De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Economie voor 10 vwo Planning • Dit jaar drie lesbrieven: Levensloop, Monetaire Zaken en Arbeidsmarkt. • Elke lesbrief: twee toetsen • Elke lesbrief.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Economie voor 10 vwo Planning • Dit jaar drie lesbrieven: Levensloop, Monetaire Zaken en Arbeidsmarkt. • Elke lesbrief: twee toetsen • Elke lesbrief."— Transcript van de presentatie:

1

2 Economie voor 10 vwo

3 Planning • Dit jaar drie lesbrieven: Levensloop, Monetaire Zaken en Arbeidsmarkt. • Elke lesbrief: twee toetsen • Elke lesbrief wordt afgesloten met SE

4 Werkwijze • Elke les: korte uitleg op smartbord • Powerpoints op vakportaal economie • Daarna stof verwerken in: – Groepen – Individueel of in tweetallen – Computerlokaal

5 Regels • Als je iets wilt vragen/zeggen, steek je vinger op. • Alleen mobiele telefoons gebruiken met mijn toestemming. • Niet door de klas lopen • Niet eten in de klas (drinken mag wel) • In tweetallen naast elkaar zitten (dus niet met drie of vier)

6 Spanje Ibiza

7 Opdracht 1 • Beantwoord de volgende vragen • Schrijf ze op een blaadje • Zet je naam op het blaadje • Lever blaadje in aan einde van de les. • 5 minuten

8 Vragen • Ben je op vakantie geweest? • Met wie ben je op vakantie geweest (ouders, vrienden) • Waar ben je op vakantie geweest? • Het is crisis: gaan Nederlanders volgens jou daardoor minder op vakantie? • Het is crisis: geven Nederlanders daardoor minder uit als ze op vakantie gaan?

9 Opdracht 2 • Lees de uitgedeelde tekst en beantwoord de vier vragen • Beantwoord de vragen eerst zelf • Ga daarna – als je buurman ook klaar is – de vragen met elkaar vergelijken. Verbeter indien nodig je antwoord. • Tot slot bespreken we de antwoorden klassikaal

10 Hoofdstuk 1: kiezen • Economie gaat over kiezen uit alternatieven • Waarom kiezen we iets?????

11 Kiezen 1.Je moet kiezen omdat producten schaars zijn (par. 2) 2.Bij het kiezen hou je rekening met opofferingskosten (par. 2) 3.Bij het kiezen hou je rekening met je budget (par. 3) 4.Bij het kiezen hou je rekening met de ander (par. 4)

12 1. Kiezen en schaarste • Schaarste in economie wil zeggen dat er inspanning moet worden geleverd of kosten moeten worden gemaakt om het maken. • Daarom kosten schaarse goederen meestal geld • En omdat iets geld kost, moet je kiezen. Je hebt niet genoeg geld om alles te kopen wat je wilt.

13 1. Kiezen en schaarste • Vrije goederen: goederen waarvoor geen inspanningen gedaan moeten worden of kosten moeten worden gemaakt om ze te maken

14 2. Opofferingskosten • Als je kiest hou je rekening met opofferings kosten. Wat offer ik op als ik iets kies en is het me dat waard. • Opofferingskosten zijn de opbrengsten van het beste niet gekozen alternatief. • Als je iets kiest zijn de opofferingskosten lager dan de opbrengsten van hetgeen je kiest

15 2. Opofferingskosten • Voorbeeld. Ik heb de keuze uit drie alternatieven: – Werken bij AH: levert € 3 per uur op – Oppassen: levert € 5 per uur op – Opa helpen in de tuin, levert € 4 op en een goed gevoel • Waarschijnlijk kies je voor oppassen. De opofferingskosten zijn dan € 4 en een goed gevoel.

16 1.3 Budgetlijn • Wat je kiest is afhankelijk van je budget • Budget: hoeveel geld heb ik ter beschikking • Als ik minder budget heb, kan ik minder kopen • Als je de keuze hebt uit twee producten, kun je een budgetvergelijking en een budgetlijn tekenen

17 1.3 Budgetlijn • Als je de keuze hebt uit twee producten, kun je een budgetvergelijking en een budgetlijn tekenen • 100 = 1a + 2,5b • 100 = budget • a = blikje cola en b = broodje kaas • 1 = prijs blikje cola en 2,5 is prijs broodje gezond

18 1.3 budgetlijn • Teken deze budgetlijn (zet a op de Xas) • Wat gebeurt er met de budgetlijn als: – Je budget verdubbelt (prijzen blijven gelijk0 – De prijs van cola verdubbelt (budget en prijs broodje gezond blijft gelijk)

19 1.4 andermans keuze • Filmpje: golden balls: split or steal

20 1.4 Split or steal Ellen splitsteal Jaapsplit50/500/100 steal100/00/0

21 1.4 Een Bounty of niet Daan DelenNiet delen IschaDelen0,5 / 0,50 / 1 IschaNiet delen1 / 00 / 0

22 Welke keuze wordt er gemaakt • Waarschijnlijk kiezen ze allebei voor niet delen omdat ze niet weten van elkaar wat ze doen en elkaar niet vertrouwen. Immers als Daan voor delen kiest, kan het zomaar zijn dat Ischa voor niet delen kiest en Daan dus met lege handen staat • De meest waarschijnlijke keuze noemen wee de dominante strategie. (in dit geval niet delen dus)

23 Welke keuze wordt er gemaakt • Maar als ze allebei kiezen voor niet delen, dan krijgen ze allebei niets. • Dus als beiden voor het eigen belang gaan, dan krijgen ze allebei niets.

24 Welke keuze wordt er gemaakt • Als Daan toch voor delen kiest en Ischa voor niet delen, dan krijgt Daan niets en Ischa de hele Bounty. • Ischa noemen we dan een free rider; hij profiteert van het goede gedrag van Daan. Hij vertoont liftersgedrag. •

25 Prisonersdilemma • We noem dit spel een prisonersdilemma omdat er – Twee partijen zijn die niet van elkaar weten welke keuze ze maken – Twee partijen zijn die elkaar niet vertrouwen – Elke partij gaat voor het eigen belang. – Een resultaat ontstaat dat ongunstig is voor beiden

26 Niet altijd de slechte uitkomst • Het dilemma hoeft niet altijd tot een slecht resultaat te leiden. Je kunt het voorkomen; – Door bindende afspraken te maken. Twee partijen spreken af samen te werken omdat niet samenwerken tot straf leidt. De twee criminelen zijn bang gedood te worden, de twee zussen krijgen geen zakgeld. – Bij herhaling van het spel. De ene partij kiest niet voor de dominante strategie maar kiest voor samenwerking •

27 Gevangenendilemma Zacco BekennenZwijgen PacoBekennen10/101/22 Pacozwijgen22/12/2

28 Gevangenen • Maken de afspraak beiden te zwijgen, maar dit wordt pas een bindende afspraak als ze weten dat ze worden vermoord door de ander (of zijn handlanger) als ze bekennen

29 Opruimen Sofiesofie OpruimenNiet opruimen TaraOpruimen30/3070/10 TaraNiet opruimen10/7060/60

30 Bindende afspraken • Evenwicht: ze ruimen beiden niet op • Beiden wel opruimen is beter, maar hoe komen ze daar: – Ze beloven allebei op te ruimen en ouders dreigen met straf als ze dat niet doen (ze hebben dus een bindende afspraak) – Tit for tat: Tara ruimt wel op en start dus met samenwerken in de hoop dat Sofie volgt. Als Sofie niet volgt, dan stop Tara ook met opruimen. Dit kan alleen als het dilemma wordt herhaald. •

31 Liftersgedrag • Als Tara wel opruimt en Sofie niet dan vertoont Sofie liftersgedrag. Sofie profiteert van goede gedrag van Tara. • Liftersgedrag noemen we ook wel free- ridergedrag

32 Opdracht Oldi ReclameGeen reclame SporReclame90/90130/70 SporGeen reclame70/130100/100

33 Spor en Oldi • Spor en Oldi zijn twee supermarkten die erover denken reclame te gaan maken. • Ze maken nu beiden 100 winst en als ze beiden reclame gaan maken blijft hun omzet gelijk, maar nemen de kosten toe met 10

34 Spor en Oldi • Wat is de dominante strategie van Spor • Wat is de dominante strategie van Oldi • Wanneer is spor een free rider • Waarom is hier sprake van een prisonnersdilemma • Hoe kunnen Spor en Oldi hun probleem oplossen

35 Spor en Oldi • Wat is de dominante strategie van Spor: – reclame maken • Wat is de dominante strategie van Oldi: – reclame maken • Wanneer is spor een free rider: – als Spor reclame maakt en Oldi niet

36 Spor en Oldi • Waarom is hier sprake van een prisonnersdilemma: – omdat ze niet weten van elkaar wat ze doen – Ze kiezen voor eigen belang – Het eindresultaat niet optimaal is • Hoe kunnen Spor en Oldi hun probleem oplossen. -Bindende afspraken maken. Afspreken dat ze beiden geen reclame maken

37 Prisonerdilemma • Prisonersdilemma met meerdere partijen: veelpersoonsdilemma. • Er wordt een feestje georganiseerd en iedereen neemt op vrijwillige basis eten en drinken mee. • De verleiding is groot om niets of weinig mee te nemen, maar als iedereen dat doet, dan heb je geen feestje • Degene die niets meeneemt is een free rider. Hij profiteert van het goede gedrag van anderen

38 Prisonersdilemma • Oplossen? – Je komt pas binnen als je iets meeneemt. – Je krijgt een slechte naam, er wordt over je gepraat. – Je wordt niet meer uitgenodigd.

39 Prinsjesdag • 3 e dinsdag van september – Wat leest de koning voor? – Wat staat daar in? – Wat biedt de minister van Financien aan? – Hoe noemen we de 3 e dinsdag in september?

40 Prinsjesdag • Filmpje:www.rijksoverheid.nl/onderwerpen prinsjesdag • Lees het krantenartikel. – Wat merken jullie hiervan? – Wat bedoelen we met een daling van de koopkracht?

41 Prinsjesdag • Je ouders gaan in koopkracht achteruit • Alles wordt duurder (accijns gaan omhoog) • Kinderbijslag wordt minder • Je buurman is werkeloos

42 Vandaag • Uitslag quizzzzzzzz • Inkomensverdeling • Kort filmpje • Uitleg • Opdracht in tweetallen.

43 H.2 Inkomensverdeling en Lorenzcurve • Lorenzcurve laat inkomensverdeling in een land of in een groep zien. • Lorenzcurve geeft aan of inkomensverdeling gelijk of ongelijk is. • Op de x-as percentage van de bevolking • Op de Y- as percentage van de bevolking

44 Voorbeeld lorenzcurve

45 Lorenzcurve PersoonInkomenInkomen als % van het totaal Cumulatief % personen Cumulatief % inkomen Jaap %25%10% Joop %50%20% Bert %75%50% Bart %100% %

46 H.2 Gini index • Om de ongelijkheid te meten wordt gebruikgemaakt van de Gini-index, waarbij een index van 0 gelijk staat aan volkomen gelijkheid en 100 aan volkomen ongelijkheid. De meeste West-Europese landen hebben een zeer lage Gini-index vanwege hun hoge inkomstenbelastingGini-index inkomsten

47 Inkomensverdeling en Lorenzcurve • Naarmate de inkomensverdeling gelijker wordt (=nivellering), komt de Lorenzcurve meer naar het midden ( de diagonale lijn)’. • Huiswerk voor volgende week donderdag: 2.7 t/m 2.11

48 Opgaven • t/m opgave 2.6

49 2.6 Ruilen over de tijd • Sparen: ik consumeer niet nu, maar later. De ruil (geld voor goederen) wordt uitgesteld • Lenen: ik consumptie in de toekomst wordt vervangen door consumptie nu. De ruil wordt vervroegd.

50 2.6 Ruilen over de tijd • Bij lenen en sparen komen de opofferingskosten weer aan de orde. • Opofferingskosten in de vorm van tijd (nu of later) en geld (rente)

51 2.6 Ruilen over de tijd • Rente: de prijs van geld • Als ik spaar, geef ik de bank de beschikking over mijn geld en wil ik daarvoor een vergoeding. • Waarom wil ik eigenlijk die vergoeding in de vorm van rente?

52 2.6 Ruilen over de tijd • Waarom wil ik eigenlijk die vergoeding in de vorm van rente als ik mijn geld nu niet heb, maar straks – Misschien ben ik straks wel dood en heb ik niets aan mijn geld straks – Misschien ben ik straks wel rijker en kan ik het geld beter nu hebben

53 2.6 Ruilen over de tijd • Waarom wil ik eigenlijk die vergoeding in de vorm van rente als ik mijn geld nu niet heb, maar straks – Misschien ben ik straks wel dood en heb ik niets aan mijn geld straks – Misschien ben ik straks wel rijker en kan ik het geld beter nu hebben

54 2.6 Ruilen over de tijd • Je wilt dus een vergoeding in de vorm van rente omdat je niet nu maar pas later over je geld kunt beschikken. Boven op deze rente, kan nog extra rente komen voor risico’s – Risico’s dat ik het gespaarde/uitgeleende bedrag niet terug krijg – Risico’s dat het geld minder waard wordt door inflatie – Risico’s dat het geld minder waard wordt door wisselkoersschommelingen

55 Hoofdstuk 3 • Transactiekosten: tijd en geld die het kost om een transactie (ruil) tot stand te brengen. • Zowel koper als verkoper hebben transactiekosten!!!!!!!

56 Asymmetrische informatie • De ene partij weet meer dan de andere partij • Dit leidt tot extra transactiekosten

57 Asymmetrische informatie • Asymmetrische informatie: de verzekerde weet meer dan de verzekeraar. • De verzekeraar is altijd op zoek naar informatie over de verzekerde. – b.v. je betaalt een lage premie als je gezond leeft: maar hoe weet de verzekeraar of je gezond leeft. – Je verzekert je Iphone. De verzekeraar wil weten of je met de politie in aanraking bent geweest?

58 Premie particuliere verzekering • Premie: de prijs van een verzekering • Premie berekenen: kans op schade x de gemiddelde hoogte van verwachte schade • Voorbeeld: – Aantal verzekerde auto’s = – Gemiddelde schade = € – Kans op schade is 10% – Premie = € 400 (= Kans op schade x gemiddelde schade)

59 Premie particuliere verzekering • Bereken nu de premie op een andere manier.

60 Premie particuliere verzekering • Zo kun je het ook uitrekenen: – Totaal schadebedrag = € x = € – Schadebedrag delen door aantal verzekerden – € / = € 400 premie

61 Premie • Bereken nu de premie als de verzekeraar € 2 miljoen winst wil maken.

62 Averechtse selectie • De mensen met goede risico’s verzekeren zich niet, de mensen met slechte risico’s wel. • Gevolg: verzekeren wordt erg duur (weinig premiebetalers, veel uitkeringen) • Oplossen: – verzekering verplichten zoals bij ziektekostenverzekering. – Premiedifferentiatie: mensen met weinig risico betalen lagere premie. – Eigen risico

63 Moral hazard • Mensen gedragen zich roekeloos of risicovol omdat ze toch al verzekerd zijn • Gevolg: veel schade en hogere premies • Oplossen: – eigen bijdragen/risico bij schade, – schade uitkering aan maximum verbinden – Premiedifferentiatie (als je weinig schade hebt, dan betaal je weinig premie)

64 verzekeren • Lees artikel over verzekeren. Er komen een aantal begrippen in terug die we hebben behandeld. – Wat zijn de opofferingskosten van het niet afsluiten van een annuleringsverzekering? – Zoek in het artikel de tekst die hoort bij de begrippen: • Risico aversie • Averechtse selectie • Transactiekosten

65 Premie • Premie: kans op schade x verwachte hoogte schade • Premie: (totaal schade bedrag + opslag voor winst en kosten) : aantal verzekerden

66 Opdracht 3.9 Premie: kans op schade x verwachte hoogte schade -Premie voor groep 1: 0,01 x = € 200 -Premie voor groep 2: 0,02 x € = € 400 -Premie voor groep 3: 0,03 x € = € 600 Alleen groep 2 en 3 verzekeren zich voor een premie van € 400.

67 Opdracht 3.14 • Eigen risico tegen averechtse selectie: een voorzichtig iemand kan zijn eigen risico verhogen en zo zijn premie verlagen. Voor een lagere premie zal hij zich eerder verzekeren • Eigen risico tegen moreel wangedrag: als je een deel van de schade zelf moet betlane, word je vanzelf voorzichtiger • No claim korting tegen moreel wangedrag: als je geen schade hebt (geen schade claimt) en dus voorzichtiger bent, dan krijg je een lagere premie

68 3.7 Sociale zekerheid • Sociale zekerheid: wetten die je helpen bij ziekte, werkeloosheid, ouderdom, grootbrengen van kinderen en arbeidsongeschiktheid • Gebaseerd op solidariteit – Van werkenden met werkelozen – Van jongeren met ouderen – Van gezonde mensen met de zieken

69 3.7 Sociale zekerheid • Sociale zekerheid bestaat uit: – Sociale verzekeringen: betaald uit premies – Sociale voorzieningen: betaald uit belastinggeld: zoals Wet Werk en Bijstand

70 3.7 Sociale zekerheid • Sociale verzekeringen bestaan uit – Volksverzekeringen: voor iedereen (AOW, AWBZ. ANW, AKW) – Werknemersverzekeringen: voor mensen in loondienst (WIA, WW)

71 3.8 Zorgverzekering • Wie is waar verzekerd (pasjes) • Filmpje: waar op letten bij je zorgverzekering (consumentenbond)

72 Ziektekostenverzekering • Zorgverzekering: dekt kosten van gezondheidszorg. • De zorgverzekering bestaat uit: – een verplicht basispakket; – een niet verplicht aanvullend pakket.

73 Ziektekostenverzekering: basispakket • Het basispakket is verplicht. Iedereen moet zich verzekeren voor het basispakket. We gaan hiermee averechts selectie tegen. • Dit pakket is voor iedereen gelijk.

74 Ziektekostenverzekering: basispakket • Iedereen betaalt voor het basispakket een vast bedrag per maand (= nominale premie). Deze betaal je aan de zorgverzekeraar (Menzis, ONVZ, AGIS) • Je kunt zelf kiezen welke verzekeraar je kiest. De ene verzekeraar is voor hetzelfde pakket iets goedkoper dan de andere

75 Ziektekostenverzekering: basispakket • Daarnaast betaalt iedereen een inkomensafhankelijke premie voor het basispakket. Deze wordt ingehouden op je loon door je werkgever.

76 Ziektekostenverzekering: aanvullende verzekering • Je kunt je ook aanvullend verzekeren (b.v voor de tandarts of extra fysiotherapie). Je betaalt daarvoor dan een extra nominale premie aan de zorgverzekeraar.

77 Opdracht • Lees artikel en beantwoord de vragen – Hoe zorgt Aron ervoor dat hij zo weinig mogelijk betaalt voor zijn zorgverzekering – De basis verzekering is verplicht: welke probleem wordt daarmee voorkomen? – Er is een eigen risico van € 350: welk probleem wordt daarmee voorkomen – Zou jij je eigen risico verhogen in ruil voor een lagere premie? Waarom

78 Economie gaat over kiezen • Wat kun je kiezen: – Bij welke verzekeraar je de verplichte basisverzekering afsluit (b.v. Menzis of Agis) – Of je wel of niet de – niet verplichte - aanvullende verzekering afsluit – Of je je eigen risico van € 350 verhoogt of niet


Download ppt "Economie voor 10 vwo Planning • Dit jaar drie lesbrieven: Levensloop, Monetaire Zaken en Arbeidsmarkt. • Elke lesbrief: twee toetsen • Elke lesbrief."

Verwante presentaties


Ads door Google