De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET RECHT - Jef De Mot - Les vandaag: wat is recht, indelingen recht en voornaamste rechtstakken Praktische informatie: Wanneer.

Verwante presentaties


Presentatie over: "ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET RECHT - Jef De Mot - Les vandaag: wat is recht, indelingen recht en voornaamste rechtstakken Praktische informatie: Wanneer."— Transcript van de presentatie:

1 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET RECHT - Jef De Mot - Les vandaag: wat is recht, indelingen recht en voornaamste rechtstakken Praktische informatie: Wanneer gaat de les door? Lesmateriaal/ wat kennen? Naar de les komen? Examen: welk soort vragen? Inhoudelijke of praktische vragen?

2 WANNEER LES? Donderdag 16h-19h… Vrijdag ook les?

3 LESMATERIAAL Inleiding tot het recht. Mark van Hoecke en Boudewijn Bouckaert Acco, Boek: niet alles Lesnota’s en slides

4 LESMATERIAAL 1. Inhoudelijke regels: rechten en plichten. Vooral takken met een zeer breed maatschappelijk belang: eigendom, familierecht (huwelijk, scheiding…), koop- verkoop etc. 2. Afdwinging van rechten en plichten: gerechtelijke instellingen en procedures. Rechtszaken, actuele thema’s, belangrijke sociale en economische gevolgen recht (onverwachte gevolgen)

5 EXAMEN Schriftelijk (multiple choice + open vragen, gespreid over cursus, theorie en toepassing, geen reuzevragen) Lesnota’s Voorbeeldexamen

6 VRAGEN Inhoudelijke vragen: Assistenten: –Lic. Rik Devloo ( ) –Lic. Karien Loontjens ( ) Andere vragen: Secretariaat: Mevr. Van Nuffel (lokaal 2.10, gang Rode Zaal, Universiteitstraat 4, 09/ ; Lok 2.12 (boven bibliotheek)

7 WAT IS RECHT? Enkele voorbeelden: Huren kot  wanneer mag het huurcontract vroegtijdig opgezegd worden?  antwoord in contractenrecht Taartgooien?  strafwet: je mag niet opzettelijk enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen Veroorzaken van verkeersongeval  wanneer moet de persoon die het ongeval heeft veroorzaakt de schade vergoeden?  buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht Het recht regelt wat mag, niet mag en moet. Is dit de definitie van recht?

8 WAT IS RECHT? Nee. Want ook regelen van moraal, godsdienst, cultuur etc. schrijven voor wat mag, niet mag en moet.

9 WAT IS RECHT?

10 Drie elementen: Vloeien voort uit het feit dat mensen bepaalde handelingen moeten stellen om hun doelstellingen te bereiken. Deze handelingen vergen middelen: geestelijke en lichamelijke vermogens en de stoffelijke zaken die een input zijn bij de vorming van goederen. Is slechts mogelijk wanneer: 1. Duidelijkheid omtrent de bevoegdheid m.b.t. het gebruik van die middelen: “subjectieve rechten”

11 WAT IS RECHT? Voorbeeld 1: subjectieve rechten mbt artistieke creaties:

12 WAT IS RECHT? Voorbeeld 2: subjectieve rechten mbt schat: 1.Indien gevonden door eigenaar van het erf  vinder wordt eigenaar 2.Door iemand anders: vinder en eigenaar erf worden voor de helft eigenaar

13 WAT IS RECHT? Voorbeeld 3: schuldeiser t.o.v. schuldenaar:

14 WAT IS RECHT? 2. Een georganiseerde structuur inzake afdwinging van de regelen Om ervoor te zorgen dat subjectieve rechten gerespecteerd worden: regelen moeten desnoods met geweld kunnen worden afgedwongen  extra regelen en structuren nodig (rechtbanken, procesrecht, de gevangenissen,…)

15 WAT IS RECHT? 3. Een georganiseerde structuur voor de verandering van de regelen Maatschappij is niet statisch: - gewijzigde economische omstandigheden - verandering publieke opinie - nieuwe technieken

16 WAT IS RECHT? Recht is de “geïnstitutionaliseerde ordening van het menselijk handelen in de samenleving”.  Recht is de “geïnstitutionaliseerde ordening van het menselijk handelen in de samenleving”. Perfect? 1. Afdwinging te kostelijk: - Empirisch onderzoek (NED): 50 % van de mensen met juridisch probleem… Oorzaak… - Ook: Uitvoering uitspraken problematisch (NED)

17 WAT IS RECHT? 1. Rechtsbijstandverzekeringen 2. Verzekeringsmaatschappijen/advocaten 3. Kwakbier

18 WAT IS RECHT? 2. Te traag

19 WAT IS RECHT? 3. Onduidelijkheid, complexiteit, ondoorzichtig, terminologie Geen wetgevingsbeleid: Advocaten

20 WAT IS RECHT? 4. Te veel recht (B.S.) Bemoeiziek.

21 WAT IS RECHT? 5. Niet altijd in algemeen belang: (public choice theorie) Algemeen belang versus private belangen (K/B) Voorbeeld algemeen belang: - concurrentiewetgeving - art B.W. Voorbeeld private belangen: - invoerrechten landbouwproducten - monopolie advocatuur

22 GROTE LIJNEN: INDELINGEN VAN HET RECHT Nationaal recht Internationaal recht/gr.ov.r. Privaat Publiek Int.priv. Int.pub. recht recht recht recht (Ongeval) (Bouwvergunning huis) (ongeval in Fr.) (Verdrag B en N)

23 INDELINGEN VAN HET RECHT: MET NUANCES Nationaal recht Internationaal recht Privaat Publiek Int.priv. Int.pub. recht recht recht recht

24 NATIONAAL RECHT VERSUS INTERNATIONAAL RECHT Kern: grensoverschrijdend element Let op: Niet: recht afkomstig van nationale instanties versus recht afkomstig van internationale instanties

25 NATIONAAL RECHT VERSUS INTERNATIONAAL RECHT Nationaal: Burgerlijk Wetboek: Internationaal (grensoverschrijdend): WIPR:

26 INDELINGEN VAN HET RECHT Nationaal recht Grensoverschrijdend recht Privaat Publiek Int.priv. Int.pub. recht recht recht recht

27 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT VERSUS (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT Privaatrecht: regelt verhouding tussen burgers onderling Publiek recht: verhouding burger-overheid/ interne organisatie overheid Nuance 1: sommige rechtstakken deels privaatrecht, deels publiekrecht: privaatrechtelijk procesrecht Nuance 2: publiekrecht verhouding burger-overheid voor zover overheid toepassing maakt van haar privileges die steunen op haar geweldmonopolie en niet als private partij optreedt (dwingen om belastingen te betalen, vervolging misdadigers - onteigening/koop grond) Nut onderscheid? Bevoegdheid rechtbanken/ Terminologie/ Juridische literatuur opgebouwd rond onderscheid, ook van belang bij opzoeken van recht

28 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: INHOUD Tussen burgers onderling Welke subjectieve rechten? Op welke wijze kan men subjectieve rechten verkrijgen? (overeenkomst, erfenis,…) Afdwinging van subjectieve rechten wanneer medeburgers subjectieve rechten niet respecteren

29 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: FUNDAMENTELE EIGENSCHAPPEN Burgers in principe vrij om over hun subjectieve rechten te beschikken: wijzigingen aanbrengen, vervreemden, bezwaren met rechten. Voorbeeld huis Regelen van aanvullend recht: Partijen mogen ervan afwijken. Bvb.: - wettelijk huwelijksvermogenstelsel (gemeenschap van aanwinsten) - sanctie bij niet uitvoeren contractuele verbintenis (ook gederfde winst) Er zijn uitzonderingen: regelen van dwingend recht: rechtshandelingen (overeenkomsten, testament) mogen hier niet van afwijken, bvb. - Voorbehouden deel erfrecht - wettelijke leeftijd huwen - primair huwelijksstelsel-vreemdgaan… Sanctie: meestal nietigheid. Doel: morele, politieke, economisch, sociale doelstellingen. Wel alletwee even bindend!!! Waarom aanvullend recht? Besparen transactiekosten.

30 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: VERSCHILLENDE RECHTSTAKKEN 1. Elementaire verhoudingen BURGERLIJK RECHT 2. Verhouding tussen personen die beroepshalve commerciële activiteiten uitoefenen HANDELSRECHT 3. Burgers als werkgever en werknemer SOCIAAL RECHT 4. Burgers verwikkeld in juridische strijd PRIVAATRECHTELIJK PROCESRECHT

31 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: 1. Burgerlijk recht Regelt de meest elementaire verhoudingen tussen burgers: regels waar zeer velen mee geconfronteerd wordt. 1. Personenrecht 2. Familierecht 3. Zakenrecht 4. Erfrecht 5. Verbintenissenrecht Bron: Burgerlijk Wetboek (Frankrijk na Franse Revolutie en van kracht vanaf 1804 – zeer veel wijzigingen en aanvullingen buiten het BW)

32 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: 1. Burgerlijk recht - Personenrecht (naam, woonplaats, nat. etc): bvb. Familienaam: art. 335 B.W.: wanneer afstamming van vaders- en moederszijde tegelijk komt vast te staan (huwelijk)  familienaam vader. Voornaam: vrije keuze, maar mag geen verwarring zaaien of schade toebrengen aan het kind (bv. Beledigende, hatelijke of belachelijke naam). Voorbeelden BEL, NED - Familierecht: huwelijk, ouder-kind etc.: bvb. Echtscheiding: vroeger onschuldige echtgenoot levenslang recht op onderhoudsgeld in funtie van vroegere levensstandaard gezin. Nu: ‘behoeftigheid’ meer doorslaggevend (geen zware fout). Niet langer dan duur van het huwelijk. Niet meer dan één derde van inkomen.

33 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: 1. Burgerlijk recht - Zakenrecht: hoe men eigenaar wordt, welke gevolgen verbonden aan bezit, hoe hypotheek plaatsen... Voorbeeld: vriend steelt fiets en verkoopt hem aan jou (zonder je medeweten). Indien de echte eigenaar zijn fiets ontdekt binnen de drie jaar  oorspronkelijke eigenaar kan hem terugvorderen, geen vergoeding. Na drie jaar: oorspronkelijke eigenaar kan niet meer terugvorderen (niet bij kwade trouw!) - Erfrecht: hoe wordt vermogen erflater verdeeld, voorbehouden deel, … Voorbeeld: kind onterven? Sommige bloedverwanten en langstlevende echtgenoot genieten van voorbehouden deel. Kan niet door testament of schenking aangetast worden. Niet onwaardig zijn. Twee kinderen  voorbehouden deel is 2/3  elk minimaal 1/3. - Verbintenissenrecht: wanneer geldige overeenkomst, sanctie bij niet-naleving overeenkomst, wat als je schade aanricht door een fout buiten overeenkomst…. Voorbeeld: je sluit dronken een contract af. Geldig?

34 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: 2. Handelsrecht Recht dat van toepassing is op de relaties tussen handelaars voorzover verband met hun beroep. Belang (naast rechten en plichten handelaar): verplichtingen handelaar (inschrijving handelsregister, boekhouding etc.), bewijs (soepeler, niet ndzkl schriftelijk), bevoegde rechtbank anders Handelaar: personen die beroepshalve “objectieve” handelsdaden stellen (opsomming wetboek koophandel: bvb. Aankoop goed om te verkopen, productie goed om te verkopen, uitbaten bouwonderneming…) Eenmalig. Bvb. Kopen om te verkopen. eBay. Wetboek van Koophandel (1872)

35 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: 2. Handelsrecht Binnen handelsrecht: verdere onderverdelingen mogelijk: - vennootschapsrecht - faillissementsrecht - handelspraktijkenrecht - verzekeringsrecht - bank- en financierecht - kartelrecht

36 Voorbeeld: handelspraktijkenrecht (prijsaanduidingen, solden, reclame etc.) Voorbeeld: verboden reclame: art. 23 WHPC: onder andere: 1. misleidende reclame (bier dat niet door trappisten is gebrouwen, “Trappist” noemen; 2fruity (veel fruit in reclame, alcoholische drank) 2. afbrekende reclame (Dash/Ariel, grote ondernemingen) 3. publiciteit voor door de wet verboden daden

37 ONDERSCHEID HANDELSRECHT/ ECONOMISCH RECHT (micro/macro) Voorbeeld: prijsregulering: maximumprijzen brood (tot 1 juli 2004 voor bepaalde soorten brood), nu vrij.

38 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: 3. SOCIAAL RECHT Arbeidsrecht – Sociaal zekerheidsrecht. Arbeidsrecht: verhouding tussen (privé-) werkgevers en werknemers (“ondergeschikt verband”) >< zelfstandige Onderscheid individueel arbeidsrecht en collectief arbeidsrecht. Individueel: rechtsregels toepasselijk op individuele relatie WG-WN Voorbeeld individueel arbeidsrecht: -Loonbeschermingswet: loon van bedienden moet minstens éénmaal per maand uitbetaald worden, van arbeiders tenminste tweemaal per maand - Arbeidsovereenkomstenwet: beding waarbij wordt bepaald dat het moederschap een einde maakt aan de arbeidsovereenkomst is nietig

39 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: 3. SOCIAAL RECHT Collectief: relaties tussen WG’s en WN’s als groep. Voorbeeld collectief arbeidsrecht: wet op de organisatie van het bedrijfsleven (1948): ondernemingsraden moeten opgericht worden in alle ondernemingen die gewoonlijk een gemiddelde van minstens 100 werknemers tewerkstellen. Ondernemingsraad geeft gestalte aan de samenwerking tussen werkgevers en werknemers in de onderneming. Werkgever moet o.a. bepaalde economische en financiële inlichtingen verschaffen aan de ondernemingsraad. Ondernemingsraad bepaalt data jaarlijkse vakantie, stelt het arbeidsreglement op etc. Belang van Collectieve ArbeidsOvereenkomsten (CAO’s) = akkoorden tussen één of meer WNorg en één of meer WGorg: regelen vaak collectieve relaties in één of meer ondernemingen, in een volledige bedrijfstak of zelfs in het hele land Voorbeeld CAO: CAO nr. 43 van 1987: minimumbrutomaandinkomen voor werknemers ouder dan 21 die normale voltijdse arbeidsprestaties verricht. Dus niet door de overheid. Geen geleide loonpolitiek. Kenmerk arbeidsrecht: sterk dwingend karakter. Voorbeelden: - ontslag wegens dringende reden. In wet: “de ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt”. Rechter niet gebonden door opsomming in arbeidsovereenkomst. - proeftijd voor werklieden: minimum 7 dagen (tenzij dringende reden), maximum 14 dagen.

40 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: 3. SOCIAAL RECHT Sociaal zekerheidsrecht: verplichte sociale verzekeringen voor werknemers en voor zelfstandigen 1. Welke sociale risico’s: ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen, werkloosheid, vakantiegeld, kinderbijslagen, pensioenen 2. Wie betaalt welke bijdragen (WG/WN, zelfstandige)

41 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: 3. SOCIAAL RECHT 3. Wat krijg je als verzekerd risico zich voordoet? Onder welke voorwaarden? Voorbeeld: werkloosheid (in principe na enige tijd gewerkt te hebben): - gezin ten laste: 60% laatste loon (max bruto) - geen beperking in de tijd (behalve geen inspanningen nieuw werk) Verplicht karakter (bescherming tegen zichzelf, solidariteit) Geen wetboek sociaal recht

42 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: 3. SOCIAAL RECHT “Ondergeschikt verband”: hiërarchisch verband, gezag, leiding en toezicht van de werkgever; voorbeeld Leekens-Club Brugge. GL had vennootschap opgericht, hij was enige aandeelhouder. Club contract met vennootschap, niet met GL. Maar rechter: in contract Club-Venn. Specifieke richtlijnen voor GL: moest Club vertegenwoordigen, alle administratieve en organisatorische richtlijen volgen, aanwezig zijn op de club etc.).

43 (NATIONAAL) PRIVAATRECHT: 4. PRIVAATRECHTELIJK PROCESRECHT Afdwinging subjectieve rechten 1. Inrichting van de rechtbanken. Voorbeeld. 2. Bevoegdheid van de rechtbanken. Voorbeeld. 3. Procedure voor de rechtbanken. Voorbeeld. Gerechtelijk Wetboek (1967) en zeer veel specifieke wetten e.d. 1.Eenheid van rechtspraak 2.Eenheid van procedure

44 (NATIONAAL PRIVAATRECHT): 4. PRIVAATRECHTELIJK PROCESRECHT Verliezer betaalt?

45 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT 1. Bevoegdheid en samenstelling van de overheidsorganen 2. Regelen mbt die de verhouding burger- overheid (bevoorrechte positie > < vrijwilligheid) - Grondwettelijk recht - Administratief recht - Fiscaal recht - Strafrecht - Strafprocesrecht

46 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 1. GRONDWETTELIJK RECHT Alles wat in de Grondwet wordt geregeld. Grondwet = basiswetgeving 1. Inrichting van de staat: basistructuur van de politieke en gerechtelijke instellingen (wie mag welke rechtsregelen uitvaardigen, wijzigen, afschaffen; wie mag welke juridische geschillen beslechten?) 2. Fundamentele rechten van burger tov overheid: - A. Democratische rechten op deelname aan het politiek beleid (stemrecht, recht om zich kandidaat te stellen bij verkiezingen) - B. Politieke vrijheden (vrijheid van meningsuiting, religieuze vrijheid, vrijheid van onderwijs, persvrijheid) - C. Sociaal-economische en culturele grondrechten (recht op sociale zekerheid) Wijziging bijzondere procedure

47 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 1. GRONDWETTELIJK RECHT Vrijheid van meningsuiting: Iedereen mag met gesproken of geschreven woorden en met gedragingen vrij uitdrukking geven aan zijn persoonlijke opvattingen. Beperkingen: ter garantie van fundamentele rechten van anderen. Bijvoorbeeld: - Xenofobiewet: straffen op racistische uitlatingen -strafrechtelijke bepalingen mbt laster, smaad en beledigingen

48 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 1. GRONDWETTELIJK RECHT

49

50 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT:

51 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 2. ADMINISTRATIEF RECHT Inrichting en werking van de uitvoerende macht (de administratie). Voorbeeld 1: Eenzijdige administratieve rechtshandelingen met individuele strekking moeten gemotiveerd zijn (bouwvergunning, benoeming etc) Voorbeeld 2: Benoemingsrecht ambtenaren Bronnen: Geen wetboek. Zeer vele wetten, KB’s, MB’s, etc.

52 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 3. FISCAAL RECHT Overheid: verschillende taken: wegen, scholen etc  geld nodig FR: Aanduiding en inning overheidsinkomsten (inkomens, omloop van goederen, …) Hoe? Wat bij dispuut? Verschillende wetboeken (Wetboek der Inkomstenbelasting, Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Wetboek der Successierechten, Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten)

53 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 3. FISCAAL RECHT

54 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 4. STRAFRECHT Inhoud: - welke handelingen strafbaar. - welke straffen (gevangenis, boete) Voorbeeld 1: DOODSLAG/MOORD: AFDELING I. - DOODSLAG EN VERSCHILLENDE SOORTEN VAN DOODSLAG.AFDELING I. Art (Zie NOTA 1 onder TITEL) Doden met het oogmerk om te doden wordt doodslag genoemd. Het wordt gestraft met (opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar). Art.393 Art Doodslag met voorbedachten rade wordt moord genoemd. Hij wordt gestraft met (levenslange opsluiting). Art.394 Art Doodslag op de vader, de moeder of andere bloedverwanten in de opgaande lijn wordt oudermoord genoemd en wordt gestraft met (levenslange opsluiting). Art.395

55 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 4. STRAFRECHT Voorbeeld 2: Stalking:

56 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 4. STRAFRECHT Kenmerk 1: Legaliteitsbeginsel: invoering misdrijven enkel door of krachtens de wet. Straf door of krachtens de wet. Gevolg: enge interpretatie, in voordeel beklaagde. Voorbeeld: joyriding. Art. 461 Sw. Hij die een zaak die hem niet toebehoort, bedrieglijk wegneemt, is schuldig aan diefstal. Art.461 (Met diefstal wordt gelijkgesteld het bedrieglijk wegnemen van andermans goed voor een kortstondig gebruik.) Kenmerk 2: Verbod van retro-activiteit. Art. 7 EVRM. Niemand mag worden veroordeeld voor handelingen die geen strafbaar feit uitmaakten op ogenblik handeling. Ook zwaardere straffen zijn verboden. - Voorbeeld - Uitzondering: mildere strafwet. Voorbeeld diefstal: feiten plegen, diefstal 5 jaar, tijdstip vonnis, diefstal maar max 1 jaar  max 1 jaar. Bron: Strafwetboek (1867, verschillende wijzigingen) en diverse wetten met strafrechtelijke bepalingen

57 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 4. STRAFRECHT 1. Disfunctionele families 2. Slecht doen op school 3. Alcohol en drugsmisbruik 4. Ouders en aanverwanten in de criminaliteit 5. Leven in arme wijken 6. Op vroege leeftijd in contact met politie

58 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 4. STRAFRECHT Zijn deze inzichten in strijd met rationeel model? Deterministisch? Rationele misdadiger weegt baten en kosten af en pleegt enkel misdrijf indien SxB > C + PxK S= kans op succes B = Baten bij succes: psychische (bvb. genot) en materiële baten (bvb. buit) C= zekere kosten: psychische en materiële kosten: angst, directe kosten om misdrijf te kunnen plegen, opportuniteitskosten (reguliere arbeid). P= pakkans K= kosten sanctie in monetaire termen (boete, gevangenisstraf, stigma) PxK = verwachte straf

59 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 4. STRAFRECHT Empirisch: - enquête “burglars on the job” (Wright and Decker): nemen beslissingen obv informatie over pakkans en strafmaat (aantal en soort) - Ehrlich: verband kans op veroordeling voor inbraken jaren ’40, ’50 en ’60 en aantal robberies: verband - Wolpin: crimerate Engeland : invers gerelateerd aan pakkans en strafmaat - Stakingen politie leiden vaak tijdelijk tot meer criminaliteit - vooruitgang toxicologie leidde tot veel minder moord door vergiftiging - hogere boetes bij belastingsontduiking leiden tot minder ontduiking - US National Academy of Sciences: verband zeer waarschijnlijk.

60 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 4. STRAFRECHT MISDAAD EN ABORTUS Enorme daling misdrijven V.S. jaren ’90: - eigendomsmisdrijven: - 30 % - ‘homicides’ (doodslag): - 40 % Verschillende redenen werden gegeven: toename pakkans en strafmaat; indijking drugsepidemie jaren ’80 (uitleg); economische groei; preventieve maatregelen potentiële slachtoffers; nieuwe politie-strategieën Verklaringskracht van deze elementen twijfelachtig: economische groei 1983 zonder grote daling misdaadcijfers; nieuwe strategieën lokaal, maar misdaadcijfers namen af over heel de V.S.

61 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 4. STRAFRECHT MISDAAD EN ABORTUS Donohue en Levitt: 1973: US Supreme Court legaliseerde abortus. Empirisch feit: groot deel misdrijven door jongeren jaar Legaliseren: abortussen van per jaar naar 1.6 miljoen per jaar.  gevoelige daling +/- 18 jarigen tegen 1990 (empirisch vastgesteld) Enkele staten vroeger: terugval ook vroeger Daling van criminaliteit vooral in de groep en niet bij 30-plussers

62 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 5. STRAFPROCESRECHT 1. Inrichting strafrechtscolleges (politierechtbank, correctionele rechtbank, hof van beroep, hof van assisen) 2. Bevoegdheid van die colleges (bvb. Verkeersmijsdrijven, politieke misdrijven, misdaden etc.) 3. Procedure in strafzaken Bron: Wetboek van Strafvordering (1998: ‘wet Franchimont’)

63 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 5. STRAFPROCESRECHT Hof van Assisen: jury (schuldvragen) De jury bestaat uit 12 gezworenen en uit een of meer plaatsvervangende gezworenen. De gezworenen worden bij loting aangewezen. Zij moeten: - de Belgische nationaliteit hebben; - de burgerlijke en politieke rechten genieten; - tussen 30 en 60 jaar oud zijn; - kunnen lezen en schrijven; - in de provincie wonen waar het proces plaats heeft. Beslissing jury via schriftelijke en geheime stemming. 8 schuldig en 4 onschuldig  schuldig 6 tegen 6  onschuldig 7 schuldig en 5 onschuldig  hof (3 magistraten) kiest

64 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 5. STRAFPROCESRECHT Voorlopige hechtenis Nog voor veroordeling kan iemand in VH genomen worden= uitzondering op grondwettelijke vrijheidsrecht. Toepassing enkel strikt binnen de wettelijke voorwaarden. 35 à 40 % gevangenispopulatie in voorlopige hechtenis

65 (NATIONAAL) PUBLIEK RECHT: 5. STRAFPROCESRECHT Voorlopige hechtenis: voorwaarden

66 INDELINGEN VAN HET RECHT Nationaal recht Grensoverschrijdend recht Privaat Publiek Int.priv. Int.pub. recht recht recht recht

67 INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT (IPR) Duidt aan 1. welke nationale wetgeving van toepassing is op een rechtsverhouding met elementen van verschillende staten, 2. welke rechter bevoegd is, 3. In welke mate vreemde beslissingen en akten in België uitwerking krijgen Vb: huwelijk BELG/NED, koopcontract tussen twee Fransen in België etc. Hoe: adhv verwijzingsregels (conflictregels). Bevatten aanknopingspunten. De regeling is afkomstig van de nationale wetgever: elke staat heeft eigen IPR  problemen mogelijk. Bvb. welke rechtbank bevoegd?  Internationale verdragen uniformiseren Bron: Wetboek van internationaal privaatrecht (2004)

68 INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT Voorbeelden van verwijzingsregels:

69 INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT Voorbeelden van verwijzingsregels:

70 INTERNATIONAAL PUBLIEKRECHT (VOLKENRECHT) 1. Regelt de betrekkingen tussen staten onderling. 2. Regelt de betrekkingen tussen de staten en de internationale instellingen 3. Regelt de inrichting en de werking van internationale instellingen Voorbeelden: A. Niet-aanvalsverdrag Duitsland – SovietUnie 1939 (Molotov-von Ribbentrop Pact) Geheime protocollen: Duitsland kon zo Polen binnenvallen, SU o.a. Baltische Staten B. EU Verdrag

71 INTERNATIONAAL PUBLIEKRECHT (VOLKENRECHT) Traditioneel komt het volkenrecht tot stand via internationale verdragen afgesloten tussen twee of meerdere staten (bilateraal/multilateraal) Gedurende 20 ste eeuw: nationale staten staan deel soevereiniteit af aan internationale politieke instellingen: kunnen zelf rechtsregelen tot stand brengen. Bijvoorbeeld: Europese Unie (verordeningen)

72 INTERNATIONAAL PUBLIEKRECHT (VOLKENRECHT) Volkenrecht heeft zijn zuiver publiekrechtelijk karakter verloren: Voorbeeld: Europees recht: regelt ook privaatrechtelijke verhoudingen tussen onderdanen van de lidstaten.

73 LES 2: DE BRONNEN VAN HET RECHT/ GERECHTELIJKE INSTELLINGEN EN PROCEDURE (INLEIDING) 1. De bronnen van het recht 2. Gerechtelijke instellingen en procedures: basisbeginselen

74 DE BRONNEN VAN HET RECHT Wie kan rechtsregel produceren? De vormen waarin de rechtsnormen zich manifesteren = formele rechtsbronnen. 1. De wet (in de brede zin) 2. De rechtspraak 3. Het gewoonterecht 4. De algemene rechtsbeginselen

75 DE BRONNEN VAN HET RECHT: ALGEMENE PRINCIPES Ongeacht de vorm waarin ze zijn uitgedrukt: 1.Kenbaarheid van het recht 2.Hiërarchie van de formele rechtsbronnen 3.De werking in de tijd 4.De werking in de ruimte

76 1. De rechtsregels moeten kenbaar zijn Principe: iedereen wordt geacht de wet te kennen = iedereen wordt geacht het recht te kennen (volgt onrechtstreeks uit Grondwet). NEMO CENSETUR IGNORARI LEGEM Juridische fictie (zelfs beste jurist…) Waarom: anders bij overtreding norm: “niet op de hoogte” Recht moet op z’n minst kenbaar zijn  moet gepubliceerd worden in schriftelijke of digitale vorm. Deze voorwaarde is enkel voldaan voor de wet (in brede zin). Voor de andere bronnen is er geen publicatieverplichting. Bijvoorbeeld: groot deel rechtspraak wordt niet gepubliceerd. Toch: de rechtsonderhorige wordt geacht ze te kennen.

77 1. De rechtsregels moeten kenbaar zijn Kenbaar maken van DE WET: = overheidstaak. Zolang niet gepubliceerd  niet afdwingbaar Belangrijke rol voor Belgisch Staatsblad: sinds 2003 enkel via internet: In B.S.: wetten (in brede zin) van de verschillende parlementen en regeringen (federale, gemeenschaps en gewest) Gemeentelijke reglementen: via aanplakking (berichtenkastje bij gemeentehuis) Provinciale reglementen: bestuursmemoriaal

78 2. Hiërarchie van de formele rechtsbronnen Veel instellingen maken rechtsregels  mogelijkheid bestaat dat ze elkaar tegenspreken  welke norm moet nageleefd worden? Er bestaat een hiërarchie onder de verschillende bronnen én een hiërarchie binnen elke formele bron De mate van hiërarchische normering verschilt sterk van bron tot bron. Voorbeeld: wetgeving in brede zin: strakke hiërarchie. Lagere wet mag niet afwijken van een hogere. Zie verder. >< rechtspraak: geen echte hiërarchie. Indien vrederechter Hof van Cassatie tegenspreekt  enige mogelijke sanctie is in principe voorziening in cassatie. Voorbeeld Joyriding voor invoering wet jaren ’60.

79 3. DE WERKING IN DE TIJD In de regel: wetten treden in werking 10 dagen na publicatie in Belgisch Staatsblad (ook decreten, ordonnanties, KB’s, MB’s) Uitzonderingen in de wet zelf: - onmiddelijke inwerkingtreding op dag publicatie - inwerkingtreding vanaf bepaalde datum - inwerkingtreding vanaf verstrijken bepaalde termijn - inwerkingtreding vanaf publicatie uitvoeringsbesluit - inwerkingtreding vanaf reeds voorbije datum (“retro-actief”, zie verder) Provinciale normen: 8 dagen na publicatie in Bestuursmemoriaal Gemeentelijke normen: 5 dagen na aanplakking

80 3. De werking in de tijd Art. 2 B.W.: “de wet beschikt alleen over het toekomende; zij heeft geen terugwerkende kracht” = principe van niet-retroactiviteit. Gevolg: wanneer rechtbank geschil moet beslechten over rechtsfeit of rechtshandeling van enige tijd geleden, zal dit geschil in principe door de toenmalige regels moeten opgelost worden. Intussen kan rechtsnorm gewijzigd zijn, maar daarmee wordt geen rekening gehouden. Voorbeeld: koop-verkoop afgesloten op 1 januari Koper: koop niet geldig (dronkenschap). Regels die bestonden op 1 januari Niet: regels die later werden ingevoerd. Verbod van retro-activiteit staat in wet, niet in Grondwet  wet kan ervan afwijken. “wet van toepassing vanaf een reeds voorbije datum”. Voorbeeld: fiscale wet wordt soms toegepast op reeds verworven belastbare inkomsten. Strafrecht: art. 7 EVRM. Uitz.: mildere strafwet.

81 3. De werking in de tijd Probleem: situaties die doorlopen in de tijd. Voorbeelden: 1. Huwelijk in Nu nieuwe echtscheidingswet. Ook van toepassing op lopende huwelijken? 2. Nieuwe maximale intrestvoet op leningen. Van toepassing op lopende leningen? Eerste mogelijkheid: wet biedt overgangsbepalingen. Indien niet het geval: principes uit de rechtspraak: - principe = de onmiddelijke toepassingskracht: ook op situaties die reeds bestonden op ogenblik inwerkingtreding van de wet - alternatief: eerbiedigende werking: enkel voor nieuwe situaties

82 3. De werking in de tijd Rechtsnormen gelden dus in principe voor de toekomst. Normaal geen vervaldatum. 1. Expliciete opheffing 2. Stilzwijgende opheffing (latere >< wet). Recentste wet geldt. Oude wet is impliciet opgeheven. “Lex posterior derogat priori”. 3. Door hogere overheid 4. Door onbruik: voorbeelden: - oud art. 57 BW: kind moest getoond worden ABS

83 4. De werking in de ruimte In principe: Belgische federale wet geldt in België, gemeentelijk reglement binnen de gemeente etc. Wat als Belg zich naar het buitenland begeeft? Belgische wet niet van toepassing? Wat als vreemdeling België binnenkomt? Belgische wet van toepassing? Keuze tussen -territoriale toepassing: voor alle personen binnen territorium waarvoor de overheid, die de norm heeft uitgevaardigd, bevoegd is -personele toepassing: norm geldt voor de betrokken personen (Belgen), waar ze zich ook mogen bevinden Voorbeelden: - verkeersreglement: territoriale toepassing (meer algemeen strafwet, tenzij in wet) - recht om te huwen: personele toepassing

84 DE FORMELE RECHTSBRONNEN 1. De wet in de brede zin 2. De rechtspraak 3. Het gewoonterecht 4. De algemene rechtsbeginselen

85 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN (DE MATERIËLE WET) Materiële wetten = algemene gedragsvoorschriften uitgaande van een overheid. In ons recht: vele overheden: Europa, België, Vlaams Gewest, Provincie, … Elke overheid heeft organen van wetgevende en uitvoerende macht. Allemaal wetten in de materiële zin. Rechterlijke macht: geen algemene gedragsvoorschriften, beslist individuele geschillen  vaardigt geen materiële wetten uit. Formele wetten = akten van het Belgisch federaal parlement (bekrachtigd en afgekondigd door Koning en gepubliceerd in BS).  niet alle materiële wetten zijn formele wetten + niet alle formele wetten zijn materiële wetten (bvb. goedk. Verdr.)

86 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN (DE MATERIËLE WET) 1. Supranationale wetten 2. Grondwet 3. Bijzondere wetten 4. Formele wetten/ decreten/ ordonnanties 5. Koninklijke Besluiten, Besluiten Gem. en Gew. regeringen 6. Ministeriële Besluiten 7. Provinciale en gemeentelijke reglementen Kracht van een norm hangt af van de uitvaardigende overheid. Ene norm staat boven de andere. Lagere normen moeten in overeenstemming zijn met hogere normen  lagere normen kunnen geen hogere normen opheffen of wijzigen  lagere normen kunnen enkel hogere normen uitvoeren en verduidelijken SANCTIE?

87 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN (DE MATERIËLE WET) Onderscheid hiërarchie en probleem van materiële bevoegdheidsverdeling: Vlaams decreet >< Belgische wet. Materiële bevoegdheidsverdeling zal bepalen welke norm moet toegepast worden. Voorbeeld: onderwijs  gemeenschappen, behalve regeling begin en einde van de leerplicht, minimale voorwaarden inzake uitreiking diploma’s etc. Grondwettelijk Hof In wat volgt: bespreking van de materiële wetten in hiërarchische volgorde.

88 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 1. Supranationale wetten Internationalisering  steeds meer rechtsnormen op het supranationale niveau. Verdragen of normen van supranationale instellingen (duurzame verbanden tussen staten met een eigen rechtspersoonlijkheid, eigen doel en eigen middelen; ooit opgericht door verdrag, maar leiden nu eigen leven) A. Normen met rechtstreekse werking: de supranationale norm moet niet meer door de nationale overheid in een nationale wet worden omgezet vooraleer de rechtssubjecten zich op de supranationale norm kunnen beroepen. Verschil horizontale versus verticale rechtstreekse werking (V: min Euro werkloosheidsvergoeding; H: opzeggen overeenkomst minimumtermijn) B. Normen zonder rechtstreekse werking: verbinden enkel de contracterende staten of de staten die bij een instelling zijn aangesloten, zonder rechtstreeks de rechtssubjecten van die staten te raken. Moeten eerst omgezet worden in nationaal recht.

89 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 1. Supranationale wetten Wanneer rechtstreekse werking? Geen directe werking: Als er enkel rechten/plichten zijn voor de Staten, dan kunnen de rechts- onderhorigen zich daar niet op beroepen (Staten verbinden zich ertoe bepaalde aangelegenheden in hun nationale recht in te voeren) Indien wel rechten en plichten voor de rechtsonderhorige, dan directe werking indien aan twee voorwaarden is voldaan: Objectief criterium: De bepaling moet op zichzelf volstaan om toepasbaar te zijn = Duidelijke en juridisch volledige verdragsbepaling Subjectief criterium: Het moet de bedoeling zijn van de partijen (soms uitdrukkelijke voorzien/uitgesloten)

90 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 1. Supranationale wetten Voorbeelden normen met RW: Art. 6, 1 EVRM: Recht op een eerlijk proces: Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privé leven van procespartijen dit eisen of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden. Bosman-arrest: geldsom bij einde contract?>< vrij verkeer werknemers:

91 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 1. Supranationale wetten Voorbeelden normen met RW (vervolg): Voorbeeld EU: Raad van de Europese Unie/ Europese Commissie kunnen verordeningen maken: normen met algemene strekking en rechtstreekse toepassing die bindend zijn in al hun onderdelen.

92 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN A. Normen met rechtstreekse werking Moet niet in nationale wet zijn omgezet - Maar: Verdrag moet uiteraard wel eerst door het parlement worden goedgekeurd om bindend te zijn - Maar: Europese normen: moeten gepubliceerd zijn in het officiële publicatieblad van de Europese Unie Rechtstreeks werkende supranationale wetten staan helemaal bovenaan hiërarchie: indien >< met interne (Belgische, Vlaamse, provinciale, gemeentelijke) norm  enkel supranationale norm zal worden toegepast door Belgische rechter (arrest Le Ski Hof van Cassatie 1971)

93 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN B. Normen zonder rechtstreekse werking Verbinden enkel de staten die het verdrag sluiten of die aangesloten zijn bij de internationale instelling. Raken niet rechtstreeks de rechtssubjecten van de staten. Kunnen afkomstig zijn van verdrag en van instelling (zoals bij normen met RW) Voorbeeld: richtlijnen Europese Unie: lidstaten moeten een bepaald resultaat behalen, maar hebben keuze wat betreft de middelen  nationale wetgever moet eigen wetgeving wijzigen vooraleer rechtssubjecten er beroep op kunnen doen. Voorbeeld: access to justice (RBV – publieke rechtsbijstand)

94 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN B. Normen zonder rechtstreekse werking Uitzondering: richtlijn kan na verloop van tijd rechtstreekse werking krijgen. Termijn niet nageleefd  rechtssubject kan zich beroepen op richtlijn tegen nationale staat = verticale rechtstreekse werking. Burger mag niet slachtoffer worden van stilzitten overheid. Voorwaarde: bepaling onvoorwaardelijk en voldoende duidelijk Geen horizontale directe werking.

95 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 2. De Grondwet Van bovenstatelijk niveau naar het niveau van de staat België (Vlaanderen bvb. heeft geen Grondwet) Staatsstructuur en fundamentele rechten 7 februari 1831, vele wijzigingen: nieuwe grondrechten, democratisering, federalisering Wijziging: parlement duidt de artikels aan die voor wijziging in aanmerking komen, verkiezingen, aanwezigheidsquorum 2/3 en meerderheid van 2/3 van de stemmen Inhoud: zie vorige les

96 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 2. De Grondwet Wat bij tegenstrijdigheid Grondwet en supranationale wetten met directe werking ? Normaal: hiërarchie van de normen wordt in de Grondwet van de staat vastgelegd (essentiëel element van de staatsinrichting). België: enkel interne rechtsnormen, niet voor grensoverschrijdend recht 1. Rechtspraak: Hof van Cassatie, arrest Le Ski 1971: supranationale wetten met RW hebben voorrang op interne normen (geen zin om verdragen te sluiten etc. indien de staten zich niet moeten houden aan de bepalingen) 2. Wijziging GW: bijzondere meerderheid. Wet die verdrag goedkeurt: gewone meerderheid. Men zou de bijzondere meerderheidsvereiste zo kunnen omzeilen. Hof van Justitie: verordeningen hebben voorrang op Grondwet (Duitse zaak)

97 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 3. Bijzondere wetten/bijzondere decreten Houden het midden tussen de Grondwet en een gewone formele wet (zie hierna) Bijzonder: totstandkoming of wijziging vereist bijzondere meerderheden: per taalgroep een gewone meerderheid én twee derden in het geheel Regelen o.a. het Grondwettelijk Hof, de Brusselse instellingen en de financiering van de Gewesten en de Gemeenschappen Op niveau van de deelstaten: « bijzondere decreten »: tweederdemeerderheid nodig

98 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 4. Formele wetten/ decreten/ ordonnanties Formele wet wordt: - goedgekeurd door Belgisch federaal parlement (gewone meerderheid, minstens helft parlementsleden aanwezig) - gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad - Wordt in het Frans en in het Nederlands afgekondigd (sinds de Gelijkheidswet van 1898). Beide versies hebben dezelfde kracht of waarde. Decreten: - goedgekeurd door (gemeenschaps- of gewestelijk) parlement - gepubliceerd in Belgisch Staatsblad (authentieke versie in taal Gem of Gew, vertaling zonder kracht van wet in andere landstaal) Ordonnanties: equivalent van formele wetten en decreten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Formele wetten, decreten en ordonnanties staan op hetzelfde niveau. Alle drie even krachtig. Verschil: eerste voor hele Belgische staat, tweede en derde voor respectievelijke gemeenschappen of gewesten.

99 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 4. Formele wetten/ decreten/ ordonnanties

100 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 4. Formele wetten Toetsing van wetten, decreten aan de Grondwet: Hof van Cassatie: rechters kunnen geen wetten, decreten toetsen aan de Grondwet. Rechter mag nooit weigeren om wet toe te passen indien strijdig met de Grondwet. Redenering: door wet goed te keuren heeft wetgever uitgemaakt dat de wet in overeenstemming is met de Grondwet (scheiding der machten) 1983: Grondwettelijk Hof: mag wetten toetsen aan bepaalde Grondwetsartikelen. Binnen zes maanden na publicatie. Sanctie= nietigheid. Rechters kunnen prejudiciële vragen stellen aan het Grondwettelijk Hof  wet eventueel niet-toepasselijk. Voorbeeld: in Grondwet: vrijheid van vereniging. Tot jaren ’20: oprichten van een vakbond was misdrijf. Duidelijk in strijd met Grondwet. Toch werden veroordelingen uitgesproken. Wel: Grondwetsconforme interpretatie. Indien wet op twee manieren kan worden uitgelegd (één = GW en één >< GW)  dan in overeenstemming met GW interpreteren

101 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 5. Koninklijke besluiten en besluiten van de gemeenschaps- en gewestregeringen Van wetgevende naar uitvoerende macht Bevatten uitvoerende maatregelen die de wet uitwerken of verder preciseren. Voorbeeld: verhaalbaarheid proceskosten. K.B.’s: Worden gemaakt door de Belgische Regering, ondertekend door de Koning en tegengetekend door een minister. Publicatie in B.S. Besluiten gemeenschaps- en gewestregeringen: exact dezelfde kracht, betreffen gemeenschaps- en gewestmateries. Worden niet door de Koning ondertekend.

102 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 5. Koninklijke besluiten en besluiten van de gemeenschaps- en gewestregeringen

103 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 6. Ministeriële besluiten Eveneens uitvoeringsbesluiten, maar van nog lager niveau Gaan uit van één of enkele concrete ministers Zijn meestal de verdere uitwerking van een KB of een besluit van een gemeenschaps- of gewestregering Publicatie in B.S.

104 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN Concreet voorbeeld hiërarchie: Art. 170 en 171 G.W.: wetgevende macht moet jaarlijks stemmen over de belastingen, regels gelden slechts voor één jaar Elk jaar: formele wetten die de bedragen vastleggen Om effectief bedragen binnen te halen: ganse procedure van aanslag en inning  taak voor uitvoerende macht via KB’s Echt praktische details (welke standaardformulieren etc.): Minister van Financiën via MB’s

105 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN 7. Provinciale en gemeentelijke reglementen Kunnen regelen wat van provinciaal respectievelijk gemeentelijk belang is via reglementen (algemeen afdwingbare normen) Voorbeelden: reglementen over huisvuilophaling, over gebruik van gemeentelijke/provinciale infrastructuur, over lokaal verkeer… Moeten rekening houden met alle hogere normen Gemeente: Door gemeenteraad, burgemeester of college van burgemeester en schepenen. Bekendmaking: aanplakking in de gemeente. Provincie: Door provincieraad, soms deputatie of gouverneur. Bekendmaking: publicatie in Bestuursmemoriaal van de Provincie.

106 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN

107 Hiërarchie verordeningen (KB’s, MB’s, provinciale en gemeentelijke reglementen) aan de wet en de Grondwet: De uitvoerende macht (de federale, de regionale en de lokale) heeft een toegewezen bevoegdheid  moet de bevoegdheid uit de wet (decreet) putten en moet ermee in overeenstemming zijn. Rechter: buiten beschouwing laten

108 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN Verhouding gemeentelijke en provinciale reglementen: Gemeentelijke reglementen zijn ondergeschikt aan de provinciale reglementen Uitzondering: wanneer wet of decreet een bevoegdheid bij uitsluiting aan de gemeentelijke instellingen heeft toegekend

109 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN Omzendbrieven (circulaires) Geen bron van recht: mogen geen nieuwe regels invoeren. Vormen geen afdwingbare normen in hoofde van de rechtssubjecten Bevatten praktische administratieve richtlijnen van een minister aan de ambtenaren van zijn departement of van een ander bestuursorgaan aan de lagere besturen en ambtenaren Komen van pas bij de interpretatie van rechtsnormen: verschaffen duidelijkheid over de visie van de overheid, ihb wanneer overheid nog marge van discretionaire beslissingsmacht heeft (rechtszekerheid)

110 FORMELE RECHTSBRON 1: DE WET IN DE BREDE ZIN Omzendbrieven (circulaires)

111 WETGEVING: INTERPRETATIE 1. In principe door de rechter: - rechter is vrij, geen wettelijke richtlijnen (wel voor interpretatie van overeenkomsten). - voorbeeld 1: teleologische interpretatiemethode: kijken naar het doel van de norm. Welke sociaal-economische factoren leidden tot de invoering ervan? (o.a. parl.voorbereiding). Voorbeeld: art. 228 B.W. (oud): vrouw geen nieuw huwelijk minder dan 300 dagen na ontbinding vorig huwelijk (kroostverwarring). Rechtbank: bewijs niet-zwanger voldoende - voorbeeld 2: logische interpretatiemethode: bvb. a fortiori: mindere is verboden  meerdere ook (fiets) + meerdere mag  mindere ook (huis verkopen/verhuren) - interpretatie niet bindend, ook niet voor lagere rechter - wel controle door Cassatie: indien zij van oordeel is dat de wet verkeerd geïnterpreteerd wordt  wordt vaak gevolgd

112 WETGEVING: INTERPRETATIE 2. Soms door de wetgever zelf: “authentieke interpretatie”: - door instantie die de wet had uitgevaardigd - interpretatie is bindend: wordt geacht steeds die betekenis gehad te hebben

113 FORMELE RECHTSBRON 2: DE RECHTSPRAAK « Rechters passen enkel wet toe ». Correct? Zeer veel normen zeer algemeen geformuleerd of vaag  moet geconcretiseerd worden door de rechter  rechter bepaalt de concrete inhoud van de rechtsnorm (interpretatie) Voorbeeld: art B.W.: wie door fout schade veroorzaakt aan een ander, moet de schade betalen. Zeer vage bepaling. Wat is fout? Niet gedefinieerd. Zaak 1: bromfiets niet gesloten aan station. Dief veroorzaakt ongeval. Zaak 2: na operatie in ziekenhuis, in bed zonder opstaande randen. Patiënt valt.

114 FORMELE RECHTSBRON 2: DE RECHTSPRAAK Art. 6 Ger. W.: « De rechters mogen in de zaken die aan hun oordeel onderworpen zijn, geen uitspraak doen bij wege van algemene en als regel geldende beschikking ». In België: rechterlijke beslissing slechts bindende kracht voor de partijen bij het geschil betrokken. Voorbeeld zaak Brusselmans. Is de rechtspraak geen rechtsbron?

115 FORMELE RECHTSBRON 2: DE RECHTSPRAAK Art. 6 Ger.W.: - rechter niet gebonden door uitspraak andere rechter (1 uitzondering) - rechter mag niet gewoon verwijzen naar vorige rechtspraak, moet motiveren (zelfs niet naar cassatierechtspraak) Sluit imitatiewerking van vonnissen en arresten niet uit. Imitatiewerking sterk wegens hiërarchie in de rechtspraak. Wanneer dezelfde beslissingen worden genomen door diverse rechtscolleges, ontstaat « vaste rechtspraak ». Hier wordt niet snel van afgeweken door andere rechters. >< Angelsaksische landen: precedentenwerking: lagere RB moeten uitspraken HR volgen (verticale PW). Soms ook horizontale PW (hoven van beroep).

116 IS DE RECHTSLEER (DOCTRINE) EEN RECHTSBRON? Verschillende taken: - beschrijven en ordenen - kritisch, zoeken naar optimaal recht: sociologen (bvb. Galanter), rechtseconomen (bvb. Posner) … Geen formele bron. Beïnvloedt wel op onrechtstreekse wijze de rechtspraak en de wetgeving.

117 FORMELE RECHTSBRON 3: GEWOONTERECHT Historisch: gewoonte was de belangrijkste bron van recht. Rechtsnormen ontstonden spontaan, zonder uitdrukking door wetgever of rechter. Twee elementen: - herhaalde maatschappelijke gedraging - ervaring bij de naleving van deze regels rechtsnormen na te leven (verdient sanctionering) Voorbeeld Engeland (links rijden, voor wetgeving) Verschriftelijking van het recht, versteviging overheidsgreep op sociale leven  gewoonterecht zeer geringe betekenis

118 FORMELE RECHTSBRON 3: GEWOONTERECHT Verhouding wet-gewoonte: drie mogelijkheden: 1. Gewoonte volgens de wet: de gewoonte concretiseert de wettelijke regel. Voorbeeld: wet zegt ingebrekestelling is nodig. Gewoonte: een via De Post aangetekende zending is ingebrekestelling 2. Gewoonte die de wet aanvult: geen wettelijke regel  gewoonte kan lacune invullen. Bankrecht. 3. Gewoonte tegen de wet: gewoonte wordt aanvaard tegen de wet in. Zeer zeldzaam. Vooral wanneer wet totaal onaangepast is aan de geëvolueerde maatschappij. Voorbeeld: art. 77 B.W.: ambtenaar burgerlijke stand moet zich naar overledene begeven « om zich van het overlijden te gewissen ». Doet dit niet. Gewoonte is dat overlijdensattest wordt overhandigd. Akte van overlijden wordt niet aangevochten.

119 FORMELE RECHTSBRON 4: DE ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN Ongeschreven fundamentele principes die het recht sturen, zonder dat ze uitdrukkelijk in wetten worden uitgedrukt. Drukken een algemeen aanvaard rechtsgevoel uit en worden ontwikkeld door de rechtspraak en rechtsleer Soms is een wet er een toepassing van, maar het beginsel staat zelf niet in de wet Voorbeelden: (nergens neergeschreven) - verbod van eigenrichting - het zwijgrecht (the right to remain silent) - « bedrog maakt alles slecht »: wie op bedrieglijke wijze handelt kan niet meer de bescherming van het recht inroepen om de voor hem negatieve gevolgen van die handeling te beperken. Verhindert bvb. dat een dader van opzettelijke slagen en verwondingen zich zou beroepen op verdeling aansprakelijkheid wegens onzorgvuldigheid slachtoffer (gordel?)

120 FORMELE RECHTSBRON 4: DE ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN = Verbrekingsgrond voor Cassatie Je moet geen specifiek wetsartikel vermelden Voorbeeld: Onpartijdigheid van de rechter = ARB Eenzelfde magistraat kan niet in zelfde zaak optreden als OM en als rechter.

121 GERECHTELIJKE INSTELLINGEN/ PROCEDURE Vandaag: Algemene beginselen gerechtelijke instellingen en procedure. Volgende les: Gerechtelijke instellingen in detail, gerechtelijke functies en bewijs. Daaropvolgende les: Procedure in detail.

122 ALGEMEEN Juridische structuur België: drie pijlers: WETG M, UITV M, RECHT M Wetgevende macht en uitvoerende macht: politieke instellingen: brengen recht tot stand en passen dit toe Gerechtelijke instellingen: beslechten juridische conflicten a.d.h.v. het geldende recht. Creëren echter ook recht.

123 ALGEMENE BEGINSELEN VAN DE GERECHTELIJKE INSTELLINGEN 1. Eenheid van rechtspraak 2. Dubbele aanleg 3. Specialisatie van de rechtbanken 4. Territoriale organisatie van de rechtbanken

124 ALGEMENE BEGINSELEN GERECHTELIJKE INSTELLINGEN 1. Eenheid van de rechtspraak

125 ALGEMENE BEGINSELEN GERECHTELIJKE INSTELLINGEN 1. Eenheid van de rechtspraak Niet één rechtbank, maar vele Rechters interpreteren en passen toe. Wat indien grote verschillen van rechtbank tot rechtbank? Voorbeeld: opzeggen contract voetballer zonder vergoeding. Coherentie: Piramidale opbouw gerechtelijke organisatie: van laag naar hoog. Eerst bij lage rechtbanken. Hoger beroep bij kleiner aantal hogere rechtbanken. Cassatie (verbreking) door één gerechtshof.

126 ALGEMENE BEGINSELEN GERECHTELIJKE INSTELLINGEN 1. Eenheid van de rechtspraak Voorbeeld onenigheid in lagere rechtspraak: Voorbeeld 1: TUSSENKOMST CASSATIE: berouwvolle sollicitant. Kan hij opzegging betekenen nog voor de arbeidsovereenkomst is begonnen? Onenigheid lagere rechtspraak. Cassatie ’94: kan. Voorbeeld 2: TUSSENKOMST WETGEVER VOOR CASSATIEUITSPRAAK: Scholingsbeding: werkgever geeft opleiding op zijn kosten, werknemer moet daarna bepaalde periode blijven bij onderneming. Geldig? Tussenkomst wetgever: strikte voorwaarden. O.a. duur in functie van kosten scholing. Voorbeeld 3: TUSSENKOMST WETGEVER NA CASSATIEUITSPRAAK (NOG STEEDS ONENIGHEID): Het Hof van Cassatie heeft in het arrest van 2 september 2004 geoordeeld dat de kosten en erelonen van een advocaat en technische raadslieden van een slachtoffer van een contractuele fout als schade kunnen worden aangemerkt, op voorwaarde dat ze noodzakelijk waren voor de verdediging. De rechtbank van eerste aanleg en het hof van beroep van Luik (2) zijn van oordeel dat de verhaalbaarheid van de advocatenkosten ook mogelijk is bij buitencontractuele geschillen. Er geldt immers het principe van volledige schadeloosstelling. De politierechtbank van Hoei (3), de rechtbank van eerste aanleg van Brussel (4) en de Correctionele rechtbank van Hasselt (5) volgen dezelfde redenering. De correctionele rechtbank van Ieper (6) is het hiermee niet eens en interpreteert het arrest van het Hof van Cassatie strikt : het arrest is enkel te situeren op het niveau van contractuele wanprestatie Verplichting om Cassatie-rechtspraak te volgen?

127 ALGEMENE BEGINSELEN GERECHTELIJKE INSTELLINGEN 2. De dubbele aanleg principe: geschil kan een tweede maal volledig opnieuw behandeld worden voor andere rechtsmacht (FEITEN EN RECHT) Vergissingen, willekeur rechter mgl. Advocaat idem. V.S.: verkozen rechters: verschil verweerders andere Staat. Rechter Neely:

128 ALGEMENE BEGINSELEN GERECHTELIJKE INSTELLINGEN 2. De dubbele aanleg Uitzonderingen: beperkt. Minder belangrijke geschillen (fin. grenzen. Vrederechter: Euro, RbKh, RbEA: Euro) Terminologie: “eerste aanleg” (zaak voor eerste maal behandeld), “tweede aanleg” (zaak behandeld in hoger beroep), “in eerste en laatste aanleg” (zaak niet vatbaar voor hoger beroep). “Derde aanleg” bestaat niet! Cassatie: niet volledig opnieuw!

129 ALGEMENE BEGINSELEN GERECHTELIJKE INSTELLINGEN 3. Specialisatie van de rechtbanken Omvang en complexiteit wetgeving  gespecialiseerde rechtbanken of kamers Strafrecht, jeugdrecht, handelsrecht, sociaal recht, burgerlijk recht Soms nog onderverdeling. Bijvoorbeeld strafrecht: politierechtbank, correctionele rechtbank en assisenhof (ernst misdrijf)

130 ALGEMENE BEGINSELEN GERECHTELIJKE INSTELLINGEN 4. Territoriale organisatie van de rechtbanken Punt 3: “materiële bevoegdheid”: rechtbanken slechts bevoegd voor bepaald domein van het recht Ook: “territoriale bevoegdheid”: rechtbank slechts bevoegd voor bepaald grondgebied. Vijf niveaus. 1. België ingedeeld in gemeenten. Verschillende gemeenten vormen een gerechtelijk kanton. In sommige grote steden zijn er verschillende kantons. In elk kanton één vrederechter (187). 2. Gerechtelijk arrondissement bestaat uit verschillende kantons. 27 in totaal. Telkens politierechtbank, RbEA, Corr Rb, Jeugdrb, arbrb, rbkh en arr.rb.

131 ALGEMENE BEGINSELEN GERECHTELIJKE INSTELLINGEN 4. Territoriale organisatie van de rechtbanken 3. De provincies (10): assisenhoven. 4. Prov. A+L (Antw), O-vl. en W-Vl. (Gent), Brabant (Brus), Luik, Lux en Namen (Luik) en Henegouwen (Bergen). Hoven van Beroep en Arbeidshoven. 5. Gehele grondgebied (Hof van Cass.) Vijf niveaus, maar één zaak doorloopt niet alle niveaus!

132 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 1. Recht van verdediging 2. Openbaarheid rechtspraak 3. Beperkingen aantal processen en controle op kwaliteit vorderingen en verweer 4. Taak rechter/partijen 5. Schriftelijk karakter 6. Geen verplichte procesvertegenwoordiging 7. Gemeen procesrecht 8. Eenheid van rechtspleging

133 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 1. Tegenspraak/ recht van verdediging/ recht op een eerlijk proces Verschillende rechtsregelen hebben de bescherming van het recht van verdediging (= ALGEMEEN RECHTSBEGINSEL) tot doel: A. Minimumtermijnen voor dagvaarding, opstellen besluiten, verzet, hoger beroep, cassatie: verweerder heeft tijd nodig om advocaat te raadplegen, argumentatie op te bouwen. Voorbeeld: eerste aanleg: minstens 8 dagen tussen betekening dagvaarding en verschijning voor de rechtbank. B. Verweerder wordt op de hoogte gebracht via betekening door gerechtsdeurwaarder van: - dagvaarding - van het vonnis (verstekvonnis en vonnis op tegenspraak) - van het voornemen van de eiser om uitvoerend beslag te leggen op de goederen van de verweerder  Minstens drie betekeningen voor de eiser effectief zijn rechten kan laten gelden.

134 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 1. Tegenspraak/ recht van verdediging/ recht op een eerlijk proces C. Bescherming tegen willekeurige beslissingen van rechters of vergissingen van rechters: - in principe is elk vonnis vatbaar voor hoger beroep (uitzonderingen) - indien juridische fout is ook cassatieberoep mogelijk (ALTIJD, behalve vrijspraak Assisen) D. Overleggen van de bewijsstukken: niet enkel aan de rechter, ook aan elkaar. E. Verweerder heeft bij verstek ALTIJD de mogelijkheid om verzet aan te tekenen en de zaak integraal opnieuw te laten behandelen voor dezelfde rechter (zelfs indien verstek te kwader trouw was) F. De eiser moet de verweerder dagvaarden voor de ‘natuurlijke’ rechtbank van de verweerder (de woonplaats van de verweerder). >< Forum shopping

135 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 1. Tegenspraak/ recht van verdediging/ recht op een eerlijk proces G. Art. 6, 1 EVRM: Recht op een eerlijk proces: (directe werking) Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privé leven van procespartijen dit eisen of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.

136 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 1. Tegenspraak/ recht van verdediging/ recht op een eerlijk proces België reeds verschillende keren veroordeeld door Europees Hof voor de Rechten van de Mens wegens schending van dit grondrecht. Vaak actie wetgever. - partijen in burgerlijk geschil hebben nu ook recht om opmerkingen te formuleren op het advies van het OM (beperkt aantal gevallen). Partijen moeten kennis kunnen nemen en kunnen reageren op alle stukken van het dossier, ook al komen ze van een onafhankelijk magistraat. - Lelièvre (handlanger Dutroux) : 8 jaar in gevangenis voor proces. EHRM: te lang. Onderzoek duurde 6 jaar (kon nog gezien de complexiteit van de zaak), daarna nog 2 jaar tussen afsluiting onderzoek en proces: te lang

137 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 2. Openbaarheid van de rechtspraak Doel: bescherming van de partijen Zittingen én uitspraak vonnissen openbaar  controle door publiek, niet enkel door partijen  zorgvuldiger, correcter, gelijke behandeling Niet: vonnissen en arresten zelf (niet zomaar verkrijgbaar)

138 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 3. Beperking aantal processen en controle op kwaliteit van vorderingen en verweer A. Niet iedereen kan tegen om het even wie procederen: - eiser moet HOEDANIGHEID hebben: * De procespartij moet titularis zijn van de rechten waarover de betwisting loopt. Je moet de bevoegdheid hebben om het vorderingsrecht uit te oefenen. * voorbeeld geen hoedanigheid: vader in plaats van meerderjarige zoon.

139 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 3. Beperking aantal processen en controle op kwaliteit van vorderingen en verweer A. Niet iedereen kan tegen om het even wie procederen: - eiser moet BELANG hebben: * Eiser heeft baat bij de vordering (streeft materieel of moreel voordeel na) * Of kan er baat bij hebben: voorkoming schending van een toekomstig recht dat ernstig bedreigd is. Voorbeeld.

140 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 3. Beperking aantal processen en controle op kwaliteit van vorderingen en verweer A. Niet iedereen kan tegen om het even wie procederen: Rechtspraak: belang moet persoonlijk zijn en rechtstreeks de betrokkene aanbelangen (eigen subjectief recht aanvoeren). Verenigingen die slechts de belangen van het algemeen belang of van de collectieve belangen van hun leden tot doel hebben, voldoen hieraan niet.

141 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 3. Beperking aantal processen en controle op kwaliteit van vorderingen en verweer A. Niet iedereen kan tegen om het even wie procederen: Bepaalde consumenten- en milieuverenigingen (bvb. Algemeen doel: zuivere lucht) hebben echter van de wetgever een vorderingsbevoegdheid gekregen: meer specifiek tot staking van bepaalde onrechtmatige of schadeverwekkende praktijken

142 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 3. Beperking aantal processen en controle op kwaliteit van vorderingen en verweer B. Geen tergende en roekeloze vorderingen: Wel hoedanigheid en belang, maar vordering klaarblijkelijk ongegrond én ter kwader trouw ingesteld  afwijzing van de vordering én veroordeling tot schadevergoeding wegens ‘tergende en roekeloze vordering’. Enkel indien de verweerder een tegenvordering heeft ingesteld!

143 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 3. Beperking aantal processen en controle op kwaliteit van vorderingen en verweer B. Geen tergende en roekeloze vorderingen: Voorbeeld: GAIA organiseert protestactie tegen dierenpark in Terdonk (in en rond het park). Volgens GAIA: onveilig/onhygiënisch en dekmantel voor verhandeling van dieren. Uitbaters stellen vordering in tegen GAIA: eisen schadevergoeding Euro en betogingsverbod. Schending eer en goede naam. Vorige actie zou miskraam veroorzaakt hebben Bengaalse tijgerin. GAIA stelt tegenvordering in wegens tergend en roekeloos geding. Rechtbank Eerste Aanleg Gent: wijst vordering af én veroordeelden uitbaters wegens tergend en roekeloos geding. Wantoestanden moeten aan de kaak kunnen worden gesteld, door pers en actiegroepen. De geuitte kritiek kwam overeen met de waarheid. GAIA- rapport was wetenschappelijk gefundeerd, videobeelden bevestigden wat GAIA stelde. Ze hadden moeten weten dat een vordering tegen GAIA geen kans op slagen had (roekeloos) en de uitbaters wilden met hun vordering enkel ongeoorloofde druk uitoefenen (tergend/kwaadwillig). En niet bewezen dat miskraam werd veroorzaakt door de acties.

144 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 3. Beperking aantal processen en controle op kwaliteit van vorderingen en verweer C. Ook het verweer mag niet willekeurig zijn: - Nietigheden: wat als proceshandelingen onregelmatigheden vertonen. In bepaalde gevallen kan de rechter nietigheden uitspreken. - Voorbeelden onregelmatigheden: verzoekschrift ipv dagvaarding, foute naam in dagvaarding, niet respecteren van termijn oproeping etc.

145 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 3. Beperking aantal processen en controle op kwaliteit van vorderingen en verweer C. Ook het verweer mag niet willekeurig zijn: -Nietigheid van een proceshandeling kan enkel ingeroepen worden wanneer een wettekst uitdrukkelijk stelt dat het niet voldoen van de wettelijke vereisten met nietigheid wordt gesanctioneerd (“geen nietigheid zonder wettekst”: minder formalisme en vertragingen). Voorheen: rechter besliste naar eigen goeddunken om de nietigheidssanctie wegens vormelijke onregelmatigheden toe te passen. Op het principe van “geen nietigheid zonder wettekst bestaat geen uitzondering) - Degene die de nietigheid opwerpt moet aantonen dat het verzuim of de onregelmatigheid zijn belangen schaadt (‘geen nietigheid zonder belangenschade’). Voorbeeld: vermelding van onjuiste woonplaats in de dagvaarding. Je moet belangenschade aantonen, anders geen nietigheid. Hier wel uitzondering: geldt enkel voor de relatieve nietigheden, niet voor de absolute nietigheden. Voorbeeld: termijnen op straffe van nietigheid. Hier geen vereiste van belangenschade (rechter moet absolute nietigheden zelfs ambtshalve opwerpen) - Meeste nietigheden moeten bij het begin van de procedure worden opgeworpen voor elk ander verweermiddel (anders wordt je geacht stilzwijgend afstand te hebben gedaan om je erop te beroepen). Onmiddellijk na de bewuste onregelmatige proceshandeling. Dit geldt voor de relatieve nietigheden. Voorbeeld: onregelmatigheid in de vermelding van de naam van de bestemmeling van een exploot

146 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 3. Beperking aantal processen en controle op kwaliteit van vorderingen en verweer C. Ook het verweer mag niet willekeurig zijn: Sommige vormen van willekeurig verweer kunnen bestraft worden als MISBRUIK VAN (PROCES)RECHT Voorbeeld: voor 2007: Tijdens echtscheidingsprocedure: onderhoudsgeld in functie van het inkomen. Schuldvraag speelt geen rol. Na echtscheiding: enkel de onschuldige echtgenoot kon onderhoudsgelden genieten Tactiek: hoger beroep instellen enkel om langer onderhoudsgeld van de gewezen partner te kunnen ontvangen. Geen enkele ernstige grond om hoger beroep in te stellen tegen vonnis  rechtspraak: dit is rechtsmisbruik

147 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 3. Beperking aantal processen en controle op kwaliteit van vorderingen en verweer C. Ook het verweer mag niet willekeurig zijn: Rechtsmisbruik = gebruik van een recht dat je volgens de letter van de wet hebt, maar je gebruikt het: - uitsluitend om een derde schade te berokkenen - in strijd met het doel van het recht - zonder enig persoonlijk belang - … Samenvattend: onevenwicht tussen voordeel titularis van het recht uit de uitoefening en nadeel voor derden. Gevolg: rechter wijst uitoefening recht af (voorbeeld huis 1 cm) of kent benadeelde schadevergoeding toe

148 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 3. Beperking aantal processen en controle op kwaliteit van vorderingen en verweer C. Ook het verweer mag niet willekeurig zijn: Sinds 1993: rechter HB kan boete opleggen (tot Euro) aan iedereen die op tergend en roekeloze wijze hoger beroep aantekent. Boete is voor de staat, niet voor de partij Partij kan wel nog schadevergoeding eisen

149 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 4. Taak van de rechter/partijen (accusatoir karakter) Rechter heeft grotendeels een passieve rol (accusatoir karakter >< inquisitoriaal karakter): - enkel zaken die bij hem aanhangig zijn gemaakt (kan niet op eigen initiatief) - kan geen partijen die niet in het geding betrokken zijn, in de zaak roepen - kan enkel toekennen wat een partij gevraagd heeft (niets anders, niets meer) - partijen hebben de leiding over het bewijs - partij beslist over de tenuitvoerlegging van het vonnis

150 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 4. Taak van de rechter/partijen (accusatoir karakter) Uitzonderingen: - derden of partijen bevelen om bewijsstukken over te leggen. Vergelijk US discovery, vb Ford Pinto - sommige familiezaken: rechter kan OM vragen inlichtingen in te winnen - rechtshandeling nietig-openbare orde: rechter moet nietigheid ambtshalve opwerpen - ondervraging: vragen door rechter

151 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 4. Taak van de rechter/partijen (accusatoir karakter) Wet 26 april 2007: gerechtelijke achterstand, rechter meer actieve rol bij instaatstelling zaak (leg uit) Rechter is verplicht om vonnis te vellen. Nooit reden om te weigeren (stilzwijgen, onvolledigheid, onduidelijkheid wet)

152 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 5. Schriftelijk karakter Principe: rechter kan geen uitspraak doen indien partijen niet vooraf hun stellingen schriftelijk hebben geformuleerd (via conclusies). Rechter moet geen rekening houden met hetgeen mondeling werd gezegd tijdens pleidooi (bvb. extra argument) Uitzonderingen: mogelijkheid niet-schriftelijke rechtspleging (wegwerking gerechtelijke achterstand)

153 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 6. Geen verplichte procesvertegenwoordiging Tot 1967 (gerechtelijke hervorming) : enkel via pleitbezorger Nu: iedereen kan zelf voor de rechtbank verschijnen en zaak behandelen Uitz: minderjarigen voor jeugdrb, hof van assisen (beschuldigde), HvCass (soc en burg kamer) Niet zelf  advocaat verplicht. Uitzonderingen. O.a. Arbeidsrechtbank: vertegenwoordiger syndicaat

154 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 6. Geen verplichte procesvertegenwoordiging

155 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT

156 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 7. Gemeen procesrecht Verschillende soorten procesrecht: administratief, straf, tucht, burgerlijk Ger.W.: burgerlijk procesrecht (burgerlijk recht, handelsrecht, sociaal recht) Art. 2 Ger.W.: van toepassing op alle rechtsplegingen, behoudens andere wetsbepaling of rechtsbeginselen waarvan toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepalingen van het wetboek  Ger.W. is het “gemeen procesrecht”

157 ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET PROCESRECHT 8. Eenheid van rechtspleging In principe: alle procedures identiek (ongeacht rechter, omvang etc.)  voordelen=duidelijkheid, rechtszekerheid. Nadelen: te zware procedure voor kleinere geschillen Vgl. Engeland tracks Cassatie: aparte procedure (advocaat bij Hof van Cassatie)


Download ppt "ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET RECHT - Jef De Mot - Les vandaag: wat is recht, indelingen recht en voornaamste rechtstakken Praktische informatie: Wanneer."

Verwante presentaties


Ads door Google