De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Levensbeschouwelijk kringgesprek Thema: Dood is dood?!

Verwante presentaties


Presentatie over: "Levensbeschouwelijk kringgesprek Thema: Dood is dood?!"— Transcript van de presentatie:

1 Levensbeschouwelijk kringgesprek Thema: Dood is dood?!

2 Levensbeschouwelijk kringgesprek  We gebruiken Ik-boodschappen. Vb. Ik ben van mening dat …  We blijven in het heden.  We blijven bij het aangebrachte thema.  We respecteren elkaars meningen en veroordelen bijgevolg niemand.  We staan in dienst van de groep en zorgen ervoor dat iedereen aan bod komt.  We luisteren écht naar elkaar en willen niet alleen onze eigen inbreng doen.  We gebruiken verbale en non-verbale leerwegen, we reageren vanuit hoofd en hart.  We nemen actief deel aan het kringgesprek. (Actief luisteren maakt hier ook deel van uit.) G roepsafspraken

3 Levensbeschouwelijk kringgesprek Thema: Dood is dood?!  Opstap:  Fragment uit “The broken circle breakdown” wordt ter inleiding getoond. De twee hoofdpersonages, Didier en Elise, verwerken de dood van hun dochtertje Maybelle op een verschillende manier en hun visie op de dood staat lijnrecht tegenover elkaar. Didier is van mening dat de dood het einde is: “Dood is dood.” Hij kant zich tegen elke vorm van godsdienst omdat die de wetenschappelijke vooruitgang tegenhouden, volgens hem. Elise daarentegen gelooft dat er een leven is na de dood. “Als ik wil geloven dat dat Maybelle een vogeltje is, dan doe ik dat.”  Hermeneutische knooppunten: Is de dood een einde of een begin? Is er leven na de dood? Will the circle be unbroken?  Vragen bij aanvang:  Welke visie hebben Elise en Didier over de dood?  In welke visie herken je jezelf (ten dele)? Leg uit.

4 Mogelijke K stoel: “De dood is geen toestand. Ik ben alleen maar aan de overkant. Ik ben mezelf, zoals jij. Wat we voor elkaar waren, zijn we nog altijd. Noem me zoals je mij altijd al genoemd hebt. Spreek tegen me zoals vroeger, op dezelfde toon, Niet plechtig, niet triest. Lach om wat ons samen heeft doen lachen. Denk aan mij, bid met mij. Spreek mijn naam uit thuis, zoals je dat altijd deed, Zonder nadruk, zonder enige droefheid. Het leven is wat het altijd geweest is. De draad is niet gebroken. Waarom zou ik uit je gedachten zijn? Omdat je me niet meer ziet? Nee, ik ben niet ver, Alleen maar aan de overkant van de weg. Kijk, alles is goed. Je zal mijn hart opnieuw ontdekken En de tederheid terugvinden. Droog dus je tranen, ween niet, als je van me houdt.” Reflectievragen:  Wat wil deze tekst duidelijk maken?  Kan je jezelf hierin vinden? Waarom wel/niet?  Voel jij je nog verbonden met mensen die overleden zijn? Deze tekst is niet van Augustinus, maar geïnspireerd op delen van Augustinus’ Epistula/ brief 263. Dit is een troostbrief van Augustinus aan Sapida, wiens broer onlangs overleden was. De hierboven geciteerde tekst, gemaakt door Cécile Mollet, werd voor het eerst voorgelezen op de uitvaart van Julie en Melissa in september Uen--Ween-niet.html (15 mei 2014) an-ik-het-allemaal-wel-op-mijn-eentje- doen/#23014 (15 mei 2014)

5 wat-mogen-we-hopen/#13996 ( 15 mei 2014) Mogelijke K stoel: de Emmaüsgangers Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar een dorp dat Emmaüs heet en zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. [14] Ze spraken met elkaarover alles wat er was voorgevallen. [15] Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, [16] maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze hem niet herkenden. [17] Hij vroeg hun: ‘Waar loopt u toch over te praten?’ Daarop bleven ze somber gestemd staan. [18] Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’ [19] Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’ Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus uit Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. [20] Onze hogepriesters en leiders hebben hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. [21] Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. [22] Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, [23] vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat hij leeft. [24] Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’ [25] Toen zei hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? [26] Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ [27] Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten. [28] Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof hij verder wilde reizen. [29] Maar ze drongen er sterk bij hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging mee het dorp in en bleef bij hen. [30] Toen hij met hen aan tafel aanlag, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. [31] Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem. Maar hij werd onttrokken aan hun blik. [32] Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’ [33] Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, [34] die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en hij is aan Simon verschenen!’ [35] De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood. (Lc 24, 13-35)

6 wat-mogen-we-hopen/#13996 ( 15 mei 2014) Reflectievragen:  Waar gaan de leerlingen naartoe?  Hoe voelen ze zich? Hoe komt dit?  Waarom zouden de twee leerlingen Jezus niet herkend hebben?  Hoe herkennen ze Hem uiteindelijk?  Wat besluiten ze aan het einde van het verhaal?  Wie ben jij in het verhaal?  De leerling aan het begin van de tocht, die Jezus niet (h)erkent?  De leerling die op tocht is en zoekend is?  De leerling aan het einde van de tocht, die Jezus (h)erkent?  Waarom is dit één van de ‘kernverhalen’ van het christendom?

7 Mogelijke K-stoel: De Emmaüsgangers in beeld. Reflectievragen: Wat/wie zie je op het schilderij? Wie is de rechtse vage figuur? Waarom wordt deze figuur zo afgebeeld? age/wat-mogen-we-hopen/#13996 (15 mei 2014)

8 age/fotodatabank Mogelijke K-stoel: Gerecontextualiseerd kruisbeeld.

9 s/page/fotodatabank De begeleider stelt verdiepende vragen: - Welke kleuren worden hier gebruikt? - Wat symboliseren deze kleuren? - Hoe wordt Jezus voorgesteld wat is zijn betekenis voor ons nu? Blauw, geel, rood en groen Het groen staat voor Christus, symbool van hoop en bevindt zich tussen het rode kruis (= lijden) en het blauw van de hemel. Het geel staat in de volkssymboliek voor afgunst, verraad en bedrog. Jezus wordt als het ware omringd door een gele ‘massa’ van verraad OF het geel kan goud zijn en verwijst dan naar de goddelijke natuur van Jezus. Hij wordt als ‘een helende hoopvolle pleister’ voorgesteld voor de lijdende mens. Christus’ kruisdood en verrijzenis houdt de belofte in dat de dood niet het einde is.

10 s/page/fotodatabank Wat is merkwaardig als je kijkt naar de vorm van het kruis? Wat zou dit kunnen betekenen? Het kruis is geen rooms-katholiek kruis maar lijkt op het Andreas kruis van de Grieks-orthodoxen, het is echter niet identiek hetzelfde. Ook binnen het christendom is er verscheidenheid aanwezig! Misschien wilde de maker van dit kunstwerk benadrukken we dat we elk ons ‘eigen kruis’ dragen dat nooit gelijk is aan dat van Jezus, maar dat hij wel ons kruis mee ‘draagt.’

11 Levensbeschouwelijk kringgesprek Inhoudelijke input rond het gespreksthema voor de begeleider  De feiten  De jood Jezus van Nazareth = gestorven aan het kruis onder Pontius Pilatus. Dit was een gruwelijke, pijnlijk en vernederende doodstraf.  Cicero noemde het 'crudelissimum taeterrimum supplicium’. (wreedste doodstraf ter wereld)  In de jaren na de kruisiging van Jezus ontstaat er een groep van mensen, die stelden christenen te zijn, dit is volgelingen van de gekruisigde Jezus.  Op de vraag vanwaar hun geloof in Christus, de gekruisigde, antwoorden zij dat hun geloof steunt op de verrijzenis van Jezus, in het licht waarvan ze ook zijn leven begrijpen als bevrijdend.  De basis van het christelijke verrijzenisgeloof = het getuigenis van de eerste christenen  Hen is iets overkomen dat hun leven drastisch veranderd heeft. Hen is iets overkomen waar ze niet op zaten te wachten, iets dat ze niet verwachtten, iets dat ze niet meteen begrepen, iets wat hen in eerste instantie bevreesd maakte. 'Jezus is verrezen en is in die hoedanigheid verschenen (oofthè) aan de leerlingen.’

12 Levensbeschouwelijk kringgesprek  De ‘symbolische belofte’ van de verrijzenis  Belofte van het verrijzenisgeloof = kern van de christelijke traditie  Vertrouwen = sleutelwoord  Geloven dat de liefde van God sterker is dan alle vormen van mislukking, gebrek, lijden en dood  Geloven dat in elk mensenleven en in elke situatie kiemen van hoop verborgen liggen, waar ‘iets nieuws’ uit kan voortkomen.  Het geloof in de verrijzenis steunt op het geloof in Jezus Christus, in wiens leven Gods liefde op voortreffelijke wijze aanschouwelijk is geworden.  Gods universele liefde = de pijler voor de christelijke hoop op de verrijzenis  De hoop dat de dood niet het laatste woord krijgt en dat niets dat goed is, verloren zal gaan.  BRON: P. De Mey & C. Vander Stichele, De verrijzenis van Christus en onze verrijzenis: ongeloofwaardig of ongelofelijk?, in L. Boeve & A. Decoene, Wat mogen we hopen? Perspectieven op de verrijzenis van het lichaam, Antwerpen, Halewijn, 2007, p. 9 - p. 27. Inhoudelijke input rond het gespreksthema voor de begeleider

13 Levensbeschouwelijk kringgesprek  Een van de deelnemers zei: “Ik hoop dat de mensen die dood zijn vb. mijn oma, mijn tante ergens anders verder leven. Ik praat ook met hen over wat ik doe, moeilijke beslissingen, school, … al is het anders. Ik zie ze misschien niet meer maar ik denk en heb het gevoel dat ze over mij waken.”  Wanneer dit gebeurt, kan de begeleider de deelnemer op de K stoel laten plaats nemen en aangeven dat dit aanleunt bij een hertaling van het christelijk geloof.  De deelnemer in kwestie kan dan worden gevraagd om de tekst van Augustinus of Lc 24, voor te lezen, het Gerecontextualiseerd kruis erbij te halen, … als nieuwe input.  Herken jij hierin je eigen visie? Waarom wel/niet? Welk godsbeeld wordt hier naar voren gebracht? … Hoe doorverwijzen naar de K stoel? Een voorbeeld:


Download ppt "Levensbeschouwelijk kringgesprek Thema: Dood is dood?!"

Verwante presentaties


Ads door Google