De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Het ontstaan van de moderne literatuur 1880 - 1914.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Het ontstaan van de moderne literatuur 1880 - 1914."— Transcript van de presentatie:

1 Het ontstaan van de moderne literatuur

2 Fin de siecle -1- • Het Fin de siècle (Frans voor 'eind van de eeuw') is een periode in de West-Europese cultuur die zich voordeed tussen circa 1890 en 1914, aan het eind van de Eeuw van de Vooruitgang. De periode kenmerkte zich door tweeduidigheid; enerzijds het goede leven van toegenomen welvaart bij sommigen, het feestelijke en frivole van de Belle Epoque, het geloof in een toekomst die alleen maar beter kan worden door de sterke ontwikkeling van wetenschap en techniek, en anderzijds angst voor wat komen gaat, fascinatie voor verval en dood, de neiging tot decadentie en Weltschmerz. • Men had het idee dat men aan het einde van een grote cultuurperiode stond en op de drempel van een nieuwe en onbekende eeuw, die met angst, maar ook met verwachtingen werd tegemoet gezien..

3 Fin de siecle -2- • In de kunsten komt dit tot uiting in een vlucht uit de realiteit, overbeschaving en genotszoekerij. Kunst dient uitsluitend iets moois te zijn en mag geen maatschappelijke functie meer hebben: l’art pour ‘l’art. • De dandy is een product van deze levenshouding. Levensmoeheid en verveling van fin de siècle leidt bij kunstenaars tot decadentie. Dit uit zich in elegantie en verfijning: zo opvallend en goed mogelijk niets doen en je in gedrag en uiterlijk onderscheiden van de burgerman.

4 Realisme Nederlandse literatuur wordt gedomineerd door zgn. dominee-dichters: afkomstig uit gegoede burgerij mild-spottende verhalen en gedichten, bedoeld voor zedelijke verbetering publiek sluit aan bij la belle epoque: veilige en overzichtelijke wereld van de burgerij vb. Hildebrand, De Schoolmeester

5 De Tachtigers -1- • Een echte Nederlandse stroming. Een groep jongemannen heeft genoeg van de vaderlandslievende en moraliserende poëzie van de dominee-dichters. Zij willen hun gevoel tot uitdrukking brengen. • Ze wenden zich volledig af van het maatschappelijke gebeuren en stellen zich individualistisch op. Hun uitgangspunt is de waarneembare werkelijkheid • De allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie • L’art pour l’art

6 De Tachtigers -2- • De dichter is een genie(een profeet, heilige) die toegang heeft tot het Schone. Maar het Schone is ook lijden, wanhoop en melancholie. • Poëzie beschrijft veel zintuiglijke ervaringen: horen, ruiken, zien. Dichters zijn woordkunstenaars geworden: veel bijvoeglijke naamwoorden, nuanceringen, nieuwe woordcombinaties en metaforen om hun subjectieve impressies vorm te geven. Gedichten vaak in sonnetvorm • Verschil met realisme: niet de werkelijkheid wordt beschreven, maar de op het moment persoonlijk ervaring werkelijkheid. Sterke invloed van impressionisme en symbolisme. • Bekende dichters: Kloos, Gorter, VerweyKloosGorter

7 De Tachtigers -3- • Mei Boek I Mei Boek I • Een nieuwe lente en een nieuw geluid: Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit, Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht, In een oud stadje, langs de watergracht -- In huis was 't donker, maar de stille straat Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat Nog licht, er viel een gouden blanke schijn Over de gevels van mijn raamkozijn. Dan blies een jongen als een orgelpijp, De klanken schudden in de lucht zoo rijp Als jonge kersen, wen een lentewind In 't boschje opgaat en zijn reis begint.. • Uit: Mei van Herman Gorter Monet

8 De Tachtiger -4- • Herinning - Willem Kloos • Laat mij nog éénmaal, in gedachten, kussen • Die warme lippen, door mijn kus ontbloeid; • Laat mij nog éénmaal aan dien boezem sussen • Mijn arme hoofd, waarin de koortspijn gloeit. • • Laat mij nog eens, klein kindje, rusten tusschen • Die armen, waar mijn hart aan was geboeid, • In dien zoo lieven tijd, toen, zonder blusschen, • 't Vereend gelaat door passie werd verschroeid. • • Mijn lippen kussen wild, mijn oog staat droef - • Niet waar? gij, lief! nu er geen lief meer wezen, • Geen arm zich om mijn hals bewegen zal: • • Maar ik heb haast: mijn trekken worden stroef, • Als in de koû des doods, mijn armen vreezen • In beven, hangende op hun laatsten val.

9 De Tachtigers -5- • ZIE je ik hou van je, ik vin je zoo lief en zoo licht -- je oogen zijn zoo vol licht, ik hou van je, ik hou van je. • En je neus en je mond en je haar en je oogen en je hals waar je kraagje zit en je oor met je haar er voor. • Zie je ik wou graag zijn jou, maar het kan niet zijn, het licht is om je, je bent nu toch wat je eenmaal bent. • O ja, ik hou van je, ik hou zoo vrees'lijk van je, ik wou het helemaal zeggen -- Maar ik kan het toch niet zeggen. • Herman Gorter • Dichtvorm Dichtvorm Over de Tachtigers

10 Naturalisme -1- • Literatuur als wetenschap Literatuur als wetenschap • Kan literatuur hetzelfde als wetenschap? Er waren schrijvers die dachten dat literatuur ook een experiment was, te vergelijken met een wetenschappelijke proef in de psychologie. Wetmatigheden natuurwetenschappen gaan rol spelen in literatuur. Men wil objectief zijn, het gedrag van de mens proberen te verklaren. • Het naturalisme probeert de mens zo veel mogelijk wetenschappelijk te verklaren: elk mens legt van geboorte tot dood een door erfelijkheid en omgeving (tijd en milieu) voorgeschreven weg af. (deterministische levensvisie). • Pessimistische visie want alles ligt van tevoren vast. Het leven wordt bepaald door onverbiddelijke wetten en alles kent een onvermijdelijke gang. • Het naturalisme brengt de duistere kanten van de mens aan het licht. De romanfiguren stammen vaak uit lagere sociale milieus en zijn veelal psychisch beschadigd, hun driftleven is verstoord en ze lijken niet in staat te ontkomen aan hun neergang.

11 Naturalisme -2- • Lodewijk van Deyssel. Van Deyssels romandebuut, Een liefde (1887), sloeg in als een bom. Hoofdpersoon Mathilde is een jonge vrouw die beschermd is opgevoed. In haar huwelijk ziet ze al haar idealen en illusies in rook opgaan. Het boek wekte verontwaardiging wegens de precieze beschrijving van een masturbatie (het beruchte ´dertiende hoofdstuk´) Lodewijk van DeysselEen liefde • Frederik van Eeden. Met De koele meren des doods schreef Van Eeden een boek dat volgens de naturalistische principes is opgebouwd. Het verhaal beschrijft het leven van Hedwig Marga de Fontayne. Hedwig groeit op in een rijke familie. Na de dood van haar moeder raakt haar vader aan de drank en is hun geld snel op. Ze trouwt, maar loopt uiteindelijk weg met een pianist naar Engeland. Ze krijgt een kind, dat al binnen enkele maanden na de geboorte sterft en met het dode kind in een koffertje gaat ze naar Parijs. Ze raakt verslaafd aan morfine en gaat in de prostitutie om die verslaving te bekostigen. Frederik van EedenDe koele meren des doods

12 Naturalisme -3- • Marcellus Emants. Zowel in theorie als praktijk verdedigt hij de uitgangspunten van het naturalisme. Hij eist voor de kunstenaar/literator een volledige vrijheid in onderwerpskeuze en wil geen rekening houden met de goede zeden of de traditionele smaak van het publiek. Wordt Juffrouw Lina (1888) wel bestempeld als Emants´ eerste echt naturalistische roman, dan is het toch vooral zijn Een nagelaten bekentenis (1894) dat vanwege zijn vele herdrukken een naturalistisch spoor heeft getrokken in de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Marcellus Emants • Louis Couperus is een andere grote naam als we onze aandacht richten op het Nederlandse naturalisme. Zijn roman Eline Vere is de eerste van een lange rij romans en verhalen waarin de noodlotsgedachte primeert: het is de geschiedenis van een erfelijk belaste hoofdfiguur die ten onder gaat aan haar zenuwachtigheid. Louis Couperus Eline Vere

13 • [Een nagelaten bekentenis] [Een nagelaten bekentenis] • Mijn vrouw is dood en al begraven. • Ik ben alleen in huis, alleen met de twee meiden. • Dus ben ik weer vrij; maar wat baat me nu die vrijheid? • Ten naastenbij kan ik krijgen, wat ik sinds twintig jaar - ik ben vijf en dertig - verlangd heb; maar thans durf ik 't niet nemen en zoo heel veel zou ik er toch niet meer van genieten. • Ik ben te bang voor elke opwinding, te bang voor een glas wijn, te bang voor muziek, te bang voor een vrouw; want alleen in mijn nuchtere morgenstemming ben ik me zelf meester en zeker te zullen zwijgen over mijn daad. • Toch is juist die morgenstemming ondraaglijk. • In geen mensch, geen werk, geen boek zelfs eenig belang te stellen, doel- en willoos om te dwalen door een leeg huis, waarin alleen het onverschillig schuwe gefluister van twee meiden rondwaart als het verre gepraat van bewakers om de cel van een afgezonderde krankzinnige, nog maar aan één ding te kunnen denken met het laatste beetje begeerte van een uitgedoofd zenuwleven en voor dat ééne ding te sidderen als een eekhoorntje voor de fascineerende blik van • [p. 2] • een slang... hoe houd ik zoo'n afschuwelijk leven dag in dag uit, ten einde toe, nog vol? • Zoo dikwijls ik in de spiegel kijk - nog altijd mijn gewoonte - verbaast het me, dat zoo'n bleek, tenger, onbeduidend mannetje met doffe blik, krachteloos geopende mond - velen zullen zeggen: dat mispunt - in staat is geweest zijn vrouw.... de vrouw, die hij op zijn manier toch lief heeft gehad..... te vermoorden. • En toch is 't waar..... even waar, als dat ik met de grootste leukheid het gejammer van mijn schoonouders heb aangehoord, dat ik volmaakt kalm naast de oude man en tegenover mijn zwager, door de volle straten heen, achter Anna's lijk naar het kerkhof ben gereden, dat ik met droge oogen de kist in het graf heb zien neerdalen, de verpletterde vader naar zijn diep bedroefde vrouw terugkeeren en dat ik nu weer t'huis.... in dit huis, waar alles nog van haar spreekt..... zonder smart, zonder wroeging en ook zonder blijdschap, zonder hoop omdool.... alleen maar bang, bang voor elk geluid, bang vooral voor mijn eigen stem. • Soms - bijv. 's nachts, of wanneer ik me verbeeld, dat iemand achter de deur me beluistert - moet ik hardop uitroepen: ik heb haar vermoord! • Trillend van angst en plotseling doorkild open ik dan dadelijk alle deuren, doorzoek ik alle kasten om zeker te zijn, dat mijn geheim nog altijd niet verraden is. • Vind ik dan zelf mijn daad zóó buitengewoon, zóó ongehoord, zóó vreeselijk? Ach neen; daarvoor heeft zich alles veel te geleidelijk aaneengeschakeld. • [p. 3] • Sluit ik mijn oogen en leef ik mijn leven nog eenmaal in gedachten door, dan is 't me volkomen duidelijk, hoe ik allengs zoover ben gekomen. Ik heb zoo'n dwingende lust dit eens te vertellen, dat ik 't voor de veiligheid maar op zal schrijven. • Het moet er uit! Misschien zal ik 't dan beter kunnen zwijgen en.... mogelijk zijn er menschen, of zullen er menschen komen, wie mijn levensproces belang inboezemt. Wie weet hoevelen net als ik zijn, die t' pas beseffen zullen, wanneer zij zich aan mij hebben gespiegeld. • • Om te doen begrijpen, hoe verschillend ik me zelf voorkom van de overgroote meerderheid der menschen, is 't niet genoeg, dat mijn bekentenis aanvangt met de dag, waarop ik mijn overleden vrouw leerde kennen. Ik moet opklimmen tot de eerste ervaringen, die mij mijn duister binnenste ontsluierden. • Uit: Een Nagelaten bekentenis van Marcellus Emants

14 Neoromantiek -1- • Het is een reactie gebleken op het naturalisme. De naturalist in de kunst gaat uit van externe observatie, de neoromanticist voegt gevoelens en interne observatie aan zijn werk toe. • Net zoals in de romantiek putten zij inspiratie uit de plaats waar zij zich bevinden in historische weidse landschappen. Met het uiten van dit gevoel reageren zij in het algemeen op de 'lelijke' moderne wereld van machines, nieuwe steden en welvaart. Karakteristieke thema's zijn een hang naar de perfecte liefde, utopische landschappen, door de natuur veroorzaakte ruïnes, romantische dood. • De neoromantische literatuur kenmerkt zich vooral door sterk escapisme, ofwel de neiging de alledaagse werkelijkheid te ontvluchten, wat vooral tot uiting komt in de beschrijving van het bovennatuurlijke en geheimzinnige en van exotische streken. • Andere thema's die centraal staan zijn zwerflust, het zich afzetten tegen de maatschappij, het hebben van onvervulde verlangens en het reizen naar het verleden.

15 Neoromantiek -2- • Belangrijke verschillen tussen de historische romans uit de romantiek en die uit de neoromantiek zijn dat: 1) Bij deze laatste groep tijd en plaats vaak minder scherp zijn afgebakend 2) Niet zozeer de historische enscènering (in de vorm van zeer gedetailleerde beschrijvingen) centraal staat, maar meer de historische sfeer als zodanig. • In Nederland zijn Arthur van Schendel, Jac. van Looy, Aart van der Leeuw en J.J. Slauerhoff te plaatsen binnen de neoromantiek. Slauerhoff Van Schendel


Download ppt "Het ontstaan van de moderne literatuur 1880 - 1914."

Verwante presentaties


Ads door Google