De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

EMOTIES P. 56-62. INHOUDSOPGAVE 1.Inleiding 2.Aanleunende begrippen 1.Emotie 2.Stemming 3.Temperament 4.Gevoelsstoornis 3.Begrip emotie 1.Cognitief aspect.

Verwante presentaties


Presentatie over: "EMOTIES P. 56-62. INHOUDSOPGAVE 1.Inleiding 2.Aanleunende begrippen 1.Emotie 2.Stemming 3.Temperament 4.Gevoelsstoornis 3.Begrip emotie 1.Cognitief aspect."— Transcript van de presentatie:

1 EMOTIES P

2 INHOUDSOPGAVE 1.Inleiding 2.Aanleunende begrippen 1.Emotie 2.Stemming 3.Temperament 4.Gevoelsstoornis 3.Begrip emotie 1.Cognitief aspect 2.Fysiologisch aspect 3.Expressie-aspecten 4.Communicatie van emoties 1.Verbaal en non-verbaal 2.Controleerbaar en niet-controleerbaar 3.Controleren van emoties: persoonsgebonden

3 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Emotie: -Een reactie op een prikkel -Een beoordeling van de prikkel (cognitief aspect) -Gevoelens ontstaan -Fysiologische opwinding ontstaat (fysiologisch aspect) -Uiting in gedrag

4 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Stemming: -Van langere duur dan emoties -Bv. depressieve stemming Filmpje:

5 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Temperament: -Van Dale: “een gemoedstoestand als grond voor iemands handelswijze en uitdrukkingsverschijnselen” -Horen bij een bepaalde persoon -Bepaalde manier om tegen de dingen aan te kijken/ om op de dingen om zich heen te reageren -Geneigdheid om bepaalde emotie of stemming op te roepen -Bv. vrolijk, rustig, snel op zijn tegen getrapt Hippocrates: sanguinicus, flegmaticus, cholericus, melancholicus

6 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Gevoelsstoornis: -Afwijking/ziekte van de stemming of uiting van emoties -Korte/lange duur -Lange duur  psychologische hulpverlening -Bv. depressie, angststoornis, bipolaire stoornis

7 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Oefening op de begrippen: -Emotie -Stemming -Temperament -Gevoelsstoornis

8 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Oefening op de begrippen: -Emotie -Stemming -Temperament -Gevoelsstoornis

9 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Oefening op de begrippen: -Emotie -Stemming -Temperament -Gevoelsstoornis

10 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Oefening op de begrippen: -Emotie -Stemming -Temperament -Gevoelsstoornis

11 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Oefening op de begrippen: -Emotie -Stemming -Temperament -Gevoelsstoornis

12 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Oefening op de begrippen: -Emotie -Stemming -Temperament -Gevoelsstoornis

13 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Oefening op de begrippen: -Emotie -Stemming -Temperament -Gevoelsstoornis

14 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Oefening op de begrippen: -Emotie -Stemming -Temperament -Gevoelsstoornis

15 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Oefening op de begrippen: -Emotie -Stemming -Temperament -Gevoelsstoornis

16 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Oefening op de begrippen: -Emotie -Stemming -Temperament -Gevoelsstoornis

17 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Oefening op de begrippen: -Emotie -Stemming -Temperament -Gevoelsstoornis

18 2. AANLEUNENDE BEGRIPPEN Oefening op de begrippen: -Emotie -Stemming -Temperament -Gevoelsstoornis

19 INHOUDSOPGAVE 1.Inleiding 2.Aanleunende begrippen 1.Emotie 2.Stemming 3.Temperament 4.Gevoelsstoornis 3.Begrip emotie 1.Cognitief aspect 2.Fysiologisch aspect 3.Expressie-aspecten 4.Communicatie van emoties 1.Verbaal en non-verbaal 2.Controleerbaar en niet-controleerbaar 3.Controleren van emoties: persoonsgebonden 4.Beheersen van emoties: socio-culturele invloeden

20 3. BEGRIP EMOTIE Emotie: -Een reactie op een prikkel -Een beoordeling van de prikkel (cognitief aspect) -Gevoelens ontstaan -Fysiologische opwinding ontstaat (fysiologisch aspect) -Uiting in gedrag (expressief aspect)

21 3. BEGRIP EMOTIE Schachter & Singer (1962): twee-factoren theorie van emoties -Cognitief aspect -Fysiologisch aspect

22 3. BEGRIP EMOTIE 1. COGNITIEF ASPECT -Interpretatie van de situatie -Subjectief -Eerder opgedane ervaringen en kennis -Interpretatie bepaalt gevoel

23 3. BEGRIP EMOTIE 1. COGNITIEF ASPECT Op een dag wandelt Fien vrolijk naar huis van school wanneer ze plots enkele tientallen meter verder iets op straat ziet lopen. Ze kijkt goed en vreest dat het een hond is. Twee jaar geleden werd Fien aangevallen door een hond en sindsdien heeft Fien het niet meer zo voor honden. Nu ze bijna zeker is dat het een hond is, voelt ze haar hartslag sneller slaan. Fien is bang, blijft stokstijf staan en durft geen geluid meer te maken. De hond komt steeds dichter bij en plots hoort Fien: ‘miauw’. -Interpretatie van de situatie? -Subjectief? -Eerder opgedane ervaringen en kennis? -Interpretatie bepaalt gevoel?

24 3. BEGRIP EMOTIE 2. FYSIOLOGISCH ASPECT -Lichamelijke veranderingen -Voorbereiding op gedrag -Kan niet onderdrukt worden -Autonoom zenuwstelsel -Meetbaar Filmpje:

25 3. BEGRIP EMOTIE 2. FYSIOLOGISCH ASPECT

26 3. BEGRIP EMOTIE 3. EXPRESSIE-ASPECTEN -De neiging voelen om te reageren -Reactie -Uiting geven aan emotie

27 INHOUDSOPGAVE 1.Inleiding 2.Aanleunende begrippen 1.Emotie 2.Stemming 3.Temperament 4.Gevoelsstoornis 3.Begrip emotie 1.Cognitief aspect 2.Fysiologisch aspect 3.Expressie-aspecten 4.Communicatie van emoties 1.Verbaal en non-verbaal 2.Controleerbaar en niet-controleerbaar 3.Controleren van emoties: persoonsgebonden 4.Beheersen van emoties: socio-culturele invloeden

28 4. COMMUNICATIE VAN EMOTIES 1.VERBAAL EN NON-VERBAAL Non-verbale communicatie: Spraakpatroon en ritme Intermenselijke ruimte Houding en gebaar Oogcontact Klank van spraak en niet-spraak Uiterlijk Gelaatsuitdrukking

29 4. COMMUNICATIE VAN EMOTIES Een klasgenoot trommelt met zijn vingers op de tafel 1.Hij is zenuwachtig 2.Hij is ongeduldig 3.Hij verveelt zich 4.Hij daagt iemand uit

30 4. COMMUNICATIE VAN EMOTIES Je ziet iemand zingend door school lopen 1.Zij is vrolijk 2.Zij kent een leuk liedje 3.Zij is opgelucht 4.Zij houdt van zingen

31 4. COMMUNICATIE VAN EMOTIES Je leerkracht zucht diep 1.Hij is ongerust 2.Hij is opgelucht 3.Hij is moe 4.Hij is boos

32 4. COMMUNICATIE VAN EMOTIES Iemand heeft een diepe frons in zijn voorhoofd 1.Hij is boos 2.Hij denkt diep na 3.Hij is streng 4.Hij is aan het dagdromen

33 4. COMMUNICATIE VAN EMOTIES Je vriendin loopt met gebogen hoofd weg 1.Ze is teleurgesteld 2.Ze heeft hoofdpijn 3.Ze voelt zich buitengesloten 4.Ze is bang

34 4. COMMUNICATIE VAN EMOTIES Iemand geeft een knipoog 1.Hij vindt de ander aardig 2.Hij maakt een grapje 3.Hij heeft een geheimpje 4.Hij heeft een vuiltje in zijn oog

35 4. COMMUNICATIE VAN EMOTIES Je klasgenote is heel stil 1.Zij is een beetje ziek 2.Zij is verlegen 3.Zij heeft niet zo veel te zeggen 4.Zij is verdrietig

36 4. COMMUNICATIE VAN EMOTIES 1.VERBAAL EN NON-VERBAAL Albert Mehrabian Uitdrukking emotionele betekenis van een boodschap 55%: gezichtsuitdrukking, houding en gebaren 38%: intonatie 7%: gesproken woord  7%-38%-55%-regel Misvatting Filmpje:

37 4. COMMUNICATIE VAN EMOTIES 1.VERBAAL EN NON-VERBAAL Communicatie van emoties: Kunnen spreken over emoties Kunnen luisteren naar emoties van anderen

38 4. COMMUNICATIE VAN EMOTIES 2. CONTROLEERBAAR EN NIET-CONTROLEERBAAR Controleerbare emoties: uiting kan onderdrukt worden Niet-controleerbare emoties: uiting kan niet onderdrukt worden

39 4. COMMUNICATIE VAN EMOTIES 3. CONTROLEREN VAN EMOTIES: PERSOONSGEBONDEN Vluchten/vermijden van emoties/situaties Ontkennen van situaties Situatie van op een afstand bekijken Aanpakken van emoties


Download ppt "EMOTIES P. 56-62. INHOUDSOPGAVE 1.Inleiding 2.Aanleunende begrippen 1.Emotie 2.Stemming 3.Temperament 4.Gevoelsstoornis 3.Begrip emotie 1.Cognitief aspect."

Verwante presentaties


Ads door Google