De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De islam. WIE IS ALLAH. Allah is het Arabische woord voor god. Je kunt Allah en God door elkaar heen gebruiken,want het betekent hetzelfde.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De islam. WIE IS ALLAH. Allah is het Arabische woord voor god. Je kunt Allah en God door elkaar heen gebruiken,want het betekent hetzelfde."— Transcript van de presentatie:

1 De islam

2 WIE IS ALLAH. Allah is het Arabische woord voor god. Je kunt Allah en God door elkaar heen gebruiken,want het betekent hetzelfde.

3  De koran is het heiligste boek in de islam. In de koran staan leefregels waaraan een moslim zich moet houden.

4  De meeste moslims wonen in landen waar de islam de officiële godsdienst is. De meeste islamitische landen liggen in het Midden-Oosten, waar de islam ook vandaan komt. Er wonen op de wereld zo’n 1,2miljard moslims. De kaart laat zien dat bijna het hele Midden-Oosten islamitisch is. Ook in Noord- Afrika is het grootste deel van de bevolking islamitisch,vaak meer dan 95% van de bevolking. Maar het land met de meeste moslims is Indonesië: ruim 200 miljoen.

5  Bidden mag een moslim overal doen,thuis,op het werk,op school,op straat,maar het liefst in een moskee. De moslims bidden op de grond,met het gezicht in de richting van Mekka.

6  De profeet Mohammed heeft in 610 jaar na Chr. De islam opgericht. Allah stuurde de engel Gabriel naar Mohammed toe om hem uit te leggen hoe de mensen moesten leven. Mohammed vertelde de mensen in Mekka over deze boodschap van God. Daarna verhuisde Mohammed naar de stad Medina. Ook vanuit deze stad verspreidde Mohammed de boodschap van Allah. Voor de moslims begint hier het jaar 0. Het begin van de islamitische jaartelling.

7 MEKKA OOOOngeveer 570 na Christus werd in de Arabische stad Mekka de profeet Mohammed geboren. In de tijd dat Mohammed opgroeide,geloofden de mensen in verschillende goden. De mensen in Mekka hadden een goed leven en er was weinig armoede. Mohammed was een herder. Toen hij ouder werd kreeg hij een karavaan met kamelen waarmee hij handelswaar vervoerde.

8  Met het suikerfeest wordt het einde van de vastenmaand ramadan gevierd. Het feest heet in ons land suikerfeest omdat er veel gesnoept wordt. Naast zoetigheid wordt er ook veel fruit en dadels gegeten. De Arabische naam voor deze feestdag is id-Al- Fitr,dat betekent feestmaal.

9  De koran is van oorsprong in het Arabisch geschreven. Als er in de moskee wordt voorgelezen uit de koran, dan doet de qari dat. Het is een belangrijke taak voor de qari om goed voor te lezen. Hij moet heel duidelijk Arabisch spreken en moet ook zijn uiterste best doen om zo mooi mogelijk voor te lezen. De koran is vertaald in bijna alle talen, dus iedere moslim kan de koran in zijn eigen taal lezen.

10  In de Koran staat onder andere hoe je als moslim moet leven en hoe je na de dood in de hemel komt. Ook kun je in de koran verhalen vinden van belangrijke mensen uit het Jodendom en het Christendom. Zo staan er in de Koran verhalen over Abraham, Mozes, Maria en Jezus. In de Koran wordt ook over de islamitische wetten en de zuilen van de Islam geschreven.

11 In de Koran staat wat mensen moeten doen en laten.  Fard- zijn daden die moeten gebeuren;God beloont hen die ze doen en straft degenen die ze niet doen.  Mandub- daden worden aangemoedigd en beloond door God.  Mubah deze daden worden niet beloond of bestraft omdat de Koran hier neutraal tegenover staat.  Makruh- deze daden worden ontmoedigd, maar niet bestraft.  Haram- dit zijn onwettige daden die strafbaar zijn.

12  In de Koran staat geschreven over de Arkan-ul-Islam, de vijf zuilen van de islam. Dit zijn vijf plichten die Allah via de profeet Mohammed aan de moslims heeft opgelegd. Deze plichten worden uitgebreid beschreven op de pagina over de zuilen van de islam.

13  ZUIL 1  GELOOFSBELIJDENIS  GELOOFSBELIJDENIS,IN HET Arabisch Shahadah genaamd,betekent dat je gelooft dat er maar een god is en dat Mohammed zijn boodschapper is. In de tijd dat Mohammed geboren werd aanbaden de mensen veel verschillende goden. Mohammed vond het heel erg belangrijk dat de mensen in maar 1 God geloofden en dat er geen plaatjes van God gemaakt werden. Dan zouden de mensen gaan denken dat die plaatjes God zijn en dat leidt tot verwarring en misverstanden

14 Bidden  Bidden, Salaat in het Arabisch, betekent dat je als moslim vijf keer per dag moet bidden, met je gezicht in de richting naar Mekka.  Bidden kun je overal doen. Op een matje thuis, op school, op straat, maar het liefst in de moskee. In landen waar de meeste mensen moslim zijn, wordt er vanuit de moskee vijf keer per dag opgeroepen tot gebed. Tijdens het bidden zeggen moslims vaak Allahoe akbar dat betekent (God is zeer groot).

15 vasten VVVVasten, Saum in het Arabisch, houdt in dat je in de maand Ramadan tussen zonsopgang en zonsondergang niet mag eten, drinken, roken of vrijen. MMMMohammed kreeg in de maand Ramadan voor het eerst een boodschap van Allah. Daarom is dit een heilige maand voor de moslims. Tijdens de Ramadan denken moslims na over hun leven.

16 aalmoezen  Het geven van aalmoezen heet Zakkat in het Arabisch. Zakkat betekent eigenlijk zuivering, maar heeft de betekenis van godsdienstige belasting gekregen.  Iedere moslim moet een deel van zijn of haar geld aan arme of zieke mensen geven. deel van zijn of haar geld aan arme of zieke mensen geven.  Het doel van de Zakkat is om de verschillen tussen arme en rijke mensen een beetje kleiner te maken. Zo wordt er geprobeerd om de welvaart van de mensen een beetje te delen. De hoogte van je aalmoes is afhankelijk van je vermogen of je inkomen. Maximaal hoef je niet meer dan 10% van je inkomen of vermogen weg te geven. In sommige landen heeft de regering geregeld hoeveel je aan aalmoezen moet geven.

17 BBBBedevaart DDDDe bedevaart naar Mekka heet in het Arabisch Hadji. Iedere moslim die het kan betalen moet een keer naar Mekka op bedevaart gaan. Mekka is de stad waar Mohammed is geboren. In de twaalfde maand van het islamitische jaar,de Dhul-Hijjah,gaan er per jaar gemiddeld twee miljoen moslims naar Mekka. De moslims bezoeken dan heilige plaatsen in en om de stad. De bedevaartganger voert hier een aantal rituelen uit; dat duurt een paar dagen.

18  We hebben dit gekozen omdat: wij de Islam leuk vinden.  En wij wilden er meer over weten.


Download ppt "De islam. WIE IS ALLAH. Allah is het Arabische woord voor god. Je kunt Allah en God door elkaar heen gebruiken,want het betekent hetzelfde."

Verwante presentaties


Ads door Google