De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Eten & drinken Les 1 Help 3. Quiz Eten & drinken in (1) tekst & (3) vocabulaire.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Eten & drinken Les 1 Help 3. Quiz Eten & drinken in (1) tekst & (3) vocabulaire."— Transcript van de presentatie:

1 eten & drinken Les 1 Help 3

2 Quiz Eten & drinken in (1) tekst & (3) vocabulaire

3 Quiz

4

5

6

7

8 Indonesisch rijstgerecht met in olie gebakken rijst, fijn gesneden groente, vlees, uien enz.

9 Quiz Indonesisch rijstgerecht met in olie gebakken rijst, fijn gesneden groente, vlees, uien enz. = nasi (goreng)

10 Quiz gerecht van mie met varkensvlees en groenten

11 Quiz

12

13 (1) Tekst

14 Spelling Waarom verandert Middeleeuwen in middeleeuwen? Alle tijdperken krijgen een kleine letter. Ook middeleeuwen en middeleeuws volgen nu die regel. Vergelijk met prehistorie, bronstijd, ijzertijd, (oude/nieuwe) steentijd, nieuwe tijd, renaissancetijd, barok, nieuwste tijd, interbellum. Al deze woorden hadden in de Woordenlijst van 1995 al een kleine letter. Voor deze hele groep geldt dat ze nu met een kleine letter worden gespeld.

15 Inversie na tijdsaanduidingen

16  ‘Uit schilderijen en geschriften uit die tijd’ (r. 3-4)  ‘Pas in de 19 e eeuw’ (r. 10)  ‘Tot die tijd’ (r. 11)  ‘Ook tegenwoordig’ (r. 18)  ‘In onze tijd’ (r. 21) Ze worden gebruikt om veranderingen in eetgewoonten in de tijd te plaatsen.

17 (3) Vocabulaire

18 1.demonstreren 2.is gesteld met 3.onderscheidt zich (van x door x) 4.komt voor 5.eruitzien 6.gebruikelijke 7.voordat 8.dergelijke 9.geïntroduceerd 10.manier (de) 11.bereiden 12.sloeg … aan 13.iem. imponeerde met iets

19 (3) Vocabulaire 14.Pas 15.zoals 16.overigens 17.buitenissig 18.gevolg (het) 19.uiteenlopende 20.aantal (het) 21.op … maken 22.tegenwoordig

20 (4) Spreken

21 (Extra) Van Kooten & De Bie

22

23 Van Kooten en De Bie  Kees van Koten (°1941)  Wim de Bie (°1939)  een (cabaret)duo  vooral bekend door hun televisieprogramma’s

24 Van Kooten en De Bie  Invloed op de Nederlandse taal Neologismen Bekende uitdrukkingen/woorden een nieuw leven ingeblazen

25 Van Kooten en De Bie Invloed op de Nederlandse taal stoned als een garnaal

26 Van Kooten en De Bie Invloed op de Nederlandse taal stoned als een garnaal doemdenken

27 Van Kooten en De Bie Invloed op de Nederlandse taal stoned als een garnaal doemdenken = pessimistische gedachten koesteren over de toekomst

28 Van Kooten en De Bie Invloed op de Nederlandse taal stoned als een garnaal doemdenken positivo

29 Van Kooten en De Bie Invloed op de Nederlandse taal stoned als een garnaal doemdenken positivo = iemand die eerder de mogelijkheden dan de gevaren, eerder de positieve, dan de negatieve kanten in mensen, zaken, of omstandigheden zal zien en benadrukken. (vs. doemdenker)

30 Van Kooten en De Bie Invloed op de Nederlandse taal stoned als een garnaal doemdenken positivo regelneef

31 Van Kooten en De Bie Invloed op de Nederlandse taal stoned als een garnaal doemdenken positivo regelneef = (schertsend) iemand die van alles wil regelen, vooral voor anderen; een bemoeial

32 Van Kooten en De Bie Invloed op de Nederlandse taal stoned als een garnaal doemdenken positivo regelneef jemig de pemig

33 Van Kooten en De Bie Invloed op de Nederlandse taal stoned als een garnaal doemdenken positivo regelneef jemig de pemig = uitdrukking als iemand zich verbaast (informeel)

34 De vieze man – Bonbons

35 Bonbons (NL) / pralines (VL)

36 Bonbons

37 Pure chocolade = fondant chocolade (Vlaams) Donkere, zwarte, bittere chocolade

38 Bonbons

39 Melkchocolade

40 Bonbons

41 Witte chocolade

42

43 Nougat (= noga)

44

45 Pralinévulling (VL?)

46 +

47 Likeurbonbon (de) +

48

49 Toffee (de)

50

51 Chocoladetruffel (de)

52 Bonbon Ondanks de slappe economische situatie neemt de bonbon in Nederland nog voortdurend in luxe toe. De betere bonbon is een populaire delicatesse geworden, die sociologisch gezien niet langer het zoete privilege vormt van een bevoorrechte bovenlaag.

53

54 Het moet een beetje een ____________ blijven, een bonbon is een __________.

55 Het moet een beetje een feestje blijven, een bonbon is een feestje. [feesje]

56 Zoveel _____________, zoveel bonbons.

57 Zoveel smaken, zoveel bonbons.

58 Uitdrukkingen met “smaak” 1.Zintuig 2.Gewaarwording in de mond, opgewekt door het proeven van iets 3.Persoonlijke voorkeur 4.Gevoel voor schoonheid

59 Uitdrukkingen met “smaak” Zintuig –het gehoor –het gevoel –het gezichtsvermogen –de reuk –de smaak

60 Uitdrukkingen met “smaak” Gewaarwording in de mond, opgewekt door het proeven van iets –Een vieze smaak –Een walgelijke smaak –Een slechte/goede smaak

61 Uitdrukkingen met “smaak” Persoonlijke voorkeur –een dure smaak hebben –= een voorkeur hebben voor dure artikelen en producten –over smaak valt niet te twisten –smaken verschillen –= berustend commentaar als mensen een andere voorkeur hebben

62 Uitdrukkingen met “smaak” Persoonlijke voorkeur –in de smaak vallen bij iemand –= (van iets wat wordt aangeboden) zeer door hem gewaardeerd worden

63 Uitdrukkingen met “smaak”

64

65

66 Gevoel voor schoonheid –“Hij heeft een goede smaak”.

67 De groenteman en de Turk

68

69 Discussie Op het forum bij dit filmpje hebben een paar mensen (van Turkse afkomst) hun ongenoegen geuit. Met opmerkingen als: “fuck you kaaskop alsof je goed kan nederlands [Nederlands kan]” Er zijn dus kennelijk enkele mensen die deze sketch beledigend vinden. Wat vinden jullie van die boze reacties?

70 Discussie Een Nederlandse forumbezoeker reageert op het filmpje: “Een Turk zou nooit om een “pondje appels” vragen.” Dit is om verschillende redenen een totaal misplaatste opmerking. Wat heeft de forumbezoeker niet begrepen?

71 Stijlregister stijlregister = taalvariëteit die betrekking heeft op de gevoelswaarde en de gebruikssfeer van een woord gebruikssfeer = geheel van omstandigheden die het woordgebruik bepalen of beïnvloeden gebruikssfeer in dit filmpje?

72 Stijlregister stijlregister = taalvariëteit die betrekking heeft op de gevoelswaarde en de gebruikssfeer van een woord gebruikssfeer = geheel van omstandigheden die het woordgebruik bepalen of beïnvloeden gebruikssfeer in dit filmpje? Alledaags, vrij informeel gesprek tussen een verkoper en een klant van een groentewinkel

73 Stijlregister Is het stijlregister van de Turk gepast in deze situatie?

74 Stijlregister Is het stijlregister van de Turk gepast in deze situatie? Neen, hij hanteert een veel te plechtige, formele stijl. (“boekentaal”) => komisch effect

75 Stijlregister “U heeft groenten die qua versheid en hygiëne de toets der kritiek kunnen doorstaan.” –De toets der kritiek kunnen doorstaan = deugdelijk blijken, van goede kwaliteit blijken –Qua = wat betreft –[Doorstaan] => [doorstaan] (vs) “De groenten zijn hier altijd heel vers en van goede kwaliteit.”

76 Stijlregister “Het gaat de goede kant op. Zij is op de goede weg.” –De goede kant opgaan (=>) –De goede weg op zijn (=>) (vs) “Het gaat beter met haar.”

77 Stijlregister Het gaat de goede kant op = het gaat (steeds) beter met –“Het gaat de goede kant op met de biotechnologie. Er komen steeds meer waardevolle producten op de markt.” –“Het gaat de goede kant op met het springerige punkpoptrio uit Liverpool.”

78 Stijlregister op de goede weg zijn = langzaam maar zeker een gewenst doel bereiken –“Het kan natuurlijk altijd nog veel beter maar ik vind dat we op de goede weg zijn.” –“CA lijkt weer op de goede weg. De juridische problemen die ontstonden na de boekhoudschandalen zijn voorbij.” –“De gemeente is op de goede weg met het terugdringen van het autoverkeer.”

79 Stijlregister “En dan een heel scala van pappen voor de morgen, meneer.” –een scala van mogelijkheden (vs) “en dan ook nog een heleboel soorten pap”

80 Stijlregister “Voor de pappen moet ik mij vervoegen bij de zuivelhandel.” –(Zich vervoegen bij: zich melden bij = iemand meedelen dat men gearriveerd is) (vs) “Voor pap moet ik bij de melkboer zijn.”

81 Stijlregister “Tot genoegen, mijne heren.” –Tot genoegen = zeer formele (afscheid)groet => Daag! / Doeg!

82 De Hollandse keuken De Turk wil met z’n gezin genieten van een echte maaltijd uit de “specifieke” Hollandse keuken. Welke typisch Nederlandse ingrediënten en gerechten somt hij op?

83 De Hollandse keuken Boerenkool

84 De Hollandse keuken Bloemkool

85 De Hollandse keuken Hutspot

86 De Hollandse keuken Hutspot wortelen (jonge) ui laurier zout, peper, nootmuskaat aardappelen

87 De Hollandse keuken Opmerking: Stamppot eenpansgerecht met aardappels en groente, die voor het opdienen door elkaar gestampt zijn Bijvoorbeeld: hutspot

88 De Hollandse keuken Zuurkool [opm: niet zurekool]

89 De Hollandse keuken Erwtensoep

90 De Hollandse keuken Verschillende soorten pap  Havermoutpap  Griesmeelpap  Lammetjespap  Karnemelkpap

91 De Hollandse keuken Rookworst

92 De groenteman Opm.: groentewinkel, groenteman, etc. Niet: groentenwinkel, groentenman Waarom?

93 De groenteman Opm.: groentewinkel, groenteman, etc. Niet: groentenwinkel, groentenman Meervoud van groente = –Groenten –Of: groentes Opmerking: “groentenist” word niet gezegd in het Standaardnederlands Wel: groenteboer, groenteman, groenteverkoper

94 De groenteman Bijvoorbeeld: blote apie’s hiero rikketik

95 De groenteman Bijvoorbeeld: blote apiesgeschilde aardappelen hierohier rikketik hart


Download ppt "Eten & drinken Les 1 Help 3. Quiz Eten & drinken in (1) tekst & (3) vocabulaire."

Verwante presentaties


Ads door Google