschijnselen te beschrijven, verklaren; inleven om handelen te interpreteren Verleden is anders, mensen hadden andere kennis, opvattingen, waarden Van Boxtel & Van Drie (2008). Vermogen tot historisch redeneren. Hermes 12(43), 45-54.

Vaktaal: (lastige) historische begrippen Begrippen zijn abstract Gebruik begrippen uit andere disciplines Gebruik begrippen uit dagelijks leven Begrippen kunnen een andere betekenis hebben in andere tijden (handel, democratie) Begrippen kunnen sterke gevoelens oproepen (slavernij, fascisme) Begrippen worden verschillend geinterpreteerd door historici Veel begrippen zijn specifiek voor bepaalde periode, lln komen ze niet vaak tegen. 12 12 12

Taalmoeilijkheden in het vmbo-t examen geschiedenis (2010) Veel historische begrippen: Stalinisme, diaspora, kolonialisme, indoctrinatie, propagandaboodschap, politieke stroming, geseculariseerd land, Volksbond, politionele acties Veel structuurbegrippen: verspreiding, veranderingen, ontwikkeling, gebeurtenis, aanleiding, keerpunt, oorzaken Veel algemene schooltaal: toont aan, ideologische tegenstelling, beïnvloed, revanche Instructietaal: geef een reden, geef een historische reden, geef een politieke en militaire reden Uitdrukkingen: bijvoorbeeld in bronnen (maar ook ouderwetse taal, formele taal) Zie ook: B. Montagne, van Boxtel, C., & van Drie, J. (2012). Taal in eindexamens soms te moeilijk. Onderzoek naar talige complexiteit. Kleio, 4, 39-44. 13

Historisch redeneren op het vmbo Toverwoord: Expliciteren

Herkennen type vragen Opdracht – Het herkennen van een verklarende vraag Geef bij de volgende vragen aan of het een beschrijvende-, vergelijkende of verklarende vraag betreft. Onderstreep bij elke vraag de woorden waaraan je kan zien wat voor type vraag het is. 1. ‘Noem een belangrijk verschil tussen een smid vroeger en nu’. Type vraag: 2. ‘Leg uit waardoor bij een brand (in de ME) soms hele stadswijken afbrandden.’ Type vraag: 3. ‘Waarom vermoordde Balthasar Gerards Willem van Oranje? 4. ‘Wat zijn hanzesteden?’

Herkennen genres in teksten en vragen (ontwerponderzoek Baart, ILO) “De koers die Duitsland onder leiding van Bismarck voer, was in veel opzichten het spiegelbeeld van het binnenlandse beleid.” #vergelijking “Het ontstaan van een nationale eenheidsmarkt en de toestroming van Franse herstelbetalingen gaven een krachtige impuls aan de economische ontwikkeling van het land.” #gevolg Uit: Taalgericht vakonderwijs in de m&m-vakken (2012) – uitgave LEMM

Bacon, Lettuce en Tomato sandwich (Kneppers, 2015, in Verbeteren schrijfvaardigheid in de M&M-vakken, uitgave LEMM)   BLT staat voor: Because Leading to Therefore (resulting in, etc) In het Nederlands wordt dat OLD: Omdat Leidend tot Daarom (heeft tot gevolg, etc.)

Bedenk een stappenplan en acroniem voor beantwoorden vraag 34

Stappenplan argumenterende vragen: 1 Stappenplan argumenterende vragen: 1. Inleiding: herhaal de vraag in je antwoord. 2. Geef argumenten voor de stelling. 3. Geef argumenten tegen de stelling (voorargumenten weerleggen of nieuwe tegenargumenten aandragen). 4. Geef een conclusie: kom terug op de vraag Uit: Genrespecifieke teksten schrijven in de mens- en maatschappijvakken - lesvoorbeelden

Bewering: “Het gewest Holland had de macht in de besluitvorming van de Republiek.” In hoeverre ben je het eens met deze bewering? Geef een beargumenteerd commentaar op deze bewering. Enerzijds ben ik het eens met de stelling dat het gewest Holland de macht had in de besluitvorming van de Republiek, want Holland was het rijkste gewest in de Republiek en betaalde de meeste belasting. Zij konden daarmee de andere gewesten hun wil opleggen. Anderzijds ben ik het niet eens met de stelling, want de Republiek bestond uit afzonderlijke gewesten met veel autonomie. Daarnaast konden er in de Staten-Generaal pas besluiten worden genomen als iedereen het ermee eens was. Holland was machtig, maar had niet alle macht in de Republiek.

Ondersteund oefenen: woordenlijsten Verband Verbindingswoorden (signaalwoorden) tijd opsomming tegenstelling vergelijking oorzaak-gevolg doel-middel voorbeeld/toelichting reden/verklaring voorwaarde samenvatting/conclusie voordat, nadat, eerst, daarna, wanneer en, ook, ten eerste, vervolgens, ten slotte maar, echter, hoewel, toch, daarentegen zoals, evenals, in vergelijking met, soortgelijke door, doordat, waardoor, te danken aan om te, daarmee, waarmee, door middel van bijvoorbeeld, zo, zoals, ter illustratie want, omdat daarom, vanwege als, wanneer, mits, tenzij, in het geval dat samengevat, kortom, dus, hieruit volgt

Ondersteund oefenen: schrijfkader Uit: Taalgericht vakonderwijs in de m&m-vakken (2012) – uitgave LEMM

Ondersteund oefenen: samen schrijven

Taalgericht geschiedenisonderwijs Kenmerken: Vak- en taaldoelen expliciet benoemd Contextrijk onderwijs Ruimte voor taalproductie: interactie en schrijfopdrachten Taalsteun

Verder lezen-websites : Informatie over het LEMM : http://www.expertisecentrum-mmv.nl/index.php Informatie over taalgericht vakonderwijs: www.taalgerichtvakonderwijs.nl lesbrieven voor geschiedenis zijn te vinden onder producten – publicaties – 13 prototypen voor taalgerichte lessenseries (http://www.taalgerichtvakonderwijs.nl/producten/00005/00007/) en in de brochures Werken aan vaktaal http://www.taalgerichtvakonderwijs.nl/producten/00005/00043/

Verder lezen HISTORISCH REDENEREN Van Boxtel, C. & Van Drie, J. (2008). Vermogen tot historisch redeneren. Onderliggende kennis, vaardigheden en inzichten. Hermes, 12(43), 45-54. Van Boxtel, C. & Van Drie, J. (2013). Historical reasoning in the classroom: What does it look like and how can we enhance it? Teaching History, 150, 44 – 52. Van Drie, J. & Van Boxtel, C. (2008). Historical reasoning: towards a framework for analyzing students’ reasoning about the past. Educational Psychology Review, 20(2), 87-110. TAALGERICHT GESCHIEDENISONDERWIJS Hajer, M. & Meestringa, T. (2015). Handboek Taalgericht Vakonderwijs. Bussum: Uitgeverij Coutinho. Montagne, B., C. van Boxtel & J. van Drie (2012). Taal in eindexamens soms te moeilijk. Onderzoek naar talige complexiteit. Kleio, 4, 39-44. Van Boxtel, C. & Van Drie, J. (2010). Leer de vaktaal gebruiken. Taalgericht geschiedenisonderwijs helpt leerlingen de stof te begrijpen. Kleio, 51(3), 18-22. Van Drie, J. (red.) (2012).Taalgericht vakonderwijs in de mens- en maatschappijvakken. Handreiking voor opleiders en docenten. Uitgave Landelijk Expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken. http://www.expertisecentrum-mmv.nl/index.php?PgNr=7 Van Drie, J. (red). (2015). Verbeteren van schrijfvaardigheid in de mens- en maatschappijvakken. Handreiking voor opleiders en docenten. Uitgave Landelijk Expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken. http://www.expertisecentrum-mmv.nl/index.php/Publicaties Van Drie, J. (2015). Leer goed schrijven. Beter schrijven leidt tot betere historische vaardigheden. Kleio 56(5), 20-24.

Dank voor uw aandacht! Contact: J.P.vanDrie@uva.nl