Toekomst Industrie in België Paul De Grauwe KULeuven en London School of Economics.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Hoofdstuk 5: Arbeidsmarkt in de EU
Advertisements

niets is zeker, dát is zeker!
Overzicht Inkomen en armoede bij Belgische ouderen, vergeleken met hun leeftijdsgenoten in buurlanden Niet-monetaire indicatoren van de levensstandaard.
Havo 4: De arbeidsmarkt Hoofdstuk 1: De arbeidsmarkt op
De prijs van de benzine € 1,22 per liter.
VWO 4: Markten-1 Hoofdstuk 4: De Werkloosheid
Marketing 1.2 de consument 19 november 2012.
Outsourcing 21 augustus 2008 Download op:
05/07/ De handel: gaat nog jobs creëren in 2010! Dominique Michel Gedelegeerd bestuurder 25 februari 2010.
Overheid beleid.
4. Hoezo internationalisering?
1 1 Diagnoseadvies van de sociale partners over O&O en innovatie ‘Naar een meer innovatieve economie’ 18 september 2006.
Lesbrief Arbeidsmarkt
Productiefactor Arbeid
Havo 4: De arbeidsmarkt Hoofdstuk 3: De strijd om de poen
Randstad Werkmonitor state of mind arbeidsmarkt (werknemer perspectief) juli – augustus 2007 B
1 havo/vwo H3 ontwikkeling §2
gespannen arbeidsmarkt
Jullie hebben lef... .
Onderwerp: De verschillende economische sectoren opsommen, met voorbeelden illustreren, hun relatief belang inschatten.
Jezelf bewegen…… De ander bewegen……
Inkomen les 20 Begrippen & opgave 100 t/m Begrippen Collectieve lasten Geheel van belastingen en sociale premies.
Inkomen les 7 27 t/m 37.
§3.1 Aanbod van arbeid blz. 24 Aanbod van arbeid 1. Aanbod van Werknemers 2. Aanbod van Zelfstandigen 3. Geregistreerde Werklozen Aanbod van arbeid.
Hoofdstuk 4 Aardrijkskunde, economie en maatschappij
MET DANK AAN COLLEGA’S IN DEN LANDE ! vee 2012
Loonkost, Concurrentievermogen en Werkgelegenheid: Een analyse met Belgische Bedrijfsgegevens Prof. Dr. Filip Abraham Prof. Dr. Joep Konings K.U.Leuven.
DE TOEKOMST VAN DE INDUSTRIE IN BELGIE
5.2 Hoe kom je aan die broek? Voordat een product in de winkel ligt gaat er veel werk aan vooraf. © Noordhoff Uitgevers
Slot 4Hc.
Industriële Revolutie
5.2 Kun je meer produceren? De productiecapaciteit is de hoeveelheid producten die een bedrijf kan produceren . Dit wordt bepaald door het aantal werknemers.
Cijfers & Trends Ondernemen In de Kappersbranche 1 april 2015.
EU Uitbreiding Emeriti Forum Reflecties op presentatie van Minister Dehaene.
1 jaar Bourgeois en Michel
Antwoorden herhalingsopgaven
Basisboek Marketing Hoofdstuk 9 Prijs.
J. de Lange ECONOMIE HOE KUN JE DAT NOU MAKEN?. Winstberekening Belangrijk PROGRAMMA:
VERSCHUIVING VAN LASTEN OP ARBEID NAAR KAPITAAL? PROF. DR. PETER KAVELAARS / ERASMUS SCHOOL OF ECONOMICS TILBURG UNIVERSITY, 11 SEPTEMBER 2015.
Lastenverlichting op arbeid: geen gratis lunch Paul de Beer UvA-AIAS & De Burcht.
3 havo 3 Draagkracht : tussen hoop en vrees § 7-9
Economische en demografische aspecten van vergrijzing Roel Beetsma MN Chair in Pension Economics Vice-decaan FEB Universiteit van Amsterdam.
De gevolgen van de federale taxshift op de gemeentelijke APB- ontvangsten Werkgroep centrumsteden 15/12/2015.
Weg met vooroordelen, leve de voordelen! Samenwerking met sociale economie roept soms vooroordelen op, die in bepaalde sectoren hardnekkig blijven bestaan.
De Limieten van de Markt Paul De Grauwe. Twee thema’s De limieten van de markt De toekomst van de industrie in België.
1. globalisering. 1 Weg uit Nederland a Daar zijn de lonen lager. Daar is de productie dus goedkoper. Tot 1989 bestond het IJzeren Gordijn nog. De uitwisseling.
Wat is oud? Inleiding door: Arie Stolk redactielid Geron.
Hoofdstuk 4 Ontwikkeling van het internationale concurrentievermogen.
Hoofdstuk 6 Productie.
Hoofdstuk 9 M&O JUNI 2016 H3. Wat gaan we doen? - Hoofdstuk 9 M&O - Introductievragen - Uitleg / aantekeningen - Sommen maken.
Les 1. Wat voor les krijgen we nu? Tijdens de lessen over hoofdstuk 9, 10 en 11 krijg je op een andere manier les. Het doel is om je zelfstandigheid te.
Samenvatting Lesbrief Werk & Werkloosheid Hoofdstukken 1-3.
WERKEN AAN ARBEID – DIRK GELDOF SAMENLEVINGSOPBOUW IN VLAANDEREN.
VAN SCHOOL NAAR WERK(LOOS)? SADANOPDRACHT Isa Fars 1BATP Klas: B3.
Arbeidsmarkt.
3.1 PRODUCTIE.
H6 laatste deel Salvatore: International Economics, 10th Edition © 2010 John Wiley & Sons, Inc.
Alles doen om de herwonnen groei te ondersteunen
Voorbeeld Weging Indexcijfers 2011 Weging x indexcijfer Voeding
Economische groei Hfst 20 Hfst 26.
Welkom Havo 5..
1. Wat is economische groei?
Welkom Havo 5..
Havo 4 Lesbrief Vervoer.
eenheden variabele productiefactor (arbeid) productie in aantallen
Welkom Havo 5..
MNO’s = TNO’s = transnationale ondernemingen Productiebedrijven
specialisatie zorgt voor welvaartswinst
§3.1 Industrie en samenleving
Klik om verder te lezen.
Transcript van de presentatie:

Toekomst Industrie in België Paul De Grauwe KULeuven en London School of Economics

Het probleem: gestadige afbraak van de industriële tewerkstelling

De oorzaken van de teloorgang  De fundamentele oorzaak is de productiviteitsstijging  Deze laat toe elk jaar dezelfde productie te realiseren met gemiddeld 2,5% minder arbeiders.  Deze productiviteitsstijging vinden we niet in dezelfde mate in de dienstensector

Productiviteitsstijging: vooral geconcentreerd in industrie

Analogie met de landbouw  Honderdvijftig jaar geleden werkte ongeveer de helft van de actieve bevolking in de landbouw. Vandaag nog amper 2%.  De oorzaak is dezelfde als in de industrie. Technologische vooruitgang drijft de productiviteit naar omhoog met het gevolg dat arbeid uit de landbouw wordt gestoten.  Dit proces is nu reeds 150 jaar aan de gang en gaat nog altijd verder.

En de loonkosten dan?  Traditionele analyse: de fundamentele oorzaak ligt in te hoge loonkosten.  De hoge loonkosten leiden tot verlies aan competitiviteit en dus minder productie en tewerkstelling  Deze analyse is fout

 Als de loonkosten in de industrie aan hetzelfde ritme stijgen als de productiviteit, dus 2,5% per jaar, is er met de competitiviteit niets aan de hand.  De reden is de volgende: als de loonstijging de stijging van de productiviteit volgt, dan is de loonkost die aanwezig is in een bepaald product onveranderd.

 Soms gebeurt het wel dat de loonkosten sneller stijgen dan de productiviteit.  Dit was het geval in de jaren zeventig In die periode was er wel sprake van een competitiviteitverlies.  Afbraak van de tewerkstelling in de industrie toen veel hoger was dan nu.  Sinds het midden van de jaren negentig is er geen noemenswaardig probleem meer met de Belgische competitiviteit. De lonen stijgen aan ongeveer hetzelfde ritme als de productiviteit.

Bron: Europese Commissie, AMECO

Relatiieve loonkost per eenheid product

 Waarom blijft de tewerkstelling in de industrie dan dalen ondanks dit goede nieuws?  Antwoord: technologische vooruitgang.  Ondernemingen in een markteconomie, met veel concurrenten dus, zoeken voortdurend naar de goedkoopst mogelijke productiewijze.  Ze proberen te besparen op alle kosten, arbeidskosten, materiaalkosten, energiekosten.

 Hoe sterker de concurrentie hoe groter deze dwangmatige neiging van de ondernemers.  Dit betekent dat ze voortdurend op zoek zijn naar nieuwe technologieën die de productiekosten drukken.  Het gevolg is dat de productie steeds minder arbeid, maar ook minder energie, materialen, enz. nodig heeft.  Productiviteit stijgt en leidt tot uitstoot van arbeid

 Degenen die hun job behouden hebben een hogere productiviteit en dus een hoger loon  De causaliteit gaat dus van productiviteit naar lonen  De oorzaak van de afbouw van de industriële tewerkstelling is dus de productiviteitsgroei  Dat is ook de reden waarom het aantal jobs in de automobielsector zal blijven dalen

En de globalisering dan  Leidt globalisering niet tot delocalisatie?  Is dat geen oorzaak van deindustrialisatie?  Niet noodzakelijk.  Globalisering leidt tot een afbouw van industriële activiteiten die veel gebruik maken van laaggeschoolde arbeid  Niet van hooggesschoolde arbeid  Globalisering stimuleert actviteiten die veel gebruik maken van hooggeschoolde arbeid

Is de industrie gedoemd te verdwijnen? NEEN

Is de industrie gedoemd te verdwijnen?  De productie hoeft niet te dalen; kan zelfs stijgen als we de juiste niches vinden van productie dat gebruik maakt van hooggeschoolde arbeid  Maar de globale industriële tewerkstelling zal jaar in jaar uit blijven dalen

Perspectieven voor de toekomst van de industriële tewerkstelling  Tendensen zullen zich verder zetten  de productiviteitsstijgingen zullen zich doorzetten  de technologie staat niet stil  en vooral nu niet in een geglobaliseerde wereld  Dit is in feite goed nieuws: de vrijgekomen arbeidskrachten kunnen ingezet worden in interessantere jobs  In sectoren die meedraaien internationaal

Het goede nieuws: de expansie van de dienstensector  Het vorige kan leiden tot groot pessimisme  Is ons tewerkstellingsprobleem niet onoplosbaar?  Antwoord : neen  Er worden meer jobs gecreëerd in de dienstensector dan er verloren gaan in de industrie  Deze laatste zijn meestal interessantere jobs

Opmerking  Dienstensector bevat een belangrijke component van service aan industrie.  Waarschijnlijk meer dan vroeger  Vergelijk pc van de jaren tachtig met laptop vandaag Pc jaren tachtig was hoofzakelijk hardware Pc nu is hoofzakelijk software

Zin en onzin van vermindering patronale bijdragen  Patroons willen al jaren een vermindering van patronale lasten gecompenseerd door BTW-verhoging  Dat zou de hoge loonkosten verminderen  En zo meer industrie in België houden  Zorgt een verlaging van patronale lasten voor een verlaging van de loonkosten wanneer alle effecten zijn uitgewerkt?  Antwoord: nee

 Verschuiving van patronale lasten naar BTW leidt onvermijdelijk tot stijging van de Consumptieprijsindex  Nettolonen zullen zich daar aan aanpassen omdat werknemers hun koopkracht willen veilig stellen  De druk op nettolonen leidt tot een stijging van brutolonen.  Gevolg: het initieel gunstig effect van lastenverlaging op bruto loonkost wordt teniet gedaan.

 Er is geen verband tussen niveau van werkgeversbijdrage en loonkosten  Landen met lage werkgeversbijdragen (Denemarken) hebben even hoge of nog hogere loonkosten als België  Een herschikking van de belastingstructuur brengt geen soelaas.  Wat dan wel?

 Alleen een vermindering van het overheidsbeslag (en in het bijzonder sociale zekerheid) kan de loonkosten drukken.  Maar willen de mensen wel zo een vermindering van het overheidsbeslag?  In theorie: ja  In de praktijk: nee  Werkgevers moeten leren leven met hoge loonkosten

Dank u voor uw aandacht