1. 2 3 4 5 Koning: 3 functies Legerbevelhebber Opperpriester Opperrechter 6.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
De Republiek in een tijd van vorsten
Advertisements

4.3 De cultuur van het Rijk.
1.5 Vorsten in Europa Republiek De Nederlanden waren een republiek: - De macht lag bij de Staten Generaal - Opvolgers werden gekozen. Monarchie Frankrijk,
Koninkrijk Bingo. KONINKRIJK BINGO Wie was de eerste Nederlandse koning? VRAAG.
Nederland Les 7: De Gouden Eeuw; Bestuurlijke en culturele aspecten
Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland
17de eeuw (1.3) Politieke rechten De Republiek was een Statenbond zonder sterk centraal gezag Dat leidde tot -moeizame besluitvorming (tijdrovend) -een.
Deel C: Participatie (p ) Participatie = inspraak = luistert men naar mijn mening?  in het gezin?  op school?  in België?
Kenmerk 6: De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 2: De Romeinse klassenmaatschappij.
Burgers regelen het zelf
3.2 Het bestuur van de polis
Het socialisme Paragraaf 7..
Paragraaf 1: Frankrijk in de 18e eeuw
Interbellum en Vrede van Versailles.
De staatsinrichting van Nederland.
Lucius Cornelius Sulla
Tijd van Grieken en Romeinen 3000 v Chr- 500 n Chr
Kenmerk 6: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 6: De Romeinen en hun bestuur.
Strijd tussen De Kerk en De Staat Les 8 - Investituurstrijd
Kenmerk 15 Het conflict in de christelijke wereld over de vraag de wereldlijke of de geestelijke mach het primaat behoorde te hebben Les 13 - Investituurstrijd.
Kenmerk 6: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 2: De Romeinen en hun bestuur.
Kenmerk 6: De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 4: Octavianus a.k.a. Augustus.
De Republiek in Europa Les 23: Bestuur & macht in Europa
Kenmerk 5 (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 14: Van Republiek naar Keizerrijk.
Het bestuur van de stadstaat
Rome!.
De Romeinse samenleving
REPUBLIEK BINGO.
Het bestuur van de republiek
De Romeinen en hun staatsvorm
De Romeinen § 2.
Republiek versus Frankrijk
Kenmerk 5 De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 12: Het Bestuur.
Hoofdstuk V: Rome Les 3: Het Bestuur
Hoofdstuk 3 De Romeinen.
Kenmerk 6: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 7: De Romeinen, Romanisering.
Deel 3: Politiek in de Griekse stadstaten
Wat moet je weten aan het eind van de les?
Hoofdstuk V: Rome Les 3 - par 2 – Romeinse samenleving
Hoofdstuk V: Rome Les 4 - par 3A – De Cultuur van het Rijk
Hoofdstuk V: Rome Les 4: Veroveringen en Caesar
Hoofdstuk V: Rome Les 2 - par 1B Het bestuur
Hoofdstuk III: Griekenland Les 3: Par 2, Het bestuur van de polis
Hoofdstuk V: Rome Les 5: Keizer Augustus
Het bestuur van de stadstaat
Bestuur in andere landen
De Republiek der zeven verenigde nederlanden
Hoofdrolspelers HC1 De Republiek ( )
Geschiedenis Proefwerk oefenen.
Mare nostrum ’onze zee’
Les 9 Wat gaan we doen? 1.Werkblad bespreken. 2.Film over de oude Grieken. 3.Schema bespreken. 4.Afsluiting.
Van polis tot keizerrijk
Opkomst van machtige vorsten 1.4. Vorsten brengen een scheiding aan tussen Kerk en Staat Tot de dertiende eeuw dachten de meeste Europeanen dat God maar.
POLITIEK BIJ DE GRIEKEN EN ROMEINEN
Het bestuur van de polis
Het land van de farao Hoofdstuk 2.
2.3 Rangen en standen Hoofdstuk 2.
K.A. 3. het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
De economie van het Romeinse Rijk 200 v.C. – 200 n.C.
Op naar feodaal Europa (een strijd om macht) (feodaal stelsel = Leenstelsel, adel regeert)
Hoofdstuk 4 De Romeinen.
Hoofdstuk 4 De Romeinen.
Hoofdstuk 3 De Grieken.
4.1 van stad tot wereldrijk
Kenmerk 5: De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 11: De Romeinse klassenmaatschappij.
Cursus 5.2 : Monniken en Ridders 1 KB Lesweek 1
Kenmerk 5: De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 13: Octavianus a.k.a. Augustus.
Kenmerk 5 De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 12: Het Bestuur.
Antwoorden H2: § 3.
§2.1 Van stad tot wereldrijk
Transcript van de presentatie:

1

2

3

4

5

Koning: 3 functies Legerbevelhebber Opperpriester Opperrechter 6

1. Waarom werd Rome een republiek? 2. Hoe werd de republiek bestuurd? 3. Wat veranderde er met de strijd tussen patriciërs en plebejers? 7

Rome koos voor een republiek 8

1. Waarom werd Rome een republiek? 2. Hoe werd de republiek bestuurd? 3. Wat veranderde er met de strijd tussen patriciërs en plebejers? 9

10

Handboek p. 70 Werkboek p. 54 Bron 1 11

1. Waaruit blijkt dat de laatste koning de traditionele inspraak naast zich neerlegde? Hij schafte de regel af dat de koning raad moest vragen aan de senaat 12 WB: p. 54 Oef: 2.1

2. Waarom kan je hem een echte alleenheerser noemen? Hij besliste willekeurig en eigenmachtig. Het volk en de senaat hadden niets te zeggen 13 WB: p. 54 Oef: 2.2

1. De Romeinen vervingen het koningschap door een republiek 14 WB: p Titel

Romeinse samenleving Patriciërs Aristocraten De rijken Afstammelingen oude, vooraanstaande familie Plebejers Het gewone volk Het ‘plebs’ 15

16

1. Waarom verjoegen de Romeinen in 509 v.C. de laatste Etruskische koning? De almachtige koningen hielden niet altijd rekening met de mening van de patriciërs. 17 WB: p. 55 Lestekst: 1.1

2. Wat betekent ‘republiek’? ‘Republiek’ komt van ‘res publica’: het bestuur werd een zaak van heel het Romeinse volk. 18 WB: p. 55 Lestekst: vraag 2

Tijdlijn v.C. 509 v.C. 31 v.C 476 koningstijdrepubliekkeizerrijk

1. Waarom werd Rome een republiek? 2. Hoe werd de republiek bestuurd? 3. Wat veranderde er met de strijd tussen patriciërs en plebejers? 20

21 Twee consuls (één jaar) = bestuur = opperbevel = vetorecht Volksvergadering = beslissen over oorlog en vrede = wetsvoorstellen af/goedkeuren Patriciërs (oorspronkelijk) Plebejers Senaat = schatkist = buitenlandse politiek Dictator Alleenheerser in tijden van moeilijkheden verkiest advies aanstellen zetelen in Magistraten Praetoren Censoren, … aanstellen

22 WB: p. 54 Woorden en begrippen in het schema invullen

23

2. De senaat had de touwtjes in handen 24 WB: p Titel

25 WB: p. 55 Vragen 3, 4 en 5 oplossen Hb: p 70 -> schema + bron 2

3. Welke macht hadden de 2 consuls en de andere magistraten? De uitvoerende en rechterlijke macht 26 WB: p. 55 Lestekst: vraag 3

4. Welke macht had de volksvergadering? De wetgevende macht 27 WB: p. 55 Lestekst: vraag 4

5. Waarom had de senaat eigenlijk de touwtjes in handen? De senaat -> raadgevende taak, maar door aanzien senatoren -> magistraten voerden hun besluiten altijd uit 28 WB: p. 55 Lestekst: vraag 5

1. Waarom werd Rome een republiek? 2. Hoe werd de republiek bestuurd? 3. Wat veranderde er met de strijd tussen patriciërs en plebejers? 29

Plebejers eigen politieke leiders: Volkstribunen Vetorecht 30

De Wet der Twaalf Tafelen (450 v.C) Als men met de hand of met een knuppel een bot heef gebroken bij een vrije, dan moet men een boete betalen van 300 as, bij een slaaf van 150 as. 31

3. De rijke plebejers deelden mee in de macht 32 WB: p Titel

33 WB: p. 55 Vraag 6 en 7 oplossen Hb: p 71

6. Welke 4 belangrijke verbeteringen konden de plebejers van de patriciërs bekomen? Ze kregen hun eigen politieke leiders: volkstribunen. Er kwamen geschreven wetten. Plebejers mochten huwen met patriciërs. Plebejers kregen stilaan toegang tot alle ambten en konden senator worden. 34 WB: p. 55 Lestekst: vraag 6

7. Waarom was de Romeinse republiek niet echt democratisch? De macht was gebaseerd op rijkdom. De werkelijke macht was in handen van patriciërs en rijke plebejers. 35 WB: p. 55 Lestekst: vraag 7

Woordslang 36 Het gras ziet Op 14 februari vieren we Valentijn De clown zijn neus ziet Rood BeginEinde Groen