De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Koolhydraten: voorbeelden van koolhydraten Koolhydraten zijn verbindingen van koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). De algemene formule is: C x.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Koolhydraten: voorbeelden van koolhydraten Koolhydraten zijn verbindingen van koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). De algemene formule is: C x."— Transcript van de presentatie:

1 koolhydraten: voorbeelden van koolhydraten Koolhydraten zijn verbindingen van koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). De algemene formule is: C x (H 2 O) y. Het bekendste voorbeeld is glucose (C 6 H 12 O 6 ), dat bij dieren een rol speelt als directe bron van energie. Koolhydraten Onze suiker voor in de koffie en thee heet officiëel sacharose en is ook een koolhydraat (C 12 H 22 O 11 ), evenals ribose (C 5 H 10 O 5 ). Koolhydraten worden ook wel suikers genoemd of meer wetenschappelijk sachariden. Er is steeds sprake van ringstructuren. Hiernaast zie je dat voor glucose. Onze suiker voor in de koffie en thee heet officiëel sacharose en is ook een koolhydraat (C 12 H 22 O 11 ), evenals ribose (C 5 H 10 O 5 ). Koolhydraten worden ook wel suikers genoemd of meer wetenschappelijk sachariden. Er is steeds sprake van ringstructuren. Hiernaast zie je dat voor glucose.

2 koolhydraten: structuur van koolhydraten 2 Voor het schrijven van structuurformules van de koolhydraten zijn er verschillende mogelijkheden, waarbij meestal de koolstofatomen van de ring niet worden aangegeven. Hieronder zie je dat voor glucose. De meest linkse structuur is het meest compleet. Voor ons is de meest rechtse eigenlijk goed genoeg, want we hoeven van de koolhydraten de structuren niet precies te kennen. Wel moet je ze in Binas of Biodata kunnen opzoeken en weten dat er bij koolhydraten sprake is van ringstructuren met de nodige OH- groepen en ergens een O-atoom in de ring.

3 koolhydraten: structuur van koolhydraten 3 Eerder noemden we sacharose en ribose. Daarvan zie je hier de structuren. of Opnieuw geldt dat je al die structuren niet hoeft te kennen. Maar je moet er niet van schrikken als je ze tegenkomt en weten dat het koolhydraten voorstellen. De juiste namen en structuren kun je steeds in Binas of Biodata opzoeken. Ribose maakt deel uit van het ADP en ATP molecuul (zie hoofdstuk 9)

4 koolhydraten: mono- en disacharide 1 Als er maar één ring is zoals bij glucose en ribose, dan spreken we van een monosacharide. Twee ringen kunnen aan elkaar koppelen: dan spreken we van een disacharide. Hier zie je dat schematisch voor glucose. Als er maar één ring is zoals bij glucose en ribose, dan spreken we van een monosacharide. Twee ringen kunnen aan elkaar koppelen: dan spreken we van een disacharide. Hier zie je dat schematisch voor glucose. Merk op dat er water afgesplitst wordt.

5 koolhydraten: mono- en disacharide 2 Voorbeelden van disachariden zijn sacharose en maltose (moutsuiker). Deze formules hoef je weer niet precies te kennen, want je kunt ze opzoeken in Binas of Biodata. Wel moet je omdat er twee ringen zijn begrijpen dat we hier te maken hebben met een disacharide. Als je wilt kun je sacharose en maltose ruimtelijk bekijken door op het molecuul te klikken. Deze formules hoef je weer niet precies te kennen, want je kunt ze opzoeken in Binas of Biodata. Wel moet je omdat er twee ringen zijn begrijpen dat we hier te maken hebben met een disacharide. Als je wilt kun je sacharose en maltose ruimtelijk bekijken door op het molecuul te klikken.

6 koolhydraten: polysachariden 1 Als heel veel glucose-eenheden aan elkaar koppelen krijg je een poly- sacharide. De bekendste voorbeelden zijn: - cellulose (bouwstof voor planten: hout), en - amylose (energie-opslag in planten: zetmeel) Het verschil tussen beiden is de manier van koppelen van de glucose- eenheden. We hebben dat blauw omcirkeld. Als heel veel glucose-eenheden aan elkaar koppelen krijg je een poly- sacharide. De bekendste voorbeelden zijn: - cellulose (bouwstof voor planten: hout), en - amylose (energie-opslag in planten: zetmeel) Het verschil tussen beiden is de manier van koppelen van de glucose- eenheden. We hebben dat blauw omcirkeld.

7 koolhydraten: polysachariden 2 Dat die koppeling belangrijk is blijkt uit de grote verschillen in eigenschappen tussen cellulose en zetmeel. Tussen de ketens van het molecuul kan bij zetmeel jood worden ingebouwd en dit geeft de bekende blauwe kleur, die je vast wel kent van de speekselproef. Cellulose doet dit niet. Ons lichaam is in staat zetmeel te verteren. Het zit in brood en aardappelen en is een belangrijke voedselbron. Cellulose is voor ons ongeschikt als voedsel. We kunnen het niet verteren. Maar planteneters weten er wel raad mee, die hebben het juiste enzym (cellulase). Suikers kunnen bij dieren in lever en spieren opgeslagen worden in de vorm van glycogeen. Glycogeen lijkt veel op zetmeel. De structuur en koppeling is hetzelfde, maar er zijn meer vertakkingen. Dat die koppeling belangrijk is blijkt uit de grote verschillen in eigenschappen tussen cellulose en zetmeel. Tussen de ketens van het molecuul kan bij zetmeel jood worden ingebouwd en dit geeft de bekende blauwe kleur, die je vast wel kent van de speekselproef. Cellulose doet dit niet. Ons lichaam is in staat zetmeel te verteren. Het zit in brood en aardappelen en is een belangrijke voedselbron. Cellulose is voor ons ongeschikt als voedsel. We kunnen het niet verteren. Maar planteneters weten er wel raad mee, die hebben het juiste enzym (cellulase). Suikers kunnen bij dieren in lever en spieren opgeslagen worden in de vorm van glycogeen. Glycogeen lijkt veel op zetmeel. De structuur en koppeling is hetzelfde, maar er zijn meer vertakkingen.

8 koolhydraten: afbraak van zetmeel 1 Zetmeel heeft een groot molecuul. Het kan onze darmwand niet passeren. Daarom wordt zetmeel uit ons voedsel (aardappelen, brood) door ons lichaam in etappes afgebroken tot glucose. De eerste stap is de afbraak tot maltose met behulp van het enzym amylase, dat in ons speeksel zit.

9 koolhydraten: afbraak van zetmeel 2 En dit is de 2e stap. Het lijkt of er een O-tje verdwenen is, maar eigenlijk gebeurt dit. Al die reactievergelijkingen hoef je natuurlijk niet te kennen. Maar wel moet je weten dat er bij de afbraak water wordt opgenomen. Zo'n afbraak waarbij water mee reageert heet een hydrolyse. Ook de afbraak van eiwitten tot aminozuren is een hydrolyse. Al die reactievergelijkingen hoef je natuurlijk niet te kennen. Maar wel moet je weten dat er bij de afbraak water wordt opgenomen. Zo'n afbraak waarbij water mee reageert heet een hydrolyse. Ook de afbraak van eiwitten tot aminozuren is een hydrolyse.


Download ppt "Koolhydraten: voorbeelden van koolhydraten Koolhydraten zijn verbindingen van koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). De algemene formule is: C x."

Verwante presentaties


Ads door Google