De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hulpwerkwoorden can must may etc. Van de werkwoorden can must may ontbreken een paar onderdelen. Hele wwtegenw.tijdverl.tijdvolt dw. will..have… To gogo/goeswentgone.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hulpwerkwoorden can must may etc. Van de werkwoorden can must may ontbreken een paar onderdelen. Hele wwtegenw.tijdverl.tijdvolt dw. will..have… To gogo/goeswentgone."— Transcript van de presentatie:

1 Hulpwerkwoorden can must may etc. Van de werkwoorden can must may ontbreken een paar onderdelen. Hele wwtegenw.tijdverl.tijdvolt dw. will..have… To gogo/goeswentgone xcancouldx xmayxx xmustxx Hij zal mogen komen. He will may come

2 Als je niet kunt zeggen… He will may come. He has could come. Hoe zeg je dan ‘Hij zal mogen komen’??? Oplossing je gebruikt een ander ww. met dezelfde betekenis: can ≈ be able to may ≈ be allowed to must ≈ have to

3 Hele wwtegenw.tijdverl.tijdvolt dw. will..have… To gogo/goeswentgone xcancouldx be ableam/is/are a.was/were a. been a. xmustxx have tohas/have tohad tohad to

4 Onthouden: can ≈ be able to may ≈ be allowed to must ≈ have to Omdat ‘be’ en ‘have’ alle vormen hebben kun je de werkwoorden rechts overal gebruiken: Ik zal mogen gaan. I will may go. I will be allowed to go.

5 Onthouden: can ≈ be able to may ≈ be allowed to must ≈ have to Omdat ‘be’ en ‘have’ alle vormen hebben kun je de werkwoorden rechts overal gebruiken: Ik heb haar niet kunnen ontmoeten. I have not could meet her. I have not been able to meet her.

6 Onthouden : can ≈ be able to may ≈ be allowed to must ≈ have to Omdat ‘be’ en ‘have’ alle vormen hebben kun je de werkwoorden rechts overal gebruiken: Zij hebben naar school moeten lopen. They have must walk to school. They have had to walk to school.

7 Aantekening: can ≈ be able to may ≈ be allowed to must ≈ have to Omdat ‘be’ en ‘have’ alle vormen hebben kun je de werkwoorden rechts overal gebruiken: Hij kon niet komen. He could not come. He wasn’t able to come. (beide mogelijk dus)

8 Aantekening: can ≈ be able to may ≈ be allowed to must ≈ have to Omdat ‘be’ en ‘have’ alle vormen hebben kun je de werkwoorden rechts overal gebruiken: Zullen we moeten nablijven? Will we must stay behind? Will we have to stay behind?

9 Onthouden : can ≈ be able to may ≈ be allowed to must ≈ have to Omdat ‘be’ en ‘have’ alle vormen hebben kun je de werkwoorden rechts overal gebruiken: Mag hij studeren in Cambridge? May he study in Cambridge? Is he allowed to study in Cambridge?

10 Vertaal de ww.: She may be right. She might/could be right. Could you open the door? I could buy it if I wanted to.. may = vaak ‘misschien‘ might / could = vaak ‘heel misschien' Could = vaak ‘zou kunnen'

11 Vertaal de ww.: He should help her. / He ought to help her. He should have helped her. You must not [=mustn't] go He should have helped us should / ought to = moet eigenlijk. Should have = had eigenlijk moeten must not = ‘ik verbied het‘ should have = hàd eigenlijk moeten (idem)

12 Vertaal de ww.: You might/could have helped the old lady cross the street!! You don't have to do it. You don't need to do it. He must/may have helped them yesterday. might/could have drukt vaak een verwijt uit (verdorie!) not have to/not need to = niet hoeven must/may + have verwijst naar het verleden

13 Vertaal de ww.: They must be twins, they look so much alike. When he was younger he could swim fast He was able to swim fast yesterday. must bij een logische conclusie: ‘het moet wel zo zijn’. Verschil: could => bij algemene waarheden was able to => bij specifieke gebeurtenis

14 Vertaal: 1 Wij zullen moeten blijven. 2 Wij konden het huiswerk niet maken. 3 We zullen morgen vroeg moeten vertrekken. 4 Hij moet z'n huiswerk beter maken. 5 Hij zou kunnen vliegen. 6 Hij heeft me kunnen helpen. 7 Ze heeft ons een brief moeten schrijven. 8 Ik moest je schrijven. 9 Een piloot moet niet in paniek raken. 10 Zou je me even kunnen helpen?

15 Vertaal: 7 Ze heeft ons een brief moeten schrijven. 8 Ik moest je schrijven. 9 Een piloot moet niet in paniek raken. 10 Zou je me even kunnen helpen? 11 Ik zou haar kunnen vragen te komen maar ze is te druk. 12Misschien wordt hij piloot. 13 Ik heb ook niet kunnen komen. 14 Hij heeft haar kunnen opereren. 15 Mag je morgen in zijn auto rijden? -Nee, dat mocht ik alleen vorige week.

16 Vertaal: 12Misschien wordt hij piloot. 13 Ik heb ook niet kunnen komen. 14 Hij heeft haar kunnen opereren. 15 Mag je morgen in zijn auto rijden? -Nee, dat mocht ik alleen vorige week. 16 Leerlingen mogen de school niet binnengaan voor de bel[dat is verboden]!! 17 Zou u de deur even kunnen openen? 18 Misschien heeft hij hulp gehad 19 Ze moeten wel een hekel aan haar hebben.

17 Vertaal: 17 Zou u de deur even kunnen openen? 18 Misschien heeft hij hulp gehad 19 Ze moeten wel een hekel aan haar hebben. 20 Ze moet hebben bemerkt [to notice] dat ik haast had. 21 Heel misschien heb ik een voldoende [=a sufficient mark]. 22 Hij had mij dat weleens kunnen vertellen!!! 23 Jasper moet wel hard gestudeerd hebben, hij wist alles. ©BtB


Download ppt "Hulpwerkwoorden can must may etc. Van de werkwoorden can must may ontbreken een paar onderdelen. Hele wwtegenw.tijdverl.tijdvolt dw. will..have… To gogo/goeswentgone."

Verwante presentaties


Ads door Google