Syntaxis 1. Inleiding: Combinaties Combinaties op verschillende niveaus: Lettergrepen als combinaties van fonemen. (College 3,4) Woorden als combinaties.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Redekundig ontleden Over waarom, wat en hoe....
Advertisements

De samengestelde zin.
Herhaling van hoofdstuk
naamwoordelijk gezegde
Natuurlijke-Taalinterfaces
Taaloefeningen.
TAALPROBLEMEN ODD ONE OUT.
Taalkunde Grammatica A
Taal en cognitie: Optimaliteitstheorie Henriëtte de Swart.
'Om mijn oud woonhuis peppels staan'
Sociolinguïstiek Bijeenkomst 3.
Inleiding taalwetenschap
H2 Grammatica zinsdelen
Taalkunde Grammatica A
Taalkunde Grammatica A
24 juni 2003Johnson en Morrill in Israel Een studie naar de Johnson Morrill Hypothese in relatie tot de Hebreeuwse taal; implementatie van bewijsnetten.
Compositionaliteit, bereik en lambda’s
En wat doet taalkunde in het programma van CKI?
Semantiek 1.
Syntaxis 2.
Betekenis 2: Compositionaliteit, bereik en lambda’s
Grammaticale modellen
Taalwetenschap in de CKI-bachelor
Prosodie.
En wat doet taalkunde in het programma van CKI?
Definite Clause Grammar
1. Parsing (epsilon’s, tabellen) 2. Unificatie grammatica Natuurlijke taalverwerking week 7.
Categoriale Grammatica
Natuurlijke-Taalinterfaces week 5 Lambda-termen en Lambda-conversie.
Natuurlijke taalverwerking week 4
AI91  Het Probleem  Grammatica’s  Transitie netwerken Leeswijzer: Hoofdstuk AI Kaleidoscoop College 9: Natuurlijke taal.
Parsing: Top-down en bottom-up
Unificatie grammatica
TAALPROBLEMEN ODD ONE OUT. ODD ONE OUT PRINCIPE JE KRIJGT DRIE GRAMMATICALE PROBLEMEN VOORGESCHOTELD IEDER PROBLEEM BESTAAT UIT DRIE ZINNEN TELKENS HOORT.
Taaltheorie en Taalverwerking Week 5: – Natuurlijke Taal Syntax. (Uitbreiding op CFG: Features.) – Human Parsing: Center-Embedding.
Semantische Interpretatie Jurafsky & Martin (Ed. 1): Hoofdstuk 15
Grammatica Nederlands
Nederlands Woordsoorten.
Taaloefeningen.
Taaloefeningen.
Taaloefeningen.
Taaloefeningen.
Tentamen vraag 1 Als L en M talen zijn, dan nL  M is gelijk aan { s  t | s  L, t  M } nL M is gelijk aan { s t | s  L, t  M } nL n is gelijk aan.
Taaloefeningen.
Zinnen 1 Henriëtte de Swart.
Hoofdstuk 1 Grammatica zinsdelen
Hoofdstuk 1 Grammatica zinsdelen
Taaloefeningen.
DAG VAN HET LEREN Hoe komt zo'n taal eigenlijk in je hoofd? door Henk Wolf.
VRIJDAG 4 MAART NEDERLANDS. PROGRAMMA 15 minuten lezen Herhalen hoofdstuk 4 Oefeningen maken (TEST of oefenen op de site NN)
WERKWOORDELIJK GEZEGDE
De lidwoorden Kleine woorden met grote gevolgen!! Welke ken je? (ne en fa du)
Welke woorden horen bij deze groep en hoe werkt het?
Welke woorden horen erbij en hoe werkt het?
1 van 8 Hoofdstuk 7 Taalbeschouwing. 2 van 8 Wat is taalbeschouwing? Taalbeschouwing als vijfde domein naast lezen, schrijven, luisteren, spreken Taalbeschouwing.
GRAMMATICA BLOK 1 T/M 4 Uitleg en voorbeelden Woordsoorten Basis leerjaar 4.
Welke woorden horen erbij en hoe werkt het?
Hoofdstuk 1 Grammatica zinsdelen
Hoofdstuk 1 Grammatica woordsoorten
De samengestelde zin.
Verschil: redekundig en taalkundig ontleden
Grammatica Hoofdzin en bijzin.
Een beschouwing schrijven
Hoofdstuk 3 Grammatica woordsoorten
Extra oefenen Hoofdstuk 1 & 2 Ta!ent: Grammatica & Spelling
Natuurlijke-Taalinterfaces
Samentrekking.
TAAL & THEORIE 3.3 Het spreken en begrijpen van taal
Grammatica: werkwoorden
WOORDSOORTEN HAVO-2.
Transcript van de presentatie:

Syntaxis 1

Inleiding: Combinaties Combinaties op verschillende niveaus: Lettergrepen als combinaties van fonemen. (College 3,4) Woorden als combinaties van morfemen. (College 5)

Inleiding: Syntaxis Syntaxis: de combinaties van woorden tot woordgroepen en zinnen. Twee betekenissen: Als deelsysteem van ons taalvermogen Als discipline binnen de taalkunde

Inleiding: Colleges 13 mei: Inleiding, structuur, bomen, herschrijfregels, kenmerken 15 mei: Processen, transformaties, afhankelijkheden 22 mei: Formele modellen en grammatica’s 27 mei: Parsing (Ontleden)

Inleiding: Practicum Computerpracticum 13 mei: een implementatie d.m.v. Definite Clause Grammars van congruentie.

Inleiding: Literatuur Hoofdstuk 4: kernliteratuur voor de eerste week Hoofdstuk 8, 9, 12: achtergrondliteratuur voor de tweede week Hoofdstukken 11, 15, 27: illustraties van computationele toepassingen

Inleiding: Dit college Syntactische verschijnselen Syntactische doelstellingen Syntactische constituenten Syntactische categorieën Syntactische structuren Syntactische regels Syntactische kenmerken

Syntactische verschijnselen Syntaxis is de moderne pendant van de traditionele grammatica: zinsbouw woordsoorten (werkwoord, lidwoord, …) zinsdelen (onderwerp, persoonsvorm, …) redekundig en taalkundig ontleden Maar er zijn belangrijke verschillen.

Syntactische verschijnselen Patronen van (on)grammaticaliteit Jan at een boterham Jan at Jan verorberde een boterham * Jan verorberde * Jan smulde een boterham Jan smulde Transitief en intransitief

Syntactische verschijnselen Goed of fout? Hun doen maar wat Een aantal studenten zijn afgevallen Voor iedereen ongrammaticaal: *Hem doet maar wat *Een van de studenten zijn afgevallen Congruentie en naamval

Syntactische verschijnselen Wat betekent deze zin: oude mannen en vrouwen eerst! En deze zin: Jan zag de man met de verrekijker Structurele ambiguïteit

Syntactische verschijnselen Jan zag de man met de verrekijker *Jan zag wie? *Jan zag de man hoe? *Wie Jan zag? *Hoe Jan zag de man met de verrekijker? Wie zag Jan? Hoe zag Jan de man met de verrekijker? Verplaatsing en afhankelijkheden

Syntactische verschijnselen Parafrases Romeo kust Julia Julia wordt door Romeo gekust Actieve en passieve zinnen, met ruwweg dezelfde betekenis.

Syntactische verschijnselen Jan vond de sleutel Jan vond de sleutel van de deur Jan vond de sleutel van de deur van de garage Jan vond de sleutel van de deur van de garage van de limousine Recursie en oneindigheid

Syntactische doelstellingen De onbewuste kennis (competence) van een taalgebruiker karakteriseren. Het oneindige, grammaticale gebruik van eindige middelen (in dit geval woorden) Descriptief en niet prescriptief.

Syntactische doelstellingen Een expliciete karakterisering geven van de taalkennis, door middel van precieze, formele regels. Generatieve grammatica (Chomsky) Een definitie van de verzameling grammaticale zinnen en woordgroepen

Syntactische doelstellingen Verschillen en overeenkomsten tussen talen verantwoorden in één universeel regelsysteem. Wie zag Jan? - *Jan zag wie? - *Wie Jan zag? Jan aliona nani? - *Nani Jan aliona? - *Nani aliona Jan? (Swahili) Universele Grammatica

Syntactische constituenten Een zin is nooit een platte rij woorden, maar heeft een bepaalde opbouw, structuur. Vergelijk dit met de structuur die we zagen bij lettergrepen (fonologie) en woorden (morfologie).

Syntactische constituenten Wat betekent deze zin: oude mannen en vrouwen eerst! En deze zin: Jan zag de man met de verrekijker Structurele ambiguïteit

Syntactische constituenten Woorden vormen met elkaar constituenten = woordgroepen = phrases. [ oude mannen ] en vrouwen oude [ mannen en vrouwen ] Een constituent kan worden aangegeven met rechte haken.

Syntactische constituenten Jan zag de man met de verrekijker Jan [ zag de man ] met de verrekijker Jan zag [ de man met de verrekijker ] Een constituent gedraagt zich als een eenheid voor bepaalde syntactische verschijnselen (en zo kunnen we een constituent ook motiveren).

Syntactische constituenten Jan zag [ de man met de verrekijker ] Het was [ de man met de verrekijker ] die door Jan gezien werd Jan zag [ hem ] Wie zag Jan? [ de man met de verrekijker ]

Syntactische constituenten Maar er zijn meer constituenten: de verrekijker met de verrekijker man met de verrekijker de man met de verrekijker zag de man met de verrekijker Jan zag de man met de verrekijker

Syntactische constituenten Jan zag de man met de verrekijker De constituenten van een zin kunnen worden aangegeven door middel van een boomstructuur.

Syntactische constituenten Wat is de constituentenstructuur van de andere interpretatie van Jan zag de man met de verrekijker?

Syntactische constituenten Jan zag deman met de verrekijker

Syntactische constituenten Discussie over de juiste boom is mogelijk: mannen en vrouwen welke drie structuren zijn mogelijk? welke argumenten kun je bedenken voor de structuur [ mannen [ en vrouwen ]]?

Syntactische categorieën De woorden van een taal vormen niet één grote homogene verzameling, maar er zijn woordsoorten, categorieën, parts of speech.

Syntactische categorieën Noun, nomen, substantief, zelfstandig naamwoord mannen, vrouwen, Jan, man, verrekijker Afgekort als N

Syntactische categorieën Verb, werkwoord ziet, at, verorberde, smulde, doen, zijn, zag, kust, gekust, doet, afgevallen, is Afgekort als V

Syntactische categorieën Adjective, adjectief, bijvoeglijk naamwoord oude, vriendelijk, allervriendelijkste Afgekort als A

Syntactische categorieën Preposition, prepositie, voorzetsel met, door, van Afgekort als P of Prep

Syntactische categorieën Art(icle), lidwoord: de, het, een Determiner: ruimer begrip, ook woorden als elke, deze, welke, … Afgekort als Det of D

Syntactische categorieën Conjunction, conjunctie: nevenschikkend voegwoord (en, of), afgekort als Conj of C Complementizer: speciale term voor onderschikkend voegwoord (dat, of), afgekort als Comp of C Voorbeelden van twee soorten of?

Syntactische categorieën Maar dit zijn alleen nog maar categorieën van woorden. Ook constituenten behoren tot een bepaalde categorie. Zinnen horen bijvoorbeeld tot de categorie S (van sentence).

Syntactische categorieën Categorieën van phrases: NP (Noun Phrase): Jan, de verrekijker, de man met de verrekijker, oude mannen en vrouwen VP (Verb Phrase): ziet de man met de verrekijker PP: met de verrekijker AP: oude, heel oude

Syntactische categorieën Let op: Jan is een N, maar het fungeert in z’n eentje ook als NP Datzelfde geldt voor oude: een A en tegelijk een AP. Eén woord kan in z’n eentje een woordgroep zijn.

Syntactische structuren Met categorieën kunnen we onze boomstructuren nog wat informatiever maken. Wat we dan krijgen is een phrase structure (tree) of constituent structure (tree). Elke knoop heeft een categorielabel.

Syntactische structuren N zag mandemet de verrekijker S NPVP V NP DetNPP Jan

Syntactische structuren PP P NP DetN met deverrekijker

Syntactische regels ‘Formules’ om zinnen mee te maken. A  B C A bestaat uit B en C C volgt op B S  NP VP

Syntactische regels N zag mandemet de verrekijker S NPVP V NP DetNPP Jan S  NP VP VP  V NP NP  Det N PP PP  P NP NP  N N  Jan V  zag

Syntactische regels S  NP VP is een herschrijfregel of phrase structure rule Een kleine herschrijfgrammatica S  NP VPN  man | vrouw NP  Det NDet  de VP  V NPV  ziet | kust De grammatica genereert een kleine taal.

Syntactische regels Derivatie: de stapsgewijze productie van een rijtje woorden (en tegelijk een boom) door een grammatica. De vrouw kust de man

Syntactische regels Sstartsymbool NP VPdoor S  NP VP Det N VPdoor NP  Det N de N VPdoor Det  de de vrouw VPdoor N  vrouw de vrouw V NPdoor VP  V NP de vrouw kust NPdoor V  kust de vrouw kust Det Ndoor NP  Det N de vrouw kust de Ndoor Det  de de vrouw kust de mandoor N  man

Syntactische kenmerken Stel dat we ook meervouden willen: De vrouwen kussen de man Waarom werkt dit niet? S  NP VP NP  Det NDet  de VP  V NP V  ziet | zien | kust | kussen N  man | vrouw | mannen | vrouwen

Syntactische kenmerken Kenmerken toevoegen om fijnere onderscheidingen te maken S  NP sg VP sg S  NP pl VP pl NP sg  Det N sg NP pl  Det N pl Det  de VP sg  V sg NPVP pl  V pl NP V sg  ziet | kustV pl  zien | kussen N sg  man | vrouwV pl  mannen | vrouwen

Syntactische kenmerken Een DCG (Definite Clause Grammar) is een Prolog-versie van een herschrijfgrammatica. Je kunt zelf je grammatica’s schrijven. Kenmerken kunnen dankzij (Prolog-) variabelen veel mooier dan op de vorige slide.