De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Schilderkunst van de Gouden Eeuw. Schilderijen waren populair in de Gouden Eeuw. Veel burgers, waaronder kooplieden en regenten konden zich kunst veroorloven.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Schilderkunst van de Gouden Eeuw. Schilderijen waren populair in de Gouden Eeuw. Veel burgers, waaronder kooplieden en regenten konden zich kunst veroorloven."— Transcript van de presentatie:

1 Schilderkunst van de Gouden Eeuw

2 Schilderijen waren populair in de Gouden Eeuw. Veel burgers, waaronder kooplieden en regenten konden zich kunst veroorloven. Er was een groot aanbod: veel verschillende genres en prijsklassen. Schilders vestigden zich vaak in handelssteden als Haarlem en Amsterdam. Daar was immers veel klandizie.

3 Het genrestuk Typerend voor de Hollandse schilderkunst van de Gouden Eeuw is het genrestuk. Dit zijn schilderijen met voorstellingen naar het dagelijks leven. Vaak geeft een genrestuk ook een morele boodschap.

4 Schilders uit de Gouden Eeuw 4 beroemde schilders uit de Gouden Eeuw zijn: *Jan Steen *Frans Hals *Johannes Vermeer *Rembrandt van Rijn Op de volgende dia’s zie je enkele van hun schilderijen.

5 Jan Steen , Leiden Steen was een zeer productief schilder. Hij maakte zo’n achthonderd schilderijen. Zeshonderd daarvan zijn genrestukken. Wij bekijken de volgende schilderijen: De dorpsschool In weelde siet toe Het morgentoilet Het Sint Nicolaasfeest

6 De dorpsschool Steen laat zien dat hij grote groepen mensen goed kan arrangeren.

7 Middenvoor is een leerling in slaap gevallen. De houding van het jongetje nam Steen over van de Italiaanse schilder Rafael. De bijziende meester snijdt zijn pen bij, terwijl een ondeugende leerling achter hem gekke bekken trekt.

8 Een uil op een stokje. Een jongen reikt hem een bril aan. Steen verwijst naar het spreekwoord ‘Wat baat er kaars of bril als de uil niet zien wil’: zonder goede wil bereikt men niets. Dat slaat op de onbenullige schoolmeester en op de onwillige kinderen.

9 In weelde siet toe Steen was de enige schilder die dit soort verlopen huishoudens schilderde. Andere schilders schilderden wel wantoestanden, maar dan in de kroeg. Nooit in een huishouden, zoals Steen wel deed.

10 De vrouw is waarschijnlijk een vrouw van lichte zeden. Zij stelt hier de Weelde voor, wat de oorzaak is van het verval van dit gezin. Op het leitje staat de boodschap van het schilderij: ‘In weelde siet toe’, pas op voor rijkdom. Weelde leidt tot verderf, zoals de voorstelling laat zien !

11 Terwijl de moeder slaapt pikt het meisje iets uit de kast: ‘de gelegenheid maakt de dief’. Het varken heeft het kraantje van het wijnvat in de bek en besnuffelt een roos. Dit wijst op het spreekwoord ‘strooit geen rozen voor de varkens’ ofwel ‘strooit geen paarlen voor de zwijnen’

12 De aap die met de gewichten van de klok speelt laat het spreekwoord zien ‘in dwaasheid vergeet men de tijd’. Het rokende jongetje verbeeldt het spreekwoord ‘zo de ouden zongen, zo piepen de jongen’: ouders geven het verkeerde voorbeeld en kinderen doen dat na.

13 De mand laat de kijker zien waar uitspattingen toe leiden. Het pak kaarten en de degen vertellen dat toegeven aan verlangens kan uitlopen op gokken en vechten. De roe, de kruk en de leprozenklepper voorspellen dat dit gezin straf, ziekte en armoede te wachten staat. De eend (kwaker) laat zien dat de man lid is van de Quakers, een protestantse sekte waarmee in de zeventiende eeuw vaak gespot werd.

14 Het Sint Nicolaasfeest

15 …wie stout is de roe… Het meisje kreeg van de Sint een pop en een emmertje vol snoep. Wie zoet is krijgt lekkers….. Het jongetje kreeg een kolfstok. Hij wijst naar het cadeau dat zijn broer kreeg……

16 Wafels en speculaas. Hollandse lekkernijen die nog steeds gemaakt worden. Het brood, een duivekater, werd bij feestelijke gelegenheden gegeten. De andere kinderen zingen vol verwachting bij de schoorsteen.

17 Grootmoeder reikt achter het gordijn. Heeft de Sint toch nog een cadeau voor het stoute kind….?

18 Het morgentoilet

19 Trekt de vrouw haar kous aan of uit? Omdat de kamer zeer verlicht is, kreeg het schilderij de titel Het morgentoilet. Op de benen van de vrouw zijn echter nog striemen te zien van de kousen. Het woord kous betekende in de zeventiende eeuw ook hoer.

20 Steen liet zijn handtekening achter in de stenen poort. De luit met de gebroken snaar en de schedel op de drempel verwijzen naar de vluchtigheid van de liefde.

21 De poort, die de voorstelling omlijst, verwijst naar stabiliteit. De zonnebloemen in het beeldhouwwerk staan voor trouwe liefde. Wie door deze poort gaat, laat stabiliteit en trouwe liefde achter zich en zwicht voor lichamelijk genot.

22 Het slapende hondje, de sloffen, de po en de kaars zijn allemaal toespelingen op het bedrijven van de liefde.

23 Steen stemde de kleuren op elkaar af: het roze en grijs van de tegels, het roze jakje van de vrouw en de blauwe bedgordijnen.

24 Frans Hals 1580/85 – 1666, Haarlem Frans Hals schilderde met name portretten. Hij heeft er zo’n tweehonderd geschilderd. Sommige portretten hebben wel iets weg van een genrestuk. Op de volgende dia’s bekijken we: *Huwelijksportret van Isaac Abrahamsz Massa en Beatrix van der Laen *De vrolijke drinker

25 Huwelijksportret van Isaac Abrahamsz Massa en Beatrix van der Laen

26 In de zeventiende eeuw lieten echtparen zich meestal ieder apart, statig en ernstig portretteren. Dat Beatrix (30 jaar) en Isaac (35 jaar) zich zo ongedwongen lieten portretteren is zeer bijzonder. Blijkbaar waren ze erg verliefd…

27 Trots laat Beatrix haar trouwring zien. Isaac houdt zijn hand op zijn hart. Op de achtergrond heeft Hals het verliefde paar geschilderd, al wandelend door de tuin.

28 De klimop symboliseert liefde en aanhankelijkheid. De distel die hier afgebeeld is, stond in de zeventiende eeuw bekend als ‘mannentrouw’. De fontein is in deze tuin de bron van de liefde.

29 De vrolijke drinker

30 Wie Frans Hals hier heeft afgebeeld, is onbekend. Met brede verfstreken en snelle accenten maakt Hals vormen. De kraag bestaat uit een wirwar van strepen. Het glas bestaat maar uit enkele lijnen zwart en wat wit voor het glimlicht.

31 Johannes Vermeer , Delft Van Vermeer zijn slechts 35 schilderijen bekend. In zijn schilderijen besteedt Vermeer veel aandacht aan interieur. Op de volgende dia’s bekijken we: *Het straatje *De keukenmeid/Het melkmeisje *Het meisje met de parel

32 Het straatje

33 Vermeer schilderde geen bestaand straatje. Toch laat dit schilderij een typisch 17de-eeuws Hollands straatbeeld zien. Een vrouw schrobt het straatje naast het huis. Het doorkijkje in de steeg geeft diepte aan het schilderij. Kinderen spelen op de stoep.

34 De rode en groene luiken vormen de kleuraccenten in dit schilderij waar verder door Vermeer gedempte kleuren zijn gebruikt. Een handwerkster houdt de kinderen in de gaten.

35 De keukenmeid of Het melkmeisje

36

37 Vermeer besteedde veel aandacht aan details: een kapot raam…

38 …een spijker in de muur…

39 …en de Delftsblauwe tegeltjes.

40 Het meisje met de parel

41 Vermeer gebruikte zeer vaak de kleuren geel en blauw. Dit schilderij is daar een duidelijk voorbeeld van. Wie voor Vermeer voor dit schilderij geposeerd heeft, is niet bekend. Vermeer was een van de eerste schilders die door kleur licht weet uit te beelden.

42 Rembrandt van Rijn , Leiden & Amsterdam De molenaarszoon Rembrandt is wellicht de beroemdste Hollandse schilder uit de Gouden Eeuw. Zijn werk is zeer omvangrijk en divers: (zelf)portretten, schuttersstukken, bijbelse voorstellingen, mythologische voorstellingen, dagelijks leven. Rembrandt stierf in armoede, maar tegenwoordig zijn zijn kunstwerken vrijwel onbetaalbaar!

43 Wij bekijken de volgende schilderijen van Rembrandt: *De Staalmeesters *Het Joodse bruidje *De Nachtwacht

44 De Staalmeesters

45 De staalmeesters van het lakengilde te Amsterdam hielden toezicht op de kwaliteit van het laken, een viltachtige stof. Zij gebruikten daarbij proeflappen, ook wel stalen genoemd. Vandaar de naam staalmeesters. Het portret was bestemd voor het gebouw van het lakengilde. Het zou boven de schoorsteen opgehangen worden. Rembrandt hield daar rekening mee door het perspectief aan te passen: we kijken van onderaf tegen de tafel aan.

46 Alsof ze hun werkzaamheden even onderbreken, omdat er iemand binnenkomt… In feite is het de kijker naar het schilderij die binnenkomt! Deze staalmeester lijkt op te staan voor de bezoeker. Deze man lijkt nog iets te zeggen. Zij hand maakt een spreekgebaar.

47 Het geweven kleed lijkt zorgvuldig geschilderd, maar wie het van dichtbij bekijkt, ziet dat het is opgebouwd uit klodders verf die in verschillende diktes is aangebracht op het doek. Deze techniek gebruikte Rembrandt meer. De bediende staat op de achtergrond toe te kijken.

48 Het Joodse bruidje

49 De werkelijke titel van het schilderij is ‘Isaak en Rebecca’. Het heeft dus een bijbels thema.

50 De gezichten en handen van het paar schilderde Rembrandt vrij glad. De kleding schilderde hij met klodders dikke verf, waarin hij vervolgens krassen aanbracht.

51 Detail van de rode rok, van de goudgele mouw en de bronsgroene jas. Hier zijn duidelijk de dikke klodders verf en de krassen te zien.

52 De schilder Vincent van Gogh was lyrisch toen hij dit schilderij in 1855 zag. ‘Wat een intiem, wat een oneindig sympathiek schilderij’, zei hij tegen een vriend. ‘Geloof je nu wel, en dat meen ik oprecht, dat ik tien jaren van mijn leven wilde geven, als ik hier voor dit schilderij veertien dagen nog kon blijven zitten met een korst droog brood voor voedsel’.

53 Bij dit schilderij van Vincent van Gogh kun je zien dat Van Gogh de stijl van Rembrandt heeft overgenomen. De dikke klodders verf en strepen van Rembrandt zijn bij van Gogh puntjes en streepjes geworden. Met de strepen en puntjes bouwt Van Gogh een voorstelling op. Je noemt deze stijl het impressionisme.

54 De Nachtwacht

55 De oorspronkelijke titel van dit schilderij is Het korporaalschap van kapitein Frans Banning Cocq. Afgebeeld zijn de Amsterdamse kloveniers. Een klover was een vuurwapen, dat later vervangen werd door het musket. Rembrandt beeldde het musket duidelijk af. Schutters zorgden in de steden voor de bescherming en verdediging van de burgers. Zij gaven kunstenaars vaak de opdracht hen te portretteren. Iedere geportretteerde moest de kosten voor zijn eigen beeltenis betalen. Een dergelijk schilderij noem je een schuttersstuk.

56 Frans Banning Cocq is de kapitein. Deftig in zwart gekleed geeft hij het bevel. Zijn hand komt naar voren. De wandelstok, de degen en de handschoenen laten zijn waardigheid zien. Luitenant Willem van Ruytenburch heeft een ‘partizaan’ in zijn handen: een wapen dat alleen officieren mochten hebben.

57 Het schild vermeldt de namen van de geportretteerden. De piekeniers.

58 De vaandrig heeft een belangrijke plaats in het schilderij gekregen. Dit meisje is een wonderlijke verschijning in het schilderij. Wat doet zij tussen de schutters? De tamboer was voor de gelegenheid ingehuurd en werd dus gratis geportretteerd!

59 Het meisje is zeer bijzonder uitgelicht. Het geeft haar een engelachtig uiterlijk. Aan haar ceintuur draagt zij een dode vogel. De klauw van de vogel is het symbool van de kloveniers, die ook wel klauweniers werden genoemd.

60 In de 19de eeuw moest de Nachtwacht in een andere zaal komen te hangen. Omdat het schilderij niet helemaal paste, heeft men delen van het schilderij afgesneden! Gelukkig had een andere schilder ooit een kleine kopie van de Nachtwacht gemaakt, zodat we nu nog weten hoe het gehele schilderij er uit heeft gezien. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft men de Nachtwacht samen met vele andere kunstwerken ter bescherming ondergebracht in bunkers bij Castricum.

61 Zou Rembrandt deze toepassing van zijn kunstwerk waarderen? Onthoud dat je de rode begrippen en titels van deze presentatie moet kennen voor de toets Gouden Eeuw!

62 EINDE


Download ppt "Schilderkunst van de Gouden Eeuw. Schilderijen waren populair in de Gouden Eeuw. Veel burgers, waaronder kooplieden en regenten konden zich kunst veroorloven."

Verwante presentaties


Ads door Google