H 14: Enkelvoudige interest

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
H5 Financiële Rekenkunde
Advertisements

H3 Wat doe je met je geld Onderscheid tussen verschillende soorten uitgaven, om een goede begroting te kunnen maken Verschillende vormen van sparen en.
Dit is de kracht waarmee een planeet aan een voorwerp trekt
H 22: Kosten van een duurzaam produktiemiddel (dpm)
H1 Basis Rekenvaardigheden
H 44: Investeringsselectie
H 15: Samengestelde interest
Havo5 WA Extra opgaven.
Grote getallen Getallen groter dan vier cijfers schrijf je meestal in groepjes van drie. Je schrijft niet maar Dit spreek je.
H 12: Vreemd vermogen lang
Verkoopresultaat Niveau 3 Kerntaak 5 Blz. 63.
Kb.1 Ik leer op een goede manier optellen en aftrekken
In het jaar 2007 kon je dit kopen voor €100: In het jaar 2012 kon je dit kopen voor €100: Koopkracht = Het geld wordt minder waard.
H16: Renten H 16 gaat over renten. Wat is het verschil met H 15?
WISKUNDIGE FORMULES.
REKENEN.
Regels voor het vermenigvuldigen
Regelmaat in getallen (1).
Agenda  Les 13  wkn 13 2e  hs 2.4 overige kosten
Herhaling Examenstof M&O
Samengestelde interest
Goedemiddag H3b.
Goedemorgen H3b.
Werken aan Intergenerationele Samenwerking en Expertise.
Inkomen les t/m 75 plus Zelftest Kennisvragen.
Inkomen les 8 37 t/m 46.
Inkomen Begrippen + 6 t/m 10 Werkboek 6. 2 Begrippen Arbeidsverdeling Verdeling van het werk in een land.
A5 Management & Organisatie
2000 X (1,06) 3 = 2.382; = 1.882; X (1,06) 2 = 2.114,65; 2.114, = 3.114,65 (PER 1/1 2006); 3.114,65 X (1,05) 3 = € 3.605,60.
Δ x vgem = Δ t Eenparige beweging
Toegevoegde Waarde Productie = inkomen.
Ruimtevaartquiz De Maan De.
Lesplanning Binnenkomst Intro Vragen huiswerk Uitleg docent 2.2
Blz Prioriteiten stellen betekent dat je de belangrijkste dingen eerst koopt/ betaalt. Huishoudelijke uitgaven zijn producten die je vaak koopt,
Pietje heeft op 1 januari 2008 een bedrag van € 400 op een spaarrekening gezet. De rente is 3,5%. Hij laat de rente op de rekening staan. Op 1 januari.
Lesplanning Binnenkomst Intro Nakijken 1.4
Blz Prioriteiten stellen betekent dat je de belangrijkste dingen eerst koopt/ betaalt. Huishoudelijke uitgaven zijn producten die je vaak koopt,
Lesplanning Binnenkomst Intro Vragen huiswerk
Oefeningen Hoofdstuk V.
Chemisch rekenen: overzicht
Samengestelde interest
Hoeveelheidsaanpassing II
Gebruik grafische rekenmachine bij M&O via de TVM-solver
Samenvatting hoofdstuk 1
Investeringsselectie
Investeringen Klik om verder te gaan. Hoe gebruik je deze uitleg? Je kunt in deze presentatie ‘bladeren’ door de pijltjestoetsen te gebruiken. Vooruit.
Algemene Ondernemersvaardigheden
Algemene Ondernemersvaardigheden
Vraagstukken: intrest
Exploitatiebegroting Deel 2
Met gebruik van een verhoudingstabel
 Om te kijken of je belegging echt beter is als je geld op de spaarrekening zetten, moet je het rendement berekenen.  Bij rendement wordt de winst vergeleken.
5% rente Enkelvoudige interest berekening Tijdstip 0Na 1 jaarNa 2 jaarNa 3 jaar € 200,- 5% rente Enkelvoudige interest berekening.
SPAREN EN LENEN. SPAREN  Enkelvoudige interest ( rente)  Samengestelde interest ( rente)
Domein Verhoudingen 11 Rente van spaartegoeden 2 Rente van spaartegoeden Als je geld op een spaarbankrekening stort en voor langere tijd laat staan,
Interest berekeningen
Beste ath 4..
Beste ath 4..
Beste Havo 4..
(Bijna) iedereen doet het
Beste Havo 4..
Beste ath 4..
Beste Havo 4..
Beste ath 4..
Beste Havo 4..
Beste Havo 4..
Beste ath 4..
Beste ath 4..
H9: ENKELVOUDIGE INTEREST INTEREST
Transcript van de presentatie:

H 14: Enkelvoudige interest H 14 en H 15 gaan over interestberekeningen. H 14 gaat over enkelvoudige interest (E.I) en H 15 gaat over samengestelde interest (S.I). Wat is het verschil? E.I: er wordt steeds interest berekend over het beginkapitaal. S.I: er wordt steeds interest berekend over het beginkapitaal vermeerderd met de interest uit voorgaande perioden. Vandaar dat S.I ook wel “rente over rente” genoemd wordt.

Voorbeeld: Iemand heeft een kapitaal van € 8.000 en zet dat op een spaarrekening tegen 4%/jaar. E.I S.I Begin jaar 1 € 8.000 Ontvangen interest jaar 1 € 320 (0,04 x 8.000) Eind jaar 1/Begin jaar 2 € 8.320 Ontvangen interest jaar 2 € 332,8 (0,04 x 8.320) Eind jaar 2/Begin jaar 3 € 8.640 € 8.652,80 Ontvangen interest jaar 3 € 346,11 (0,04 x 8.652,8) Eind jaar 3/Begin jaar 4 € 8.960 € 8.998,91 Ontvangen interest jaar 4 € 359,96 (0,04 x 8.998,91) Eind jaar 4/Begin jaar 5 € 9.280 € 9.358,87 H 14 gaat uitsluitend over enkelvoudige interest; H 15 gaat uitsluitend over samengestelde interest.

Enkelvoudige interest Voorbeeld 1: iemand zet € 15.000 op een spaarrekening tegen 3,4%/jr. Hij laat het geld daar 43 weken staan. Hoeveel interest ontvangt hij na die 43 weken op zijn rekening? • 15.000 x 3,4% = € 510 interest voor een heel jaar. • 510/52= € 9,80769 per week • 43 x 9,80769 = € 421,73 Voorbeeld 2: iemand zet € 15.000 op een spaarrekening tegen 3,4%/jr. Hij laat het geld daar 17 kwartalen. Hoeveel geld heeft hij na die 17 kwartalen op zijn rekening staan inclusief de ontvangen rente? • 15.000 x 3,4% = € 510 interest voor een heel jaar. • 510/4 = € 127,50 interest per kwartaal • 127,5 x 17 = 2.167,5 interest voor 17 kwartalen • In totaal dus een eindbedrag van 15.000 + 2.167,5 = € 17.167,50

Voorbeeld 3: Iemand zet 18.000 op een spaarrekening tegen 4%/jr. Na een x-aantal weken is de totale eindwaarde € 18.595,39. Bereken het aantal weken dat die € 18.000 op die spaarrekening heeft gestaan. • Ontvangen interest na x-weken = 18.595,39 – 18.000 = € 595,39 • De jaarinterest bedraagt 18.000 x 4% = € 720. (dus in ieder geval heeft het geld korter dan 1 jaar op de spaarrekening gestaan) • (595,39/720) x 52 = 43 weken. Al dit soort sommetjes kun je oplossen met de volgende formule die specifiek bij enkelvoudige interest hoort: I = K x P x T 100 x C Verklaring: I = de gekweekte interest K = kapitaal P = percentage T = tijd 100 = gekoppeld aan K C = constante en gekoppeld aan T

C kan (normaal gesproken) de waarden 1, 2, 4, 12, 52 of 365 aannemen C kan (normaal gesproken) de waarden 1, 2, 4, 12, 52 of 365 aannemen. Welke waarde C aanneemt is afhankelijk in welke eenheid (dagen, weken, maanden, kwartalen) T is gegeven. Zie voorbeeld 1: (15.000 x 3,4 x 43) = 421,73. (100 x 52) C heeft hier dus de waarde 52, want er gaan 52 weken in een heel jaar. Zie voorbeeld 2: (15.000 x 3,4 x 17) = 2.167,50. (100 x 4) De eindwaarde (beginkapitaal + gekweekte interest) bedraagt dus 15.000 + 2.167,50 = 17.167,50. C heeft hier dus de waarde 4, want er gaan 4 kwartalen in een heel jaar. Zie voorbeeld 3: 595,39 = (18.000 x 4 x T) (100 x 52 595,39 = 72.000T 5200 595,39 = 13,84615T………T = 43 weken. C heeft hier dus de waarde 52, want er gaan 52 weken in een heel jaar.