ARM en Rijk Hoofdstuk 2 in de verenigde staten

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Arm en rijk in Nigeria.
Advertisements

Hoofdstuk 3A: Wonen in de stad
Transport en Infrastructuur
…. bestonden vroeger niet …. bestaan nu vooral in Azië, Zuid-Amerika en Afrika …. ontstaan door verhuizing van platteland naar stad …. van 9 (50 jaar geleden)
Hoofdstuk 4 Azië en globalisering (voortdurend proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie)
In de vaart der volkeren
Steden: van hier tot Tokyo
2 havo/vwo H3 steden, §2 1.
Aantekening §1 B-nummers.
Hoofdstuk 5 Werelden van verschil
Geld & Geluk Laura Spierdijk.
HOOFDSTUK 10 ONTWIKKELINGSPEIL.
1 havo/vwo H3 ontwikkeling §2
Veel verschillende ziekten
Dit hoofdstuk is (ook) onderdeel van het
Kijk je op Wereldschaal naar Europa, dan is Europa rijk! Echter binnen Europa zijn er grote verschillen. Bijv. Londen en Albanie.
Hoofdstuk 1 Patronen op de wereldkaart: wereldbeeld Paragraaf 1 t/m 5
§3.2 – De huidige migranten
Terugblik op §2.1 De Maquiladoras en de NAFTA:
India als opkomend land
Brugklas hoofdstuk 4.
Inkomen les 7 27 t/m 37.
Samenvatting: hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1 Patronen op de wereldkaart: bevolking Paragraaf 9 t/m 11
Over steden en verstedelijking
1.5 Drie Amerikaanse steden global cities
Terra Tweede Fase havo © Wolters-Noordhoff bv
1. Grensgebied tussen Mexico en de VS
2 havo/vwo H3 steden, §2 1.
Hoofdstuk 3 Wereld: stedelijke gebieden in de VS Paragraaf 6
Hoofdstuk 2 Patronen op de wereldkaart: wereldbeeld Paragraaf 1 t/m 4
Hoofdstuk 3 Wereld: stedelijke gebieden in de VS Paragraaf 4
Hoofdstuk 4 Aardrijkskunde, economie en maatschappij
Internationale welvaartsverschillen
Gemaakt door: Caily en Sophie Docent: mvr van Strien Datum: Klas: 3T2
Investeringen Klik om verder te gaan. Hoe gebruik je deze uitleg? Je kunt in deze presentatie ‘bladeren’ door de pijltjestoetsen te gebruiken. Vooruit.
Hoofdstuk 2 Arm en rijk in Nederland en Europa.
3/4 vmbo 1 Arm en Rijk § 2-4.
2 vmbo-T/havo 2 steden, §6 en 7
2 vmbo-T/havo 4 steden, §2 en 3
Wat moet je weten aan het eind van de les?
Hoofdstuk 3 Arm en rijk in de VS en Nigeria.
Economische Crisis Hoofdstuk 1, paragraaf 3.
Tijd van de burgers en stoommachines ( )
Arm vs. Rijk (1910) 'Wij zijn vegetariërs, wij eten nooit vleesch.'
Antwoorden mobieltje- uit lagelonenlanden dus goedkoper.
WERELD 2 h/v Ontwikkeling, arm en rijk par 2.
3/4 vmbo 1 Arm en Rijk § 2-4.
2 th 1 Ontwikkeling § 2-3.
Titel wereld moet weg. 1 havo/vwo 1 Bevolking § 2-4.
1 VWO Hoofdstuk 1 Bevolking § 2 - 4
Hoofdstuk 4 Bevolkingsontwikkelingen in de wijk.
Hoofdstuk 6 De Chinese bevolking.
2TH Hoofdstuk 3 Steden, van hier tot Tokyo §2 en 3
H o o f d s t u k 3 H e t W e l v a a r t s p e i l § 3.1 Werken en waar? Drie bestaansmiddelen of economische sectoren Primaire, secundaire en tertiaire.
De Verenigde Staten. §2. Voor indianen is geen plek meer. Voordat de Europeanen kwamen, waren de indianen de enige bewoners van Amerika. De indianen hadden.
De Verenigde Staten. §1. Dertien Staten vormen één land. In 1607 stichtten de Engelsen dertien kolonies aan de oostkust van Noord- Amerika.
De stad verandert Blok 3.
Blok 1 Wonen in een stad Deelvraag:
Waaraan herken je een ontwikkelingsland?
Burgers en stoommachines §5.1 Industrie en samenleving
Cursus 2.1 Wat hebben mensen nodig? Klas 1 KGT Lesweek 1
Hoofdstuk 3 Bronnen van energie: Brazilië
Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten
Over steden en verstedelijking
1 vmbo-T/havo 1 bevolking, §2 en 3
Globale ontwikkeling steden
Waaraan herken je een ontwikkelingsland?
Niet alleen op de wereld
1BK Hoofdstuk 3 | Arm en rijk
Transcript van de presentatie:

ARM en Rijk Hoofdstuk 2 in de verenigde staten

De rijke Verenigde Staten 2.1 Je kunt op verschillende manieren aantonen dat de VS een rijk land is. Het BNP (Bruto Nationaal Product) is het hoogste ter wereld. Amerikanen zijn de grootste consumenten in de wereldgeschiedenis Het bruto nationaal product (bnp) is de waarde van alle goederen en diensten die in een bepaalde periode (meestal een jaar) door een bepaald land worden geproduceerd. BNP/hoofd: BNP delen door het aantal inwoners van het land. Het BNP/hoofd is 47.000 dollar (iets lager dan Nederland).

BNP BNP/hoofd Land of Regio BNP (in milj $) Wereld 69.899.225 Europese Unie 17.610.826 1 Verenigde Staten 15.075.675 2 China 7.298.147 3 Japan 5.866.540 4 Duitsland 3.607.364 5 Frankrijk 2.778.085 6 Brazilie 2.492.907 7 Verenigd Koninkrijk 2.431.310 8 Italië 2.198.732 9 Rusland 1.850.401 10 India 1.826.811 17 Nederland 838.112 22 België 514.594 BNP/hoofd: rangschikking van de gemiddelde rijkdom in een land (niet iedereen verdient het gemiddelde). BNP: wat opvalt in de ranglijst is dat de top 10 bestaat uit landen met veel inwoners of hele rijke landen

BNP per hoofd van de bevolking 2012[1] ██ > $102.400 ██ $51.200 - $102.400 ██ $25.600 - $51.200 ██ $12.800 - $25.600 ██ $6.400 - $12.800 ██ $3.200 - $6.400 Bron Wikipedia ██ $1 600 - $3.200 ██ $800 - $1.600 ██ $400 - $800 ██ < $400 ██ onbekend

Ongelijkheid in Amerika Niet iedereen is even rijk. De ongelijkheid is groot voor zo’n rijk land. De armste 20% van de bevolking verdient slechts 4% van het totale inkomen. Door deze ongelijkheid is ook de koopkracht ongelijk verdeeld. 46 miljoen (15%) van de Amerikanen leeft onder de armoedegrens. Door de inkomensverschillen zijn er in Amerika drie verschillende klassen: - de lage klasse - de middenklasse - de hoge klasse

Koopkracht: de hoeveelheid producten die je van je inkomen kunt kopen. Armoedegrens: het inkomen dat je minimaal nodig hebt om te kunnen voorzien in je behoefte aan voedsel, kleding, huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs. Met een Lorenzcurve kun je in beeld brengen hoe inkomens zijn verdeeld over personen. De armste 20% van de bevolking verdient slechts 4% van het totale inkomen. De rijkste 20% van de bevolking verdient 50% van het totale inkomen.

De arme en rijke Amerikaan Arme Amerikanen doen laagbetaald werk (eenvoudig fabrieks- of plattelandsarbeid)of zijn werkloos (11%). Arme Amerikanen zijn vaak: - Afro-Amerikanen (zwarte Amerikanen) of - Hispanics (Spaans sprekende immigranten uit Latijns Amerika). Andere arme Amerikanen zijn vaak - ouderen of gezinnen met één ouder. Rijke Amerikanen zijn vaak: - blanke-Amerikanen (van Europese afkomst) of - Aziaten (oorspronkelijk uit landen als Japan, China, India, Zuid-Korea). Aziaten zijn vaak goed opgeleid en wonen voornamelijk aan de westkust van de VS. In steden als Los Angeles, San Francisco en Seattle.

Groei van Detroit 2.2 Detroit ligt in het noorden van de VS. Tussen 1850 en 1950 groeide de bevolking tot 2 miljoen inwoners. Veel werkgelegenheid in de auto-industrie. Veel Afro-Amerikanen (laag opgeleid, afstammelingen van slaven) verhuisden van het zuidoosten (plantagearbeiders) naar Detroit. Een belangrijk persoon voor de Afro-Amerikanen was Martin Luther King, een leider van de zwarte burgerrechtenbeweging

Samenhangende oorzaken van de groei van steden: Ontwikkeling van de industrie. Er kwam een groei van werkgelegenheid in de steden door de uitvinding van machinaal produceren. Pullfactor: aantrekkingskracht: positieve reden om zich in een bepaald gebied te vestigen. Het sterftecijfer daalde als gevolg van een groeiende welvaart en daaraan gekoppeld een betere gezondheidszorg. Het geboortecijfer bleef hoog en de bevolking groeide snel. In de landbouw vond mechanisatie plaats. Veel mensen trokken van het platteland naar de stad. Pushfactor: afstotende kracht: negatieve redenen om uit een bepaald gebied te vertrekken. Het verlies van werkgelegenheid in de landbouw vormde een pushfactor. Urbanisatie: situatie van bevolkingsontwikkeling waarbij de kern sneller groeit dan de ring en de agglomeratie ook groeit.

Vanaf begin 20e eeuw veel veranderingen: Overbevolking  rijke bewoners verhuisden naar de suburbs (rondom de stad). Vanaf 1950 steeg het autobezit en ook het aantal suburbs. Fabrieken verhuisden naar de stadsrand (verkeersproblemen en geen ruimte om uit te breiden). Door de opkomst van auto’s uit Azië ging er veel auto- industrie failliet. Dus een groot verlies aan banen.

Vanaf begin 20e eeuw veel veranderingen: Veranderingen in Detroit Vanaf begin 20e eeuw veel veranderingen: Overbevolking  rijke bewoners verhuisden naar de suburbs (rondom de stad). Suburb: plaats in de buurt van de grote stad die voor werk en voorzieningen sterk afhankelijk is van die grote stad. Vanaf 1950 steeg het autobezit en ook het aantal suburbs. Fabrieken verhuisden naar de stadsrand (verkeersproblemen en geen ruimte om uit te breiden). Door de opkomst van auto’s uit Azië ging er veel auto-industrie failliet. Dus een groot verlies aan banen.

Crisis in het centrum Hoge werkloosheid (25%). Veel mensen leven onder de armoedegrens (33%). Veel huizen zijn verlaten (spookwijken). Arme stad: minder mensen en bedrijven  minder belastinggeld. Minder belastinggeld  slecht onderwijs. Gezondheidsproblemen: arme mensen eten slechter voedsel. Slecht voedsel leidt tot ziekte. Gezondheidszorg is te duur voor arme mensen. Gevolg: levensverwachting is laag (lager dan de mensen in een suburb). Buitenstaanders kunnen dergelijke wijken maar beter mijden, is het advies.

Hier woonden vroeger de - voor het merendeel blanke - werknemers en leidinggevenden van de bedrijven, voordat ze de stad uitvluchten. De panden zijn bijna voor niets te huur of te koop. Met wat geluk heb je voor duizend dollar een huis. Er zijn echter geen gegadigden. Grond kost bijna niets, maar geld om er een huis op te bouwen is niet te lenen

3 december 2013, 17:50 Rechter keurt faillissement Detroit goed Zestig jaar geleden was Detroit met bijna twee miljoen inwoners een van de grootste steden van de Verenigde Staten. Nu wonen er nog maar zo’n 700.000 mensen. Indertijd had Detroit geld, dankzij een bloeiende auto-industrie, en was er trots op. Bron NRC

Leven in de suburb Meeste mensen in Detroit wonen in suburbs. Dit zijn uitgestrekte woongebieden rondom de stad. Uitgestrekte woonwijken, je hebt een auto nodig. Veel gezinnen hebben meerdere auto’s. Je moet redelijk rijk zijn om in een suburb te wonen (huis, auto(’s)).

Ruimte voor landbouw 2.3 Grote delen van de Verenigde Staten zijn zeer geschikt voor de landbouw. 1. vlak 2. gunstig klimaat In het zuiden: rijst en katoen In het noorden: maïs en veeteelt In het noorden en midden: veel (verschillende soorten) granen

Er zijn ook gebieden die niet geschikt zijn voor landbouw. 1. Bergen als Rocky Mountains Hier vind je bijna geen landbouw 2. Woestijnen en steppen Hier vind je geïrrigeerde landbouw of extensieve veeteelt. Extensieve veeteelt: is een vorm van veehouderij waarbij kleine groepen dieren gevoed worden op grote oppervlaktes land. Het vindt toepassing op bijvoorbeeld Prairie, berghellingen en steppes Geïrrigeerde landbouw: op grote schaal water naar landbouwgrond transporteren om de gewassen mee te bevloeien.