Inhoud prisma en cilinder Eerst snel een LIVE uitleg Daarna een filmpje Daarna: KEIHARD WERKEN :D.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Omrekenen van oppervlakte- , en inhoudsmaten
Advertisements

Toepassingen op de stelling van Pythagoras
Hoofdstuk 1 Om te beginnen
Wat is omtrek? Omtrek is:
havo B Samenvatting Hoofdstuk 2
Presentatie Inhouden en vergrotingen.
Antwoorden oefenstof Opgave 1 a] 12 N/cm2 = N/dm2 b] 0,8 N/mm2 = N/m2
Hydraulisch werktuig 1 + v.b. opg.
Rijke rekenlessen 6 december 2011.
Mechanische druk  .
Opgave 47 a opp beeld = 8 · opp origineel dus k = √8. lengte vergroting = √8 · 15 ≈ 42,4 cm breedte vergroting = √8 · 10 ≈ 28,3 cm b opp beeld = 12 · opp.
Vertraagde beweging Uitleg v1 blz 12..
Oppervlakte Oppervlakte = op het vlak Dit is 1 cm²
Doorsnede van een rivier
Oppervlaktes K v Dorssen.
De omtrek van een cirkel
Vergroten en verkleinen
Rekenen 17 januari.
Oppervlakte Rechthoek.
6 september : verkort rooster 7 september: 60 min Spaans 2v september.
Oppervlakte en inhoud.
Inhoud van een balk en cilinder
Exponentiele groei en procenten En weer een opdracht uit het huiswerk.
Halveringstijd en verdubbelingstijd
Exponentiele verbanden En wat opdrachten uit het huiswerk.
Mechanische druk Lesplanning Vandaag Inhoudsopgave
Workshop C verhouding van inhoud, lengte en oppervlakte &
Presentatie titel Kennisbasis Rekenen
De Oppervlakte van een cilinder
Omtrek. 2 cm 8 cm2 cm + + += of 4 x 2 cm8 cm= Omtrek van een vierkant = 4 x z Omtrek van een veelhoek
Warming-up & herhaling Eigenschapsrekenen middels coöperatief leren Mix en Ruil.
Oppervlakte Reghoek, vierkant en driehoek. Wat is oppervlakte?  Oppervlakte is die hoeveelheid 2D ruimte wat deur ‘n vorm ingeneem/beset word.  Die.
Zoek de het juiste antwoord 100 cm1 meter 100 meter1000 centimeter100 decimeter 1000 meter2000 meter meter next.
Inhoud Lengte, oppervlakte en inhoudsmaten. Tijd..
Les 3 omtrek oppervlakte inhoud
Les 8 meten en meetkunde in huis
Nakijken Opdracht 33a, 33b en 34a.
Les 8 Meten en meetkunde in huis
8.4 Oppervlakte bij vergroten Van vergrotingsfactor naar oppervlakte
Exponentiele toename en afname
Rekenen.
Rekenen.
Exponentiele verbanden
Bereken de inhoud van de kubus en balk
Les 5 Vermenigvuldigen en delen
Paragraaf 1.3 – Zinken,zweven en drijven
Terugrekenen met procenten
Rekenen Meten en Meetkunde 2f Les 3 Omtrek, oppervlakte en inhoud
Les 8 Meten en Meetkunde in huis Les 9 Meten in de tuin
Meten en meetkunde les 3: omtrek, oppervlakte en inhoud
H1 §4 krachten in werktuigen
havo B Samenvatting Hoofdstuk 2
Vierkant en kubus Vierkant en kubus Vierkant en kubus © André Snijers.
De cilinder De cilinder De cilinder © André Snijers.
M3 2 Het volume van een piramide, een kegel en een bol M A R T X I
Leerjaar 3 Nask1 H1 §4 Druk.
3 vmbo-KGT Samenvatting Hoofdstuk 7
Rechthoek en balk Rechthoek en balk Rechthoek en balk © André Snijers.
Wiskunde Blok 9, les 6.
Eerst balk, kubus, prisma en cilinder herhalen
Kom maar op…. Ik zal je laten zien hoe slim ik ben…
En oppervlakte van ruimtefiguren
Allerlei opdrachten uit het huiswerk met verhoudingstabellen
Blok 4L9.
Hoofdstuk 13 Omtrek en oppervlakte. Hoofdstuk 13 Omtrek en oppervlakte.
Transcript van de presentatie:

Inhoud prisma en cilinder Eerst snel een LIVE uitleg Daarna een filmpje Daarna: KEIHARD WERKEN :D

Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte

Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28

Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = π x straal 2 x 28 Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = π x straal 2 x 28

Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = π x straal 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = π x straal 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28

Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = π x straal 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 = Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = π x straal 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 =

Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = π x straal 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 = 3166, Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = π x straal 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 = 3166,725395

Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = π x straal 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 = 3166, = 3166,73 Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = π x straal 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 = 3166, = 3166,73

Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = π x straal 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 = 3166, = 3166,73 cm 3 Inhoud = oppervlakte grondvlak x hoogte Inhoud = oppervlakte grondvlak x 28 Inhoud = π x straal 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 Inhoud = π x 6 2 x 28 = 3166, = 3166,73 cm 3

Huiswerk: 8 t/m 23 (blz 164)

Opdracht 17 (a en b in 1) Bereken hoeveel liter er in het vat kan

Inhoud = opp. grondvlak x hoogte Opdracht 17 (a en b in 1) Bereken hoeveel liter er in het vat kan

Inhoud = opp. grondvlak x hoogte Inhoud = π x straal 2 x hoogte Opdracht 17 (a en b in 1) Bereken hoeveel liter er in het vat kan

Inhoud = opp. grondvlak x hoogte Inhoud = π x straal 2 x hoogte Inhoud = π x 30 2 x hoogte Opdracht 17 (a en b in 1) Bereken hoeveel liter er in het vat kan

Inhoud = opp. grondvlak x hoogte Inhoud = π x straal 2 x hoogte Inhoud = π x 30 2 x hoogte Inhoud = π x 30 2 x 100 Opdracht 17 (a en b in 1) Bereken hoeveel liter er in het vat kan

Inhoud = opp. grondvlak x hoogte Inhoud = π x straal 2 x hoogte Inhoud = π x 30 2 x hoogte Inhoud = π x 30 2 x 100 = ,34 Opdracht 17 (a en b in 1) Bereken hoeveel liter er in het vat kan

Inhoud = opp. grondvlak x hoogte Inhoud = π x straal 2 x hoogte Inhoud = π x 30 2 x hoogte Inhoud = π x 30 2 x 100 = ,34 cm 3 Opdracht 17 (a en b in 1) Bereken hoeveel liter er in het vat kan

Inhoud = opp. grondvlak x hoogte Inhoud = π x straal 2 x hoogte Inhoud = π x 30 2 x hoogte Inhoud = π x 30 2 x 100 = ,34 cm 3 = 282,74334 dm 3 Opdracht 17 (a en b in 1) Bereken hoeveel liter er in het vat kan

Inhoud = opp. grondvlak x hoogte Inhoud = π x straal 2 x hoogte Inhoud = π x 30 2 x hoogte Inhoud = π x 30 2 x 100 = ,34 cm 3 = 282,74334 dm 3 ER KAN DUS 283 LITER OLIE IN HET VAT Opdracht 17 (a en b in 1) Bereken hoeveel liter er in het vat kan

Huiswerk: 8 t/m 23 (blz 164)