De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

‘Op zoek naar het verloren geluk’ of ‘Der Triumph des Willens’? Over Onschuld (2014) van Jeroen Theunissen PAO-cursus studiejaar 2014-2015 Jos Muijres.

Verwante presentaties


Presentatie over: "‘Op zoek naar het verloren geluk’ of ‘Der Triumph des Willens’? Over Onschuld (2014) van Jeroen Theunissen PAO-cursus studiejaar 2014-2015 Jos Muijres."— Transcript van de presentatie:

1 ‘Op zoek naar het verloren geluk’ of ‘Der Triumph des Willens’? Over Onschuld (2014) van Jeroen Theunissen PAO-cursus studiejaar Jos Muijres

2 Huishoudelijke mededelingen: - evaluatieformulier - scholingscertificaat - hand-outs - verzoek docenten: - terugloop studentenaantallen NL - sterke terugloop aanmeldingen RU - pauze koffie/thee - consumptiebon - college Sprakeloos van Tom Lanoye: 12 mei Bibliotheek Marienburg uur - programma volgend jaar

3 ‘Op zoek naar het verloren geluk’ of ‘Der Triumph des Willens’? Over Onschuld van Jeroen Theunissen I. Inleiding A.Jeroen Theunissen B.Oeuvre van Theunissen C.Gevaarlijke literatuur en engagement II. Het Boek A.Enkele gegevens B.In de kritiek C.Goed gedocumenteerd D.Typering vertellen E.Indeling F.Belangrijkste verhaallijnen 1. gijzeling Manuel 2. Manuel – Nada 3. Manuel – vader (Paul) 4. Paul – moeder 5. Paul - Judith G.Schuld/onschuld H. Eindconclusies I. Grensverleggend en –overschrijdend gedrag J. Diversen

4 I. Inleiding A. Jeroen Theunissen -geboren in Gent in Opgegroeid nieuwbouwwijk De Pinte -vader: zakenman -In jeugd: diep gelovig, missionaris, wereld redden -Studie Germaanse Taal- en Letterkunde in Gent -Leraar Engels en Duits -Docent Cultuurgeschiedenis RITS (Erasmushogeschool Brussel). -Woont met vriendin en zoontje in de Vlaamse Ardennen -Publiceerde in Deus ex machina en in Dietsche Warande & Belfort -Romandebuut in 2003: De onzichtbare (roman, Meulenhof)

5

6 C. Oeuvre van Theunissen Literaire boeken: 2003: De onzichtbare (roman, Meulenhoff) 2005: Thuisverlangen (gedichten, Meulenhoff/Manteau) 2006: Het einde (roman, Meulenhoff/Manteau) 2008: Een vorm van vermoeidheid (roman, Meulenhoff/Manteau) 2009: Het zit zo (gedichten, Meulenhoff/Manteau) 2010: De stolp (roman, Meulenhoff/Manteau) 2013: De omwegen (roman, De Bezige Bij) 2014: Onschuld (roman, De Bezige Bij) 2015: Hier woon je (gedichten, De Bezige Bij)

7 Gevaarlijke literatuur Jeroen Theunissen, ‘Minimanifest’ in: Dietsche Warande & Belfort (2004), 5, p “Waar staat de literatuur vandaag voor? Bescheiden verhalen, oninteressante vertelsels, goed gemaakte en ongevaarlijke producten van een bladzijde of tweehonderd met een mooie inleiding, een degelijk midden en een fijn slot.” “Het literaire instituut is jammer genoeg geworden zoals de anoorlogse generatie: cynisch. Het in zelfgenoegzaam consumentisme terechtgekomen idealisme van de achtenzestigers zit tot diep in de literaire wereld. En kritiek? Och nee meneer, die fase zijn we toch voorbij!”

8 “Ik ben ze beu: de historische romans, de pruldichters, de meeslepende verhalen, het neobiedermeierethos, de functionerende rebellen, de lichte ironie. Hoeveel sympathieke boekjes van sympathieke debutantjes moet ik nog lezen? Hoeveel intellectuele hoogstandjes van goeddraaiende machines van een jaar of vijftig? Steekt er dan beste literati, geen grammetje fut, geen greintje animo in de doorzakkende zitlijven meer? Er mag opnieuw kritisch worden geschreven. Er mag opnieuw literair worden geschreven. Er mag opnieuw gevaarlijk worden geschreven.” “Kritisch, literair, gevaarlijk schrijven heeft alles te maken met taal, de taal die prachtige dingen zegt, maar evengoed de taal die manipuleert, de taal van de media, de reclame, de macht. Taal neemt altijd een standpunt in, schept betekenis, zoekt een positie in een traditie.”

9 “Literatuur en maatschappij staan niet los van elkaar en een goed boek is meer dan een nieuw product op de markt.” “Is dit een pleidooi voor programmatische literatuur? Literatuur in functie van een maatschappelijk ideaal? Nee. Dit is een pleidooi voor een stilistische en kritische literatuur. Dit is een pleidooi voor een literatuur die mooie, potentieel subversieve zinnen schrijft.”

10 Marcel Möring in ‘Gezocht: gevaar’ NRC 6 juli 2012: “De roman is braver, eenvormiger en marginaler geworden en het aantal verzoeknummers is navenant toegenomen.” “Gevoed door een eindeloze stroom bruin cafégelul op de televisie is de aandacht van publiek en pers voor het persoonlijke en het concrete toegenomen. Niet alleen de hevige actualiteit vindt een onderkomen in de literatuur, maar ook het autobiografische in de vorm van meestal trieste gebeurtenissen in het leven van de schrijver.” “De roman is niet dood. De roman is een hoer geworden. En dat heeft veel te maken met een vorm van lafheid die schrijvers, uitgevers, boekhandelaren en critici heeft bevangen. Om te dingen naar de gunst van de lezer, die succesvol het hof wordt gemaakt door non-fictie en literaire thrillers, is ‘de literatuur’ stilletjes naar de mainstroom gekropen.”

11 Rob van Essen reageert op Möring: “Op welke manier moet de roman gevaarlijk zijn? Het gaat Möring niet zozeer om de inhoud, maar om ‘het streven van de auteur om verder te gaan, om het illusoire van de kloppende wereld te tonen en daardoor juist die wereld weer heel te maken.” (NRC 13 juli 2012) “Als je als schrijver wil dat de literatuur een bepaalde richting inslaat, staat je daartoe een uitstekend middel ter beschikking: je eigen werk.” (NRC 13 juli 2012)

12 Gevaarlijke boeken:

13 Theunissen over engagement van de kunst: “Wie schrijft, staat niet vrijblijvend in de werkelijkheid. Een boek is meer dan amusement, meer dan een goed geschreven verhaaltje, meer dan iets dat lekker ontspant aan het strand. Die boeken mogen er zijn, maar het zijn niet mijn boeken. Ik heb al vaker de term 'gevaarlijke literatuur' gebruikt. Het is literatuur die vragen stelt en geen pasklare antwoorden geeft; het is literatuur waarvan de stijl de zuurstof is. 'Stijlverbetering is gedachteverbetering,' zei Nietzsche. Wie aan zijn stijl vijlt en schaaft, graaft dieper. Het omgekeerde klopt ook: een banale stijl vertolkt banale gedachten. Wat ik schrijf, lees ik steevast hardop voor. Om het ritme te horen en het samenspel van de klanken. Al merk ik ook dat ik steeds meer neig naar een kaalgeplukte taal. Voor het eerst zit er een afgerond verhaal in mijn hoofd, ik weet wat ik wil zeggen, weet zelfs wat de boodschap is of zou kunnen zijn. Het is een ander uitgangspunt. Tot nu ontstonden de verhalen tijdens het schrijven en stelde ik pas achteraf vast dat er een samenhang was. Aan Het einde ben ik bijvoorbeeld niet begonnen met het idee: en nu zullen we het eens over het andersglobalisme hebben.” (Edith Koenders, interview De Volkskrant 7 juli 2006)

14 II. Het Boek

15 A. Enkele gegevens: -Verschenen 15 augustus Uitgeverij De Bezige Bij, Antwerpen. -Omslag beeld: Egon Schiele (Umarmung) -Inclusief voorwerk 236 pagina’s -369 gram! -Tweede druk

16 B. In de kritiek “Hij vertelt te veel en te kabbelend over zijn gevangenschap om je te doen denken dat hij getraumatiseerd is en iets onderdrukt, en hij vertelt juist te weinig beeldend om het spannend te maken, om een origineel beeld op je netvlies te brengen dat je er niet vanaf krijgt (…) Een stilist is Theunissen (…) niet te noemen (…) Maar dat neemt niet weg dat Theunissens grootste kracht vaart is. Het verhaal hapert zelden (…).” (Joost de Vries in De Groene Amsterdammer 11 september 2014) “Het resultaat is dat Onschuld een verteltechnische koordansact is, met bruuske overgangen die niet altijd overtuigen – en waarin je de wrang- humoristische toon uit Theunissens eerdere werk maar sporadisch aantreft.” (Arjen Fortuin in NRC Handelsblad 12 september 2014) “Een aantal al te onbesuisde verteltechnische hinkstapsprongen moet je voor lief nemen (…) Hij is onmiskenbaar gegroeid als romancier (…)” (Dirk Leyman in De Morgen 24 september 2014)

17 “Het is die constante verschuiving van perspectief, heen en weer springend in de tijd, die dit tot een boeiend boek maakt.” (Sonja de Jong in Noordhollands Dagblad 14 oktober 2014). “een confronterend verhaal met een herkenbaar, eigentijds en tegelijkertijd eeuwenoud motief” (Marijntje Gerling in Nederlands Dagblad 17 oktober 2014).

18 C. Goed gedocumenteerd Dankwoord en verantwoording, p “Alle personages en gebeurtenissen in deze roman zijn verzonnen. Ik ken geen Belgische (of Nederlandse) journalist of diplomaat die zich zou gedragen als mijn personages, gelukkig maar. De ambassade in Libanon heb ik nooit bezocht. Dit boek berust op fantasie. Wel heb ik in de constructie rond de gruwelijke oorlog in Syrië geprobeerd de details zo nauwgezet mogelijk weer te geven. Als dit boek feitelijke fouten of onmogelijkheden bevat, zijn die volledig voor mijn rekening.”

19 Hulp bij het schrijven van dit boek: Jens Franssen (Journalist VRT, Midden-Oosten specialist) Jorn de Cock (Belgische journalist, woont in Beiroet) Maarten Zeegers (Nederlandse journalist, woonde in Damascus, gearresteerd en land uitgezet) Adonis Wardeh (Syriër wonende in Gent) Hilde van Raemdonck (onderzoekster moleculaire en celtherapie VUB) Thisbe Van Rysselberghe (Belgische arts) Hendrina Gevaert (Belgische rechter Hof van Beroep te Gent) Nikolaas Simoens (Belgische rechter Strafrechtbank Oudenaarde) Christophe Lechat (Belgische ambassade Beiroet) Pieter Stockmans (journalist, mensenrechtenactivist, vluchtelingenwerk Vlaanderen) Marc Reugebrink (collega schrijver).

20 Getuigenissen van: Jeroen Oerlemanspersfotograaf NL, week gegijzeld in grensgebied Turkije-Syrië in 2012 John Cantliejournalist GB, sinds 2012 gegijzeld door IS Matthew Schrierjournalist VS, 7 maanden gegijzeld in 2013 door al Nusra in Syrië Jonathan Alpeyrie Frans-Amerikaans fotograaf, bijna 3 maanden gegijzeld in Syrië Domenico Quirico Italiaans journalist, 5 maanden gegijzeld in Syrië in 2013 Pierre Piccinin da PrataBrusselse docent en onderzoeker geschiedenis en politieke wetenschappen, 5 maanden gegijzeld in Syrië in 2013

21 Geraadpleegde literatuur: - Jorn de Cock, Arabische dageraad. Een reis tussen glamour en fatwa (2010) - Jorn de Cock, Arabische lente. Een reis tussen revolutie en fatwa (2011) - Maarten Zeegers, Wij zijn Arabieren (2012) - Paul Conroy, Under the Wire (2013) - Robert Fisk, Pity the nation. The abducation of Lebanon (1990)

22 -Jan Verplaetse, Zonder vrije wil. Een filosofisch essay over verantwoordelijkheid (2011) -Jan Verplaetse, Het morele instinct. Over de natuurlijke oorsprong van onze moraal (2012) -Philippe Petit, To reach the clouds (2008)

23 Historische data en feiten

24 D. Typering vertellen: “De herinnering valt me zwaar, niet zo zeer de herinnering aan de ontvoering, als wel aan wat later gebeurde. Onvermijdelijk heeft het een met het ander te maken. Maar ik moet niet vooruitlopen op mijn verhaal.” p. 15: “Zo keerde ik terug uit de hel. Pas hier, Judith, begint in feite mijn verhaal.” p. 18: “Ik denk nu opnieuw aan mijn vader, en aan mijn moeder, en natuurlijk aan jou, zijn oude geliefde.”

25 E. indeling Proloog p. 5 – 12:1 hoofdstuk (Turkije, Syrië) - ontvoering Deel 1 p. 13 – 81: 12 hoofdstukken (Beiroet) - Nada (kennismaking) - vader (interesse gewekt) Deel 2 p. 83 – 201:21 hoofdstukken (België) - leven met Nada / Basil - reconstructie leven vader Deel 3 p. 203 – 233:2 hoofdstukken (Pyreneeën) - reconstructie leven vader gesprek Manuel – Judith - in de voetsporen van vader

26 proloog deel 1vertellende-ik in Pyreneeën (narration simultanée) grote belevende-ik (narration ultérieure)afstand verleden Manuel/Nada/Paul/Judith/Isabel deel 2 deel 3 = geen of kleine afstand vertellende-ik en belevende-ik plaats: Pyreneeën, gesprek met Judith narration simultanée over vroeger: narration ultérieure

27 F. Inhoud: boek over: -verstoorde relaties / levens -evenwicht zoeken -schuldvraag -actualiteit

28 Verstoorde relaties / levens: Manuel (gijzeling – relatie met Nada / Basil – Paul) Nada (relatie prof. Basil – Manuel - vaderland) Paul (relatie Isabel – Judith – Paul) Isabel (relatie Paul) Judith (ongeluk - relatie Paul) Belangrijkste verhaallijnen: 1. gijzeling Manuel 2. Manuel – Nada 3. Manuel – Paul 4. Paul - Isabel 5. Paul – Judith (leven van Paul)

29 Belangrijkste verhaallijnen: 1. gijzeling Manuel in Syrië “ik was niet het type dat aan een posttraumatische stressstoornis leed, ik beschouwde zoiets als een luxeprobleem. Natuurlijk herbeleefde ik het allemaal wel, die ontvoering, de gevangenschap, ik wilde wat gebeurd was niet vergeten of bagatelliseren, maar er was geen letsel.” (p ) Opvallend: - politieke actualiteit: - oorlog in Syrië - vluchtelingen

30 “Toch schrijf ik niet zomaar een verhaaltje omdat het amusant moet zijn. Ik sta als schrijver in een bepaalde werkelijkheid. Ik wil verhalen vertellen over de werkelijkheid, in de taal van die werkelijkheid. Ik zie niet hoe ik het anders zou moeten doen. Ik gebruik de teksten als een manier om te bepalen waar ik mezelf situeer in de huidige wereld en ik hoop dat dat voor de lezer vergelijkbaar is." “Toch probeer ik geen boek te schrijven met een boodschap. En als het er wel een heeft, is het dat je moet nadenken. Dat de dingen niet vanzelfsprekend zijn. Er is geen juiste weg. Je moet de zaken altijd van meerdere kanten bekijken. Als ik kritiek geef op zoiets als ‘het kapitalisme’, weet ik tegelijk dat ik in dat systeem ben geboren en niet anders kan dan vanuit dat systeem denken.” (Jeroen Theunissen in gesprek met Jef Aerts in De tijd 15 april 2006)

31 Politieke statements: 1a. burgeroorlog in Syrië ‘But why do you not help us? We have seen many like you. I was here in Homs, in Baba Amr, when the American lady with one eye died.’ ‘Marie Colvin.’ ‘The world doesn’t care. We need support. Our country is destroyed. Our children and women are dying.’ Ik kon alleen maar knikken. ‘I Know.’, zei ik. (p ) (Colvin, bij leven journalist van de The Sunday Times, noemde de misdaden begaan door het Syrische leger in Homs de meest gruwelijke die ze ooit had gezien.)

32 1b.vluchtelingenkampen. ‘Het is vreselijk, mama, vreselijk.’ ‘Het is vreselijk. Vreselijk! Die oorlog. De mensen. De machteloosheid.’ ‘Ik weet het, Manuel. Maar laten we eerst je redding vieren, daarna zien we wel weer.’ ‘Het leven van een mens is er niets waard. En ik…’ (p ) “We gingen naar Shatila, het overbevolkte Palestijnse vluchtelingenkamp in het zuiden van de stad, waar duizenden mensen een uitzichtsloos leven leiden in slecht gemetselde en soms half ingestorte gebouwen, en Dahieh, het deel van Beiroet waar Hezbollah oppermachtig is.” (Theunissen 2014, p )

33 “De meeste Syrische vluchtelingen in Libanon kunnen geen kant op. Ik was niet onnozel, ik kende Europa, ik was opgegroeid, ik had verhalen gehoord, ik kende de angsten, want ik had die angsten overal gezien, en voelde ze zelf ook. Ik kende het principe van liefdadigheid enerzijds en gesloten grenzen anderzijds, vrije markt enerzijds en protectionisme anderzijds.” (p. 72) “Het Europese asielsysteem, weet iedereen, is simpel en gruwelijk: zorg dat je erin slaagt op illegale wijze binnen te komen, betaal mensensmokkelaars, misbruik je toeristenvisum of koop een vals paspoort, en zodra je hier bent, zullen we je misschien helpen, de procedure is lang, maar als je inderdaad uit oorlogsgebied komt, aanvaarden we je, oprecht bekommerd, zij het enigszins met tegenzin. En als je het geld niet hebt, of niet sluw genoeg bent om hier te belanden, verkommer je maar ter plekke.” (p. 73)

34 1c.de media - reportage ‘Op zoek naar Manuel’ van Pieter Boon (emotietelevisie) “Het enige wat je interesseerde, was een goed verhaal.’ ‘Een goed verhaal is toevallig de reden waarom wij in dit vak zitten.’ ‘Nee, dat is het niet.’ ‘Wat dan?’ ‘De waarheid.’ (p. 25) - eigen werk als oorlogsfotograaf ‘De foto’s die je maakt zijn prachtig, je bent een meester in compositie.’ Manuel antwoordt: ‘Dat is juist het probleem.’ (p )

35 “Vóór mijn ontvoering was ik altijd en overal emotieloos gebleven. In die tijd was mijn fototoestel een schild. Vereenzelving met de afgebeelde persoon (of lichamen) vermeed ik. Een dokter moest ook gevoelloos zijn, toch? Ik had gemeend, een beetje gemakkelijk misschien, dat wat ik deed belangrijk was, dat mensen in actie zouden schieten als ze mijn beelden zagen (al wist ik niet wat ik mij bij ‘in actie schieten’ precies moest voorstellen. Maar de pure, vieze, schandalige, machteloze ellende is niet fotogeniek.” (p. 36) “Hoe kun je bekommerd zijn om mooie kaders of knappe composities wanneer een moeder met haar kinderen zit te bedelen? Dergelijke vragen had ik mij nooit gesteld.” (p. 38) discussie:beroep uit oefenen – helpen (moddermeisje)moddermeisje esthetiek – ethiek (moddermeisje)moddermeisje

36 “Pas op het vliegveld terug besefte ik dat ik terugviel in het stramien van maanden eerder: het opzoeken van verre gebieden, het fotograferen van ellende, het verkopen van die ellende als ethisch verantwoord entertainment voor de naar steeds nieuwe en steeds andere nieuwsfeiten verlangende, veelal hoogopgeleide consument.” (p. 178)

37 2.Manuel – Nada “Ik wilde niet meer leven. Alles wat ik na mijn ontvoering opgebouwd had, gooide ik achteloos weg. De vernieling kan soms een donker genoegen worden.”

38 De schuldige: Nada? Manuel?

39 Scène (na ontmaskering): ‘Waarom heb je gelogen?’ ‘Ik had geen keuze.’ ‘Dat had je wel.’ ‘Nee.’ ‘Een mens heeft altijd een keuze. Natuurlijk had je een keuze.’ ‘Nee.’ ‘Ik had je ook geholpen als je me de waarheid had gezegd.’ ‘Dat is niet waar.’ Ik probeerde het op een andere, mildere toon. ‘Toch wel,’ zei ik, ‘natuurlijk had ik je geholpen. Waarom denk je dat ik je niet geholpen zou hebben?’ Maar haar antwoord verpletterde me. ‘Ik was een ding voor je.’ Ik keerde me half van haar af, omdat ik moeite moest tranen te verbergen. ‘Hoe kun je zoiets zeggen?’ ‘Ik was er alleen maar omdat je je vader miste.’ (p. 187) [mishandeling]

40 “En ik? Ik heb in hem gehaat wie ik zelf ook was. Toen hij stierf en ik besefte dat ik moest veranderen, dat ik moest leren liefhebben als ik niet wilde zijn zoals hij, heb ik de vlucht naar voren gekozen, heb ik een mooie, intrigerende maar vooral hulpeloze vrouw die mijn pad kruiste uitgezocht, iemand die daar niet op zat te wachten, die met mijn overgave misschien in de eerste plaats gewoon verveeld zat. Een slachtoffer. Iemand van wie de onschuld vaststond, enkel en alleen door de vreselijke situatie waarin ze zat. Ik voelde in mij een gapend gat, een tekort, een open wond. Daarom heb ik Nada meegesleurd in een manipulatief spel. Ze heeft het spel verdomd hard meegespeeld, dat moet ik haar nageven.” (p. 151)

41 “Toen ik hier aankwam, enkele dagen geleden, als een gebroken man, was ik niet veel ouder dan mijn vader toen hij hier vertrok, decennia terug, en jou achterliet. En zoals hij toen ondanks alles aan het begin stond, zo sta ik daar ook. Maar ik was ook niet veel minder wanhopig dan mijn vader toen hij hier een tweede keer aankwam, anderhalf jaar geleden, om bij jou te sterven. Ik heb maandenlang op alle mogelijke manieren geprobeerd mijzelf uit te wissen, uit gewetenswroeging en verdriet.” (p. 226)

42 “Ik ben een gebroken man. Maar ik keer terug. En beslis dat ik wil leven, ondanks alles. Dat ik een gebroken man ben, maar dat het goed is een gebroken man te zijn, dat ik klaar ben om helemaal opnieuw te beginnen. Het is hier prachtig. Ik kijk op, en glimlach, en keer terug.”

43 3.Manuel – Vader (Paul) “Mijn vader vond ik geen aangename man, ik had hem uit mijn leven gebannen, het is natuurlijk zonde wanneer iemand sterft, eender wie, meer ook niet.” (p. 16)

44 “Ik heb mijn vader altijd gehaat, weet je, omdat haat een eenvoudig gevoel is. Ik was met die haat min of meer tevreden. Ik kende die haat. Ik was onrustig, kwaad en egocentrisch, en hunkerde naar oorlog. Ik was een roekeloze jongeman. Tot ik hoorde dat mijn vader vlak voor zijn dood naar mij op zoek was, op een manier die slechts lachwekkend kan heten.” (p )

45 “Pas achteraf, maanden later, heb ik het allemaal uitgeplozen en ben ik anders over mijn vader gaan denken.” (p. 51)

46 Resultaat: “Ik had voor mijn vader, door in zijn boeken te bladeren, door de sombere gezelligheid van dit huis te leren kennen, door in zijn werkkamer te zitten, enige sympathie gekregen, ik had hem leren beminnen ondanks zijn tekorten. Misschien kwam het er alleen maar op neer dat ik besefte dat ik zelf niet beter was dan hij, dat ik het recht helemaal niet had om die man te veroordelen. Ik vocht met mijn eigen jarenlange desinteresse, met mijn vadermoord.” (p. 177) “Soms ging ik naar zijn graf en plaatste bloemen. Soms voerde ik gesprekken met hem om raad, soms wilde ik weten hoe hij op een bepaalde omstandigheid gereageerd zou hebben. Ik wist uiteraard dat het een vorm van onnutte sentimentaliteit was, maar het hielp. Misschien was ik minder immuun, minder ongeschonden dan ik mijzelf wijsmaakte.” (p. 177)

47 De schuldige: Vader? Manuel?

48 4.Vader (Paul) – moeder (Isabel) De schuldige? Vader! “Liefde, vond hij, maakt je kwetsbaar, liefde brengt je in de war en doet je fout op fout begaan. Misschien deed hij het uit schaamte, angst of verdriet, maar dat maakt het feit dat hij die liefde weggooide niet minder onvergeeflijk.” (p. 213)

49 5. vader - Judith de keuze: werk - vrijheid arts - kunstenaar

50 -“Hij leerde koorddansen. Hij probeerde, faalde, probeerde opnieuw. Al snel was hij er fanatiek mee bezig. Hij stopte met bijklussen, er was geld voor twee. Hij begon zich anders te kleden en voerde lange gesprekken over de mogelijkheden van andere levens. Over het prachtige, haast religieuze concentratievermogen van een acrobaat. Over het spel als levensnoodzaak, als enige mogelijke vrije handeling, als blije vervoering, als tijdelijke, beperkte volmaaktheid in de onvolmaakte wereld. Over de ademloosheid van het grote geluk. Een korte utopie was het, al heeft mijn vader nooit in utopieën geloofd.” (p )

51 “Ik denk dat mijn vader zijn hele latere leven bang is geweest voor verliefdheid, en bij uitbreiding voor liefde. Vonden de oude Grieken niet dat onder invloed zijn van Eros, dat wil zeggen verliefdheid, een gevaarlijke ziekte was? Dat men die ziekte moest oplossen met warme baden en een bezoek aan een prostituee? Vernietigde verliefdheid niet iedere zelfbeheersing? Verhinderen emoties het rationele inzicht niet?” (p )

52 ‘Ik kon mijn eigen oude dromen op die vogels projecteren. Ik kon uit mijn lichaam treden.’ (p. 212) “Als je alleen maar in je stoel zit, alleen maar kunt kijken en verder niets te doen hebt, verandert je tijdswaarneming. Je bereikt een verveling die niet langer verveling is, maar iets anders, iets wat rijker is. Doordat je erin slaagt jezelf niet meer te zijn, word je de hele werkelijkheid. Je reist de wereld rond zonder ooit van je plaats te komen.” (p. 217)

53 ‘Je hebt nu macht over mij,’ zei ik, ‘besef je dat?’ ‘Het is niet iets wat me interesseert.’ Hij streelde mijn haren. Ik voelde hem rillen. Zo goed en zo kwaad als het ging, omhelsde ik hem. We zoenden lang, voorzichtig, niet meer hartstochtelijk als vroeger. (p. 220)

54 “Toen hij me optilde, met de bedoeling mij in bed te stoppen, weerde ik hem af en beet keihard in zijn arm. Hij maakte zich kwaad. ‘Ben je gek geworden?’ riep hij: ‘Ik liet je bijna vallen.’ Ik lachte onbedaarlijk, ik kon het niet laten. ‘Laat me maar vallen,’ zei ik, ‘net als toen, daag me uit.’ Onbedaarlijk bleef ik lachen, opnieuw probeerde ik hem te bijten, speels nu, niet meer kwaad. ‘Hou op’, zei hij. ‘Vroeger was je leuker.’ ‘Natuurlijk was ik vroeger leuker.’ Hij glimlachte, hij veranderde, hij probeerde zich te verweren. ‘Hou je nog van me?’ vroeg ik. ‘Ik ben altijd van je blijven houden.’ ‘Dat is een grove leugen, Paul, dat is een erg grove leugen. Voor zo’n leugen zou men je moeten stenigen.’ ” (p )

55 “Lang had hij gedacht dat geluk een vorm van afwezigheid was, dat geluk in het negatieve lag, dat het afwezigheid was, van pijn en verdriet, van woede en angst, van verlangen en liefde en jaloezie. Geluk was onaangeraakt zijn. Hierin lag zijn fout, denk ik.” (p. 223) ‘Kijk’, zei je tegen hem, bijvoorbeeld tijdens jullie tocht naar de waterval, ‘kijk naar die vale gier daar, naar zijn vlucht, naar de machtige cirkels die hij beschrijft terwijl hij zich door de luchtstromen laat dragen, naar de reikwijdte van zijn vleugels, tweeënhalve meter.’ ” (p. 223)

56 “Even was hij gelukkig. Het kwam mijn vader voor, denk ik, zoals het ook mij nu voorkomt, dat je hier inderdaad een heel leven kunt zitten, en in die verte kunt turen, de figuren in de wolken, de schakeringen van groen en bruin op de bergwanden, de berghutten, schapen of koeien in de valleien, de silhouetten van vogels kunt volgen, iedere dag, iedere minuut van iedere dag opnieuw. Dat dit kijken een waardevol leven is.” (p. 224)

57 De schuldige: Vader? Judith?

58 G. Schuld/onschuld “In enkele zinnen herhaalde hij wat artikel 71 van het strafwetboek, dat gebaseerd is op de napoleontische Code Pénal, over toerekeningsvatbaarheid zegt: dat er geen misdrijf is wanneer de beschuldigde op het ogenblik van de feiten in een staat van krankzinnigheid verkeert of gedwongen wordt door een macht die hij niet heeft kunnen weerstaan, hoe ernstig en vreselijk de feiten ook mogen zijn.” (p. 56)

59 Conclusie: - de mens is de som van zijn genen en omstandigheden - de vrije wil lijkt niet te bestaan - de mens wordt gedreven Consequenties: iedereen is onschuldig Nada Manuel Paul Horst Judith de verkrachters van Nada

60 Erfelijkheid speelt vaker een rol: “Zou hij een monster worden, zoals de mannen die haar verkracht hadden, die hun verdoemde genen als koud gif in haar hadden gespoten, die als een rat naar binnen waren gekropen en zich een weg door haar heen hadden gevreten, tot ze helemaal kapot was geweest.” (p. 126) Determinisme

61 Belangrijke passage: ‘Hou me vast.’ Ze duwde me zo hard weg dat ze me, gewild of ongewild, een stevige mep in mijn gezicht verkocht. ‘Hou op’, zei ik, ik rukte aan haar haren, heel even, ik voelde dat ik agressief kon worden. Ze draaide zich bruusk om, keek recht en genadeloos in mijn ogen, nam de arm waarmee ik aan haar haren getrokken had bij de pols vast, kneep hard, als een man. Ze vroeg: ‘Wat moest je van me?’ Ik probeerde me los te rukken, maar ze hield me tegen. Voor een wat tengere jongedame had ze veel kracht. ‘Wat bedoel je?’ ‘Gewoon: wat moest je van me? Waarom nam je me mee hierheen?’ ‘Het gebeurde zomaar.’ ‘Niets gebeurt ooit zomaar.’ ‘Toch wel.’ ‘Wat wilde je van me?’ ‘Hou op.’ ‘Wat moest je dan?’ ‘Ik vond je lief.’ ‘Zoals een hondje, een puppy, zoals Eddy.’ ‘Nee, niet zoals een puppy, niet zoals Eddy, dat weet je best.’

62 ‘Hoe dan?’ ‘Ik werd verliefd op je.’ ‘Ik geloof je niet. Je wordt niet zomaar verliefd.’ ‘Natuurlijk word je zomaar verliefd.’ ‘Niet zomaar op een hondje.’ Ik treuzelde. ‘Ik zocht misschien iets om voor te leven.’ Ik verbeterde mezelf snel: ‘Niet iets. Iemand.’ ‘Je moet mijn haren strelen.’ ‘Als je het me toestaat.’ Ze begon te lachen, lachend sloeg ze me telkens wanneer ik haar probeerde aan te raken. ‘Hou me vast’, zei ze., en duwde me weg. ‘Hou me vast.’ Ze duwde me weg, telkens weer duwde ze me weg. ‘Streel mijn haren’, zei ze, en ze duwde me weg. Ons spel werd dreigend. ‘Niet te luid,’ probeerde ik nog even, ‘atsjeblieft, Nada, niet te luid.’ Ze gilde lachend. ‘Kalmeer,’ siste ik, ‘kalmeer nu toch. ‘Ik kon haar polsen grijpen. Maar zodra dat mij gelukt was, schopte ze mij met beide benen, lachend nog steeds, terwijl de draaistoel waarop ze zat gevaarlijke bewegingen maakte. Ze beet, en ik moest door de pijn opnieuw een van haar polsen loslaten.. Ze kietelde me met haar vrije hand, treiterend, terwijl ik probeerde haar benen en haar andere arm en haar hele

63 lichaam te controleren. Daarna gaf ze me onverwacht een venijnige kopstoot tegen mijn borst. Ik schrok, viel even achteruit, en sloeg haar in een reflex hard en agressief, zodat mijn vingers als rode plekken in haar gezichtshuid achterbleven. We keken elkaar aan, enkele seconden maar, sprakeloos van onszelf, van wat we aan het doen waren. Ik wilde mij verontschuldigen, maar wist niet goed hoe. Ik had nog nooit een vrouw geslagen. En voor ik het besefte, sloeg ik haar opnieuw.” (p )

64 “Door de dunne wand hoorde hij hen in de kamer ernaast ruziemaken. Zijn moeder probeerde zich tegen die bruut te verweren. Had mijn vader de genen van die bruut? Heb ik de genen van die bruut? De kleine Paul hoorde een klap. Het interesseerde hem, het boeide hem, het trok hem zelfs aan. Hij hoorde hoe zijn vader haar vernederde, haar begon te zoenen, hoe ze pogingen deed om hem af te weren – want door die dunne wand hoorde je nu eenmaal alles. Papa – de kleine Paul – verliet de kamer waar hij zich schuilhield, en ging in de deuropening staan om toe te kijken. Zijn vader snoof en kronkelde en ging boven zijn moeder tekeer. Het fascineerde hem. Zijn moeder had haar ogen dicht. Plots echter opende ze die, en zag haar jongen daar staan. Hij zag haar mond bewegen terwijl ze met een hand wuifde naar hem. ‘Weg’, siste ze. ‘Verstoppen.’ Weg.” (p. 141)

65 Verklaring voor gebruik geweld tegen geliefde: “Hij heeft voor zijn wroeging en gemis een oplossing gezocht in liefdeloosheid. Liefde, heeft Seneca beweerd, leidt tot geweld, omdat liefde niet rationeel is, omdat emoties het goede leven ondermijnen en de liefde de sterkste emotie is. Liefde zet tot afschuwelijke daden aan. Wie liefheeft, wordt een slaaf van zijn passies. Mijn vader geloofde dat hij door de liefde uit te schakelen dat monster zou kunnen bedwingen, maar hij vergiste zich, het monster stak des te harder de kop op.” (p. 151)

66 H. Eindconclusie Vader zocht het verloren geluk: Judith Nada zocht het verloren geluk: prof. Basil Manuel zoekt het geluk van de verloren liefde: Nada Vader keert terug bij Judith Nada gaat naar prof. Basil Manuel: nieuwe start.

67 I. Grensverleggend en -overschrijdend gedrag:

68 -“Ik ontkleede mij tot op mijn onderbroek, en stapte voorzichtig het nog altijd lauwe water in. Het water omsloot mij, ik probeerde zo lang mogelijk onder het oppervlak te blijven zonder te bewegen. Boven mij hoorde en voelde ik de golven. Ik werd deel van die deining. Mijn ogen had ik dicht. Ik genoot. Toen ik mijn ogen opende en ondanks het prikkende zout naar het oppervlak keek, zag ik de breking van het zonlicht.” (p. 36) “Mijn verliefdheid was een beslissing, Judith, ik vind er geen beter woord voor, een beslissing om een gevaarlijke sprong in een afgrond te doen op het moment dat ik ook nog gewoon terug kon keren. De afgrond trok mij aan.” (p. 43)

69 “Je wilde vooral zo lang mogelijk blijven hangen in die dromerige sfeer waarin alles mogelijk is, waar geen keuzes gemaakt hoeven te worden, tussen dageraad en dag, tussen kindertijd en volwassenheid. Je hing maar wat rond op deze wereld, en bedwelmde intussen iedereen met je lankmoedige schoonheid.” (p. 88) “Ik had op voorhand een grens gesteld die niet overschreden kon worden. Het was niet de bedoeling… Ik wilde niet… Denk ik… Ik wilde misschien….” (p. 106)

70 “Natuurlijk kon ik proberen haar te begrijpen, maar er zijn grenzen die niet overschreden mogen worden. Bijvoorbeeld in detail vertellen dat je verkracht bent geweest, op gruwelijke wijze, dat men je net zo goed had kunnen vermoorden, dat je het zelfs liever had gehad dan achteraf met die schande door te moeten leven, en vervolgens beweren dat het ijskoude sperma van een van die duivels je kind heeft gevormd terwijl de jongen in werkelijkheid het gevolg is van een passionele liefdesrelatie.” (p. 190) “Hele dagen gingen bij jou in ledigheid voorbij, herinnerde hij zich. Het enige ritueel, telkens weer, was dat jullie op een koord stonden, liepen, het evenwicht probeerden te bewaren, en dansten. Op zoek, in mijn vaders termen, naar endorfine, serotonine, dopamine. Als hij maar een fractie van een seconde zijn concentratie verloor, viel hij en brak zijn rug. Of jij. Als jij maar een fractie van een seconde je concentratie verloor… Misschien gedijde jullie relatie juist bij dit besef van de afgrond.” (p )

71 “En hij dacht toen, hier zo bij jou, veronderstel ik, terug aan die vervlogen tijd, aan de moeilijke beslissing om het paradijs te verlaten. Zijn geliefde was tot een hoop ellende, tot een krachteloze massa vlees en botten herleid. Had hij jou uitgedaagd toen je viel? In het dagboek lijkt hij te stellen dat jullie elkaar steeds opnieuw tot de uiterste grens dreven en dat dit jouw lichaam fataal werd. Hij had jou misschien alleen maar tot die grens geduwd omdat hij zich gevangen voelde, omdat hij de rust niet had om dit nutteloze leven te leiden.” (p. 224)

72 “Het was een gevaarlijk erotisch spel met de afgrond. De afgrond was aantrekkelijk en afstotend. We spoorden elkaar aan, buitelden, putten elkaar uit, gingen steeds verder. Ik voelde me onoverwinnelijk als die vogels. Het was een prachtige nazomerdag. We gingen samen op de kabel staan, op een plek die niet eens zo gevaarlijk was. Het ging uitstekend. En omdat het goed ging, zochten we een iets moeilijker plek, waar we met groter vertrouwen bewegingen maakten die gewaagder waren, en daarna namen we nog meer risisco. We omhelsden elkaar op dat touw, we zoenden, we voelden de wind in onze haren en op onze lichamen, onze lichamen zweetten maar rilden tegelijkertijd ook nog van de laatste kou. Ik was overweldigd door de roes. Ik liep over een hellend stuk. De afgrond trok me aan, en moest me tegen die afgrond weren. Daarna niets meer.” (p. 229)

73 “Als kind had ik me altijd afgevraagd wat er achter die einder kon liggen, en op een dag vroeg ik het aan mijn vader. ‘Niets,’ antwoordde hij glimlachend, ‘helemaal niets.’ Ik was zeven, ik vond het een vreselijke teleurstelling. Als de einder de plek was waar lucht en aarde sloten, en als daarachter niets meer was. Leek mij onze wereld erg benepen. De kleinheid van die wereld heeft mij vaak aan het duizelen gebracht.” (p. 35)

74 J. Diversen 1. Opvallende zaken: 2. Ondergangsstemming Beiroet: “Er heerste sinds de oorlog met Israël van 2006, en nu opnieuw sinds de oorlog in buurland Syrië, een angstige vreugde in Beiroet, die mij mateloos fascineerde. Het was dansen op een vulkaan. Het was vergeten op commando. Het fanatisme in die dansbewegingen was niet veel minder extremistisch dan wat Hezbollah deed. Deze hele stad was krampachtig en chaotisch.” (p. 40)

75 3. Dromen: 4. Konijn van witte chocolade 5. Moeder over Sergei 6. Opmerkingen over vertellen: “Ik hoop maar dat je het me niet kwalijk neemt dat ik vele verhalen door elkaar vertel.” (p. 54) “Maar ik moet niet op het verhaal vooruitlopen” (p. 62)

76 7. Aandacht voor plaatsen: Midden-Oosten - België – Pyreneeën Antakya 8. Intertekstualiteit: Balzac (Le père Goriot) Flaubert (Madame Bovary) Bijbel Proust (Le chercher le temps perdu) Shakespeare (Hamlet en Romeo and Julia) Haruki Murakami (19Q4) Camus (L’étranger) Schubert

77

78 PAO-cursus * Inleiding: ‘De canon in de 21 ste eeuw’. N.a.v. De leeslijst (Vantilt, 2015) * De consequenties (2014) van Niña Weijers door Marieke Winkler MA * De kunst van het crachen (2015) van Peter Verhelst door Mathijs Sanders * Het vlindereffect (2014) van Margot Vanderstraeten door dr. Jos Muijres * Interviews met Niña Weijers en Margot Vanderstraeten (ohne Gewähr)


Download ppt "‘Op zoek naar het verloren geluk’ of ‘Der Triumph des Willens’? Over Onschuld (2014) van Jeroen Theunissen PAO-cursus studiejaar 2014-2015 Jos Muijres."

Verwante presentaties


Ads door Google