De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Reflectiedag 2 EMK Brussel, 25 november 2013. WWW.JONGERENWELZIJN.BE P 2 Agenda 1.Terugkoppeling registratie 2.Overzicht innovatieve projecten 3.Voorstelling.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Reflectiedag 2 EMK Brussel, 25 november 2013. WWW.JONGERENWELZIJN.BE P 2 Agenda 1.Terugkoppeling registratie 2.Overzicht innovatieve projecten 3.Voorstelling."— Transcript van de presentatie:

1 Reflectiedag 2 EMK Brussel, 25 november 2013

2 P 2 Agenda 1.Terugkoppeling registratie 2.Overzicht innovatieve projecten 3.Voorstelling SAMBA 4.Tendensen en acties 5.De impact van het EMK op de verwijzende instanties 6.Vooruitblik op Tijd voor vragen

3 P Experimenteel Modulair Kader 1. Terugkoppeling registratie 3

4 P 4 Registratie -Aanleiding om te registreren: Grote wijziging door erkenning in modules, ook in aanbod. Uitgangspunten EMK: meer vraaggestuurd werken, rationeler gebruik van het aanbod, stimuleren contextbegeleiding. Blijvende noodzaak om bezetting te kunnen berekenen Expliciete verwachting van de Vlaamse Regering om “een overzicht van het gebruik van de modules” te hebben. Profilering van sector: aanklampendheid en contextgerichtheid durven in de verf te zetten.

5 P 5 Registratie -Het instrument: het modulair kwartaal Doelstelling: minimale registratie, met zo weinig mogelijk registratielast. Ter vervanging van de kwartaalstaten. Excel-formulier: makkelijk toepasbaar. Combinatie van berekenen van bezetting en registreren van de benutting van de modules. Géén volledige meting van alle (cliëntgerelateerde) acties. Géén kwalitatieve meting van cliënttrajecten

6 P 6 Registratie -Opmerkingen: Onderwerp van veel wantrouwen binnen organisaties. Gevoel van miskenning van inzet bij personeel Veel onduidelijkheid over afgrenzen van hetgeen geregistreerd moet/kan worden. Grote verschillen in ‘cultuur’ van registreren Meerwaarde van makkelijk in te vullen systeem dat de verschillende registraties / verslaggeving / opvolging bundelt. Ondanks doelstelling blijkt er toch nog administratieve belasting te zijn. Belangrijk: géén sanctioneringsinstrument.

7 P 7 Registratie Cijfergegevens: -A.d.h.v. eerste 3 kwartalen -Volledige gegevens binnengekregen van 56 organisaties op 62 (=90%). -Bezetting: op organisatieniveau op 3 kwartalen samen. -Benutting: op moduleniveau Per kwartaal

8 P 8 Modulair Kwartaal: bezetting 1. Bezetting: -berekend op het totaal aantal modules waarvoor de organisatie erkend is -de som van het aantal begeleidingsdagen volgens de maatregel in de verschillende typemodules / (totaal aantal modules X 273) X Zie ook ‘veelgestelde vragen’ op website voor een voorbeeld

9 P 9 Modulair Kwartaal: bezetting

10 P 10 Registratie: bezetting -Interpretatie 1 organisatie haalt de 80%-norm niet, is in volle reorganisatie Excl. bezettingscijfer van autonome diensten voor ondersteunende begeleiding 71% (40 organisaties) haalt bezetting hoger dan 90% Gemiddelde bezetting: 93,3% (= sectorgemiddelde vóór EMK)

11 P 11 Registratie: benutting 2. Benutting verblijf: -Registreert hoeveel nachten een jongere effectief in de organisatie slaapt. -Externe kampen, ziekenhuisopnames, … worden niet geregistreerd -Benutting wordt berekend op een 100% bezetting. -Cijfers per kwartaal -52 EMK organisaties bieden verblijf aan, gegevens van 47 organisaties verwerkt.

12 P 12 Registratie: benutting verblijf

13 P 13 Registratie: benutting verblijf -Interpretatie Algemeen gemiddelde van benutting: 64,7% Gemiddelde benutting van verblijf per kwartaal: -Eerste kwartaal 68%, 2de kwartaal 66%, derde 59% -Lichte daling 2de kwartaal: impact van dynamisering? -Daling 3de kwartaal: vakantieperiode? -Gemiddelde benutting = benutting vóór EMK -Quid rationalisering module verblijf? -Verdere opvolging noodzakelijk -Grote verschillen tussen organisaties -Minimale benutting op 1 kwartaal: 28% -Maximale benutting op 1 kwartaal: 105%

14 P 14 Registratie: benutting verblijf -Concrete acties Verdere verfijning noodzakelijk: profilering afdelingen/organisaties in 1-3 nachten verblijf, 4-7 nachten, CANO, … Gegevens verder blijven opvolgen. Opvolgingscommissie: samen met koepels, vakbonden, kabinet, verwijzers en agentschap zoeken naar mogelijkheden. Verdere afstemming met verblijf van andere sectoren i.f.v. IJH (cf. IMFC): Inhoudelijk Financieel Gebruikersbijdragen en kinderbijslag

15 P 15 Registratie: benutting 3. Benutting dagbegeleiding in groep: -Registreert hoeveel dagen een jongere effectief aanwezig is in de organisatie. -Thuisblijfdagen, afbouwdagen, … worden niet geregistreerd. -Benutting wordt berekend op een 100% bezetting. -Cijfers per kwartaal. -27 EMK-organisaties bieden dagbegeleiding in groep aan.

16 P 16 Registratie: benutting dagbegeleiding

17 P 17 Benutting dagbegeleiding in groep -Interpretatie Algemeen gemiddelde benutting: 57% Eerste 2 kwartalen ongeveer 60% benutting, 3de kwartaal 50% benutting. -een jongere in een dagbegeleidingsmodule gaat gemiddeld 3/5 dagen naar de organisatie. -In de vakantieperiode kan de jongere vaker in de context terecht. Groot verschil in manier waarop de module wordt ingezet -Laagste gemiddelde benutting (1 organisatie, 3 kwartalen): 18% -Hoogste gemiddelde benutting (1 organisatie, 3 kwartalen): 103%

18 P 18 Registratie: benutting dagbegeleiding in groep -Interpretatie Uit bilateraal gesprek: 3 grote lijnen -Eerder trajectgerichte aanpak binnen dagbegeleidingsgroep -Eerder groepsgerichte aanpak binnen dagbegeleidingsgroep -Opdeling van modules dagbegeleiding in kleinere groepjes, gekoppeld aan multifunctionele units. Stemt het aanbod van sommige organisaties nog overeen met hetgeen inhoudelijk bedoeld wordt met de module ‘dagbegeleiding in groep’? Is het voor verwijzers nog duidelijk hoe het dagbegeleidingsaanbod van een organisatie er uitziet? Welke mogelijkheden scheppen deze verschillende pistes?

19 P 19 Registratie: benutting dagbegeleiding in groep -Concrete acties Verdere inhoudelijke en structurele verkenning van de mogelijkheden:  Innovatief project.  Afstemming met VSD: profilering (binnen de setor en binnen IJH).  Bespreking op opvolgingscommissie.

20 P 20 Registratie: contextbegeleiding 4. Contextbegeleiding: -Afbakening 2013: We begrijpen onder contextbegeleiding de aan hulpverleningsdoelstellingen gekoppelde begeleidingscontacten in en met het netwerk van de jongere. De individuele begeleidingscontacten met de jongere zijn ook gevat in deze module. De contacten die vervat zitten in deze module zijn in principe face-to-face. De contacten zijn in principe steeds in aanwezigheid van de jongere/ouder/contextfiguur. Contextbegeleiding kan mobiel (in de context) en ambulant (in de organisatie) gebeuren.

21 P 21 Registratie: contextbegeleiding -Afbakening: Voor elke organisatie werd een streefcijfer bepaald, gebaseerd op het aantal jongeren en de erkenning (intensiteit van de modules). Dit streefcijfer is berekend op organisatieniveau, en wordt niet gelinkt aan een individuele jongere. Er is geen sanctionering gekoppeld aan het niet behalen van dit streefcijfer. Uitgangspunt: het individueel werken met een jongere en zijn context is noodzakelijk voor een goeie hulpverlening. Een gemiddelde van 1u per week per jongere is de vertrekbasis. Voor specifiek op de context gerichte modules ligt dit gemiddelde hoger.

22 P 22 Registratie: contextbegeleiding -Afbakening: Bewust van de verscheidenheid waarmee er geregistreerd is. Geen rekening gehouden met het eerste kwartaal: te veel factoren die er voor zorgen dat deze cijfergegevens onvoldoende correct zijn. Een eerste stand van zaken: door bijsturing definiëring, duidelijker afbakening en een grotere groep organisaties die registreren willen we in 2014 komen tot correcte gegevens die gebruikt kunnen worden voor verdere opvolging.

23 P 23 Registratie: contextbegeleiding

24 P 24 Registratie: contextbegeleiding -Interpretatie Onderwerp van het EMK dat het meest ter discussie staat. Zowel bij werkgevers als werknemers  Wat als we het streefcijfer niet halen?  Gevoel van onderwaardering. Oorspronkelijke verwachting, bij zowel de organisaties als bij Jongerenwelzijn, moet bijgesteld worden. Bijsturing vanaf 3de kwartaal: mogelijkheid om sommige rechtstreekse niet face-to-face contacten ook te registreren.  Gegevens van 23 organisaties.  Bij enkele organisaties een significant verschil (max: 40% van de geregistreerde contextbegeleidingstijd). Bij de meeste organisaties minimaal effect.

25 P 25 Registratie: contextbegeleiding

26 P 26 Registratie contextbegeleiding -Interpretatie: Opstartgebonden factoren:  Geen cultuur van registreren.  Geen goed systeem om te registreren.  Onduidelijke definiëring van wat er geregistreerd moet worden.  Onduidelijkheid rond rechtstreekse niet face-to-facecontacten.  Onderregistratie omdat vele zaken nog niet beschouwd worden als contextbegeleiding. Doelstelling:  Onderscheid tussen individuele begeleiding en begeleiden van de context?  ‘aan doelstelling gekoppeld’ is vaak moeilijk interpreteerbaar.

27 P 27 Registratie contextbegeleiding -Interpretatie: Randvoorwaarden:  Voortrajecten en nazorg?  Wat met de verplaatsingstijd?  Aantoonbaarheid registratie: vb. moeilijk om te registreren na avondshift. Werkvormgebonden factoren:  Organisaties die ook verblijf aanbieden kunnen makkelijker individuele contacten presteren dan zuiver mobiele organisaties (die bovendien een hoger gemiddeld streefcijfer hebben). Cliëntgerelateerde factoren:  Eigenheid van doelpubliek is dat ze vaak moeilijk bereikbaar zijn (afspraak afbellen, niet thuis zijn, ziek melden, …)  NBMV, gezinsvervangend perspectief, erg jonge kinderen.

28 P 28 Registratie contextbegeleiding -Maar: Cijfergegevens worden nu reeds aangegrepen voor zelfevaluatie en bijsturing in sommige organisaties, om meer contextbegeleiding te kunnen garanderen. Uitgangspunt om te streven naar meer contact met en in de context blijft onderschreven door de organisaties. -Organisaties die streefcijfer wel halen: Manier van afspraken plannen. Jarenlange inzet op contextbegeleiding. Gedragenheid van belang van contextbegeleiding bij alle personeelsleden. Cultuur en instrument van registreren. Personele inzet op contextgerichte aspecten.

29 P 29 Registratie contextbegeleiding -Concrete acties  Verfijning van cijfergegevens naar doelgroepen en organisatiespecificiteit (vb. bilateraal overleg CANO en autonome organisaties CBAW).  Lichte bijsturing registratie-instrument (zie verder) vanaf  Verdere afstemming op opvolgingscommissie.  Duidelijker afbakening van wat geregistreerd wordt voor contextbegeleiding (niet op het inhoudelijke aspect van contextbegeleiding).  Koppeling met kwaliteitsdecreet: verwachting dat elke organisatie het eigen beleid en visie op contextbegeleiding expliciteert.  IJH (cfr. infra).

30 P 30 Registratie contextbegeleiding -Afbakening contextbegeleiding i.f.v. registratie 2014  Nadruk op participatie van de jongere en/of zijn ruimere context, dus betrokkenheid van deze personen in het contact blijft essentieel. Dit kan ook via telefonische contacten of nieuwe media: aantoonbaarheid en visie.  ‘Koppeling aan doelstellingen’: enkel contacten waarvan er een neerslag is in het dossier van de jongere.  ‘Met het ruime netwerk’: andere professionelen worden hier niet onder gevat, tenzij de jongere/context erbij aanwezig is.  Contextbegeleiding omvat nog steeds zowel de contacten met de jongere als met zijn context.

31 P 31 Registratie: benutting 5. Ondersteunende begeleiding: -Aangepaste manier van registreren, op maat van deze module. -Organisaties die deze module aanbieden moeten een minimaal aantal begeleide jongeren en een minimaal aantal dagen begeleiding aantonen. -Onderscheid tussen intern (structureel verankerd) en extern aanbod. -Groot verschil in aanbod zorgt voor moeilijker afstemming van cijfers.

32 P 32 Registratie: benutting Ondersteunende begeleiding: -9 organisaties bieden module ondersteunende begeleiding extern aan. -Gegevens van 8 organisaties konden verwerkt worden.  4 organisaties hebben na 3 kwartalen reeds het aantal jongeren en begeleidingsdagen behaald.

33 P 33 Regstratie: ondersteunende begeleiding

34 P 34 Regstratie: ondersteunende begeleiding Concrete acties: -Nood aan differentiëring van de cijfers. -Bilateraal overleg met Cano en proeftuin rond O.B. die structureel is ingebed in de werking. -Bilateraal overleg met autonome diensten rond O.B. die aangeboden wordt om extern reeds lopende hulpverleningstrajecten te ondersteunen.

35 P 35 Registratie: benutting 6. Crisisverblijf: -Er zijn verschillende mogelijkheden van ‘crisisverblijf’ : art 17, time out van ene organisatie in andere, kort crisisverblijf van mobiel traject binnen eigen organisatie, … -Soms nog onduidelijkheid over impact op kinderbijslag. -Cijfergegevens:  In 28 organisaties hebben 1 of meerdere crisistrajecten plaatsgevonden.  In de eerste 3 kwartalen werd 198 keer een crisis geactiveerd.  Dit is waarschijnlijk een onderschatting.

36 P 36 Registratie: crisisverblijf Concrete acties: -Vereenvoudiging en duidelijker afbakening van het registreren van crisis en time out in het modulair kwartaal:  Geen verschillende tabbladen ‘crisis intern’ en ‘crisis extern’ meer.  Elke crisis/time out moet op eerste tabblad aangeduid worden, met vermelding van waar de jongere doorverwezen is.  De ingezette crisis / time out dagen worden meegeteld voor bezetting en benutting. - Meer uitleg: aangepaste handleiding Modulair Kwartaal.

37 P 37 Registreren in 2014 Modulair kwartaal in 2014: -Overgangsjaar in functie van EMK, en in afwachting van Binc 2.0 -Ook alle nieuwe organisaties die instappen in EMK zullen op deze manier moeten registreren. Uitwisseling goeie praktijken? -Uitgangspunt blijft gelijk, wel enkele lichte wijzigingen:  Manier van invoeren crisis/time out.  Opsplitsing face-to-face / niet face-to-face blijft behouden in 2014, niet in Binc 2.0.  Organisaties krijgen een onbeveiligd document, zodat ze efficiënter gebruik kunnen maken van de gegevens, en beter afstemmen met eigen systemen. -Noodzakelijk om terug te kunnen starten met foto 1/1/14.  Organisaties kunnen ervoor opteren om de gegevens zelf over te zetten naar de nieuwe versie, of dit te vragen aan Jongerenwelzijn.  Organisaties die nu instappen in het EMK krijgen automatisch de nieuwe versie.

38 P Experimenteel Modulair Kader 2. Innovatieve projecten 38

39 P Innovatieve projecten EMK biedt een objectief kader om vernieuwende initiatieven uit te werken zonder dat dit leidt tot administratieve lastenverhoging. Momenteel 8 innovatieve projecten aangevraagd, waarvan er al 4 goedgekeurd zijn en lopen.  MFC Meetjesland veranderingsprocessen in vraaggericht werken.  De Korf: Empowerende academische werkplaats  Beaufort: Aantoonbaar maken effectiviteit HV  CJGB/Witte Berken: SAMBA

40 P Experimenteel Modulair Kader 3. SAMBA 40

41 P Experimenteel Modulair Kader 4. Inhoudelijke tendensen en acties 41

42 P Tendensen en acties  In de loop van 2013 veel overleg met alle betrokken partijen. -Verschillende thema’s die geregeld aan bod kwamen. -Veel beweging in de organisaties: EMK vaak trigger om inhoudelijke/organisatorische verandering door te voeren die latent aanwezig was.  Impact op veel verschillende domeinen: -Inhoudelijk (modules en trajecten) -Organisatorisch -Relatie organisaties - verwijzende instanties  Andere EMK gerelateerde thema’s

43 P Inhoudelijke aspecten De impact van het werken met modules: 1.De modules 2.De trajecten Continuïteit van trajecten Flexibiliteit van het aanbod Mogelijkheden tot combineren van modules

44 P De modules Contextbegeleiding Bredere kijk: van gezinsbegeleider naar contextbegeleider naar netwerkbegeleiding. Erkenning voor I.B. van jongere als contextbegeleiding: positief, maar ook gevoel van meer verantwoordelijkheid en daarmee gepaard gaande onzekerheid. Uitgangspunt van belang contextbegeleiding doet geen afbreuk aan noodzakelijk verblijf. Gaat specificiteit van bepaalde methodieken verloren of is er net versterking door uitwisseling? -Reguliere contextbegeleiding t.o.v. IKT (opvolging wetenschappelijk onderzoek) -Contextbegeleiding – CBAW -Contextbegeleiding in combinatie met verblijf of niet: andere specialiteit?

45 P De modules Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen CBAW als afzonderlijke module naast verblijf: -Duidelijker profilering -Sneller op maat van jongere -Ruimer aanbod, zowel binnen organisatie als regionaal Methodiek CBAW: -Ook hierin context/netwerk meer betrekken -Inhoudelijke afstemming met pure contextbegeleiding Flexibiliteit met aanbod contextbegeleiding wordt als positief ervaren.

46 P De modules Dagbegeleiding in groep Grote verschillen in manier van inzet (zie eerder) Organisaties geven soms aan dat overgang van verblijf naar contextbegeleiding te groot is, en dat dagbegeleiding in groep een oplossing hiervoor zou kunnen zijn. Autonome dagcentra zouden gebaat kunnen zijn met extra modules contextbegeleiding in kader van uitstroom, of met verblijf in kader van doorstroom of crisis. Cf. supra: ook concrete acties rond dagbegeleiding in groep.

47 P De modules Verblijf Verandering in denken door koppeling aan contextbegeleiding. Wat met langdurige trajecten met verblijf van 2 nachten per week? Opdeling v 1-3 en v 4-7? Gevoel dat druk op verblijf groter wordt: meer en moeilijker: Blijkt niet uit registratie: benutting? Mogelijkheden van meer contextgericht werken worden als positief ervaren, maar afbouw gebeurt soms trager dan zou kunnen (schrik om ‘plaats’ kwijt te zijn, angst om te snel los te laten, …). Opdeling in gezinsvervangende en gezinsondersteunende afdelingen : visies verschillen.

48 P De modules Ondersteunende begeleiding Groot pluspunt: meer rechtszekerheid dan vroegere projectstatus Veranderend aanbod? -Minder langdurige onthemingen? -Meer ondersteunende trajecten op maat? Organisaties zijn nog zoekende naar afstemming aanbod op veranderende vragen en manier van inzet personeel. Opvolging/evaluatie in 2014: cf. supra.

49 P De trajecten Continuïteit en naadloosheid bij schakelingen Wordt het vaakst gekoppeld aan de contextbegeleider Grosso modo 2 stromingen: Keuze voor continuïteit van hulpverlening ‘Pure’ begeleider Keuze voor continuïteit van hulpverlener Integrale begeleider (beleid: geen voorkeur) Reorganisatie in multifunctionele units bij enkele organisaties. Afstemming in visie tussen verschillende afdelingen om continuïteit vlotter te laten verlopen. Veel vragen rond naadloos begeleiden van broers/zussen.

50 P De trajecten Flexibiliteit Door te werken met modules blijkt er meer flexibiliteit mogelijk te zijn. Moeilijkheid: de regie over alle lopende trajecten. Vaak: interne regiefunctie of regiecomité. Aanvoelen dat er meer en sneller geschakeld wordt. Aanvoelen dat er nog onvoldoende gebruik gemaakt wordt van alle mogelijkheden. Bij schakeling van verblijf naar context komt er enkel module verblijf vrij. Nieuwe instroom kan enkel bij vrije module contextbegeleiding of overtal. Nog veel ‘flexibele-normtrajecten (‘proefverlof thuis’)’ : hoe opvangen? Stimuleren gebruik module ‘crisisverblijf’? Wanneer verblijf uitschakelen? Zie ook benutting verblijf.

51 P De trajecten Combineren van modules Niet alle modules kunnen met elkaar gecombineerd worden. Dit wordt vaak als tekort beschouwd. Combineren tussen 2 verschillende organisaties is niet evident binnen EMK.  Impact van IJH? Veel vragen rond andere combinaties: -Contextbegeleiding + verblijf in G.I. -Contextbegeleiding + crisis in psychiatriebehandeling in traject -Context + verblijf in internaatIJH: inhoudelijk -Trajecten vanuit / naar CaH juridisch -…

52 P Organisatorische aspecten Impact voor organisatie: Visie Organisatiestructuur Personele inzet Overlegcultuur Werkdruk Samenwerking

53 P Organisatorische aspecten Visie -Inzetten op visie contextbegeleiding -Keuze voor integrale begeleider of net niet. -Kiezen voor breuk bij overgang naar CBAW of niet. -Andere leefgroepsamenstelling -Manier van inzetten van bepaalde modules (vb dagbegeleiding in groep, IKT, …) -Koppeling van inhoudelijke met infrastructurele bij zorgstrategische planning.

54 P Organisatorische aspecten Organisatorische veranderingen -Grote verscheidenheid in mate van verandering: van ongewijzigde structuur over zeer stapsgewijze aanpak tot volledige ommezwaai per 1 januari. -poule van contextbegeleiders op organisatieniveau of contextbegeleiders verbonden aan afdeling. -Andere manier van plannen: vaste contextmomenten inplannen -Aandachtspunt: betrokkenheid en participatie van medewerkers -Cf. kwaliteitsdecreet - opmerking: infrastructurele belemmeringen/opportuniteiten

55 P Organisatorische aspecten Veranderende personeelsinzet: -Meer inzet in begeleidende functies -Meer inzet in contextgerichte functies / herprofilering takenpakket begeleiders -Minder tussenniveaus -Regie(team) om instroom – doorstroom – uitstroom puzzel te bewaken -Zoeken naar creatieve oplossingen voor niet begeleidingsgebonden taken (zoals vervoer, verzorging kleine kinderen).

56 P Organisatorische aspecten Veranderende overlegcultuur: -Minder algemene teamvergaderingen -Van nice to know naar need to know -Afstappen van principe: ‘iedereen is op de hoogte van alles’ -Naar meer cliëntgebonden / trajectgebonden overleg -Meer overleg over afdelingen heen (vb tussen contextbegeleiders) -Overleg op organisatieniveau rond visie EMK

57 P Organisatorische aspecten Meer samenwerking: -In de eigen organisatie tussen de afdeling -Tussen de organisaties onderling => Grote veranderingen binnen organisaties: Impact op werkdruk personeel: EMK-gebonden of veranderingsproces? Verder opvolgen in intervisie werknemers.

58 P relatie organisaties – verwijzende instanties Goede communicatie rond (wijzigend) aanbod Communicatieschema ontwikkeld rond schakelmomenten Moeilijk: prognoses van afsluiten module / traject Tijd tussen declaratie vrije plaats en effectieve nieuwe opstart: wordt als te lang ervaren. Belang van zo correct mogelijke indicatiestelling: -Beschikking op naam van jongste kind of op kind waar schakelingen kunnen bij voorzien worden? -Reguliere contextbegeleiding of IKT? -Instroom in dagbegeleiding of verblijf via pure contextbegeleiding?

59 P andere EMK gerelateerde thema’s Doelgroep 0-3 jarigen? +18 jarigen? Regioafbakening / verplaatsingstijd context Zakgeld / kinderbijslag Arbeidsinspectie Koppeling EMK registratie en zorginspectie Koppeling EMK / IJH met handelingsplanning/verslaggeving

60 P Financiële impact  Naar enveloppenfinanciering Grote wijziging Organisaties: -Continue opvolging en simulaties. -Eerder voorzichtigheid in het hanteren van de enveloppe. -Eerder ongerustheid dan concrete pijnpunten. Vragen rond impact op langere termijn: -Aanwervingsbeleid -Aanleg reserves -Ziektevervangingen Evaluatietraject Tool koepels. -Afrekening Permanente opvolging.

61 P Experimenteel Modulair Kader 5. De impact van het EMK voor de verwijzende instanties. 61

62 P EMK is kansrijk –Bevordert continuïteit van zorg (hulp, hulpverlener) –Werkvormen zijn geen keurslijf –De noden van de cliënt bepalen de hulp –Zet aan tot creatief op zoek gaan met cliënt naar wat hij nodig heeft, ook als schakelen niet mogelijk is. –Verhoogt de betrokkenheid van de ruime context –EMK kan het verschil maken voor de cliënt 62

63 P EMK is kansrijk –Geeft organisaties een inhoudelijke boost. –Is een motor tot verandering en herbronning. –Zet aan tot “over het muurtje kijken”, is verruimend. –Zet aan tot ruimere samenwerkingsverbanden. –De expliciete koppeling tussen verblijf en contextbegeleiding verplicht tot nadenken. –EMK kan het verschil maken voor de voorziening. 63

64 P EMK is kansrijk –Is een leeromgeving voor het denken en het indiceren in modules. –Door de interne regie wordt de consulent enkel ingezet waar de triade noodzakelijk is om tot kwalitatieve hulp te komen. –EMK bereidt de consulent voor op zijn toekomstige rol. 64

65 P EMK daagt ons uit! – context –De ruime context in het vizier houden. –Bij de start: netwerkoverleg, netwerktafel. –Steeds voorrang aan eigen krachten en netwerk, ook als het inschakelen van de functie verblijf mogelijk is. –Contextbegeleiding is geen gesprekje bij de afwas, dat behoort tot een goede leefgroepwerking. 65

66 P EMK daagt ons uit! – context –Schakelen doe je in twee richtingen, ook naar de context. –Meer beroep doen op context heeft financiële gevolgen voor het gezin: correcte regeling van kinderbijslag 66

67 P EMK daagt ons uit! - context –Een realistisch zicht op de context: ook oog voor veiligheid en gevaar. (in het bijzonder naar jonge kinderen) –Duidelijke communicatie: de vinger op de wonde durven leggen. Krachten én zorgen / mogelijk gevaar benoemen. –Een visie ontwikkelen over het omgaan met urgentie. 67

68 P EMK daagt ons uit! – organisaties –Bereikbaarheid van de context is noodzakelijk om tot effectieve modulaire hulp te komen. –Beperkt de actieradius van organisaties. –Afspraken tussen organisaties, zodat geen lacunes ontstaan. –Behoud van in specifieke werkvormen verworven deskundigheid: thuisbegeleiding, dagcentra, bzw, … –Ook langdurige residentiële trajecten hebben bestaansrecht. 68

69 P EMK daagt ons uit! – instroom –Spanningsveld tussen interne doorstroom en instroom Langere wachtlijsten? Vermindering residentieel aanbod? –Vraag naar kwantitatief onderzoek ivm effecten EMK op instroom en doorstroom. 69

70 P EMK daagt ons uit! - instroom –Interne doorstroom wordt goed afgedekt door overleg, helikoptervisie ontbreekt. –Minder sturing mogelijk vanuit wachtbeheer? –Hanteren van ritssysteem? –Blijvend aandacht voor zuivere indicatiestelling. 70

71 P Tot slot –EMK schept kansen. –EMK is een uitdaging. –Vragende partij voor onderzoek op effecten, niet alleen op effectieve cliënten, maar ook op jeugdzorg in zijn geheel. 71

72 P Experimenteel Modulair Kader 6. Vooruitblik op

73 P 73 Vooruitblik 1. Nieuwe instap EMK 2. OOOC en CiG 3. Koppeling met kwaliteitsdecreet 4. Koppeling met integrale Jeugdhulp 5. Ondersteuning in De E van EMK

74 P Nieuwe instap EMK 2014: nieuwe mogelijkheid tot vrijwillige instap 30 voorzieningen hebben een aanvraag binnengestuurd. 7 voorzieningen niet. Tijdspad:  Advisering verwijzende instanties: afgerond  Besluitvorming is lopende  Beslissing: 15 december 2013  Besluit tot erkenning eind december  Opstart 1 januari 2014

75 P OOOC en CIG Instap 1 januari 2014 Oproep & besluitvorming Ondersteuningsaanbod 2014:  Bilateraal overleg met elke organisatie  2 intervisies met OOOC’s  2 intervisies met CIG’s

76 P Kwaliteitsdecreet Inhoudelijk sluitstuk van EMK, vanaf 1/1/14 Focus op: –Kernprocessen (cfr. Visie op contextbegeleiding) –Resultaten: Gebruiker Medewerker Samenleving Focus op output, loslaten inputgebieden

77 P Kwaliteitsdecreet Kader voor reflectie over cijfers (ook financieel) Kader voor creëren van participatie en betrokkenheid Kader om na te denken over missie, aanbod

78 P Integrale Jeugdhulp Compatibiliteit EMK en IJH: –Ervaringen uit voorstartregio Contextbegeleiding –Decreet IJH: artikel 12 –Keuze voor 3 modules Basis-, midden- en hoge intensiteit Quid indicatiestelling en toewijzing? Quid kortdurende thuisbegeleiding –Traject met koepels

79 P Integrale Jeugdhulp Verblijf –Afstemming andere sectoren –IMFC –Afstemming op basis van inhoud, financiering, gebruikersbijdragen Netwerken crisisjeugdhulp –Impact van recente wijzigingen –Crisisjeugdhulp 2.0. Ook: vervolg actieplan jeugdhulp

80 P Ondersteuningsaanbod 2014  Bilateraal overleg In organisaties bezocht Positief: kwalitatieve interpretatie van impact op werking Voor 2014 voorzien we een bilateraal gesprek met alle nieuwe instappers. Voor de andere organisaties bilateraal overleg op vraag.  Regionale intervisie In keer per regio met alle deelnemende organisaties en delegatie van verwijzende instanties, wachtbeheer en jeugdrechters. In 2014 niet meer mogelijk door uitbreiding van de groep organisaties Aansluiten bij bestaande regionale overlegmomenten?

81 P Ondersteuningsaanbod 2014  Ondersteuningsproject koepels Opnieuw middelen vrijgemaakt voor een ondersteuningsaanbod georganiseerd door de koepelorganisaties. Ook voor implementatie uitvoeringsbesluit kwaliteitsdecreet Meer info en themabevraging via de koepels.  Intervisie werknemers 3 keer georganiseerd in 2013 Volgende afspraak eind januari 2014 Verdere afstemming in 2014  Inhoudelijke intervisie Dagbegeleiding, CANO, ondersteunende begeleiding, contextbegeleiding, CBAW, OOOC, CiG.

82 P Ondersteuningsaanbod 2014  Opvolgingscommissie -Algemene opvolging van EMK, met afvaardiging van Kabinet, koepels, vakbonden, organisaties, verwijzende instanties en IJH. -4 keer samengekomen in Verdere samenkomst in 2de helft van 2014 (wanneer er meer zicht is op financiële luik).

83 P Ondersteuningsaanbod 2014  Andere ondersteuning Aangepaste Inspiratiebundel organisaties Aangepaste Inspiratiebundel verwijzers Aangepaste handleiding Modulair Kwartaal geüpdatete Website en FAQ ‘helpdesk’: -Bram Antheunis: 02/ Kim Craeynest: (regio West-Vlaanderen, Limburg en Vlaams Brabant/Brussel) 02/ Geert Michiels: (regio Antwerpen en Oost-Vlaanderen) 02/

84 P De E van EMK Evaluatierapport: 1 maart 2014 “De administratie legt uiterlijk op 1 maart 2014 een globaal evaluatierapport van de organisaties voor bijzondere jeugdzorg aan de Vlaamse Regering voor. Dit evaluatierapport bevat minimaal: de budgettaire implicaties op sector- en organisatieniveau; een overzicht van het gebruik van de modules; de inhoudelijke en organisatorische implicaties op organisatieniveau; desgevallend voorstellen ter optimalisering van de regelgeving.”  Een eindevaluatie van het eerste experimentele jaar.  Opvolging en evaluatie blijft een continu proces, ook na evaluatierapport  Afhankelijk van evaluatierapport: volledige instap 1/1/15. Coördinatie van erkenningsbesluit (incl. wijzigingen op basis van evaluatie)

85 P Experimenteel Modulair Kader 7. Vragen? 85


Download ppt "Reflectiedag 2 EMK Brussel, 25 november 2013. WWW.JONGERENWELZIJN.BE P 2 Agenda 1.Terugkoppeling registratie 2.Overzicht innovatieve projecten 3.Voorstelling."

Verwante presentaties


Ads door Google