De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Attitudes Wat? Meten Waarom? Hoe ontstaan? Relatie met fysieke activiteit en sport? conclusie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Attitudes Wat? Meten Waarom? Hoe ontstaan? Relatie met fysieke activiteit en sport? conclusie."— Transcript van de presentatie:

1 Attitudes Wat? Meten Waarom? Hoe ontstaan? Relatie met fysieke activiteit en sport? conclusie

2 Wat Aronson et al. (1994): an enduring evaluation –positive or negative- of people, objects and ideas” –Stabiel –Beoordelingen Benaderingen –Functionele –Structurele benadering

3 Functionele benadering Drie functies –Aanpassende functie –Kennisfunctie –Ego-defensieve functie

4 Structurele benadering Drie componenten –Cognitieve dimensie: opvattingen (stereotypen) –Affective dimensie: gevoelens –Gedragsmatige dimensie: acties

5 Meten Verschillende methoden –Verbale rapportage –Psychofysiologische parameters “startle modulatie”: oogknipperreflex –Gedragsmaten Affectieve priming Impliciete attitude test –http://buster.cs.yale.edu/implicit/

6 Startle-modulatie Opschrikreflex ten aanzien van luide knal (110 dB) Oogknipperreflex (amplitude) Amplitude van de oogknipperreflex is geïnhibeerd indien positieve attitude/emotie Aplitude van de oogknipperreflex is gefaciliteerd indien negatieve attitude/emotie

7 Gedragsmaten: affectieve priming Semantische priming –Prime--  Target –Brood--- >Bakker Affectieve priming: affectieve categorisatie –Congruente paren Kus  vrede Pijn  oorlog –Incongruente paren Kus  oorlog Pijn  vrede

8 impliciete associatie test Categorisatie van positieve en negatieve woorden Categorisatie van andere woorden:insecten en bloemen Categorisatie van zowel positieve/negatieve als andere woorden –Categorisatie: negatieve woorden en insecten sneller

9 Impliciete attitude en fysieke activiteit Categorisatie van positieve en negatieve woorden Categorisatie van passieve en actieve activiteiten Actieve activiteiten en positieve woorden gemakkelijker

10 Verbale rapportage Likert schaal: 5 puntenschaal, helemaal akkoord, helemaal niet akkoord – Boksen veroorzaakt hersenletsels –Ik vind boksen spannend –Ik ga naar bokswedstrijden Semantische differentiaal: paren met tegengestelde betekenis (bv. Goed vs slecht; aangenaam vs onaangenaam) –Sporten in groep vind ik….

11 Verbale rapportage Thurstone schalen: weging van de items Er zou een wereldwijd verbod op boksen moeten zijn Boksen kan gevaarlijk zijn –Weging van scores levert geen betere resultaten op

12 Relatie tussen attitude & gedrag?

13 Een voordeel van aan sport doen of beweging is voor mij: Dat ik mij minder depressief en/of verveeld voel Dat mijn zelfvertrouwen groter wordt Dat ik de kans krijg om nieuwe mensen te ontmoeten Dat ik gewicht verlies Dat ik mijn spieren versterk Dat ik minder spanning en stress voel Dat mijn gezondheid beter wordt en het risico op ziektes kleiner Dat ik er plezier aan beleef

14 Determinanten Predictoren van gedrag –Socioeconomische status –Leeftijd –Geslacht

15 Determinanten Predictoren van gedrag –Socioeconomische status –Leeftijd –Geslacht Distale factoren proximale factoren Gedrag

16 Persoonlijkheid Mogelijk,… Maar belang wordt overschat Eerder distale dan proximale variabele

17 Health locus of control (Wallston et al., 1978) Interne en externe controle (Rotter, 1966) “Internal”, “chance” en “powerful others”

18 Health Locus of Control Internal –If I take the right actions, I can stay healthy –I am in control of my health Powerful others –Having regular contact with my physician is the best way for me to avoid illness –Health professionals control my health Chance –No matter what I do, if I am going to get sick, I will get sick –My good health is largely a matter of good fortune

19 Relatie met belang van gezondheid –Verklarende waarde ontgoochelend: 5 % Maar… Zwak verband tussen gezondheidsgedragingen onderling –Wellness behavior –Accident control –Traffic risk taking –Substance risk taking Zwak verband tussen belang van gezondheid en gezondheidsgedrag

20 Attidude “the tendency to evaluate a particular attitude object with some degree of favour or disfavour (Eagly & Chaiken, 1993) Structuur –Cognitieve dimensie: opvattingen en stereotypen –Evaluatieve dimensie: gevoelens –Connatieve dimensie: gedragsintenties Meten –Zelfrapportage –(psycho)fysiologische metingen –gedragsmaten

21 Verbale rapportage Likert schaal: 5 puntenschaal, helemaal akkoord, helemaal niet akkoord – Boksen veroorzaakt hersenletsels –Ik vind boksen spannend –Ik ga naar bokswedstrijden Semantische differentiaal: paren met tegengestelde betekenis (bv. Goed vs slecht; aangenaam vs onaangenaam) –Sporten in groep vind ik….

22 Algemeen-positieve attitude tav gezondheidsgerelateerd gedrag –Zwak Maar –Betrouwbaarheid? –Compatibiliteit? –Andere factoren?

23 Betrouwbare meting van gedrag Meestal één particulier gedrag –Heb je vorige week gelopen? Één particulier gedrag = unieke set van determinanten Betrouwbaarheid –Middelen over tijd –Middelen over contexten –Middelen over gedragingen

24 Compatibiliteit tussen attitude en gedrag AttitudeGedrag actie doel context tijd

25 Compatibiliteit tussen attitude en gedrag AttitudeGedrag actieGezonde levenstijl doel context tijd

26 Compatibiliteit AttitudeGedrag actie roken doel rokenSigaret opsteken context Vrije tijd Thuis werk tijd werk Thuis vakanties

27 Compatibiliteit tussen attitude en gedrag AttitudeGedrag actieFysieke beweging doellopen contextbuitenshuis tijdElke dag een half uur

28 Theory of reasoned action (Fishbein & Azjen, 1975) Algemeen sociaal-psychologisch model Niet enkel voor gezondheidsgedrag –Energiebesparing, computer, auto Meeste (sociale) gedrag staat onder vrijwillige controle Beste voorspeller is bewuste intentie Determinanten –Eigen opvattingen: Attitude –Opvattingen van anderen: Subjectieve normen

29 Theory of reasoned action (Fisbein & Azjen, 1975) Gedrag Intentie Attitude Subjectieve Norm

30 Theory of reasoned action (Fisbein & Azjen, 1975) Gedrag Intentie Attitude Subjectieve Norm Gevolgen Evaluatie Opvattingen Van anderen Wil om in te stemmen

31 Theory of reasoned action (Fisbein & Azjen, 1975) Gedrag Intentie Attitude Subjectieve Norm Gevolgen Evaluatie Opvattingen Van anderen Wil om in te stemmen X X

32 Een voordeel van aan sport doen of beweging is Dat ik mij minder depressief en/of verveeld voel Dat mijn zelfvertrouwen groter wordt Dat ik gewicht verlies Dat ik mijn spieren versterk Dat ik minder spanning en stress voel Dat mijn gezondheid beter wordt en het risico op ziektes kleiner Dat ik er plezier aan beleef

33 In welke mate hebben elk van de volgende redenen u verhinderd om aan sport of beweging te doen. Te weinig zelfzekerd over mijn uiterlijk terwijl ik sport doe Gebrek aan interesse in sport of beweging Sport/beweging niet plezierig vinden Te weinig kennis om te kunnen oefenen Vrees voor blessures Te vermoeid door de vorige oefeningen

34 Mijn partner vindt dat ik regelmatig aan lichaams- beweging of sport moet doen Mijn gezins- en familieleden vinden dat ik regelmatig aan lichaamsbeweging of sport moet doen Mijn vrienden en kennissen vinden dat ik regelmatig aan lichaamsbeweging of sport moet doen

35 Fysieke beweging: studie 1 (Smith & Biddle, 1999) Doel: determinanten van gesuperviseerd programma van fysieke activiteit in een fitness club. Prospectieve studie over 4 maanden Vragenlijst over determinanten N = 96

36 Fysieke beweging:determinanten (Smith & Biddle, 1999) Kleine pilootstudie (n = 17) met open vragen Gedrag –Aantal keren deelname in komende vier maanden Intentie –Ik ben van plan om de komende maanden regelmatig aan het programma deel te nemen

37 Attitude –Schadelijk-voordelig –Goed-slecht –Plezant-onplezant Sociale norm –de meeste mensen die belangrijk voor me zijn, vinden dat ik het programma moet volgen

38 Resultaten (Smith & Biddle, 1999) Gedrag Intentie Attitude Subjectieve Norm r =.35 r =.12 r =.32

39 Meta-analyse (Godin, 1994) Gedrag Intentie Attitude Subjectieve Norm 30 % Joggen Bergklimmen Intens sporten Regelmatig bewegen fietsen 30 % <30 %

40 Meta-analyse (Hausenblas et al., 1997) Gedrag Intentie Attitude Subjectieve Norm r =.52 r =.47 r =.27

41 Evaluatie Invloed van vroeger gedrag Gedrag onder bewuste controle, Maar niet indien… –Routine en gewoonte –Geen vaardigheden –Geen medewerking van anderen –Barriéres (omgevingsobstakels of omstandigheden) Eenvoudig of sporadisch gedrag

42 Theory of planned behaviour (Azjen, 1988) Algemeen sociaal-psychologisch model Uitbreiding van TRA Niet alle gedrag staat onder bewuste controle –Vaardigheden (bv.technische sporten) –Medewerking van anderen (bv. badmington, volley) –Gewoontes Gedragscontrole: mogelijkheid om gedrag uit te voeren –Interne controle: gewoonte en routine –Externe controle: verwachte obstakels & gelegenheden

43 Theory of planned behaviour (Azjen, 1988) Gedrag Intentie Attitude Subjectieve Norm Gedrags- controle

44 Theory of planned behaviour (Azjen, 1988) Gedrag Intentie Attitude Subjectieve Norm Gedrags- controle DISTALEDISTALE

45 Theory of planned behaviour (Azjen, 1988) Gedrag Intentie Attitude Subjectieve Norm Gedrags- controle Feedback

46 Fysieke beweging (Norman & Smith, 1995) Constructie van items –Open vragen –Gesloten vragen en piloot-studie Prospectieve studie –Tijd 1: determinanten –Tijd 2: 6 m., frekwentie van beweging

47 Fysieke beweging Intentie –Wens om regelmatig te bewegen Attitude –In welke mate vind je regelmatig bewegen Plezant, zinvol, nuttig,… Subjective norm –De meeste mensen die belangrijk voor mij zijn, willen dat ik regelmatig beweeg Gedragscontrole –Voor mij is het moeilijk om te sporten –Als ik wil, kan ik gemakkelijk regelmatig bewegen Vorig gedrag –Hoe vaak doe je fysieke activiteiten zoals badmington, jogging…

48 Fysieke beweging: studie 2 (Smith & Biddle, 1999) Doel: determinanten van fysieke beweging en sedentaire levensstijl bij bedienden. Cross-sectioneel Vragenlijst over determinanten N = 155

49 Fysieke beweging: studie 2 (Smith & Biddle, 1999) Gedrag: zelfrapportage Intentie: Attitude Sociale Norm Gedragscontrole –Vertrouwen vs geen vertrouwen –Volledige controle vs geen controle –Gemakkelijk vs moeilijk

50 Gedrag Intentie Attitude Subjectieve Norm Gedrags- controle Fysieke activiteit totaal Intense FA Matige FA Milde FA Resultaten: Fysieke activiteit r =.49 r =.08 r =.33 r =.60

51 Gedrag Intentie Attitude Subjectieve Norm Gedrags- controle Meta-analyse (Hausenblas et al., 1997)) r =.52 r =.27 r =.43 r =.45 r =.47

52 Evaluatie Gedragscontrole verbetert de predictieve waarde (ong. 8 %) Gedragscontrole is geen duidelijk theoretisch concept Rol van vroeger gedrag

53 Opmerkingen en conclusie Attitude is belangrijke component Veranderingen via direct en indirect leren Onderscheid tussen expliciete en impliciete attitude Ook rol van sociale invloed, controle & omgeving


Download ppt "Attitudes Wat? Meten Waarom? Hoe ontstaan? Relatie met fysieke activiteit en sport? conclusie."

Verwante presentaties


Ads door Google