De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Basiscursus GIB College 1 dr. R. van der Maar Jan.Boekestijn/personal/ r.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Basiscursus GIB College 1 dr. R. van der Maar Jan.Boekestijn/personal/ r."— Transcript van de presentatie:

1 Basiscursus GIB College 1 dr. R. van der Maar Jan.Boekestijn/personal/ r

2 Inhoud college 1 1. Afbakening van het vak GIB, LIB, Volkenrecht 2. Structuren versus intenties 3. Realisme versus idealisme 4. Weense systeem Krimoorlog maakt einde Weense systeem

3 Deel 1 Afbakening GIB, LIB en Volkenrecht

4 Afbakening Volkenrecht, LIB en GIB F Volkenrecht = interpreteren/formuleren van internationale rechtsregels F LIB = Leer der Internationale betrekkingen, theorieen over gedrag staten F GIB = Geschiedenis van de Internationale betrekkingen = diplomatieke geschiedenis (intentie staatsman) en internationale geschiedenis (structuur)

5 Verschil normatieve en het empirische F Empirie: bestudering van het zijn F normativiteit/ethiek: bestudering van het moet zijn F Volkenrecht is normatief: staten moeten zich houden aan internationaal recht F GIB en LIB zijn empirisch: willen het gedrag van staten en de ontwikkeling van het statensysteem beschrijven en verklaren

6 GIB F diplomatieke geschiedenis en internationale geschiedenis F diplomatieke geschiedenis gaat uit van individu F internationale geschiedenis gaat uit van statensysteem F beide zien wisselwerking individu – structuur

7 Diplomatieke geschiedenis F Vaak intentioneel F bestudering van de internationale politieke betrekkingen tussen staten F totstandkoming allianties F archiefonderzoek : reconstructie idee en handelingen van staatslieden F 19e eeuwse wortels, ontstaan WO I

8 Problemen met intentionele diplomatieke geschiedenis F overschat rol staatsman F veronachtzaamt de motoren van historische verandering: economische en sociale factoren F archiefonderzoek levert alleen de perceptie van staatsman op: hoeft niet samen te vallen met de werkelijkheid

9 Internationale geschiedenis F niet alleen diplomatieke betrekkingen, ook oog voor structuur F Invloed staatkundige vorm F rol media, publieke opinie, F relatie binnenlands en buitenlands beleid, F rol ideologie F Structuur staten systeem: bipolair/multipolair

10 Problemen met structurele verklaring F Geschiedenis is open F mensen zijn geen marionet van historische wet maar kunnen omgeving ook veranderen

11 Structuur en intentie zijn met elkaar getrouwd F Elke intelligente staatsman weet dat zijn handelingsmogelijkheden beperkt worden door structurele factoren F Intenties van een staatsman blijven relevant, hij/zij kan structuren wijzigen

12 Deel II Structuren versus intenties

13 Structuren en intenties F Bestudering van menselijk gedrag: op twee wijzen: F 1. Individu met zijn intenties centraal F 2. internationale structuren centraal: gedrag van individu wordt bepaald door het internationale systeem

14 Wat is een structuur F verandering in een bepaald onderdeel van het systeem leidt tot veranderingen in andere onderdelen van dat systeem F voorbeeld: een wekker

15 Interne structuur van een staat F hoe machtig is de staat F hoe groot de bevolking F beschikbare hulpbronnen, economische kracht F geografische ligging F organisatie politieke besluitvorming F aanpassingsvermogen, verwerking info externe structuur

16 Externe structuur van de staat F machtsverdeling tussen staten F mate van stabiliteit statensysteem F positie in de internationale arbeidsverdeling F stand wapentechnologie F opvattingen over hoe buitenlandse politiek bedreven moet worden en hoe de staat zich het beste kan handhaven

17 Voorbeelden structurele en intentionele verklaring F intentionele verklaring van de Duitse buitenlandse politiek na 1890: Wilhelm II was uit op expansie F structurele verklaring: de economische en demografische groei van Duitsland leidde tot oorlog

18 Realisme versus idealisme Theodore Roosevelt versus Woodrow Wilson

19 realisme versus idealisme F Wilsoniaanse traditie = idealisme (Wilson president ) F Theodore Roosevelt ( president, dus niet F.D. Roosevelt ) = realisme F Verschillen: realist heeft pessimistische kijk op menselijke natuur F Idealist een optimistische kijk F Realist: doel heiligt de middelen, machtsevenwicht, a- moreel F Idealist: doel en middelen zijn heilig, moralistisch, principes

20 Het Concert van Europa

21

22 Hoe verkrijgt men stabiliteit F twee manieren om machtsuitoefening te beheersen: dus stabiliteit verkrijgen F 1. bloedige wijze: let them fight into equilibrium, einde oorlog F 2. bloedverlies voorkomen door creëren van fysieke machtsevenwicht en legitimiteit (morele machtsevenwicht)

23 Franse grenzen 1792, dus voor revolutionaire oorlogen

24 1812 Napoleon hoogtepunt van zijn macht

25 Congres van Wenen 1815

26 Territoriale verdeling: F Frankrijk behoudt grenzen van 1792 (dus behoudt Elzas Lotharingen, niet Savoye en België), restauratie Bourbons F Koninkrijk der Verenigde Nederlanden (plus Belgie) F Zweden in personele unie met Noorwegen F Koninkrijk Sardinie-Piedmont vergroot met Savoye F GB in personele unie met koninkrijk Hannover, behoudt Malta, Ceylon, Kaapkolonie en Helgoland F Rusland verwerft Congres Polen F Oostenrijk afstand Oostenrijkse NL, krijgt Toscane, Milaan en Venetie, krijgt klein deel Polen F Pruisen stemt toe in 2/5 Saksen, deel Polen en wordt schadeloos gesteld met Rijnprovincie en Westfalen. F Rest van Saksen is van Saksische Koning

27 Waarom was dit fysiek machtsevenwicht? F buffers tegen Frankrijk F voorkomt Frans revanchisme door mildheid, Frankrijk grenzen 1792, Parijs neemt vanaf 1818 deel aan Congres F Duitse Bond: niet te zwak en niet te sterk F Britten kregen met strategische toegangspoorten hun eeuw van wereld- leiderschap , ver-deel een heers politiek Continent

28 Duitse Bond F Duitsland was te zwak geweest om de Europese vrede te redden, Franse expansie F Duitse eenwording is te sterk F oplossing Duitse Bond: F 1. voorkomen Duitse eenheid F 2. bescherming Duitse prinsen/vorsten F 3. voorkomen Franse agressie

29 Fysiek machtsevenwicht problematisch F collectieve veiligheid = veiligheid van de 1 is de veiligheid van ons allen F problematisch: F 1. de belangen van de lidstaten zijn niet uniform F 2. gemakkelijker consensus over inactie dan over actie F 3. bij elkaar blijven op basis van ambivalentie of de machtigste lidstaat stapt op F er is dus meer nodig dan fysiek machtsevenwicht

30 Daarom is het morele machtsevenwicht zo belangrijk F ironie: Wenen zo beroemd om zijn fysieke machtsevenwicht, was zo succesvol vanwege het moreel machtsevenwicht F Naast Quadruple Alliantie: Heilige Alliantie. Cruciale rol van Von Metternich, Minister van Buitenlandse Zaken Oostenrijk

31 Von Metternich

32 Metternich gevangen tussen Tsaar Alexander I en Castlereagh, zowel Oostenrijk als VK willen Pruisen/Rusland < maar VK wil geen Heilige Alliantie

33 Weense systeem F Metternich slaagt er drie decennia in om de Tsaar af te houden van avonturen Balkan F Metternich lost revoluties in Napels (1820) en Griekenland (1821) Spanje (1823), op zonder Russische interventie op de Balkan

34 Ordening van het Weense systeem F Metternich slaagde erin om zowel Rusland als Pruisen in toom te houden F D.m.v. Heilige Alliantie F Krimoorlog (Oostenrijk kiest tegen Rusland) bevrijdt zowel Rusland als Pruisen van de Oostenrijkse matigende invloed

35 De Krimoorlog

36 Krim oorlog , 1853

37 Oorzaken Krimoorlog F Rusland: Nicolaas droomt van bezit Constantinopel en de zeestraten F Frankrijk: Napoleon III wil einde aan Frans isolement en heilige alliantie < door Rusland te verzwakken F Engeland: Palmerston zoekt voorwendsel om Russische expansie naar Zuiden in te dammen F Rusland tegenover Turkije plus VK en Frankrijk

38 Verloop Krimoorlog F Napoleon III claimt jurisdictie over de bescherming van de christenen F Rusland claimt ook de protectie christenen in Ottomaanse rijk F 1853 Rusland bezet Moldavië en Wallachije F Napoleon III moedigt de Turken aan om de Russische claims naast zich neer te leggen F 1853 oorlog tussen Rusland en Turkije F 1854 Turkije krijgt steun van Frankrijk en VK en van het kleine Sardinië (wil Italiaanse eenheid)

39 Wat doet Oostenrijk? F Frankrijk koos tegen Rusland. Indien Oostenrijk Rusland steunt dan zal Frankrijk de Italiaanse bezittingen van Oostenrijk aanvallen F Rusland is in oorlog met Frankrijk. Indien Oostenrijk voor Frankrijk kiest dan zou Russische expansie in Balkan de Slavische onrust in Oostenrijk-Hongarije > F Oostenrijk kiest voor Frankrijk en dus tegen Rusland

40 Situatie voor de Krimoorlog, 1853

41 1854 maart, Rusland bezet Moldavië en Wallachije (tezamen het latere Roemenië

42 1855 landing Fransen en Engelsen

43 Einde Krimoorlog 1856

44 Betekenis van de Krimoorlog: eind van het Weense systeem F Oostenrijkse keuze voor Frankrijk en dus tegen Rusland grote gevolgen: F opgeven van de conservatieve eenheid bevrijdde Rusland van morele zelfbeperking F Oostenrijkse keuze voor Frankrijk en Engeland bevrijdde ook Pruisen F Verzwakte zowel Rusland als Oostenrijk, de twee machten die het meest gebaat waren bij het Weense systeem van 1815 F Dus einde van het Weense systeem

45 Conclusie: de toekomst is donker F binnen 5 jaar na krimoorlog gooiden de Italiaanse nationalisten gesteund door Frankrijk, Oostenrijk uit Italië, Oostenrijk ontbeert Russische steun F binnen 10 jaar verslaat Bismarck Oostenrijk in een oorlog over de dominantie in Duitsland. Rusland en Frankrijk hielden zich koest F ging nu alleen nog maar pure machtspolitiek

46 Volgende college F Twee revolutionairen die voorgoed een einde maken aan het systeem van morele zelbperking van Metternich: F Napoleon III F Bismarck


Download ppt "Basiscursus GIB College 1 dr. R. van der Maar Jan.Boekestijn/personal/ r."

Verwante presentaties


Ads door Google