Algemene Muziekleer Hoofdstuk 1 Ritme

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Spelbegeleiding Zaalhockey Jongste Jeugd
Advertisements

Pianoles heeft onmiddellijk
Cultuur van het Moderne
Les 8 Hoofdstuk 12: Communicatie.
Kwalitatief en kwantitatief verband
Basis oplieding ta karmaster STAF oktober 2013
Ruimte Ritme & Tijd.
Compositie Begrippen klas 1 t/m 3.
WERKWOORDSPELLING Hoe doe je dat ?.
Torens van Hanoi ● Uitgevonden door Franse Wiskundige Edouard Lucas in ● Beschreven in zijn wiskundig “spelletjesboek” Récréations Mathématiques.
6 Vaardigheden 6.1 Rekenvaardigheden Rekenen in verhouding
Dirigeren Wat doet een dirigent?. inhoudsopgave Wie laat ik spelen? Ga ik aftellen? Welke opdrachten kan ik geven? Hoe laat ik ze stoppen?
Kracht en beweging De nettokracht of resulterende kracht F res heeft invloed op de snelheid waarmee het voorwerp beweegt: Als de nettokracht nul is, blijft.
Workshop C verhouding van inhoud, lengte en oppervlakte &
Gecijferdheid 2 (Meten 1 – ME144X) week 3
Ukelele Akkoorden en tabs
Klokkenspel Overeenkomst piano Melodie uitzoeken en instuderen
Ukelele Snaar / positie Letter bij snaar / positie Akkoorden Akkoordenschema Tab.
Basisritme Meespelen met Song. Paradiddle Break YouTube
Inhoud Breuken (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen).
Hoofdstuk 3 (1.2 – 12%) De kandidaat kan gegeven een aantal voorbeelden benoemen of deze vallen onder primaire arbeidsvoorwaarden, zoals salaris en vakantiedagen/toeslag,
Percussie Rondjes en kruisjes Ritme maken in een vierkwartsmaat. Hoog en laag toevoegen Ritme eerst noteren met rondjes en kruisjes, daarna met noten.
COMPOSITIE Wat is compositie?.
SCHAAL in toepassingssituaties
RITME 1 De namen van de noten. re - je ne Achtste noten
Van noot tot condensator
Spelbegeleiding Zaalhockey Jongste Jeugd
Studie vaardigheden Thema 2 : Plannen.
Inhoud Wat is elektriciteit Hoe ontstaat elektriciteit
Spelbegeleiding Zaalhockey Jongste Jeugd
Spelbegeleiding Zaalhockey Jongste Jeugd
Hoofdstuk 17 Breuken basis. Hoofdstuk 17 Breuken basis.
SCHAAL in toepassingssituaties
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 8 Uitvoeringspraktijk
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 8 Uitvoeringspraktijk
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 14 Symfonische Structuren
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 10 Melodische Relaties
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 6 Dynamiek
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 13 Concerterende Structuren
Parallelle beweging De toonhoogtes van twee of meer stemmen bewegen zich in dezelfde richting.
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 4 Toonhoogte
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 11 Dansen
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 11 Dansen
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 6 Dynamiek
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 17 Vorm
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 17 Vorm
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 5 Toonsoort
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 1 Ritme
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 6 Dynamiek
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 4 Toonhoogte
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 7 Samenklank
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 12 Variatie
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 7 Samenklank
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 10 Melodische Relaties
Muziek.
Parallelle beweging De toonhoogtes van twee of meer stemmen bewegen zich in dezelfde richting.
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 10 Melodische Relaties
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 5 Toonsoort
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 13 Concerterende Structuren
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 7 Samenklank
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 3 Tempo
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 12 Variatie
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 12 Variatie
Hoofdstuk 17. Polyfone Structuren
M A R T X I W K U N E D S 2 G16 Gelijkvormige figuren © André Snijers.
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 3 Tempo
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 2 Maat
Algemene Muziekleer Hoofdstuk 4 Toonhoogte
De Belichtingsdriehoek
Fluiten bij de Jongste Jeugd
Transcript van de presentatie:

Algemene Muziekleer Hoofdstuk 1 Ritme

Notenwaarden (hele tot en met tweeëndertigste noot)

Rusten (hele tot en met zestiende rust)

Langer maken van de noot door een punt achter de noot Een punt achter de noot of rust: de noot of rust wordt verlengd met de helft van de waarde Een noot met een punt erachter maakt dat deze noot de helft van zijn eigen waarde langer wordt. Puntering (een punt achter de noot zetten) kan ook voorkomen bij rusten. Gepunteerde rusten worden op dezelfde wijze verlengd als noten. Zo duurt een kwartnoot of kwartrust twee achtsten lang, maar met een punt wordt de lengte drie achtsten. Uitleg gepunteerde noot: https://www.youtube.com/watch?v=okUeLaMw-l0

Samenvoegen van twee noten met dezelfde hoogte: de verbindingsboog De waarde van de eerste noot wordt verlengd met de tweede Uitleg verbindingsboog: https://www.youtube.com/watch?v=dJWRbqZfaUo

Antimetrische figuren: duool, triool, kwintool. Een onderverdeling in tweeën (duool), drieën (triool) of vijven (kwintool) waar een andere onderverdeling gangbaar is.

Hemiool Een tijdelijke tweedeligheid in een driedelig stuk of omgekeerd In plaats van 1-2-3-1-2-3 hoor je bijvoorbeeld: 1-2-1-2-1-2.

Kickbeat metronomisch dreunend vierkwartsritme waarin elke tel door basdrum ( ‘kick’) benadrukt wordt.

Break De onderbreking van het ensemblespel gedurende een aantal maten in een jazz of popcompositie waarbij alleen de solist doorspeelt Fill Ritmische verbinding tussen de melodische thema’s van een improvisatie, meestal gespeeld door een slagwerker. Het bereidt een nieuwe zin, nieuw deeltje of nieuwe harmonie voor

Polyritmiek Het gecombineerd voorkomen van metrische en anti-metrische figuren

Swing Een subtiele tijdverschuiving door de timing van het moment van spelen, waardoor een karakteristieke vering ontstaat. Swing heeft een Afro-Amerikaanse oorsprong. Uitleg swing met voorbeelden (18,13,19): http://muze.hwc.nu/Ritme%2C+maat+en+tempo

Syncope het verleggen van het accent Zonder syncopes: De accenten vallen samen met de hoofdtellen (sterke maatdelen) Met syncopes: De accenten vallen op de zwakke maatdelen

Ritmisch ostinaat Ostinaat uit de Bolero van Maurice Ravel Een steeds herhaald ritme Ostinaat uit de Bolero van Maurice Ravel

Complementair ritme Het ritme van de ene partij vult dat van de andere aan http://www3.artez.nl/musictools/aml_new/maat_ritme/complementaire_ritmiek.html

Ritmische verdichting en verdunning ritmische verdichting: grote notenwaarden aan het begin en steeds kleinere verderop Ritmische verdunning: kleine notenwaarden aan het begin en steeds grotere verderop

Ritmische vergroting en verkleining We spreken van ritmische vergroting als alle notenwaarden in een melodie evenredig worden verlengd; meestal gaat het hierbij om een verdubbeling van de notenwaarden We spreken van verkleining als alle notenwaarden in een melodie evenredig worden verkleind; meestal gaat het hierbij om een halvering van de notenwaardes

Hoofdstuk 1: Ritme Luistervaardigheid en voorstellingsvermogen: Onderscheiden van: - de afwisseling van geluid en stilte; beweeglijke en statische figuren; regelmatige en onregelmatige beweging. Herkennen en benoemen van: notenwaarden, rusten en ritmische figuren - Volgen van een ritme. - Noteren van ritmen. Interpreteren: ritmische spanningen en ontspanningen, veranderingen en contrasten. Ritmische verdichting en verdunning Ritmische vergroting en verkleining

Hoofdstuk 1: Ritme Begrippen die bij dit item van de stofomschrijving horen: Antimetrische figuren (duool, triool, kwintool) Break. Complementair ritme. Fill. Hemiool. Kickbeat Motorisch ritme Polyritmiek. Ritmisch ostinaat / ostinato Swing/ triolenfeel/ ‘rechte’ feel Syncope / ragged time (alleen in jazz) Teleenheid Toonduur. Notenwaarden (hele tot en met tweeëndertigste noot en hele tot en met zestiende rust) Verlenging van de noot met punt achter de noot. Verbindingsboog. Verdichting/ verdunning Vergroting/ verkleining Vrij ritme.