De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Wie niet horen wil, moet voelen! Van recht tot plicht op maatschappelijke integratie? Wim Van Lancker Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck Universiteit.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Wie niet horen wil, moet voelen! Van recht tot plicht op maatschappelijke integratie? Wim Van Lancker Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck Universiteit."— Transcript van de presentatie:

1 Wie niet horen wil, moet voelen! Van recht tot plicht op maatschappelijke integratie? Wim Van Lancker Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck Universiteit Antwerpen Ronde Tafel “Leefloon en aanvullende uitkeringen” CEDER,

2 Voor wat, hoort wat: context en trends • Van de verzorgingsstaat naar de ‘actieve welvaartsstaat’ of de ‘sociale investeringsstaat’ • Verschuiving in het denken over en handelen van sociaal beleid in het algemeen en sociale bescherming in het bijzonder: van ‘beschermen’ naar ‘empoweren’ – Beleidsmatig: Nadruk op gelijke kansen en arbeidsmarktintegratie als kortste weg naar sociale inclusie – Normatief: Individualisering van sociale risico’s en nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid • Het logische gevolg is een verscherpte vorm van wederkerigheid (‘voor wat, hoort wat’): we zijn bereid solidair te zijn met wie zijn of haar verantwoordelijkheid neemt en de aangeboden kansen grijpt. Wie dat niet doet, moet zelf de gevolgen dragen (‘eigen schuld, dikke bult’). Een gevoel dat veel mensen delen.

3 Recente voorbeelden • Intrekken van schooltoelage van hardnekkige spijbelaars; • Recht op kinderbijslagen koppelen aan schoollopen of kinderopvang; • Geert Versnick: leefloon afnemen van zij die hun kinderen niet naar de kleuterklas sturen; • Of nog: degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen als financiële prikkel om aan het werk te gaan ; • Of nog: mensen met obesitas meer laten betalen voor hun ziekteverzekering; • Zelfs deze maand nog: Jan Denys van Randstad die oproept om vroegtijdige schoolverlaters geen uitkering meer te geven. • Rode draad: mensen worden individueel verantwoordelijk gesteld voor een in wezen sociaal probleem; wie niet aan de strenge vorm van wederkerigheid voldoet wordt financieel gestraft.

4 De ondraaglijke complexiteit van persoonlijke verantwoordelijkheid: Casus spijbelbeleid • De studietoelage wordt teruggevorderd van de ouders van hardnekkige spijbelaars als financiële strafmaatregel. • Minister van Onderwijs Smet: “iets teveel ouders wentelen de verantwoordelijkheid van de opvoeding af op de school” • Crux van het probleem: is spijbelen een persoonlijke keuze, of is er meer aan de hand? • Oorzaak van spijbelen is een kluwen van verbanden en interacties die heel sterk gerelateerd zijn aan de sociale positie van het gezin in de samenleving, aan de school, aan de buurt waarin men opgroeit, aan de middelen die het gezin heeft. • Het is niet mogelijk om ‘eigen verantwoordelijkheid’ te onderscheiden van de omstandigheden waarin men leeft.

5 De ondraaglijke complexiteit van persoonlijke verantwoordelijkheid: Casus spijbelbeleid • TABEL1:Sociale achtergrond van spijbelaars Causes of truancy as registered by Flemish schools % of truants% of school population Non-Dutch home language 33,39,0 Low educational level of the mother 65,223,1 Homeless2,80,3 Entitled to school allowance33,225,8

6 De ondraaglijke complexiteit van persoonlijke verantwoordelijkheid: Casus spijbelbeleid • TABEL 2:Oorzaken van spijbelgedrag % of registered cases of truancy Lack of motivation74.9 Low level of well-being at school 48.0 Parenting incapacity42.1 Problematic familial situation32.8 Pupil’s unwillingness28.7 No medical certificate28.6 Problematic school career22.6 Difficult parent/school contact17.4 Parental unwillingness10.1

7 De ondraaglijke complexiteit van persoonlijke verantwoordelijkheid: Casus spijbelbeleid • Is het de schuld van de ouders, of van het kind zelf? Is het de schuld van de school (want spijbelen is geconcentreerd in scholen, vaak scholen met te weinig middelen, lagere kwaliteit, slechtere infrastructuur)? Van de vrienden? Van de buurt waarin men opgroeit (want spijbelen is geconcentreerd in buurten)? • Het is een illusie te denken dat fenomenen die heel sterk vasthangen aan sociale achtergrond (loterij van de geboorte) gereduceerd kunnen worden tot ‘schuld’. • Hetzelfde geldt voor inschrijvingen in kleuterschool, in ongekwalificeerde uitstroom, etc. • Wie heeft recht op een schooltoelage? Kwetsbare gezinnen met weinig middelen. Wie is oververtegenwoordigd in de spijbelstatistieken? Dezelfde gezinnen. Help je hen vooruit door hen te straffen?

8 De ondraaglijke complexiteit van persoonlijke verantwoordelijkheid: Casus spijbelbeleid • Los van de vraag of die gelijke kansen wel echt verzekerd zijn (cf. aanbod kinderopvang en kleuterschool, wachtlijsten, kwaliteit van scholen etc) • Appel op persoonlijke verantwoordelijkheid in het sociaal beleid viseert per definitie de meest kwetsbaren in de samenleving (leefloners, ontvangers van schooltoelagen), zonder de sociale context en dus de gedeelde verantwoordelijkheid van de samenleving in acht te nemen • Ik zeg niet dat verantwoordelijkheid onbestaande is noch dat het beleid niet zou mogen ingrijpen. De vraag is alleen hoé je dat doet. • Net omwille van de enorme invloed die uitgaat van iemands (ongekozen!) sociale positie, moet men zeer omzichtig omspringen met bestraffende maatregelen die geënt zijn op de idee van persoonlijke verantwoordelijkheid. Anders dreigen de meest kwetsbaren nog meer uitgesloten te worden.

9 RMI-wet • Wet op Maatschappelijke Integratie van 2002: niet noodzakelijk financiële steunverlening, maar ‘maatschappelijke integratie’. – Tewerkstelling of opleiding – Leefloon • Rationale: veranderende omstandigheden, grotere uitstroom realiseren • Werkbereidheid als voorwaarde en activering in de bijstand niet nieuw (sinds ‘70), maar vaak dode letter. Met de RMI-wet krijgt activering meer haar op de tanden: werkbereidheid en toeleiding naar arbeidsmarkt krijgt veel groter gewicht, en het recht op een minimuminkomen is niet vrijblijvend (contractbenadering). – Geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie (GPMI) – Art 60§7, doorstroming naar werk en herinschakeling in de SZ

10 Hoe het niet moet: workfare in Nederland • Nieuwe bijstandswet: In ruil voor het recht op bijstand is er een wettelijke verplichting gekomen tot ‘tegenprestatie naar vermogen’ die de gemeente kan opleggen. = ‘verplicht vrijwilligerswerk’ (contradictio in terminis) • Vb: sneeuw ruimen, parken onderhouden,.. Maar ook in buurthuizen of in de zorg(!). Wie ‘niet aan de voorwaarden voldoet’ wordt geschorst van de bijstand. • Jongeren zonder startkwalificatie ( = getuigschrift secundair onderwijs) hebben geen toegang meer tot bijstand

11 Gevolg: De meest kwetsbaren vallen onder dit regime en riskeren financieel te worden gestraft Geen uitzicht op een waardevolle integratie op de arbeidsmarkt Goedkope arbeidskrachten zonder opbouw van sociale rechten

12 Een waarschuwing voor België? • Ook bij ons trend naar een verscherping van voorwaarden (cf. Project Ruitenkuis in Antwerpen), maar erg veel verschillen tussen OCMW’s => probleem van de discretionaire bevoegdheid (‘werkbereidheid is erg ruim en kan door een sociaal werker anders worden ingevuld’) • Wel nog vaak in wettelijk kader zoals art. 60§7 • Het Netwerk tegen Armoede waarschuwt echter voor een voortschrijdende evolutie: “trajectbegeleiding leidt mensen naar arbeidszorg, OCMW’s overwegen leefloners onkruid te laten wieden, sneeuw of vuil te doen ruimen” • Dat roept vragen op: – In hoeverre hoort arbeidszorg en vrijwilligerswerk binnen het activeringsdiscours van rechten en plichten (cf. sanctie bij ‘niet-naleving’?) – Druk op sociaal werkers: tijd en incentives om met context en structurele factoren rekening te houden? Welke rol spelen zij: rechter en partij tegelijkertijd? – Willekeur in voorwaarden, willekeur in sancties?

13 Besluit • Conditionalisering van sociale bescherming in de vorm van financiële bestraffingen is onrechtvaardig en leidt tot verdere kwetsbaarheid van mensen die het meest steun nodig hebben. • Gegeven de grote discretionaire bewegingsvrijheid kunnen welzijnswerkers zelf de voorwaarden tot werkbereidheid interpreteren. Als zij dat doen met een nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid, kan dat leiden tot een uitholling van het recht op maatschappelijke integratie. Er ontstaat ook een probleem van willekeur. • Nood aan centralisering steunnormen (cf. referentiebudgetten) maar ook voor regelgeving met betrekking tot conditionaliteit (welke voorwaarden kunnen gesteld worden aan leefloon en aanvullende steun, welke schending van voorwaarden kan aanleiding geven tot schorsing?). Maar: Discretionaire marge is nodig voor een beleid op maat.

14 Besluit • Het gaat dus om een streven naar evenwicht tussen centrale regelgeving enerzijds en de nodige uitvoerdende beslissingsvrijheid anderzijds. Ideaal: in een context van voldoende inkomensbescherming mensen toeleiden naar werk via een beleid op maat, zonder daarbij bestraffend te werken. • Waarschuwing: we kennen nog geen Nederlandse workfare- oriëntering, maar de trend gaat wel in die richting. • Vraag: Tot waar willen als samenleving gaan in de voorwaardelijkheid van minimuminkomensbescherming? • Algemene conclusie: Recht op maatschappelijke integratie dreigt te verworden tot een plicht tot tewerkstelling. Als dat samengaat met verdere voorwaardelijkheid van inkomenssteun geënt op de idee van persoonlijke verantwoordelijkheid voor die tewerkstelling, dan zijn de meest kwetsbaren daarvan het slachtoffer.


Download ppt "Wie niet horen wil, moet voelen! Van recht tot plicht op maatschappelijke integratie? Wim Van Lancker Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck Universiteit."

Verwante presentaties


Ads door Google