Inleiding voor Jesus Huerta de Soto.  Grondstoffen worden aangekocht en verwerkt in stadia tot het eindprodukt klaar is om geconsumeerd te worden. Dit.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
H 11: Eigen vermogen 11.1: aandelenvermogen 11.2: emissie van aandelen
Advertisements

Hoofdstuk 2: Geld en ruil
Hoofdstuk 2 Inkomen en inflatie
Oerproducent (bijv. de veehouder)
Module 6 Stop! Geen risico!?
Kopen en werken Hoofdstuk 5: Een eigen bedrijf
Rien Boskeljon.
Exploitatiebegroting
Eindpresentatie Otis Tarda
Overheid beleid.
Verkoopresultaat Niveau 3 Kerntaak 5 Blz. 63.
4. Hoezo internationalisering?
stijging van het algemeen prijspeil
Hoe komen producten tot stand?
Modellen VWO 6.
Markten 1 H3.
Agenda  Les 15  wkn 14 2e  hs 2.6 winst & verlies
Jullie hebben lef... .
Externe verslaggeving
Inflatie oftewel stijging van het algemeen prijspeil
Externe verslaggeving
HAVO 5 Inkomen en groei Hoofdstuk 4: Inkomensverdelingen
4 boeken : 2 dagen = 2 boeken per dag 6 boeken : 6 dagen = 1 boek per dag.
Structuur Hoofdstuk 4.
Ziehier 2 bussen Ariel Color gezien langs de voorzijde : links de “nieuwe” bus, rechts de “oude”. De vorm en het etiket zijn verschillend. Maar het produkt.
Fase 1 Ken de (detail)handel
Hoofdstuk 1 Waar blijft je geld?
DAG De tijd die de aarde erover doet om één volledige beweging om zijn as te maken. Dit is 23 uur en 56 minuten óf De tijd die ligt tussen twee opeenvolgende.
Slot 4Hc.
De risico-regelreflex ontleed
J. de Lange ECONOMIE HOE KUN JE DAT NOU MAKEN?. Inventarisatie: Productiefactoren Afschrijving Winstberekening Belangrijk PROGRAMMA:
Aantekeningen hfst 6.
Antwoorden proeftoets H4, h6 en h7 1 t/m 3. Jaren Schuldrest begin van het jaar InterestAflossing Schuld einde van het jaar Belasting- voordeel Lasten.
Pensioenactualiteiten Buitenlandse Zaken Den Haag, S. Jongbloed, Bestuursbureau ABP.
PW Wisselkoersen Vraag 1: De uitvoer van Zwitserland naar de EU steeg, maar minder snel dan de invoer uit de EU-landen (= de uitvoer van de EU naar Zwitserland.
6.4 transistor. In 6.3 zagen we een relais: In de ene schakeling (groen) loopt een stroom waardoor de spoel magnetisch wordt. Daardoor wordt het “anker”
Hoofdstuk 6 Productie.
Instructie hoofdstuk 8 Internationale ontwikkelingen.
Samenvatting Lesbrief Werk & Werkloosheid Hoofdstukken 1-3.
Hfst 5 Sparen of lenen? Concept: Ruilen over de tijd
taking care of energy and the environment
Hoofdstuk 6 Productie en markt.
Welkom havo 4..
Welkom havo 4..
Welkom havo 4..
Welkom havo 3..
Welkom Havo 5..
Paragraaf 3. Temperatuurverschillen op aarde Een deken over de aarde
Hst 4 Hoe wordt er gewerkt?
Welkom havo 4..
Welkom havo 3..
Vmbo 2 economie Goede producten?
Vmbo 2 economie Goede producten?
Economische groei Hfst 20 Hfst 26.
Welkom VWO 5..
Welkom havo 3..
Welkom Havo 5..
Beste ath 4..
Havo 4 Lesbrief Vervoer.
Welkom Havo 5..
Welkom Havo 5..
Welkom Havo 5..
Welkom Havo/vwo 3..
Vmbo 2 economie Goede producten?
Hfst 5 Sparen of lenen? Concept: Ruilen over de tijd
Consumenten/producenten/overheid
Nederland en de rest van de wereld
Boek 4 - Hoofdstuk 3 GELD VOOR DE OVERHEID
- Wat heb ik aan geld, ik heb veel meer aan brood -
Transcript van de presentatie:

Inleiding voor Jesus Huerta de Soto

 Grondstoffen worden aangekocht en verwerkt in stadia tot het eindprodukt klaar is om geconsumeerd te worden. Dit proces duurt meerdere jaren: ontwerp, design, grondstoffen, halfafgewerkte produkten,…

 Naargelang het gedrag van de eindconsument: hij beslist minder of meer te konsumeren en meer of minder te sparen (vaak in funktie van de rentevoeten) zal zijn gedrag verschillende gevolgen hebben.  Stel dat de konsument beslist om meer te sparen: het direkte gevolg is dat de verkoop daalt en zo ook ook de winst van de consumptie-sektor…dit terwijl de winst in sektoren die verder verwijderd zijn van de consumptie nog steeds op volle toeren werken en goede winsten boeken…De sektor waar kapitaalgoederen geproduceerd worden (vliegtuigen, auto’s, gebouwen)  Hierdoor schakelen meer en meer ondernemers hun aktiviteit naar produktie processen die verder van de consumptie verwijderd liggen. Deze laten immers toe meer winst te maken. Hoe lager de rentevoeten, hoe verder weg men van de consumptie gaat switchen.

 Hogere reeele lonen eisen steeds meer mechanisatie  Tengevolge van mechanisatie gaat de prijs van de consumptiegoederen DALEN = prijsdeflatie = hoger reeel loon (hoeft niet noodzakelijk nominaal)

 Hoe lagere rentevoeten, hoe groter de afstand tussen initiele ontwikkeling en fabrikatie en afwerking van het consumptie produkt: een rentevoet van 2% laat een langer produktieproces toe dan een rentevoet van 4%

Het rendement van elke QE (bijgeschapen fiat geld daalt exponentieel…terwijl het risiko van hyperinflatie toeneemt Het scheppen van Fiat Geld uit ijle lucht houdt de rente kunstmatig laag. Om de ekonomie onder een stelsel van Fiat Geld leven te houden en de rente laag, moet er steeds meer geld worden geschapen. De uitwerking van dit bijgeschapen geld wordt steeds kleiner…tot het uiteindelijk geen effekt meer heeft en resulteert in een hyperinflatie