De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Ontwikkelingsleer Algemeen gedeelte Trainer B en Instructeur B.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Ontwikkelingsleer Algemeen gedeelte Trainer B en Instructeur B."— Transcript van de presentatie:

1 Ontwikkelingsleer Algemeen gedeelte Trainer B en Instructeur B

2 2 Doelstellingen en werkwijze  Inzicht  Algemene ontwikkelingstendensen (lichamelijk en motorisch)  Aandachtspunten voor de sporttakspecifieke aanpassing van activiteiten i.f.v. de leeftijd Vooraan elk hoofdstukAchteraan elk hoofdstuk DoelstellingenAandachtspunten Sleutelbegrippen Studievragen

3 3 Inleiding en situering Lichamelijke ontwikkeling Motorische ontwikkeling Invloeden op de ontwikkeling Overzicht van de presentatie Ontwikkelingsleer

4 4 Inleiding en situering Referentiekader Begrippen

5 5 Ontwikkelingsgerichte aanpak Motorische leerprocessen Training Sociale en culturele invloeden Psychosociale invloeden Intellectuele invloeden Genetisch bepaald 80% 20% Normale lichamelijke ontwikkeling Normale motorische ontwikkeling Omgevingsinvloeden Geboorte Volwassenheid Richtlijnen voor de trainingspraktijk Maximale ontplooiingskansen bieden Gezondheid vrijwaren Overbelasting vermijden Referentiekader

6 6 Biologische groei Maturatie Ontwikkeling Natuurlijke ontwikkeling Normale ontwikkeling Verstoorde ontwikkeling Nature Nurture Biologische leeftijd Kalenderleeftijd Skeletale leeftijd Begrippen

7 7 Maturatie Verwijst naar het tempo en de timing van de biologische groei Timing en tempo van de biologische groei is afhankelijk van het lichaamsonderdeel Kinderen verschillen onderling zeer sterk in tempo en timing Biologische groei Maturatie Ontwikkeling Biologische groei Toename van de grootte van het lichaam als geheel Toename van de grootte van bepaalde onderdelen Hyperplasie Hypertrofie Accretie Begrippen Ontwikkeling Omvat groei, tempo en timing Houdt rekening met sociale, culturele, emotionele, intel- lectuele invloeden Voor geboorte (genetisch) Na geboorte (genetisch en omgeving) Lichamelijke ontwikkeling Motorische ontwikkeling …

8 8 Natuurlijke ontwikkeling Normale ontwikkeling Verstoorde ontwikkeling Natuurlijke ontwikkeling Ontwikkeling zoals die zou verlopen als alleen genetische factoren een rol spelen. Erfelijke kenmerken bepalen voor meer dan 80% groei, tempo, timing, lichaamsstructuur. Normale ontwikkeling De invloed van omgevingsfactoren wordt mee in rekening gebracht (20%) Omgevingsinvloeden beïnvloeden de ontwikkeling die door de genetische aanleg bepaald wordt Verstoorde ontwikkeling Afwijking van de normale ontwikkeling Afwijkingen kunnen genetisch bepaald zijn, maar kunnen ook door de omgeving worden veroorzaakt. Begrippen

9 9 Nature Nurture Nature Groei, maturatie en ontwikkeling die alleen door de genetische aanleg wordt gestuurd. Nurture Invloed van de omgeving op de groei, maturatie en ontwikkeling Begrippen

10 10 Biologische leeftijd Kalenderleeftijd Skeletale leeftijd Begrippen Biologische leeftijd Leeftijd in het proces op weg naar volwassenheid (ten opzichte van de gemiddelde populatie) Niet noodzakelijk = aan kalenderleeftijd Vnl. erfelijke factoren Storende factor bij talentdetectie en talentselectie Kalenderleeftijd Leeftijd volgens de kalender Grote niveauverschillen tussen leeftijdsgenoten Skeletale leeftijd Maat voor graad van volwassenheid van het skelet en beenderen

11 11 Lichamelijke ontwikkeling Ontwikkelingspatronen Gestalte en gewicht Lichaamssamenstelling Botten Spieren Hart, bloedsomloop en ademhaling Hormonen Zenuwstelsel

12 Baby Kindertijd Adolescentie of puberteit Volwassenheid Meisjes Jongens Snelle groei in alle lichaamsweefsels, organen, structuren Relatief trage Lichamelijke ontwikkeling Trage Geslachtelijke ontwikkeling Snelle Neurale ontwikkeling Motorische ontwikkeling Voltooiing van groei en ontwikkeling Hormonale veranderingen Snelle Lichamelijke ontwikkeling Geslachtelijke ontwikkeling Gedragsveranderingen Puberteit is gedragsmatig, Adolescentie is lichamelijk EN gedragsmatig Ontwikkelingspatronen

13 13 Ontwikkelingspatronen Leeftijd % volwassen proportie Algemene ontwikkeling Geslachtelijke ontwikkeling Neurale ontwikkeling Lymfoïde ontwikkeling Kenmerken Vereenvoudiging van de grote variatie in individuele ontwikkeling Geeft duidelijk de verschillen in ontwikkeling tussen de verschillende weefsels, organen, structuren, … Ontwikkeling = combinatie van: Genen Hormonen Voeding Omgevingsfactoren

14 14 Ontwikkelingspatronen Algemene ontwikkeling Kenmerken S – vormig Sygmoïd Gestalte Gewicht Spiermassa Botten Lichaamsdimensies Ademhaling Hart Bloedvaten Spijsvertering Urinesysteem      Snelle groei  Geleidelijke groei  Groeiversnelling (groeispurt)  Voltooiing van de groei Timing + groeisnelheid = individueel verschillend  Kleine interindividuele variatie  +  Variatie wordt groter  Grote interindividuele variatie

15 15 Ontwikkelingspatronen Neurale ontwikkeling    Kenmerken Hersenen Zenuwstelsel Ogen Bovenste deel van het gelaat Delen van de schedel  Zeer snelle groei  Groei vertraagt, rond 8 jaar >90% volgroeid  +  Trage groeivoltooiing Snelle ontwikkeling geeft op jonge leeftijd coördinatieproblemen  Kleine interindividuele variatie  +  Variatie wordt groter  Grote interindividuele variatie

16 16 Ontwikkelingspatronen Geslachtelijke ontwikkeling Kenmerken Primaire geslachtskenmerken Eierstokken / Eileiders Baarmoeder / Vagina Teelballen Prostaat / Penis Secundaire geslachtskenmerken Borsten Haar rond geslachtsorganen Strottenhoofd Baard en snor  Relatief snelle groei  Bijna geen groei  Groeiversnelling (groeispurt)  Voltooiing van de groei Timing + groeisnelheid = individueel verschillend  Kleine interindividuele variatie  +  Variatie wordt groter  Grote interindividuele variatie    

17 17 Ontwikkelingspatronen Lymfoïde ontwikkeling Kenmerken Lymfeklieren Thymusklier Appendix Lymfeweefsel in de darm (regulators immuunsysteem)  Zeer snelle groei  Zeer snelle groei  +  Maximum ±11 jaar (200%) dan vermindering immuniteit Timing + groeisnelheid = individueel verschillend  Kleine interindividuele variatie  +  Variatie wordt groter  Grote interindividuele variatie    

18 18 Antropometrie Bekkenbreedte SchouderbreedteSkeletale breedtematen Gestalte Variatie doorheen de dag Gewicht Variatie doorheen de dag Beenlengte Romplengte - Vetmassa en vetverdelingSpieren Ontwikkelingspatronen

19 19 Ontwikkeling van de gestalte en het lichaamsgewicht Relevantie voor de trainingspraktijk GES en GEW zijn belangrijk voor elke sport Ook bij andere lichaamsdimensies, spieren, botten, hart, ademhaling is het volgende zichtbaar: Algemeen ontwikkelingspatroon Groeispurt Variatie in groei Variatie in groeisnelheden Ontstaan van geslachtsverschillen Nadelen van vroegtijdige specialisatie

20 20 Ontwikkeling van de gestalte Kenmerken Gestalte jongens (cm)   S – vormig Sygmoïd  Snelle groei  Geleidelijke groei  Groeiversnelling (groeispurt)  Voltooiing van de groei  Kleine interindividuele variatie  +  Variatie wordt groter  Grote interindividuele variatie 26 G V Groeicurve

21 21 Kenmerken Gestalte meisjes (cm)   S – vormig Sygmoïd  Snelle groei  Geleidelijke groei  Groeiversnelling (groeispurt)  Voltooiing van de groei  Kleine interindividuele variatie  +  Variatie wordt groter  Grote interindividuele variatie Ontwikkeling van de gestalte G V Groeicurve

22 22 Ontwikkeling van de gestalte Gestalte meisjes (cm) Kenmerken S – vormig Sygmoïd      Snellere groei dan gemiddeld en max. groeivoorsprong op 1 jaar  Tragere groei dan gemiddeld en max. groeiachterstand op 8 jaar  Grotere groeiversnelling (groei- spurt) dan gemiddeld  Voltooiing van de groei, gelijk aan gemiddeld 1 individu Variatie in groeisnelheden PERCENTIELEN (p97 – p95- p90 – p 75 p50 p25 – p10 – p5 – p3) p97 p10 p50 Groeicurve

23 23 Ontwikkeling van de gestalte Groeisnelheid (cm/jaar) Leeftijd Groeivertraging Peak Height Velocity Groeispurt Start van de groeispurt Beëindiging van de groei Groeisnelheidscurve Jongens Meisjes ± 3 jaar

24 24 Ontwikkeling van de gestalte Jongens Meisjes G      Groeicurve  GES jongens en meisjes ongeveer gelijk (± 50cm)  Groeisnelheid jongens en meisjes ongeveer gelijk, jongens iets grotere GES  Groeispurt van meisjes begint vroeger, meisjes tijdelijk iets groter dan jongens  Jongens groter dan meisjes  Grote verschillen in gestalte Oorzaken van verschillen Kleinere PHV bij meisjes (2cm/jaar) Pre-adolescente groei bij jongens duurt 2 jaar langer (5cm/jaar) Groei bij meisjes stopt 2 jaar vroeger

25 25 Ontwikkeling van de gestalte Gemiddelde PHV ± 14 jaar bij jongens ± 12 jaar bij meisjes PHV -1 jaar PHV -2 jaarPHV +1 jaarPHV +2 jaar Laat matuur Groeiachterstand (wordt wel weggewerkt tegen de volwassenheid) Gemiddeld matuurVroeg matuur Groeivoorsprong Grotere gestalte Groter gewicht Bredere heupen, smallere schouders Kortere beenlengte Meer vetmassa Meer spiermassa Grotere botbreedte Relevantie van de gemiddelde PHV

26 26 Ontwikkeling van het lichaamsgewicht Jongens Meisjes       GEW jongens en meisjes ongeveer gelijk  Gewichtstoename jongens en meisjes ongeveer gelijk, jongens iets groter GEW  Groeispurt van meisjes begint vroeger, meisjes tijdelijk iets zwaarder dan jongens  Jongens zwaarder dan meisjes  Grote verschillen in gewicht S – vormig Sygmoïd Kenmerken

27 27 Ontwikkeling van het lichaamsgewicht Leeftijd (jaren) Gewichtstoename (kg / jaar) Meisjes Jongens Oorzaken van verschillen Kleinere PWV bij meisjes Pre-adolescente gewichtstoename bij jongens duurt 2 jaar langer Gewichtstoename bij meisjes stopt 2 jaar vroeger

28 28 Body Mass Index Gewicht Gestalte² 85 kg (1,90m)² Normaal gewichtOndergewichtOvergewicht 30 Obesitas Tijdens adolescentie is BMI niet betrouwbaar: Eerst groeispurt Dan pas gewichtstoename

29 29 Ontwikkeling van de lichaamssamenstelling Menselijk lichaam WaterEiwittenMineralenVetten UithoudingssportenKrachtsporten Belastende en zeer energetische sporten Zwemmen Een kind heeft procentueel meer lichaamswater dan volwassenen: Kan het kind dan beter de lichaamswarmte regelen ? NEEN WANT: Kleinere zweetcapaciteit Kleinere mechanische efficiëntie Extreme hitte:overvloedig drinken Koude: opgelet want kinderen koelen zeer gemakkelijk af Relevantie voor de trainingspraktijk

30 30 Ontwikkeling van de lichaamssamenstelling daalt van90 naar 85% bij mannen 90 naar 75% bij vrouwen Vetvrije massa Absoluut volume: sygmoïde toename Procentueel volume:afname met 10 tot 15% Jongens hebben vanaf de adolescentie meer lichaamswater dan meisjes Water Eiwitten Procentuele toename met 5% Mineralen Procentuele toename met 3%

31 31 Stijgt van10 naar 15% bij mannen 10 naar 25% bij vrouwen Vetmassa Ontwikkeling van de lichaamssamenstelling Voor de adolescentie: Weinig geslachtsverschillen Tijdens groeispurt: Sterke toename van de vetmassa bij de vrouwen Constante vetmassa bij de mannen Volwassenheid: Vrouwen ± 150% van de vetmassa van de mannen (10kg vs 14kg)

32 32 Ontwikkeling van de lichaamssamenstelling Toename van de vetmassa en vetverdeling Toename vetmassa Eerste levensjaar:Hypertrofie Kindertijd en adolescentie:Hyperplasie = kritieke periode Vetverdeling Intern vetweefsel rond organen vooral toename tijdens de kindertijd Onderhuidse vetweefsel (isolatie, bescherming, metabolisme) is sterk verdeeld over het lichaam en ontwikkelt zich vooral tijdens de adolescentie Appeltype vs peertype

33 33 Ontwikkeling van de lichaamssamenstelling Bolronde lichaamstype Ronde buik en romp Veel onderhuids vet Zware atletische lichaamsbouw Veel spiermassa Grote botbreedte Weinig onderhuids vet Brede schouders Lang en smal Weinig onderhuids vet Zeer lange romp en ledematen Lichaamstypes Endomorf    Mesomorf  Ectomorf  

34 34 Ontwikkeling van de botten Botbreuken bij kinderen Groeischijven van kinderen Onaangepaste belasting kan leiden tot een verkalking van pezen Relevantie voor de trainingspraktijk

35 35 Ontwikkeling van de botten Miniatuurmodel van het bot Kraakbeen Continu proces van botaanmaak en botafbraak door osteoblasten en osteoclasten Lengtegroei en breedtegroei van het bot Verschillen in botontwikkeling Lange botten ontwikkelen meestal voor de korte botten Bij meisjes is de botontwikkeling meestal vroeger voltooid Geslachtsverschillen in botbreedte treden pas op na de adolescentie Botverkalking (osteocyten) Einde van botverkalking en einde van lengtegroei vallen meestal samen

36 36 Ontwikkeling van de spieren Veranderingen in: Spiermassa, spieromtrek, spierdikte Contractiele eigenschappen Metabole eigenschappen Weten wanneer geslachtsverschillen ontstaan zodat oefeningen kunnen aangepast worden Lactaatverwijdering is minder efficiënt bij kinderen waardoor er bijzondere aandacht moet zijn voor de opeenvolging van verschillende trainingen Relevantie voor de trainingspraktijk

37 37 Spiermassa Ontwikkeling van de spieren Spiervezeldiameter neemt toe naarmate een kind ouder wordt Spiermassa van jongens en meisjes verschilt niet tot de adolescentie, daarna wel Spiermassa van jongens vergroot tot 17 jaar (50% GEW) Spiermassa van meisjes vergroot tot 13 jaar (40-50% GEW) Reden: hormonale veranderingen bij meisjes Geslachtsverschillen in spiermassa zijn groter in de spieren van het bovenlichaam dan in de spieren van het onderlichaam

38 38 Contractiele eigenschappen Ontwikkeling van de spieren Spiervezellengte Spiervezellengte vergroot tijdens de groei Spiervezeldiameter (SVD) Tot de adolescentie:SVD bij jongens en meisjes gelijk Na adolescentie:SVD van jongens wordt groter dan bij meisjes Spiervezeltype Type IType IIOnbepaald Geboorte40%45%15% Eerste levensjarenomgevormd naar I of II Volwassenheid40-55%45-60%0% Over geslachtsverschillen in spiervezeltypes bestaat geen zekerheid

39 39 Metabole eigenschappen Ontwikkeling van de spieren Oxidatieve capaciteit De oxidatieve capaciteit van de spiervezels neemt sterk toe tijdens de ontwikkeling ATPCPGlycogeen Geboortelaaglaaglaag Eerste levensjarenstijgt zeer snelstijgt zeer snelreeds vw waarde Volwassenheid*5 tss 1 en vw45-60%

40 40 Ontwikkeling van hart, bloedsomloop en ademhaling Veranderingen in ademhalingssysteem en bloedcirculatie hebben een impact op elke sportactiviteit Volwassenen en kinderen reageren anders op inspanningen Relevantie voor de trainingspraktijk

41 41 Ontwikkeling van hart, bloedsomloop en ademhaling Structurele aanpassingen GeboorteKindertijdAdolescentie Hartgroottelaagneemt 10 tot 15 keer toe tijdens groei Hartvolume laagneemt 10 tot 15 keer toe tijdens groei Hartritme14080 op 6 j bij mannen 70 op 10 j bij vrouwen geen geslachtsverschillen in HRlager hartritme bij jongens Slagvolume rust3-4 ml40ml 60 ml Slagvolume inspHet slagvolume tijdens insp is nog veel groter en vertoont dezelfde toename Cardiale output0.5 L3 L5 L HF * slagvol Systolische BD40 mm Hg75 – 95 mm Hg110 mm Hg bij jongens 100 mm Hg bij meisjes Diastolische BDvrijwel constant tijdens de ontwikkeling (± 70 mm Hg)

42 42 Structurele aanpassingen Ontwikkeling van hart, bloedsomloop en ademhaling Structuur van het hart (grootte, volume, hartritme, slagvolume, cardiale output, bloeddruk) wordt gunstiger voor het leveren van AËROBE en ANAËROBE inspanningen naarmate men ouder wordt. Nochtans is er geen enkele fysiologische belemmering voor het leveren van aërobe inspanningen door kinderen.

43 43 Ontwikkeling van hart, bloedsomloop en ademhaling Samenstelling van het bloed GeboorteKindertijdAdolescentie Hemobglobine 20g/100mlstijgt16g/100ml mannen maar halveert dan na 0,5 jaar tot 10g/100ml Rode bloedcellen LaagstijgtMannen 20% meer rbc dan vrouwen Witte bloedcellen Hoogdaalt 20% van bij geboorte Hematocriet 50% maarstijgt40-45% bij mannen daalt tot 30%38-42% bij vrouwen Bloedvetten Hoogdaalthoger bij vrouwen Lipoproteïnen Bloedvolume 400mlstijgt5 L geen geslachtsverschillenmannen meer bloedvolume

44 44 Ontwikkeling van hart, bloedsomloop en ademhaling Samenstelling van het bloed De bloedsamenstelling (hemoglobine, rode en witte bloedcellen, hematocriet, bloedevtten, lipoproteïnen, bloedvolume) wordt tijdens de ontwikkeling gunstiger voor het leveren van AËROBE en ANAËROBE inspanningen.

45 45 Ontwikkeling van hart, bloedsomloop en ademhaling Ademhaling GeboorteKindertijdAdolescentie Longen60 – 70gstijgt> 1 kg Longalveolenlaagstijgt sterk tot 8j = volwassen waarde Longvolume200mlstijgt sterk 8 L Ademfrequentie (geen geslachtsverschillen) AdemvolumeSygmoïde ontwikkeling Ademcapaciteit Maximale50 L / minuut100 L / minuut vrijwillige ventilatie

46 46 Ontwikkeling van hart, bloedsomloop en ademhaling Ademhaling De ademhaling (longen, longvolume, ademfrequentie, ademvolumes en ademcapaciteiten) wordt tijdens de ontwikkeling gunstiger voor het leveren van AËROBE en ANAËROBE inspanningen.

47 47 Ontwikkeling van het hormonale systeem Lichamelijke ontwikkeling Genen (80%) Hormonen Voeding Zenuwstelsel Omgeving Tekort of overvloed kan ontwikkelingsstoornissen veroorzaken De hormonen zijn verantwoordelijk voor het verschil in lichamelijke ontwikkeling tussen mannen en vrouwen Door doping probeert men dezelfde verschillen in lichamelijke ontwikkeling te veroorzaken Relevantie voor de trainingspraktijk

48 48 Ontwikkeling van het hormonale systeem Groeihormoon Schildklierhormonen Geslachtshormonen (androgenen, testosteron) Insuline Regelt de normale lichamelijke groei (ev. groeiachterstand) Concentratie = constant tijdens ontwikkeling Regelt de normale lichamelijke groei, botontwikkeling en ontwikkeling van lichaamsweefsels Regelt de normale lichamelijke groei, sexuele maturatie, toename in spier- massa en fusie tussen de groeischijven Bij mannen (testosteron en androgenen):meer spiermassa Bij vrouwen (oestrogenen): betere botverkalking, ophoping van vet in heup en borsten Regelt het metabolisme van de koolhydraten en proteïnen voor het vormen van spiermassa

49 49 Ontwikkeling van het zenuwstelsel Belangrijke factor in de ontwikkeling van de motoriek Vele vaardigheden ontwikkelen zich spontaan uit reflexmatige bewegingen Vanaf jonge leeftijd moet een zo groot mogelijke variatie aan bewegingsimpulsen gegeven worden om het zenuwstelsel zo gevarieerd mogelijk te ontwikkelen Relevantie voor de trainingspraktijk

50 50 Ontwikkeling van het zenuwstelsel Eerst ontwikkeling van ruggenmerg en lage hersenstructuren Reflexen en reactievermogen Dan pas ontwikkeling van hogere hersenstructuren (motorische cortex) Gecontroleerde grootmotoriek en fijnmotoriek vanaf 5 maanden Eerst trage bewegingen omwille van trage geleidingssnelheid van spiervezels Later ontwikkelen snellere bewegingen Primitieve of locomotorische reflexen Moro reflex: ontwikkelt later tot kruipen, gaan, zwemmen, … Posturale reflexen Correctie van evenwichts- storingen

51 51 Motorische ontwikkeling Inleiding Conditionele eigenschappen Zintuigen en perceptie Motorische vaardigheden Invloed van maturiteitsverschillen op de motoriek

52 52 Inleiding Fundamentele bewegingsvaardigheden Sportspecifieke bewegingsvaardigheden Eerste levensmaanden Kindertijd Motorische ontwikkeling Proces waarmee kinderen of adolescenten de fundamentele en sportspecifieke bewegingsvaardigheden verwerven: Motorische ontwikkeling wordt beïnvloed door: Ontwikkeling van zenuwstelsel Lichamelijke ontwikkeling Effect van vroegere motorische ervaringen Bewegingsprikkels Ruwe bewegingsvorm Speelse bewegingsprikkels Verfijnde bewegingsvorm Bewuste bewegingsprikkels ErvarenBeseffenBeheersen In deze cursustekst wordt besproken: de motorische ontwikkeling ontwikkeling van de conditionele vaardigheden Afbakening

53 53 Ontwikkeling van de conditionele eigenschappen Noodzakelijke basis waarop alle motoriek steunt LKSU CE Relevantie voor de trainingspraktijk

54 54 Ontwikkeling van de conditionele eigenschappen Spierkracht Ontwikkeling Gevolgen krachttraining KindertijdAdolescentie Geen geslachtsverschillen 6 jaar: 20% van volwassen spierkracht 10 jaar: 35% van volwassen spierkracht 12 jaar: 50 – 60% van volwassen spierkracht Geslachtsverschillen ontstaan (reden: manne- lijke geslachtshormonen) Jongens: groeispurt in spierkracht Meisjes: geen groeispurt in spierkracht (60- 80% van spierkracht jongens) Grootste geslachtsverschillen in schouder- en armkracht, bijna geen geslachtsverschillen in romp- en beenkracht Richtlijnen Functionele spierkracht stijgt door: Toename van de spiermassa Hormonale invloeden Neurale invloeden (isolatie van de zenuwvezels) Betere coördinatie tussen spieren Betere activatie van ME Voorbeelden: Verspringen uit stand Spronghoogte Hangen met gebogen armen

55 55 Ontwikkeling van de conditionele eigenschappen Spierkracht Ontwikkeling KindertijdAdolescentie Krachttraining verhoogt de spierkracht Oorzaak is niet hypertrofie maar wel neuraal Procentuele krachttoename bij jongens en meisjes door krachttraining is identiek Passief bewegingsapparaat (botten) heeft wel een kleine belastbaarheid waardoor op chronische letsels kunnen ontstaan Krachttraining kan een verlies aan lenigheid veroorzaken Krachttraining kan een toename van de beenderlengte veroozaken (tennis, gym) Vele negatieve effecten van krachttraining worden pas op lange termijn zichtbaar Juiste dosering van trainingsprikkels Juiste techniek Voldoende opvolging en feedback Krachttraining verhoogt de spierkracht Oorzaak kan hypertrofie van de spieren zijn Procentuele krachttoename bij jongens en meisjes door krachttraining is identiek Botdensiteit en botmineralisatie kan verhogen (tennis, hockey) Juiste dosering van trainingsprikkels Juiste techniek Voldoende opvolging en feedback Gevolgen krachttraining Richtlijnen

56 56 Ontwikkeling van de conditionele eigenschappen Spierkracht Ontwikkeling Gevolgen krachttraining Richtlijnen

57 57 Ontwikkeling van de conditionele eigenschappen Lenigheid Ontwikkeling Richtlijnen Lenigheid is noodzakelijk voor het onderhouden van de gewrichtsmobi- liteit en het vermijden van blessures op elke leeftijd Kleuters:lenigheid onderhouden maar niet trainen 6 – 9 jaar:extra lenigheidsoefeningen voor heup, schouder en wervelkolom 9 – 12 jaar:lenigheid moet veel getraind worden, anders sterke afname 12 – 16 jaar:sterke lengtegroei van de beenderen waardoor de lenigheid sterk afneemt Na 16 jaar:verdere afname, dus regelmatige lenigheidstraining

58 58 Ontwikkeling van de conditionele eigenschappen Lenigheid Ontwikkeling Richtlijnen Slagsporten: opletten voor spieronevenwicht in schouder Gymnastiek:opletten met overdreven lenigheidstraining

59 59 Ontwikkeling van de conditionele eigenschappen Snelheid Ontwikkeling Richtlijnen Componenten: Reactiesnelheid:verbetert sterk tussen 6 en 12 jaar Startsnelheid:verbetering bij jongens tussen 5 en 17 jaar verbetering bij meisjes tussen 5 en 12 jaar Geslachtsverschillen vanaf groeispurt Max loopsnelheid:verbetering bij jongens tussen 5 en 17 jaar verbetering bij meisjes tussen 5 en 12 jaar Geslachtsverschillen vanaf groeispurt Wendbaarheid:sterke verbetring tussen 5 en 8 jaar geen geslachtsverschillen

60 60 Ontwikkeling van de conditionele eigenschappen Snelheid Ontwikkeling Richtlijnen Reeds op zeer jonge leeftijd (3-8 jaar) best veel snelheidsprikkels geven

61 61 Ontwikkeling van de conditionele eigenschappen Uithouding Ontwikkeling Richtlijnen Uithouding Hart Bloedvaten Longen Spieren Warmteregulatie AëroobAnaëroob Daalt Hartritme Ademhalingsfrequentie Stijgt Longventilatie Cardiale output Zuurstofpols Max. zuurstofopname (VO 2 max) Submaximaal vermogen bij bepaalde HF Mech. efficiëntie en warmteregulatie Constant Rel. max. zuurstofopname (ml O 2 /kg) Anaërobe drempel Kinderen+volwassenen: ± 75%VO 2 max Kinderen HF ; volw HF Door training kan de AND verschuiven Anaëroob vermogen (ATP, CP) Lager bij kinderen Lactaatopstapeling lactaatopstapeling wordt minder verdragen door kinderen waardoor ze een inspanning vroeger stopzetten Lagere anaërobe belastbaarheid bij kinderen Maximaal geleverd vermogen (bv.fietsergo) is duidelijk lager bij kinderen Geslachtsverschillen worden vrij groot vanaf de groeispurt

62 62 Ontwikkeling van de conditionele eigenschappen Uithouding Ontwikkeling Richtlijnen Training van de aërobe uithouding kan altijd (ook in de kindertijd), maar of er een trainingseffect optreedt is niet zeker. Opletten met anaërobe trainingen voor de adolescentie omwille van lagere anaërobe belastbaarheid Na de adolescentie kan door doorgedreven uithoudingstraining de aërobe en anaërobe uithouding verbeterd worden

63 63 Ontwikkeling van de conditionele eigenschappen Evenwicht Ontwikkeling Richtlijnen Evenwichtsregeling is stroef in begin maar wordt vloeiender. Grote correcties van evenwicht worden dan kleiner Evenwichtsregeling onderscheidt toppers en subtoppers en beginnelingen Evenwichtsregeling wordt sterk beïnvloed door wijzigingen in lichaams- proporties tijdens de ontwikkeling. Evenwichtsregeling is een beperkende factor in het aanleren van verschil- lende motorische vaardigheden

64 64 Ontwikkeling van de conditionele eigenschappen Evenwicht Ontwikkeling Richtlijnen Babyperiode:snelle ontwikkeling van evenwicht door ontwikkeling van de houdingsspieren

65 65 Ontwikkeling van de zintuigen en perceptie Ontwikkeling van de zintuigen en de perceptuele vaardigheden is belangrijk voor de ontwikkeling van de motorische vaardigheden: Positie van het lichaam in de ruimte Oriëntatie van de ledematen Inschatten van een balbaan Vermijden van contact met tegenstrevers Reageren op een startschot Herstellen van evenwichtsstoringen Relevantie voor de trainingspraktijk

66 66 Samenvatting Ontwikkeling van de zintuigen en perceptie Ontwikkeling van zintuigen en zintuiglijke perceptie is voltooid voor de adolescentie Vlak na de geboorte:zeer snelle ontwikkeling Kindertijd:geleidelijke voltooiing van ontwikkeling Informatieuitwisseling tussen alle vormen van perceptie Beweging tijdens eerste levensjaren en de kindertijd is NOODZAKELIJK voor een optimale ontwikkeling van de zintuigen en de perceptie

67 67 Zicht en visuele perceptie Ontwikkeling van de zintuigen en perceptie KindertijdAdolescentie Zwak ontwikkeld bij geboorte Geleidelijke ontwikkeling in kindertijd Zwak ontwikkeld bij geboorte Geleidelijke ontwikkeling in kindertijd Zwak ontwikkeld bij geboorte Nog tragere ontwikkeling in kindertijd Vanaf een jaar of 4 redelijke inschatting van hoog-laag, over-onder, voor-achter Vanaf 8 jaar kunnen verschillende hoeken ingeschat worden maar nog verwisseling van LINKS-RECHTS Ontwikkeling is ± voltooid bij aanvang adolescentie. De ontwikkeling van de gezichtsscherpte en accommodatie is bepalend voor de ontwikkeling van de diepte-perceptie en perifeer zicht Ontwikkeling is ± voltooid bij aanvang adolescentie. Gezichtsscherpte, Accommodatie, Contrastgevoeligheid: Diepteperceptie: Grootte, vorm, beweging van object: Object – achtergrond Deel – geheel Ruimtelijke oriëntatie: Ontwikkelingsstoornissen in gezichtsscherpte, accommodatie en contrastgevoeligheid beïnvloeden de geschiktheid voor bepaalde sporten: Hou hiermee rekening als begeleider

68 68 Gevoel en gevoelsperceptie Ontwikkeling van de zintuigen en perceptie De gevoelsperceptie geeft informatie over: de relatieve positie van lichaamsdelen, positie van het lichaam in de ruimte, lichaamsbewegingen, … Verschillende PROPRIORECEPTOREN vertalen de informatie: Proprioreceptoren:nauwkeurigheid verhoogt sterk tot 7 jaar Lichaamsperceptie:4 jaar: kinderen weten wat voor, achter, naast, boven of onder is daarna verbetert de LP sterk tot de adolescentie Lateralisatie:Het besef van 2 aparte lichaamshelften ontwikkelt pas vanaf 4 of 5 jaar Rond 10 jaar is de lateralisatie normaal ontwikkeld Laterale dominantie:ontwikkelt vanaf 7 maanden na de geboorte 4 jaar: dominantie van een voorkeurshand is normaal ontwikkeld 8 jaar: dominantie van een voorkeur afstootvoet is normaal ontwikkeld Zuivere laterale dominantie geniet de voorkeur Lichaamspositie,8 jaar: normaal volledig ontwikkeld Lichaamsbeweging, Positie ledematen

69 69 Gehoor en auditieve perceptie Ontwikkeling van de zintuigen en perceptie Absolute geluidsdrempel:hoog bij kinderen, maar volledig ontwikkeld tegen 8 jaar Differentiële geluidsdrempel: hoog bij kinderen, maar volledig ontwikkeld tegen 8 jaar Gehoorscherpte:verbetert sterk tijdens kindertijd en adolescentie Plaats en afstand van geluid:geluiden dichtbij worden beter ingeschat dan geluiden veraf rond 3 jaar bijna volledig ontwikkeld Verschillen in geluid, timing,Ontwikkelt volledig tegen 10 jaar Frequentie, ritme: Voor-achtergrond geluid:geeft zeer dikwijls problemen bij kinderen tot de adolescentie

70 70 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden ErvarenBeseffenBeheersen BewegingsnatuurBewegingscultuur Buiten bereikBinnen beleving Relevantie voor de trainingspraktijk

71 71 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Gaan en lopen Aantal ontwikkelingsstadia Hoofd oprichten, kruipen, rechtstaan met hulp, alleen rechtstaan Korte en wankelende stappen, voeten plat op grond, armen vooruit, benen breed uit elkaar Ontwikkelingsstappen: Armen zakken Grotere passen en afrollen voeten Voeten worden beter onder lichaam geplaatst Romp wordt meer voorwaarts gebracht Paslengte en wandelsnelheid nemen toe NA GROEISPURT: gangpatroon blijft vrij constant

72 72 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Gaan en lopen Lopen ontwikkelt vrij spontaan als paslengte groot genoeg wordt (ZWEEFFASE) Ontwikkelingsstappen: Grotere passen en afrollen voeten Voeten worden beter onder lichaam geplaatst Buigen van steunbeen bij overbrengen van lichaamsgewicht Armen eerst naast het lichaam, maar zwaaien geleidelijk mee Eerst telgang Dan gekruiste coördinatie Vergroten romprotatie Looppatroon zonder evenwichtsverlies: ± 6 jaar Efficiënt maken van looppatroon kost veel tijd Atletiek OK Andere sporten ??? Specifiek en geautomatiseerd maken van looppatroon

73 73 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Hinken en springen Spontaan hinken tijdens spelletjes, maar is dit echt hinken: NEEN Ontwikkelingsstappen: 3 jaar: Eerst bijna ter plaatse, korte zweeffase, zwaaibeen en armen passief 3 – 4 jaar:armen zwaaien mee voorwaarts om evenwicht te regelen romp meer voorwaarts meerdere hinken na elkaar 4 – 6 jaar: zwaaibeen actiever lichaamsstrekking vergroot gekruiste armcoördinatie 6 – 9 jaar:dynamiek vergroot Groeispurt:Voldoende lichaamskracht - gevorderd hinkpatroon KAN GEVORDERD HINKPATROON

74 74 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Hinken en springen Ontwikkelingsstappen: <2 jaar: Sommige kinderen springen al voor 2 jaar Eerst ergens af springen (tot cm), landen op 2 voeten 3 – 6 jaar:Zo ver mogelijk springen Assymmetrische afstoot zonder arminzet Afstoot wordt vlakker Lichaamsstrekking verbetert Landing verbetert jaar:Kinderen leren afstoten op 1 voet Er wordt een aanloop toegevoegd Afstoten wordt best door spelvormen en speelse oefenvormen aangeleerd Technische vaardigheden: Kniezwaai, armzwaai Lichaamsstrekking Plaatsen afstootvoet Evenwichtsregeling in lucht Landing jaar: Hoog of ver springen kunnen kinderen kiezen AFSTOOT op 2 voeten AFSTOOT op 1 voet

75 75 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Werpen en vangen 2 – 3 jaar Vanaf 2 jaar systematisch Ontwikkelingsstappen: <2 jaar: Rudimentaire werpvormen met 2 handen jaar:Worpen uitsluitend met de arm (strekken elleboog) 3 – 10 jaar:Zelfde voet als werparm wordt voorwaarts geplaatst Tegengestelde voet wordt voorwaarts geplaatst Romp buigt opzij om meer kracht in worp te steken Verwringing schouderas en bekkenas wordt groter Werparm wordt meer achterwaarts gebracht en tegengestelde arm dient meer en meer als evenwicht Doorvolgbeweging Geslachtsverschillen: Tot 7 jaar: Zo goed als geen geslachtsverschillen jaar:Geslachtsverschillen worden geleidelijk groter Rond 12 jaar:Ontwikkeling van het werppatroon en vangpatroon stopt bij meisjes Jongens kunnen een veel betere slagworp uitvoeren dan meisjes Vanaf 12 jaar:Sporttakspecifieke onderhandse, bovenhandse, zijwaartse werppatronen worden door de meeste jongens gemakkelijk aangeleerd Meisjes zullen bepaalde werpvaardigheden nooit aanleren

76 76 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Werpen en vangen Lijkt eenvoudig, maar is het niet voor kinderen Gebrek aan balvaardigheid bij vele kinderen wordt veroozaakt door: Slechte antcipatie op balbaan, Gebrek aan lichaamsbesef, Schrik om een bal te vangen … Anticipatie is minder indien: Hindernissen of tegenstrevers de verplaatsing naar de bal hinderen Interceptiepunt van de bal verder is De bal klein is De balbaan hoog is Contrast tussen bal en omgeving niet duidelijk is Snelheid van de hoog of zeer laag is Eerste vangbewegingen: Bal wordt tussen armen en borst geklemd Wegdraaien van het hoofd Sluiten van de ogen (bij meisjes dikwijls nog tijdens de adolescentie) Ontwikkelingsstadia: Bal wordt meer afgeremd met handen Verplaatsing naar het interceptie- punt wordt efficiënter Vingers worden meer gespreid Vingers opwaarts gericht voor een hoge balbaan Vingers neerwaarts gericht voor een lage balbaan Vangbeweging wordt korter zodat onmiddellijk een pas gegeven kan worden

77 77 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Trappen en slaan Beweging van het lichaam afstellen op beweging van de bal Dit is niet eenvoudig voor kinderen Bal in zweeffase (vanaf 3,5 jaar) Trappen op een bal die van dichtbij wordt toegeworpen Bal die ze zelf laten vallen of opwerpen Bal met willekeurige balbaan (>5 jaar) Rollende bal (vanaf 3,5 jaar) Anticpatie op balbaan wordt moeilijker Inschatten van de plaats waar het steunbeen moet geplaatst worden Bal die naar hen toe rolt Bal die dwars voor hen rolt Bal die wegrolt Ontwikkelingsstadia: Stilligende bal (vanaf 1,5 jaar) Onderbeen duwt de bal weg Romp, armen en benen zijn passief Trapbeen wordt na balcontact teruggetrokken Steunbeen wordt voorwaarts naast de bal geplaatst Romp wordt meer achterwaarts gebracht Meer romprotatie Achterwaarts brengen van armen voor evenwicht Follow-through

78 78 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Trappen en slaan Beweging van het lichaam afstellen op beweging van de bal Bij kinderen tot 4 jaar lukt dit zo goed als niet vanaf 5 jaar vanaf 3 jaar bal wordt zelf opgeworpen en vanuit stilstand weggeslagen (± 3 jaar) bal kan aangegooid worden en teruggeslagen (± 3,5 jaar) afstand van aangooien kan verhogen (± 4 jaar) bal kan na een verplaatsing worden teruggeslagen (± 5 jaar) Ontwikkelingsstadia: vanaf 2 jaar Kinderen beginnen te slaan op diverse voorwerpen Op voorwerpen op de grond, ballonnen Indien kinderen in hun natuurlijke leefomgeving verschillende rackets (softtennis, badminton, mintennis, …) krijgen aan- geboden, ontwikkelt een eerste slagpatroon: bal wordt tegen racket gehouden om weg te slaan twee armen zwaaien samen voor- en achteruit hele lichaam roteert ongecontroleerd mee bal wordt op willekeurig tijdstip losgelaten zodat hij willekeurig voor- of achterwaarts wegvliegt bal die aangegooid wordt, kan niet teruggeslagen worden

79 79 Methodologische principes bij het slaan Badminton:voorwerp vliegt traag “Bal”baan is recht bovenhands slagpatroon ontwikkelt voor onderhands racket is licht Tennis:balbaan is recht racket en bal zijn zwaarder bal vliegt snel Squash:bal is kleiner en vliegt snel racket is relatief zwaar en kleiner balbaan is niet noodzakelijk recht interactie met tegenstrever Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Trappen en slaan Moeilijkheidsgraad

80 80 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Klauteren, tuimelen, slingeren Deze vaardigheden zijn essentieel voor bijvoorbeeld gymnastiek, bergsporten, muurklimmen, atletiek Rond 4 – 5 jaar: Armkracht is voldoende om moeilijkere vormen van klauteren aan te leren Vanaf 15 maanden: Hogere voorwerpen Kleiner steunvlak Armen worden ook gebruikt Verticale verplaatsing door beenkracht Verticaal klauteren kan onder begeleiding Tussenstappen: Vanaf 9 maanden: Lage voorwerpen Groot steunoppervlak Vooral beenkracht Hellend vlak of trap kan zonder problemen Eerst:voldoende lichaamskracht ontwikkelen overwinnen van hoogtevrees behoud van lichaamsevenwicht tijdens klauteren

81 81 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Klauteren, tuimelen, slingeren Armkracht moet voldoende ontwikkeld zijn 4 – 7 jaar:hangen aan armen met voeten onderaan zelf in gang slingeren kan nog niet Vanaf 7 jaar:Slingerbeweging kan zelf in gang gezet worden opspannen van buik- en rugspieren Slingerbeweging kan groter worden Kinderen durven geleidelijk slingeren in omgekeerde hang

82 82 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Klauteren, tuimelen, slingeren Kinderen beginnen spontaan te tuimelen vanaf 2 jaar Rond 2,5 jaar:vooral zijwaarts tuimelen geleidelijk durven ze hun hoofd plaatsen geleidelijk wordt de nek geplaatst meestal is hulp nodig om ze echt te laten doorrollen ze strekken tijdens de tuimelbeweging meestal uit Rond 4,5 jaar:Bolletje bereik van de tuimelbeweging vergroot Rond 3,5 jaar:kleiner bolletje plaatsen van de handen kin tegen borst afzetten met de benen minder uitstrekken

83 83 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Glijden Horizontaal vlak:Schaatsen, rolschaatsen, ijsschaatsen ijshockey, … Hellend vlak:Ski, snowboard, … Problemen bij glijden op hellend vlak: (vanaf ± 3 jaar) Durf Evenwichtsgevoel Kracht in de benen Lichaamsbesef Hellingslijn van de berg inschatten Afwisselende belasting van bergbeen en dalbeen Schouders en benen moeten ontkoppeld worden Oneffenheden in terrein leren opvangen met de benen Problemen bij glijden op horizontaal vlak: Zijwaarts uitduwen op 1 been Evenwichtsregeling Gebogen houding van de romp Coördinatie van armen en benen

84 84 Ontwikkeling van de motorische vaardigheden Wateractiviteiten Vanaf enkele weken na de geboorte kunnen wateractiviteiten Belangrijkste aandachtspunten: Overwinnen van het koudegevoel (vanaf 1 jaar) Evenwichtsregeling in het water (vanaf 1,5 jaar) Ontwikkelen van drijfvermogen door arm- en beenbewegingen

85 85 Invloed van maturiteitsverschillen op de motoriek Tot 4 jaar: Geringe interindividuele verschillen Relevantie voor de trainingspraktijk Na 15 jaar:Maturiteitsverschillen verdwijnen terug 4 – 15 jaar:Vroeg mature kinderen hebben: meer armkracht meer sprongkracht meer kracht in buikspieren en heupbuigers betere prestaties op verschillende motorische vaardigheden zoals lopen, springen, werpen, evenwicht, wendbaarheid, slaan, vangen betere aërobe capaciteit en absolute VO 2 max (hartvolume en slagvolume) Laat mature kinderen hebben: betere relatieve VO 2 max (invloed van GEW wordt uitgeschakeld) Verschillen zijn het grootst bij de jongens Vanaf 4 jaar:Interindividuele verschillen worden snel groter Omgeving waarin kinderen opgroeien (bewegingsprikkels) Voorkeur voor bepaalde bewegingsfamilies Genetische aanleg Participatie in club of jeugdbeweging Tot 6 jaar kan men ieder kind echter voldoende boeien met gevarieerde bewegingsactiviteiten. Specialisatie is niet nodig tot 6 jaar Kinderen moeten een voldoende conditionele onderbouw meekrijgen waarop ze nadien hun sportspecifieke ervaringen kunnen bouwen

86 86 Invloeden op de ontwikkeling Inleiding Sociale en culturele invloeden Psychosociale invloeden Intellectuele ontwikkeling

87 87 Inleiding Invloed van sociale, culturele, psychologische en intellectuele factoren op de motorische ontwikkeling en fysieke activiteit Welke factoren: Sociale en culturele normen Familiale achtergrond Beroep Inkomen Studiekeuze Populariteit van een bepaalde sport Psychologische ontwikkeling Intellectuele ontwikkeling Fysieke activiteit Iedereen zou de kans moeten krijgen om aan sport te doen omwille van de positieve effecten op groei, maturatie en ontwikkeling Sport heeft ook een zeer positief effect op de verstandelijke ontwikkeling

88 88 Sociale en culturele invloeden Geslachtsspecifieke gedragspatronen: Mannelijke en vrouwelijke gedragspatronen (ook in sport) Jongens worden van kindsaf gestimuleerd tot klimmen, lopen, springen, voetballen Drop-out is veel groter bij meisjes Sommige vaardigheden ontwikkelen bij sommige meisjes niet verder na de adolescentie Invloed van klimaat: Warme landen: betere warmteregeling, meer ectomorf, vroeger matuur, lager GEW Koude landen: meer mesomorf of endomorf (warmte bijhouden) Hoogte: meer zuurstof in bloed, kleiner, lichter, later matuur Invloed van economische factoren: Voeding, incidentie van ziekten, levensomstandigheden, medische verzorging Beter economisch milieu: groter, zwaarder, vetter, PHV vroeger, … Invloed van ras of etniciteit: Verschillen in groei en maturatie: GES van zwarten > blanken bij kinderen (niet op volwassen leeftijd) GEW van blanken > zwarten bij kinderen (niet op volwassen leeftijd) Onderste ledematen zijn langer bij zwarten Zwarte kinderen: meer vet op de romp Verschillen in motorische ontwikkeling: Sommige motorische vaardigheden, loopsnelheid, werpafstand, spronghoogte, oog-hand coördinatie, uithouding Rol van de omgeving van het kind: De sportieve vrijetijdsbesteding van de ouders, broers en zussen beïnvloedt de sportieve ontwikkeling van de kinderen De grootte van het gezin heeft eveneens een invloed Sportidolen, vrienden of sportbegeleiders kunnen een voorbeeldrolmodel spelen

89 89 Psychosociale invloeden Zelfwaardering: Effect op motivatie Zelfwaardering van kinderen mag niet ondermijnd worden Drop-out: Stoppen kinderen met sport omdat ze motorisch minder vaardig zijn OF Stoppen kinderen met sport omdat ze een lagere zwelfwaardering krijgen opgedrongen, gedemotiveerd geraken, belemmerd worden in de motorische ontwikkeling en dan stoppen Attributies: Succes en mislukking worden op een bepaalde manier ingeschat ZIE SPORTPSYCHOLOGIE EN COACHING

90 90 Intellectuele ontwikkeling Relevante sportieve kennis Feiten Uitvoeringen en bewegingen Keuzemogelijkheden Bij volwassenen lukt dit allemaal beter dan bij kinderen Voor 6 jaar:Kinderen moeten eerst KENNIS verwerven (duurt niet lang) Dan ontwikkelen ze een rudimentaire vorm van de vaardigheid Dan kunnen ze juiste beslissingen nemen 6-8 jaar:verbale informatie wordt nog niet goed begrepen demonstratie is veel beter Vanaf 9 jaar:Kinderen kunnen ook via de klassieke instructie voldoende info opnemen Snelheid van de cognitieve functies De beschikbare kennis moet snel kunnen aangesproken worden Kinderen hebben meer tijd nodig om info te herinneren Reactietijd is trager bij kinderen Bewegingstijd is trager bij kinderen Selectie van de juiste bewegingsantwoorden wordt beter gestructureerd


Download ppt "Ontwikkelingsleer Algemeen gedeelte Trainer B en Instructeur B."

Verwante presentaties


Ads door Google