De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Vragend en Ontkennend maken Met en zonder hulpwerkwoord.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Vragend en Ontkennend maken Met en zonder hulpwerkwoord."— Transcript van de presentatie:

1 Vragend en Ontkennend maken Met en zonder hulpwerkwoord

2 Vragend maken •In een vraag staat altijd een hulpwerkwoord voorop. het hele werkwoord. •Als je geen hulpwerkwoord hebt gebruik je do/does/did en het hele werkwoord. •Bij het werkwoord ´to be´(am, is, are, was, were) krijg je nooit do/does/did.

3 Hulpwerkwoorden zijn •can/could •shall/should •will/would •may/might •have/has/had •do/does/did •am/is/are, •was/were •must

4 Zinnen met hulpwerkwoord Is John running home? Can Karen play the piano? Have they got two cars? •John is running home. •Karen can play the piano. •They have got two cars.

5 Zinnen zonder hulpwerkwoord •You work very hard. •Jane goes to school by bike. •They talked about the new movie. Do you work very hard? Does Jane go to school by bike? Did they talk about the new movie?

6 Zinnen met en zonder •John leaves at eight o’clock. •My mother can speak French. •We have got the best school. •Susan worked at the supermarket. Does John leave at eight o’clock? Can my mother speak French? Have we (you) got the best school? Did Susan work at the supermarket?

7 Ontkennend maken •In een ontkennende zin zet je not achter het hulpwerkwoord. •Als je geen hulpwerkwoord hebt gebruik je do/does/did en het hele werkwoord. •Bij het werkwoord ´to be´(am, is, are, was, were) krijg je nooit do/does/did.

8 Zinnen met hulpwerkwoord •My brother will send me a card. •George should go home now. •Sarah was wearing a new skirt. My brother will not (won’t) send me a card. George shouldn’t go home now. Sarah wasn’t wearing a new skirt.

9 Zinnen zonder hulpwerkwoord •You learn maths and geography. •His father teaches English. •The children went home early. You don’t learn maths and geography. His father doesn’t teach English. The children didn’t go home early.

10 Zinnen met en zonder •Charles loves Camilla. •Diana was a beautiful woman. •Harry has been to Australia. •I would buy a Ferrari. Charles doesn’t love Camilla. Diana wasn’t a beautiful woman. Harry hasn’t been to Australia. I wouldn’t buy a Ferrari.


Download ppt "Vragend en Ontkennend maken Met en zonder hulpwerkwoord."

Verwante presentaties


Ads door Google