De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Culturele Evolutie en Universeel Darwinisme Andreas De Block (Hoger Instituut voor Wijsbegeerte) (Emeritiforum, 28 oktober 2009)

Verwante presentaties


Presentatie over: "Culturele Evolutie en Universeel Darwinisme Andreas De Block (Hoger Instituut voor Wijsbegeerte) (Emeritiforum, 28 oktober 2009)"— Transcript van de presentatie:

1 Culturele Evolutie en Universeel Darwinisme Andreas De Block (Hoger Instituut voor Wijsbegeerte) (Emeritiforum, 28 oktober 2009)

2 Overzicht I. Cultuur en evolutie. II. Snelle culturele evolutie en trage biologische evolutie. III. Drie manieren om culturele evolutie te ‘darwiniseren’. IV. Conclusie: profeten of gekken? Culturele evolutie en universeel darwinisme

3 I. Cultuur en evolutie Culturele evolutie en universeel darwinisme

4 Impact van de mens op organische evolutie.  Evidente impact van menselijke lichaam op biologische evolutie van ander organismen.  Hoofdluis/Pediculus humanus  Schaamluis/Phthirus pubis  Onderzoek naar evolutie van schaamluis → Homo sapiens al 3,3 miljoen jaar ‘nudist’ (dus lang voor we savanne-bewoners werden)  Evidente impact van menselijke cultuur op andere organismen.  Lichaamsluis/Pediculus humanus corporis leeft in kleren  Homo sapiens draagt al minstens jaar geweven kleding.  Artificiële selectie  ‘Fishing induced evolution’ Culturele evolutie en universeel darwinisme

5 Impact van menselijke cultuur op menselijke biologische evolutie.  Gene-culture co-evolution (Cavalli-Sforza & Feldman, Durham, Boyd & Richerson, Wilson & Lumsden)  Co-evolutie is bekend fenomeen in biologische evolutie  Hoofdluis en mens  Bladluizen en mieren  Voorbeelden:  Lactose-tolerantie en landbouw (melken)  Sikkelcel-anemie/malaria-resistentie door verbouwen van Yam.  Toondoofheid, tonale talen en genen.  Cultuur zelf! (zie later) Culturele evolutie en universeel darwinisme

6 Mechanismen van gene-culture co- evolution  Algemene principe: cultuur creëert een nieuwe omgeving, waardoor selectiedruk wijzigt.  Direct of indirect:  Lactose-toleratie: culturele praktijk van melk drinken zorgt voor directe selectiedruk  Yam en sikkelcelanemie: verbouwen van Yam → meer stilstaand water → meer muggen (en meer Plasmodia)→ meer malaria → selectiedruk op malariaresistentie.  Specifieke mechanismen  Bvb. Baldwin-effect: Culturele evolutie en universeel darwinisme

7 Baldwin effect Culturele evolutie en universeel darwinisme  Spechtvinken: gebruik van twijgjes om larven in dood hout te vangen.  Zeer complex ‘ingeboren’ gedrag, complexe adaptatie (die ‘irreducibly complex’ is)  Maar Baldwin-effect:  (1) ontdekt (trial-and-error learning)  (2) sociaal geleerd  (3) sommigen leren het dankzij genetische component sneller dan anderen  bvb. omdat ze een natuurlijke neiging hebben om takjes in de bek te nemen  Dit maakt het leerproces sneller, maar tegelijk is het takjes-in-de-bek-nemen gen alleen maar adaptief in bepaalde ‘cultuur’.  (4) feedback-proces dat leidt tot huidig ingeboren karakter van dit complexe gedrag.  Zeer waarschijnlijk dat Baldwin-effect ook rol speelt in evolutie van taal

8 II. Snelle culturele evolutie, trage biologische evolutie. Culturele evolutie en universeel darwinisme

9 Problemen om menselijk gedrag ‘evolutionair’ te begrijpen.  Cultuur speelt een rol in menselijk gedrag: culturele diversiteit  Culturele verschillen bestaan zonder (al te grote) genetische verschillen (maar zie: lactose-tolerantie, tonale talen)  Culturele verandering gaat veel sneller dan biologische evolutie! Culturele evolutie en universeel darwinisme

10 Snelheid van evolutie (1)  Lekenvisie:  Genetische evolutie is zeer traag en culturele evolutie is zeer snel  Daarom kan culturele evolutie geen impact hebben op culturele evolutie.  Maar:  Genetische evolutie is soms erg snel: significante genetische en fenotypische veranderingen binnen paar generaties  Bvb. grootte van bek van de darwinvinken (Grant & Grant)  Culturele evolutie is soms erg traag: technologische traditie van handbijlen is gedurende honderdduizenden jaren nagenoeg niet gewijzigd.  Gene-culture co-evolution bestaat. Culturele evolutie en universeel darwinisme

11 Snelheid van evolutie (2)  Tegelijk niet te ontkennen dat culturele veranderingen vaak veel sneller gaan.  Echte revoluties in een of twee generaties (cfr. China, Rusland)  Bepaalde landbouwtechnieken: in minder dan twintig jaar worden sommige innovatieve technieken (en gewassen) door nagenoeg iedere landbouwer overgenomen.  Seculariseringsproces  Demografische transitie Culturele evolutie en universeel darwinisme

12

13 Schijnbare conclusie  Als (1) cultuur zo belangrijk is voor mensen (2) culturele evolutie heel anders (lees: veel sneller) verloopt dan biologische evolutie  Dan (3) Vertelt evolutietheorie ons heel weinig over menselijk gedrag. Culturele evolutie en universeel darwinisme

14 Evolutionaire sociale wetenschappen en de snelle culturele evolutie  Evolutionaire sociale wetenschappen zijn redelijk heterogeen: humane sociobiologie, menselijke gedragsecologie, evolutiepsychologie, dual inheritance theory, …  Snelheid van culturele evolutie wordt door alle scholen/stromingen erkend  Twee visies  Meesten zeggen dat biologische evolutie ons desalniettemin heel veel vertelt over menselijk gedrag  Sommige zeggen dat de evolutietheorie ons helpt bij het begrijpen van menselijk gedrag omdat culturele evolutie ook darwinistisch kan worden begrepen  Meest bekende/populaire implementatie: evolutiepsychologie en het mismatch model/genome lag model Culturele evolutie en universeel darwinisme

15 Mismatch model (1)  Homo sapiens is geëvolueerd in savanne- achtig landschap. Ons genoom codeert voor gedrag/denken dat aangepast is aan die omgeving.  Maar ancestrale omgeving (Environment of Evolutionary Adaptedness) verschilt van huidige omgeving.  Resultaat: heel wat maladaptief gedrag. Culturele evolutie en universeel darwinisme

16 Mismatch model (2)  Assumptie: we zijn veel beter in het oplossen van jager- verzamelaar problemen dan in het oplossen van ‘moderne’ problemen.  Drie (niet exclusieve) versies van mismatch model  Moderne omgeving frustreert veel van onze geëvolueerde verlangens.  De huidige adaptieve problemen verschillen sterk van ancestrale adaptieve problemen:  Mineka & Öhman: angst voor spinnen en slangen is veel gemakkelijker aan te leren dan angst voor auto’s.  Sommige objecten/situaties in onze moderne omgeving lijken sterk op problemen uit de ancestrale omgeving en activeren de gedragingen/denkpatronen die vroeger adaptief waren. Probleem is dat die situaties/objecten ook in belangrijke mate verschillen van de ancetrale problemen, waardoor onze huidige reacties niet ‘gepast’ of adaptief zijn.  Cfr. Tinbergens superstimuli  Voorkeur voor zoet: vroeger leidde die ertoe dat men voornamelijk rijp fruit at, nu leidt die voorkeur tot ongezonde voorkeur voor snoep en gebak. Culturele evolutie en universeel darwinisme

17 Mismatch model (3)  Dus: biologische evolutie van menselijk brein/menselijke voorkeuren helpt ons ook om huidig menselijk gedrag in culturele omgeving te begrijpen.  Maar kampt met grote problemen: (1)Is er wel een (homogene) EEA? (2)Sociaal leren is volgens deze theoretici erg onbelangrijk, maar feiten spreken dat tegen. (3)‘Amusing ourselves to death’? Culturele evolutie en universeel darwinisme

18 III. Drie manieren om culturele evolutie te ‘darwiniseren’. Culturele evolutie en universeel darwinisme

19 De drie benaderingen.  Biologisch evolutie:  Bvb. biologisch geëvolueerde voorkeuren scheppen cultuur en bepalen ook reacties op cultuur  Naïeve evolutiepsychologie  Gene-culture co-evolution  Culturele evolutie:  Hoe kunnen we de evolutie van cultuur zelf ‘darwinistisch’ begrijpen?  Culturele evolutie als een proces van variatie, erfelijkheid en reproductief verschil/overschot. Culturele evolutie en universeel darwinisme

20 Wat is cultuur?  Heel verschillende fenomenen/praktijken worden ‘cultureel’ genoemd.  Verschillende definities.  Banks, J.A., Banks, & McGee, C. A. (1989). Multicultural education: "Most social scientists today view culture as consisting primarily of the symbolic, ideational, and intangible aspects of human societies. The essence of a culture is not its artifacts, tools, or other tangible cultural elements but how the members of the group interpret, use, and perceive them. It is the values, symbols, interpretations, and perspectives that distinguish one people from another in modernized societies; it is not material objects and other tangible aspects of human societies. People within a culture usually interpret the meaning of symbols, artifacts, and behaviors in the same or in similar ways."  Damen, L. (1987). Culture Learning: The Fifth Dimension on the Language Classroom: "Culture: learned and shared human patterns or models for living; day- to-day living patterns. these patterns and models pervade all aspects of human social interaction. Culture is mankind's primary adaptive mechanism" (p. 367).  Kluckhohn, C., & Kelly, W.H. (1945). The concept of culture: "By culture we mean all those historically created designs for living, explicit and implicit, rational, irrational, and nonrational, which exist at any given time as potential guides for the behavior of men."  Linton, R. (1945). The Cultural Background of Personality: "A culture is a configuration of learned behaviors and results of behavior whose component elements are shared and transmitted by the members of a particular society" (p. 32).  Parson, T. (1949). Essays in Sociological Theory: "Culture...consists in those patterns relative to behavior and the products of human action which may be inherited, that is, passed on from generation to generation independently of the biological genes" (p. 8).  Useem, J., & Useem, R. (1963). Human Organizations: "Culture has been defined in a number of ways, but most simply, as the learned and shared behavior of a community of interacting human beings" (p. 169).  In evolutionaire benaderingen: “informatie die gedrag kan beïnvloeden en die via sociaal leren wordt doorgegeven” Culturele evolutie en universeel darwinisme

21 Waarom cultuur? (1)  Veel andere dieren hebben iets als cultuur  Maar cumulatieve cultuur zoals bij mensen is absoluut uitzonderlijk in dierenrijk.  Lijkt niettemin erg adaptief (koloniseren van de hele wereld dankzij cultuur). Culturele evolutie en universeel darwinisme

22 Distributiekaart van bruine rat Distributiekaart van huismus

23 Waarom cultuur? (2)  Waarom geen cumulatieve cultuur bij andere dieren:  Vermoedelijk heel wat andere vermogens nodig vooraleer je cumulatieve cultuur kan ontwikkelen.  Omgevingsvoorwaarden zijn erg belangrijk (tussen stabiliteit en instabiliteit). Culturele evolutie en universeel darwinisme

24 Evolutie van culturele capaciteiten.  Sociaal leren kan adaptief zijn.  Maar hoe dan ook belangrijk wat je leert en van wie je het leert.  Verwachting dat gene-culture co-evolutie bepaalde modellen van sociaal leren (imiteren) positief zal geselecteerd hebben, en andere negatief.  Enkele van die (mogelijke) modellen (Boyd & Richerson):  Success-bias gecombineerd met een similarity-bias: een praktijk vooral leren van de meer succesvolle beoefenaar, die bovendien op jou lijkt.  Prestige-bias: diegene die het meest prestige heeft in een samenleving, kan je best imiteren, want in het algemeen zijn zijn gedragingen succesvoller dan die van iemand met minder prestige  Conformity-bias (‘When in Rome, do as the Romans do’): je doet er vaak goed aan de meerderheid te volgen.  In het algemeen zorgen deze modellen voor adaptief leren, maar niet-adaptieve uitkomsten zijn steeds mogelijk. Culturele evolutie en universeel darwinisme

25 Evolutie van cultuur (1)  Cultuur verandert: ‘changes in time’  Die verandering kan gezien worden als een een darwinistische evolutie:  Variatie  Erfelijkheid  Niet alle culturele varianten worden even vaak geïmiteerd.  Uitkomst: selectie/adaptatie  Deel van de selectie is natuurlijke selectie:  Op individuen/groepen  Op culturele varianten zelf  Deel van de selectie door psychologische ‘biases’:  Prestige, conformisme  Maar ook bvb. genetisch geselecteerde voorkeuren: als er drie varianten van popcorn zijn: popcorn met zout, popcorn met zoet en popcorn met witte verf, dan zorgen onze geëvollueerde preferenties ervoor dat de laatste varint snel verdwijnt. Culturele evolutie en universeel darwinisme

26 Evolutie van cultuur (2).  Problemen:  Sterke of zwakke analogie  Wat is een culturele variant (‘meme’)?  Tal van verschillen tussen biologische en culturele erfelijkheid.  Aantal ouders: biologisch één of twee, cultureel veel meer  Generatie van de ouders: je leert ook van je leeftijdsgenoten  Permanent leren en ‘ontleren’ Culturele evolutie en universeel darwinisme

27 IV. Conclusie: profeten of gekken? Culturele evolutie en universeel darwinisme

28  “When substantially more data is available, some of us will turn out to be prophets and others goats. Who will be which will be mostly a matter of luck.” (Boyd & Richerson 2008)  Misschien is hele poging zinloos (Lewontin).  Zelfs als het project succesvol blijkt, blijft de vraag in welke mate culturele evolutie theorie de sociale wetenschappen zal beïnvloeden (Ingold vs. Mesoudi). Culturele evolutie en universeel darwinisme

29 Bedankt voor de interesse! Culturele evolutie en universeel darwinisme


Download ppt "Culturele Evolutie en Universeel Darwinisme Andreas De Block (Hoger Instituut voor Wijsbegeerte) (Emeritiforum, 28 oktober 2009)"

Verwante presentaties


Ads door Google