De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

CVA en TIA.

Verwante presentaties


Presentatie over: "CVA en TIA."— Transcript van de presentatie:

1 CVA en TIA

2 Lesdoelen Benoemen wat een CVA/TIA is
Omschrijven wat de kenmerken van een CVA/TIA zijn Verpleegkundige interventies benoemen die nuttig zijn bij een patiënt met een CVA/TIA Voorlichting geven over een CVA/TIA aan naasten van de patiënt De gevolgen van een CVA/TIA benoemen

3 CVA / TIA Herhaling Wat is een TIA? Transient Ischemic Attack
Voorbijgaande beroerte Kortdurende verstopping van een bloedvat Tijdelijk uitvalsverschijnselen Verschijnselen verdwijnen binnen 24uur

4 CVA / TIA Herhaling Wat is een CVA? Cerebro Vasculair Accident
Verzamelnaam herseninfarct en hersenbloeding Verschijnselen zijn blijvend Uitval links = accident rechts Uitval rechts = accident links

5 Pathologie/verpleegkunde
CVA / TIA Pathologie/verpleegkunde Verschijnselen van een CVA/TIA Scheve mond / mondhoek hangt Vraag iemand zijn tanden te laten zien Arm of been is verlamd Laat beide armen naar voren strekken Onduidelijk spreken / niet meer uit woorden komen Laat een zin uitspreken

6 Pathologie/verpleegkunde
CVA / TIA Pathologie/verpleegkunde Wat is en Afasie? A=niet, Fasie=spreken Afasie is een taalstoornis die ontstaat door een hersenletsel in de linker hersenhelft Problemen met het spreken, het lezen en het schrijven Goed taal begrijpen, maar moeite hebben met het vinden van de juiste woorden of met de zinsopbouw

7 https://www.youtube.com/watch?v=fmnaYPHHJJM&list=RDfmnaYPHHJJM#t=1

8 Pathologie/verpleegkunde
CVA / TIA Pathologie/verpleegkunde Wat is apraxie? A =niet, praxie=handelen Een lichaamshelft of deel van een ruimte om iemand heen wordt verwaarloosd Niet bewust zijn van linker of rechter zijde Ziet wel beide kanten maar is zich hier niet bewust van

9 https://www.youtube.com/watch?v=hHo-y7WJIlU

10 Pathologie/verpleegkunde
CVA / TIA Pathologie/verpleegkunde Hemiplegie: Hemi=helft, Plegie=verlamming Hemianopsie: Hemi=helft, a=niet, opsie=zien Agnosie: A=niet, gnosie=kennen Dysartrie: Dys=niet goed, artrie=uitspreken Dysfagie: Dys=niet goed, fagie=slikken Dyscalculie: Dys=niet goed, calculie=rekenen Hemiplegie: halfzijdige verlamming. Aantasting van spieren waardoor deze niet goed meer samenwerken. (links-rechts, rechts-links) Hemianopsie: halfzijdig niet kunnen zien. Aan een kant van elk oog niet meer kunnen zien. (aangedane zijde niet meer zien) Agnosie: niet herkennen. Ruiken van gas, maar niet weten dat het gas is. Zien van een kam, maar niet weten waar deze voor dient. Dysartrie: niet goed spreken. De spieren die nodig zijn om klanken goed uit te kunnen spreken zijn verlamd. Afasie is het niet op de woorden kunnen komen. Dit is dus wat anders dan dysartrie! Dysfagie: niet goed slikken. Verlamming, overgevoeligheid/ongevoeligheid van kauw en slikspieren waardoor verslikken kan optreden. Dyscalculie: niet goed rekenen. Rekenen is lastig geworden, vooral het betalen met kleingeld wordt moeilijk.

11 Pathologie/verpleegkunde
CVA / TIA Pathologie/verpleegkunde Verschillende disciplines bij CVA/TIA Neuroloog Revalidatie arts Fysiotherapie Ergotherapie Logopedie Maatschappelijk werk Neuroloog Stelt vast om wat voor ziektebeeld het gaat en voert een behandelplan in. Revalidatie arts De revalidatiearts bekijkt en onderzoekt de lichamelijke en psychosociale problemen die kunnen ontstaan door een CVA en stelt aan de hand hiervan een revalidatiediagnose. Ook kijkt de revalidatie arts naar het vervolgtraject en is dus verantwoordelijk voor het revalidatiebeleid. Fysiotherapeut De fysiotherapeut kijkt naar het bewegingsapparaat en onderzoekt de functie van de aangedane zijde. Stoornissen en beperkingen vormen het uitgangspunt van de behandeling. (stimuleren van de aangedane zijde) Ergotherapeut De ergotherapeut heeft als doel de patiënt (opnieuw) zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren in het dagelijks leven. Hierbij wordt gekeken naar de mogelijkheden van de patiënt, waarna training plaats vindt in het (opnieuw) leren handelen. Een belangrijke taak is ook het geven van advies over hulpmiddelen, voorzieningen en woonaanpassingen. Leren omgaan met een rolstoel of kleine hulpmiddelen hoort hier ook bij. Logopedie De logopedist onderzoekt en behandelt stoornissen van het kauwen, slikken, spreken, begrijpen van gesproken taal, lezen en schrijven. Hierin zal ook advies worden gegeven aan familie, mantelzorgers en hulpverleners met betrekking tot voeding (kauwen en slikken) en communicatie (spraak en taal). De logopedist geeft vaak oefeningen aan de patiënt om klanken (spraak) te oefenen. Maatschappelijk werk De maatschappelijk werker begeleid patiënten en naasten bij psychosociale en emotionele problemen die samenhangen met de opname, behandeling en verloop.

12 Pathologie/verpleegkunde
CVA / TIA Pathologie/verpleegkunde Verpleegkundige interventies C=contracturen O=obstipatie M=mictieklachten, slecht uitplassen, verhoogde kans op cystitis P=pneumonie O=osteoporose S=spieratrofie T=trombose D=decubitus i=intertrigo / smetten S=stomatitis Contracturen: Voorkomen van een niet normale dwangstand van een gewricht. Bewegen van gewrichten, vooral bij bedlegerige patiënten. Obstipatie: Voorkomen van moeilijke stoelgang. Inzetten van pruimen, vezels of medicatie om de stoelgang te bevorderen. Mictieklachten: Voorkomen van een blaasontsteking. Zorgen dat patiënt goed uit kan plassen door een zo natuurlijk mogelijke houding aan te bieden. Katheter verwijderen indien mogelijk. Pneumonie: Voorkomen van een longontsteking. Zorgen dat patiënten uit bed komen om de longen goed te laten ontplooien. Osteoporose: Voorkomen van botontkalking. Bevorderen van lichaamsbeweging. Spieratrofie: Voorkomen van dunner en minder krachtig worden van de spieren. Oefeningen doen bij bedlegerige patiënten of laten mobiliseren waar mogelijk. Trombose: Voorkomen van bloedpropjes naar hersenen/benen etc. Beweging en zorgen voor een goede bloedverdunning indien beweging niet mogelijk is. Decubitus: Voorkomen van decubitus. Wisselligging toepassen, ook bij patiënten die rolstoelafhankelijk zijn. (decubitus zitkussen, matras) Intertrigo: Voorkomen van smetplekken. Huidplooien beschermen, warmte mijden, zorgen voor goede hygiëne. Stomatitis: Voorkomen van ontsteking van het mondslijmvlies. Patiënt goed laten drinken. Wanneer dit niet mogelijk is, mondbevochtigingsgel gebruiken en zorgen voor een goede mondhygiëne.

13 Pathologie/verpleegkunde
CVA / TIA Pathologie/verpleegkunde Opdracht: 2 of 3 tallen ± 15 minuten Iedereen krijgt 1 kopje COMPOSTDIS (interventies) Zoek op hoe je als verpleegkundige kan voorkomen dat een patiënt ……… krijgt Leg uit (aan familie) wat belangrijk is bij de interventie die jullie hebben gekregen

14 https://www.youtube.com/watch?v=bCvIMy_dTmQ

15 Pathologie/verpleegkunde F Face A Arm S Speech T TIME! Bel 112!
CVA / TIA Pathologie/verpleegkunde F Face A Arm S Speech T TIME! Bel 112!

16 Evaluatie TIPS TOPS


Download ppt "CVA en TIA."

Verwante presentaties


Ads door Google