De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Jezus wandelt op het water Mt 14, 22-36 (NBV) [22] Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant,

Verwante presentaties


Presentatie over: "Jezus wandelt op het water Mt 14, 22-36 (NBV) [22] Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant,"— Transcript van de presentatie:

1 Jezus wandelt op het water Mt 14, (NBV) [22] Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. [23] Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. [24] De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. [25] Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer. [26] Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst. [27] Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’ [28] Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ [29] Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. [30] Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ [31] Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ [32] Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. [33] In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’ [34] Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret. [35] De mensen daar herkenden hem en maakten zijn komst overal in de omgeving bekend, en men bracht allen die ziek waren bij hem. [36] Die smeekten hem alleen maar de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En iedereen die dat deed werd genezen en was volkomen gezond.

2 Afbakening en situering in het bijbelboek Evangelie volgens Matteüs Deze passage is de afsluiter van hoofdstuk 14. Hoofdstuk 14 begint met de dood van Johannes de Doper (Mt 14, 1-12). Bij het horen van dit nieuws zondert Jezus zich af, maar de menigte volgt hem. In deze context vindt het eerste wonder in dit hoofdstuk plaats (Mt 14, 13-21). Jezus voedt deze menigte van ongeveer vijfduizend man met vijf broden en twee vissen. Na dit wonder stuurt Jezus zijn leerlingen met de boot naar de overkant met de boodschap dat hij ook zal komen nadat hij de mensen heeft weggestuurd. Op het meer vindt het tweede wonder in dit hoofdstuk plaats (Mt 14, 22-36). Jezus wandelt over het water en laat Petrus over het water naar hem toewandelen.

3 Parallelteksten Mc 6, (NBV) [45] Meteen daarna gelastte hij zijn leerlingen in de boot te stappen en alvast naar de overkant te varen, naar Betsaïda; intussen zou hijzelf de menigte wegsturen. [46] Nadat hij afscheid van de mensen had genomen, ging hij de berg op om er te bidden. [47] Bij het vallen van de avond was de boot midden op het meer, en hij was alleen aan land. [48] Toen hij zag dat de leerlingen door de hevige tegenwind maar nauwelijks vooruitkwamen, hoe hard ze ook roeiden, liep hij tegen het einde van de nacht over het meer naar hen toe, en hij wilde hen voorbijlopen. [49] Toen ze hem over het water zagen lopen, dachten ze dat hij een geestverschijning was en ze schreeuwden het uit. [50] Ze hadden hem allemaal gezien en raakten in paniek. Maar hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’ [51] Hij stapte bij hen in de boot en de wind ging liggen. Zijn leerlingen waren helemaal van hun stuk gebracht. [52] Ze waren niet tot inzicht gekomen door wat er met de broden was gebeurd, omdat ze hardleers waren. [53] Nadat ze waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land en daar legden ze aan. [54] Toen ze uit de boot stapten, werd hij meteen herkend. [55] In het hele gebied ontstond een druk komen en gaan van mensen, die zieken op draagbedden meenamen naar elke plaats waarvan ze hoorden dat hij daar was. [56] Overal waar hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein. Ze smeekten hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die hem aanraakte, werd gered en genas.

4 Parallelteksten Joh 6, (NBV) 16] Bij het vallen van de avond daalden zijn leerlingen af naar het meer; [17] ze stapten in een boot en zetten koers naar de overkant, naar Kafarnaüm. Het was al donker geworden, en Jezus was nog niet naar hen toe gekomen. [18] Er stak een hevige wind op en het meer werd onstuimig. [19] Toen ze vijfentwintig of dertig stadie geroeid hadden, zagen ze plotseling Jezus over het meer lopen; hij was dicht bij de boot en ze werden bang. [20] Maar hij zei: ‘Ik ben het, wees niet bang.’ [21] Ze wilden hem aan boord nemen, maar meteen kwam de boot aan land op de plaats waar ze naartoe wilden.

5 Parallelteksten Synopsis 1 1 C. F AHNER, Synopsis van de vier evangeliën: Mattheüs, Markus, Lukas, Johannes, Utrecht, Banier, 1981, p MattheüsMarcusLucasJohannes [22] Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. [23] Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. [45] Meteen daarna gelastte hij zijn leerlingen in de boot te stappen en alvast naar de overkant te varen, naar Betsaïda; intussen zou hijzelf de menigte wegsturen. [46] Nadat hij afscheid van de mensen had genomen, ging hij de berg op om er te bidden. [16] Bij het vallen van de avond daalden zijn leerlingen af naar het meer; [17] ze stapten in een boot en zetten koers naar de overkant, naar Kafarnaüm. Het was al donker geworden, en Jezus was nog niet naar hen toe gekomen.

6 Parallelteksten Synopsis 1 MattheüsMarcusLucasJohannes [24] De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. [25] Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer. [26] Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst. [47] Bij het vallen van de avond was de boot midden op het meer, en hij was alleen aan land. [48] Toen hij zag dat de leerlingen door de hevige tegenwind maar nauwelijks vooruitkwamen, hoe hard ze ook roeiden, liep hij tegen het einde van de nacht over het meer naar hen toe, en hij wilde hen voorbijlopen. [49] Toen ze hem over het water zagen lopen, dachten ze dat hij een geestverschijning was en ze schreeuwden het uit. [18] Er stak een hevige wind op en het meer werd onstuimig. [19] Toen ze vijfentwintig of dertig stadie geroeid hadden, zagen ze plotseling Jezus over het meer lopen; hij was dicht bij de boot en ze werden bang.

7 Parallelteksten Synopsis 1 MattheüsMarcusLucasJohannes [27] Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’ [28] Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ [50] Ze hadden hem allemaal gezien en raakten in paniek. Maar hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’ [20] Maar hij zei: ‘Ik ben het, wees niet bang.’

8 Parallelteksten Synopsis 1 MattheüsMarcusLucasJohannes [29] Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. [30] Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ [31] Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’

9 Parallelteksten Synopsis 1 MattheüsMarcusLucasJohannes [32] Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. [33] In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’ [51] Hij stapte bij hen in de boot en de wind ging liggen. Zijn leerlingen waren helemaal van hun stuk gebracht. [52] Ze waren niet tot inzicht gekomen door wat er met de broden was gebeurd, omdat ze hardleers waren. [21] Ze wilden hem aan boord nemen, maar meteen kwam de boot aan land op de plaats waar ze naartoe wilden.

10 Parallelteksten Synopsis 1 MattheüsMarcusLucasJohannes [34] Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret. [35] De mensen daar herkenden hem [53] Nadat ze waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land en daar legden ze aan. [54] Toen ze uit de boot stapten, werd hij meteen herkend.

11 Parallelteksten Synopsis 1 MattheüsMarcusLucasJohannes en maakten zijn komst overal in de omgeving bekend, en men bracht allen die ziek waren bij hem. [55] In het hele gebied ontstond een druk komen en gaan van mensen, die zieken op draagbedden meenamen naar elke plaats waarvan ze hoorden dat hij daar was. [56] Overal waar hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein.

12 Parallelteksten Synopsis 1 MattheüsMarcusLucasJohannes [36] Die smeekten hem alleen maar de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En iedereen die dat deed werd genezen en was volkomen gezond. Ze smeekten hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die hem aanraakte, werd gered en genas.

13 Genre Wonderverhaal Een wonder is een opvallend of buitengewoon gebeuren dat verbazing of verwondering oproept. Een wonder gaat in tegen de wetten van de natuur. Een wonder kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Een gelovige kan hierin een daad van God zien. In de Bijbel zijn er heel wat wonderen terug te vinden. Een wonderverhaal in de Bijbel is een literair genre waarin het wonder beschreven wordt door de bril van de verteller. “Een wonderverhaal is nooit een louter objectieve weergave van het gebeuren, maar ook uitleg en interpretatie” 1. In de vier evangeliën zijn ongeveer dertig wonderen aan Jezus toegeschreven. Jezus wordt dan ook vaak gezien als een wonderdoener. “De wonderverhalen tonen ons een Jezusfiguur die geraakt wordt door de menselijke nood en die zich inzet om de noden en de pijn op te heffen. De wonderen die Jezus doet, verlopen meestal sober. Alleen de verwondering van de luisteraars en toehoorders achteraf wordt uitvoerig beschreven”³. “Een wonderverhaal wil vooral kenbaar maken dat Jezus heel bijzonder en belangrijk is”². Jezus wil met deze wonderen duidelijk maken dat God belangrijk is en dat de mens centraal staat. Door wonderen te verrichten wil Jezus ons laten zien hoe het Rijk Gods, de droom van God voor onze wereld, dichterbij kan komen. 1 S. L AMBERIGTS, De wonderen van Jezus – 2, in Het Teken 76 (2003) nr. 5, , p ² H. A CHTEN & A. B RANS, Parables en wonderverhalen. Hoe ja je ermee aan de slag tijdens een godsdienstles? (onuitgegeven eindwerk Bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs, KHLeuven ), 2001; (toegang ), p, 79. ³ Ibid., p. 75.

14 Genre Wonderverhaal: verschillende soorten Er zijn verschillende soorten wonderverhalen terug te vinden in het Nieuwe Testament 1  Genezingen: Jezus geneest mensen van koorts, melaatsheid, verlamming, blindheid, doofheid, stomheid, bloedvloeiingen, …  Duiveluitdrijvingen: Jezus verdrijft duivels uit bezeten mensen, vb. de bezetene in de synagoge  Natuurwonderen: Wonderen die niet met mensen, maar met dingen en met natuurelementen geschieden, vb. lopen over het meer, wijnwonder, wonderbare visvangst.  Dodenopwekkingen: Jezus wekt doden terug op, vb. opwekking van het dochtertje van Jaïrus Mt 14, kan ondergebracht worden in de categorie ‘natuurwonder’. 1 Zie S. L AMBERIGTS, De wonderen van Jezus - 1, in Het Teken 76 (2003) nr. 4, ; F. V AN S EGBROECK, Het nieuwe testament leren lezen. Achtergrond – methoden – hulpmiddelen, Leuven, Acco, 2004, p. 129; G. V AN B ELLE, Machtig in woord en daad. De wonderverhalen in de evangeliën, in Wereld en zending 27 (1998) nr. 2, 3-10; H. A CHTEN & A. B RANS, Parables en wonderverhalen, p

15 Genre Wonderverhaal: hoe lezen? Een wonderverhaal moet beschouwd worden als een geloofsverkondiging van de auteur en niet als een objectieve weergave van de feiten. De evangeliën zijn immers niet geschreven op het moment dat Jezus leefde, maar is een geordend verslag van de woorden van en verhalen over Jezus die in de christelijke gemeenschappen werden doorverteld 1. De uiteindelijke vorm van de wonderverhalen is dan ook beïnvloed door de context waarin deze verhalen zijn neergeschreven: de ervaringen en de problemen van de eerste christelijke gemeenschappen, discussies en conflicten met de joodse en hellenistische wereld, … De auteurs van de evangeliën schrijven vanuit het geloof in Jezus’ verrijzenis 2. Bij het lezen van een wonderverhaal moeten we ons dan ook niet afvragen: ‘is dit nu echt gebeurd?’ maar wel ‘wat kan de verrezen Heer vandaag voor ons betekenen?’ Wat wil de auteur ons leren? Wat is de boodschap van dit verhaal? Hoe kunnen we daardoor groeien als gelovigen en hoe zorgt het ervoor dat we ons kunnen inzetten voor Gods droom? 3 1 Zie F. V AN S EGBROECK, Het nieuwe testament leren lezen, p Zie S. L AMBERIGTS, De wonderen van Jezus – 2, p H. A CHTEN & A. B RANS, Parables en wonderverhalen, p. 77.

16 Genre Wonderverhaal: vaste structuur Een wonderverhaal heeft een vaste structuur 1  Situatieschets  Onmacht  Ontmoeting met Jezus  Manier van genezing of voltrekking van het wonder en het effect  De reactie van de omstaanders na het voltrekken van het wonder 1 Zie S. L AMBERIGTS, De wonderen van Jezus – 2, p. 133; H. A CHTEN & A. B RANS, Parables en wonderverhalen, p

17 Structuur/opbouw van het verhaal Mt 14,  Situatieschets: v De leerlingen stappen bij het begin van de nacht alleen in de boot richting overkant. Op het meer staat een hevige wind. Jezus is alleen achtergebleven op het land en gaat bidden op de berg. Tegen het einde van de nacht wandelt hij over het meer naar de boot van de leerlingen, die geteisterd wordt door de wind, toe.  Onmacht: v. 26 De leerlingen zijn in paniek. Ze denken dat ze een spook over het water zien wandelen.  Ontmoeting met Jezus: v. 27 Jezus stelt hen gerust en zegt dat hij het is.  Manier van genezing of voltrekking van het wonder en het effect: v Jezus wandelt verder over het water naar hen toe. Om de leerlingen te laten geloven dat hij het werkelijk is, laat hij Petrus over het water naar hem toekomen. Jezus redt Petrus wanneer hij begint te twijfelen. Eenmaal Petrus en Jezus aan boord zijn, gaat de wind liggen.  De reactie van de omstaanders na het voltrekken van het wonder: v De leerlingen erkennen hem als Zoon van God. Eenmaal op het land willen alle zieken Jezus aanraken. Iedereen die Jezus aanraakt geneest.

18 Leessleutels Personages  Jezus wandelt over een stormachtige zee. Hiermee toont hij dat hij ‘de onzinkbare’ is. Hij bemoedigt de leerlingen in de storm en vraagt een blijvend geloof van hen. In het verhaal wordt Jezus erkend als ‘de Christus’. In Gennesaret geneest hij de zieken. Dit doet hij niet door het gebruik van bepaalde technieken, maar door zijn persoon zelf.  Petrus wordt voorgesteld als een angstig en twijfelend persoon. In het begin van de passage is hij niet zeker dat het Jezus is en ook als hij over het water aan het lopen is begint hij te twijfelen. Hij is dan niet bang voor de geest, maar wel voor de storm, voor de bedreiging en onzekerheid die hiermee gepaard gaat 1. Petrus wil met zijn lopen over water geen magische daad verrichten. Zijn vraag aan Jezus om over het water naar hem toe te lopen bevestigt zijn geloof en vertrouwen in Jezus. Het gegeven dat hij zinkt en vraagt om redding toont aan dat dit geloof nog niet standvastig en groot genoeg is. Petrus’ geloof is nog gemengd met angst.  De leerlingen zien Jezus eerst als een spook en zijn bang. Na het ‘ik ben het’-antwoord van Jezus belijden ze het paasgeloof in Hem als Zoon van God.  De omstaanders herkennen Jezus en maken zijn komst aan iedereen bekend. De zieken onder hen raken Jezus aan en worden weer gezond. 1 U. L UZ, Matthew A Commentary (Hermeneia: A Critical and Historical Commentary on the Bible), Minneapolis, Fortress, , p. 320.

19 Leessleutels Symbolische woorden  Water: In de bijbel staat vanaf het begin water symbool voor het vijandige en chaotische element dat God moet overwinnen 1. Het staat symbool voor de dreigende en donkere doodsmachten 2.  Storm: De storm kan symbool staan voor de dreiging aan de overkant. Matteus maakt dit duidelijk door te kiezen voor het woord basanizein (folteren) 3. De golven ‘teisteren’ de leerlingen in hun dienst aan Jezus. Op het einde van het verhaal maakt de storm plaats voor aanbidding.  Boot: De boot kan symbolisch geïnterpreteerd worden als ‘de Kerk’ 4. De Kerk beleeft in die tijd een uiterst moeilijke periode. Er heerst een ‘storm’, ze is aan het wegzinken in verdeeldheid. De leerlingen moeten zonder Jezus de gemeenschap verder uitbouwen. Nu dat Jezus er niet meer is, is het ‘schip in nood’. Het verhaal maakt duidelijk dat de boot ook een veilige plaats is voor de leerlingen zolang ze vertrouwen dat Jezus bij hen is. De boot is de plaats waar het geloof in Jezus wordt uitgesproken. 1 H.J. R ICHARDS, De wonderen van Jezus. Wat gebeurde er werkelijk?, Baarn, Ten Have, 1981, p H. A CHTEN & A. B RANS, Parables en wonderverhalen, p Zie J. VAN B RUGGEN, Matteüs. Het evangelie voor Israël, Kampen, Kok, 1994, p. 279; U. L UZ, Matthew 8-20, p Zie ook J. S CHNEIDER, Basanonos, in G. K ITTEL & G. F REIDRICH (ed.), The Theological Dictionary of the New Testament, Grand Rapids, Eerdmans, 1995, Zie U. L UZ, Matthew 8-20, p. 322; J. D EVIJVER, Zondagsvieringen in het A-jaar, Averbode, Altiora, 2001, p. 211.

20 Leessleutels Mt 14, samen lezen met Mt 8, Het verhaal van wandelen op het water kan beschouwd worden als het antwoord op een ander wonderverhaal bij Matteüs, namelijk Mt 8, In deze passage bevindt Jezus zich samen met de leerlingen op een boot. Jezus is aan het slapen wanneer een hevige storm uitbreekt. De leerlingen zijn bang dat de boot zal vergaan en maken Jezus wakker. Jezus antwoordt ‘waarom hebben jullie zo weinig moed, kleingelovigen?’ en doet de storm liggen. De passage eindigt met een vraag van de omstanders ‘Wat is dit toch voor iemand, dat zelfs de wind en het water hem gehoorzamen?’ (Mt 8, 27 NBV) In Mt 14, 33 wordt het antwoord gegeven op deze vraag: ‘Werkelijk, U bent de Zoon van God!’ In beide verhalen staan angst en twijfel centraal: “Hoezeer ze ook vertrouwden op Jezus en ze alles hadden verlaten om hem te volgen, toch waren angst en twijfel in sommige omstandigheden hun deel. Maar het punt dat beide verhalen willen maken, is dat (het vertrouwen) in de nabijheid van Jezus in wezen geen angst of twijfel toelaat. Wie gelooft in hem, hoeft niets te vrezen want die is nooit alleen” 1. Dit wonderverhaal maakt duidelijk dat de aanwezigheid van God niet betekent dat er geen stormen zullen zijn, maar dat God aanwezig is in de storm. Twijfel is een onderdeel van het geloof, maar ook in de twijfel is God aanwezig 2. 1 J. Mettepenningen, Toegepaste Blijde Boodschap. Waarom geloven mij (en anderen) gelukkig maakt, Tielt, Lannoo, 2012, p. 2 Zie U. L UZ, Matthew 8-20, p. 321.

21 Leessleutels Mt 14, lezen in het licht van het verrijzenisverhaal Dit verhaal kan gelezen worden in het licht van de verrijzenis van Jezus. Er zijn enkele opvallende overeenkomsten tussen het verhaal van het wandelen over het water en het verrijzenisverhaal waarmee het Evangelie eindigt. “Bepaalde sleutelwoorden zijn gemeenschappelijk: ‘Zij waren bevreesd’, ‘Jezus kwam binnen en ging in hun midden staan’, ‘Weest niet bang, het is geen geest, Ik ben het’” 1. De vraag van Petrus: ‘Heer bent gij het?’ kan vertaald worden door de vraag: ‘Leeft de gekruisigde Jezus voor mij, of is hij nu slechts een geest van de Onderwereld?’ Petrus blijft geloven dat Jezus niet door de dood overwonnen is. “Petrus ontdekte dit en zijn getuigenis versterkte het geloof van zijn broeders dat Jezus de onzinkbare is, machtiger dan de dood die hem overmeestert, en dat hij iedereen oproept over de wateren van de dood naar hem toe te komen. Geloven is niets anders dan de hand grijpen van hem die over het water wandelde, om te leven zoals hij te midden van de dood” 2. 1 H.J. Richards, De wonderen van Jezus, p Ibid., p. 63.

22 Leessleutels Mt 14, en de openbaring van de oudtestamentische godsnaam Het antwoord ‘Ik ben het’ van Jezus aan de angstige leerlingen kan in verband gebracht worden met de openbaring van de oudtestamentische godsnaam. In het Oude Testament maakt God zich bekend als JHWH. Dit wordt vaak vertaald als ‘ik ben die ben’, ‘ik ben die is’ of ‘ik zal er zijn voor u’. Het antwoord ‘ik ben het’ kan in dit opzicht beschouwd worden als een bevestiging van Jezus’ goddelijke status. Jezus maakt zich met dit antwoord bekend als Zoon van God. Met dit antwoord openbaart Jezus ook wie God is. 3 God is ‘diegene die er altijd zal zijn voor u’. “Gods zijn is ten volle een ‘zijn voor’. Dat betekent alvast twee zaken: God betekent niets op zichzelf, maar alleen ‘in relatie tot’. En Hij garandeert ons dat Hij op elk moment het vertrouwen waard is, aangezien Hij aangeeft zich nooit van ons te zullen afkeren. Zo’n geloof in het ‘zijn voor’ maakt dat gelovigen zich bevrijd mogen voelen van eenzaamheid, maar ook dat ze zich een ongelooflijke vrijheid mogen permitteren. Inderdaad, geloven dat God zich nooit van ons afkeert, zeker niet wanneer het leven tegenzit en je geloof op de proef wordt gesteld (zoals in beide stormverhalen), geeft de ruimte om te leven, ten volle, gedragen!” 4 1 H.J. Richards, De wonderen van Jezus, p Ibid., p U. L UZ, Matthew 8-20, p J. Mettepenningen, Toegepaste Blijde Boodschap, p

23 Leessleutels Mt 14, lezen als geloofsbelijdenis Het antwoord van de leerlingen ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’ kan gelezen worden als een geloofsbelijdenis van de leerlingen. De leerlingen buigen zich voor “Jezus als voor iemand die méér is dan een mensenkind. Hij onderscheidt zich van alle ménsen: Hij is Gods zoon 1.” Tevens maakt dit antwoord ook duidelijk dat de leerlingen al beseften dat Jezus bijzonder was, maar door zijn wandelen over het water wordt dit nog maar eens bevestigd. Ze spreken Jezus aan met zijn christologische titel en belijden dat Hij de Zoon van God is 2. 1 J. VAN B RUGGEN, Matteüs, p U. L UZ, Matthew 8-20, p. 322.

24 Historische achtergrond Niet alleen Jezus wandelt over water Jezus is niet de enige persoon die over het water wandelt. Zowel in het Oude Testament als in andere tradities en godsdiensten zijn er verhalen terug te vinden waar over water wordt gewandeld. Bijvoorbeeld:  Job 9,8; Ps 77,20; Js 43, 16  Boeddha  Pythagoras  Babylonische magiërs  Xerxes  Abaris  … In al deze verhalen wordt het wandelen over water toegeschreven aan een ‘goddelijk persoon’. Het wandelen over water was in de oudheid een fascinerend idee en een droom voor de ‘gewone mensen’ die niet over deze gave beschikken 1. 1 U. L UZ, Matthew 8-20, p. 320.


Download ppt "Jezus wandelt op het water Mt 14, 22-36 (NBV) [22] Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant,"

Verwante presentaties


Ads door Google