De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Basisstof 3 en 4 ASSIMILATIE. Assimilatie Energie Kleine moleculenGrote moleculen Dissimilatie levensenergie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Basisstof 3 en 4 ASSIMILATIE. Assimilatie Energie Kleine moleculenGrote moleculen Dissimilatie levensenergie."— Transcript van de presentatie:

1 Basisstof 3 en 4 ASSIMILATIE

2 Assimilatie Energie Kleine moleculenGrote moleculen Dissimilatie levensenergie

3 1)Koolstofassimilatie (Fotosynthese)  Alleen in autotrofe organismen 2) Voortgezette assimilatie  Zowel in autotrofe als heterotrofe organismen

4 Energie Anorganische stoffenOrganische stoffen Bij planten = fotosynthese Planten zijn autotroof 1) Koolstofassimilatie

5 Koolstofdioxide + Water + Energie (licht)  Glucose + Zuurstof CO 2 H2OC 6 H 12 O 6 O2O2 Energie666

6

7

8

9

10

11

12

13 2) Voortgezetteassimilatie

14 2) Voortgezetteassimilatie

15 2) Voortgezetteassimilatie

16 2) Voortgezetteassimilatie

17 ATP als ‘oplaadbare batterij’ Verbruik door arbeid

18 ATP is de universele energieleverancier Verbruik door arbeid ATP ADP + P Opbouw m.b.v. fotosynthese of dissimilatie van organische stoffen

19 ATP

20 Koolhydraten zijn verbindingen van koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). Het bekendste voorbeeld is glucose (C 6 H 12 O 6 ), dat bij dieren een rol speelt als directe bron van energie. Koolhydraten Koolhydraten zijn dus suikers (sachariden), deze zijn op te splitsen in: 1)Monosachariden 2)Disachariden 3)Polysachariden Koolhydraten zijn dus suikers (sachariden), deze zijn op te splitsen in: 1)Monosachariden 2)Disachariden 3)Polysachariden

21 Koolhydraten Koolhydraten zijn dus suikers (sachariden), deze zijn op te splitsen in: 1)Monosachariden 2)Disachariden 3)Polysachariden Koolhydraten zijn dus suikers (sachariden), deze zijn op te splitsen in: 1)Monosachariden 2)Disachariden 3)Polysachariden

22 Vetten (lipiden)

23 Eiwitten (proteinen) Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Enkele manieren om de structuur van een aminozuur weer te geven zie je hieronder. Glucose + NO 3 - (nitraat) + energie  aminozuur

24 Er zijn 20 verschillende aminozuren die in een eiwit kunnen voorkomen. Dus zijn er heel veel variaties mogelijk. Er bestaan dan ook heel veel verschillende eiwitten. Je kunt die eiwitten beschouwen als een soort kralensnoer van aminozuren. Hieronder zie je dat. Ieder aminozuur is weergegeven met de afkorting van 3 letters. Die afkortingen hoef je niet te kennen. Je moet ze wel kunnen opzoeken in Binas of Biodata. Er zijn 20 verschillende aminozuren die in een eiwit kunnen voorkomen. Dus zijn er heel veel variaties mogelijk. Er bestaan dan ook heel veel verschillende eiwitten. Je kunt die eiwitten beschouwen als een soort kralensnoer van aminozuren. Hieronder zie je dat. Ieder aminozuur is weergegeven met de afkorting van 3 letters. Die afkortingen hoef je niet te kennen. Je moet ze wel kunnen opzoeken in Binas of Biodata.

25 Dat kralensnoer kan op allerlei manieren gevouwen en opgerold zijn, waarbij soms dwarsverbindingen ontstaan via zwavelbruggen. Dat gebeurt op plaatsen waar het zwavelbevattende aminozuur cysteïne zit.

26 Kleine eiwitmoleculen zoals insuline bestaan uit aan elkaar gekoppelde aminozuren. Grotere zoals amylase hebben er veel meer dan In de tekeningen zijn voor het gemak alle H-atomen weggelaten.

27 Je kunt de structuur van een eiwit op verschillende manieren veranderen, bijvoorbeeld door de temperatuur te verhogen of de pH te veranderen, bijvoorbeeld door zuur (H + ) toe te voegen. Waterstofbruggen en zwavelbruggen worden dan verbroken, waardoor het opgerolde eiwitmolecuul zich ontvouwt. We noemen dit denatureren. Een bekend voorbeeld is het koken van een ei. Je kunt de structuur van een eiwit op verschillende manieren veranderen, bijvoorbeeld door de temperatuur te verhogen of de pH te veranderen, bijvoorbeeld door zuur (H + ) toe te voegen. Waterstofbruggen en zwavelbruggen worden dan verbroken, waardoor het opgerolde eiwitmolecuul zich ontvouwt. We noemen dit denatureren. Een bekend voorbeeld is het koken van een ei.


Download ppt "Basisstof 3 en 4 ASSIMILATIE. Assimilatie Energie Kleine moleculenGrote moleculen Dissimilatie levensenergie."

Verwante presentaties


Ads door Google