De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Les 24 Spieren Spierweefsel, clonus en spiertonus, agonist-antagonist, hernia, hypertrofie, atrofie, bodybuilding ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Les 24 Spieren Spierweefsel, clonus en spiertonus, agonist-antagonist, hernia, hypertrofie, atrofie, bodybuilding ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu."— Transcript van de presentatie:

1 Les 24 Spieren Spierweefsel, clonus en spiertonus, agonist-antagonist, hernia, hypertrofie, atrofie, bodybuilding ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek,

2 2 Spierweefsel Spiercellen gekenmerkt door aanwezigheid van in serie geschakelde eiwitketens, myofibrillen In myofibrillen 2 soorten eiwitten, actine en myosine, deze kunnen schuiven t.o.v. elkaar. Dit schuiven kost energie, geleverd door ATP, verkorting heet contractiliteit. Uit elkaar gaan kost geen energie. Zorgt voor lichaamshoudingen Tot stand komen bewegingen Beschermende functie

3 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Spierweefsel Glad spierweefsel Hartspierweefsel dwarsgestreept spierweefsel Gladde spierweefsel niet onder invloed van de wil, zoals baarmoeder, darmen, bloedvaten, dus: Redelijk langzaam en niet snel vermoeid Prikkels tot contractie komen van autonome of vegetatieve zenuwstelsel

4 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Hartspierweefsel Maakt onderdeel uit van onwillekeurige spierstelsel Lijkt qua bouw meest op dwarsgestreept spierweefsel Door de geregelde afwisseling van aanspannen en rust zeer lang meegaan Geen meerkernigheid zoals bij de gewone spier en daardoor minder zuurstof nodig en minder snel vermoeid

5 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Spierweefsel Dwarsgestreept = willekeurig dus direct onder controle wil, skeletspieren (eraan vast) In spiervezel fibrillen => contraheren (samentrekken) dan verkorting spier Ook sfincter of kringspieren rond oog, mond en bij de anus Diafragmaspieren middenrif en bekkenbodem

6 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Soorten spierweefsel syncytium = versmelting van spiercellen 1.geen syncytium, één centraal gelegen kern, en cellen hebben via verbindingen contact met elkaar. 2.snel samentrekken, reageert snel, kent pauzes 3.vegetatief 1.langgerekte cellen, spiervezels, met meerdere kernen syncytium. Tussenmembramen zijn verdwenen. Streepvormig 2.reageert snel, snel vermoeid. 3.willekeurig 4.skeletspieren, zijn met pezen verbonden aan skelet 1.cellen liggen kort naast elkaar met centraal gelegen kern. 2.trekt langzaam samen, reageert traag, vrijwel onvermoeibaar 3.vegetatief stelsel. 4.bv.wand bloedvaten HartspierweefselDwarsgestreept spierweefsel Glad spierweefsel

7 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Spier Spierbundel omgeven door bindweefselkoker, de fascie afzonderlijke spierbundels ook weer omgeven door fascie spiervezels bevatten dikke en korte vezeltjes zgn. filamenten (patroon van strepen) –dunne = actine –dikke = myosine –verdeeld in segmenten die begrenzing door sacromeer

8 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, LG, fig , blz. 73 I = isotroop A = anisotroop

9 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, A = ontspannen 1 = H-zone of I-zone 2 = begrenzing sarcomeer (samentrekkings- eenheid) 3 = actine (contractiele eiwit) 4 = myosine (contractiele eiwit) B = aangespannen 5 = I-band of H-band 6 = A-band LG, fig b, blz A B 5

10 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Clonus en Spiertonus Clonus is de situatie waarbij de spier te snel na elkaar geprikkeld wordt clonisch en tonisch wisselen elkaar af Spiertonus = rustspanning, dit voorkomt dat we in elkaar zakken, reflectorisch geregeld Refractaire periode = periode waarbij geen enkele prikkeling de spier kan doen contraheren, de spiercellen zijn bezig naar de rustsituatie te gaan

11 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Prikkeling van de spiercel Via de motorische eenheid (motor unit) Aansturing vezels verspreid over spiergebied Meer units tegelijk ingeschakeld, hoe meer kracht en snelheid Hoe meer units per hoeveelheid spierweefsel, hoe ‘fijner’ de aansturing (bijvoorbeeld: het oog)

12 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Aansturing van de spier door de motorunit (m.u.) A = klein, drie neuronen innerveren drie spiergedeelten B = groot, een neuron innerveert drie spiergedeelten 1 motoneuronen 2 axon 3 spiervezels 4 motorisch eindplaatje LG, fig , blz. 281

13 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Agonist en antagonist buigers en strekkers agonisten en antagonisten hebben een tegengestelde werking, net zoals de buigers en de strekkers. synergisten (synergie) samenwerking achterzijde bovenbeen flexoren (buigers) en extensoren (strekkers) zijn nodig omdat een spier alleen maar verkorten kan, dus door ontspannen geen verlenging spier

14 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, biceps triceps

15 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Hernia nuclei pulposi Pijn doordat zenuwen tussen de ruggenwervelschijven ‘gekneld’ zitten Verschijnselen afhankelijk van lumbosacraal, cervicaal Zelden thoracaal Behandeling vaak conservatief en band rond middel moet dan uitkomst bieden Chirurgisch tussenwervelschijf uitlepelen Standaard meestal 3e tot 5e lendenwervel

16 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Hernia nuclei pulposi Aanpak onderzoek rug gericht op: 1.Beweeglijkheid 2.Wortelcompressie –pijnbeloop –sensibiliteit –reflexen –motoriek SPOED: incontinentie en parese (verlamming)

17 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Hernia nuclei pulposi Wervels: asdruk, lokale kloppijn –suggestief voor skeletafwijkingen –uitsluiting middels röntgen niet altijd mogelijk verhaal patiënt –familie anamnese –medicatie –ziekten –leeftijd/geslacht –beroep

18 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Lage rugpijn Acute lumbago (spit) –Acute hevige pijn in de rug, zonder uitstraling en met bewegingbeperking myalgie (spierpijn) van de rugspieren –Niet acuut, wisselend in tijd, zonder uitstraling ischialgie (pijn in de heup) –Rugpijn met uitstraling maar zonder duidelijke wortelprikkeling (radiculaire prikkeling) hernia nuclei pulposi (HNP) –meestal tussen L4 en L5

19 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, chronische rugpijn Betekenis: waarschuwing, kan ook vaak psychisch bepaald zijn, veel onbekend Gevolgen: ADL (algemene dagelijkse levensverrichtingen) angst om pijn te krijgen dus bewegingen vermijden => contracturen en andere verstijvingen Verwachtingen van de patiënt t.a.v. hulpverlener zijn belangrijk!

20 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Hypertrofie, atrofie, bodybuilding Hypertrofie = ontwikkeling weefsel door training toename van spierweefsel, geregelde belasting beter dan kortdurende sterke belasting na 3 tot 6 weken teruggang (teloorgang)van trainingsactiviteiten bij COMPLETE inactiviteit atrofie is afname volume en kracht spieren

21 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Spier / peesaandoeningen Spit en stijve nek is een verkramping van de spieren, door verrekking, oververmoeidheid of spanning. Behandeling warmte applicatie, massage, oefeningen, rust, en /of spierontspannende middelen. Pijnstillers indien noodzakelijk

22 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Spier / peesaandoeningen Zweepslag (ruptuur van de spier) scheurtje in de spier vaak kuit. Korte rustperiode en fysiotherapie, stimulatie doorbloeding. tendovaginitis (peesschedeontsteking) is een ontsteking van de synoviabekleding, dus van de bekleding van de peesschede, behandelen met rust. Ontstaat vaak door repeterende bewegingen P.S. nekkramp is geen spieraandoening maar meningitis (hersenvliesontsteking)

23 ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu Berenbroek, Spierziekten Spieratrofie (spieratrofia) en spierdystrofie (spiergroeistoornis en spierdegeneratie) –vaak aangeboren of door zuurstof gebrek baring –aantasting motorische kernen RM –vaak gepaard met spasticiteit(verhoogde spiertonus) –krachtverlies en/of verlammingen –trekkingen, spierschokkingen


Download ppt "Les 24 Spieren Spierweefsel, clonus en spiertonus, agonist-antagonist, hernia, hypertrofie, atrofie, bodybuilding ANZN 1e leerjaar - Les 24 - © Matthieu."

Verwante presentaties


Ads door Google