Havo 3 Grammaire chapitre 4.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Het delend lidwoord Het delend lidwoord is een soort onbepaald lidwoord waarmee je een onbepaalde hoeveelheid aangeeft, bijvoorbeeld:
Advertisements

Oefenen voor de toets unité 2
Futur van regelmatige werkwoorden
Ha jongens, zo zag ik er uit toen ik net zou oud was als jullie… Man, wat was ik lui in die tijd… Gelukkig zijn jullie een stuk ijveriger, dus met dat.
PASSÉ COMPOSÉ VERVOEGD MET ÊTRE
Grammaire chapitre 4 1 hv.
Le subjonctif De aanvoegende wijs.
Grammaire chapitre 5 3 havo.
2 hv en 2 A+ Grammaire chapitre 4.
3 vwo+ Grammaire chapitre 2
Voltooid tegenwoordige tijd
Tegenwoordig deelwoord
PASSÉ COMPOSÉ ÊTRE APPRENDRE 3 UNITÉ 2.
REGELMATIGE WERKWOORDEN OP -RE
PASSÉ COMPOSÉ AVOIR APPRENDRE 3 UNITÉ 2.
Grammaire thème 5 4 vwo.
Grammaire chapitre 1 Havo 3.
Bienvenue à tous.
Vous avez passé de bonnes vacances de Noël?
Bienvenue à tous.
Bienvenue à tous.
Grammaire chapitre 2 2 havo/vwo.
Grammaire thème 4.
Grammaire thème 6 4 vwo.
Havo 3 Grammaire chapitre 6.
3 VWO (+) Grammaire chapitre 3. Bijvoeglijke naamwoorden: bijzondere vormen Sommige bijv. nw. veranderen wanneer ze vóór een mannelijk zn. staan dat begint.
French clitic movement without clitics or movement I.A.Sag & P.H. Miller Presentatie door T. Kemper & J.J.M. Dousi.
Passé composé.
Franse Les Les 16 Vorige les & huiswerk Voyages unité 7 afmaken Les pirates chapitre 8,9, 10 Vorige les & huiswerk Voyages unité 7 afmaken Les pirates.
Franse Les Les 15 Vorige les & huiswerk Extra oefenen meew. Vw.
Grammaire chapitre 3 3 havo.
2 hv en 2 vwo+ Grammaire chapitre 5.
Grammaire chapitre 1 2 vwo (+).
Franse Les Les 1 Kennismaken / uitleg Chanson assis / debout TPR
Het betrekkelijk voornaamwoord
Het lijdend voorwerp 3 VMBO - Frans.
Connaitre 3M – week 40 - Frans.
Vraagzinnen met vraagwoord
Franse Les Les 3 Vorige week Qu’est-ce qu’il y a Voyages p. 9/10/11
Faire 3 VMBO - Frans.
De ontkenning 2 VMBO - Frans.
De verleden tijd - imparfait
Venir 2 VMBO - Frans.
L’IMPARFAIT, LE PASSÉ COMPOSÉ, LE PASSÉ SIMPLE
Meewerkend voorwerp & Lijdend voorwerp
Lire 3 VMBO - Frans. Wat moet je weten om dit onderdeel te begrijpen?: Wat een onregelmatig werkwoord is De tegenwoordige tijd (présent) De verleden tijd.
DE LIJDENDE VORM LA VOIX PASSIVE. De tegenwoordige tijd Een vorm van être + voltooid deelwoord Actif (= bedrijvend): François prépare le repas. Passif.
HET LIDWOORD L’ARTICLE [LS3_4v_u5_animaties_GRIII] [Audio p.1]
Het werkwoord être (= zijn)
Les verbes.
Lijdend voorwerp als persoonlijk voornaamwoord bijvoorbeeld Ik heb een boek gevonden. Ik heb het gevonden. Stefan heeft Sarah gisteren gezien. Stefan heeft.
De lidwoorden Kleine woorden met grote gevolgen!! Welke ken je? (ne en fa du)
Imparfait Nederlands:onvoltooid verleden tijd voorbeeldIk keek een film. Wij waren in Frankrijk.
De passé composé Nederlands: voltooid tegenwoordige tijd
TAALREGELS 33 DE VRAGENDE ZIN
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
Le COD et le COI Het persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp (COD) En meewerkend voorwerp (COI)
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
Passé composé (voltooid tegenwoordige tijd)
DE PASSÉ COMPOSÉ de voltooid tegenwoordige tijd.
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
Aanwijzend voornaamwoord
Pak je boeken! Paragraaf 3.4!
Ontkenning.
Chapitre 1 Francofolies.
Le passé compose et l’imparfait
WOORDSOORTEN HAVO-2.
Transcript van de presentatie:

Havo 3 Grammaire chapitre 4

Tout (onbepaald vnw.) Tout kan in het NL veel dingen betekenen (alles, de/het hele, alle, allemaal, iedere) Tout past zich aan bij het zn. dat erachter staat. Volgorde: toutlidwoord zn.

Verschillende vormen Tout le livre (m enk.) het hele boek Toute la journée (v enk.) de hele dag Tous les enfants (m mv) alle kinderen Toutes les femmes (v mv) alle vrouwen

Let op! Tous en tout hebben een andere betekenis als ze niet worden gevolgd door een zn. Dan betekent tout: alles en tous: allemaal/allen Exemples: J’ai tout acheté ik heb alles gekocht Je vous vois tous ik zie jullie allemaal Il voit tout hij ziet alles Tout le monde iedereen

Het ww. rire (lachen) et sourire (glimlachen) Leer deze werkwoorden in de présent, imparfait, passé composé en futur. Gebruik le conjugueur op de site van je docent.

De wederkerende werkwoorden Dit zijn werkwoorden die in het NL met zich beginnen: zich wassen, zich concentreren. In het Frans gebruik je i.p.v zich se. se laver, se concentrer.

Let op de volgorde in de volgende gevallen Présent: je me lave (ik was me) Ontkenning: je ne me lave pas  ik was me niet (ne achter het pers.vnw en pas als laatst) Passé composé: je me suis lavé (e) (ik heb me gewassen) leer dus het ww. être uit je hoofd. Ontkenning van de passé composé: je ne me suis pas lavée (ik heb me niet gewassen)

Hoe leer je de wederkerende ww.? Oefen met le conjugueur ( se concentrer, se lever). Maak de proeftoets en let op de volgorde!