 de kamer van de student  het haar van Laura  de pen van Brian.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Grammatica Unit 2 HD 2.1 t/m 2.7.
Advertisements

Let me tell you about... (De Voltooid Tegenwoordige Tijd)
1.There’s Tim! Look, he's wearing his new jeans. 2.What are you doing? We are doing our homework. Je gebruikt de present continuous voor iets dat nu aan.
The stock market will go up De beurswaarden zullen stijgen YESNO JA NEEN Is Jefken a good person ? Is Jefken een goed mens ? YES NO JA NEEN Is Lonny a.
Vragend en Ontkennend maken
The future met “will” en “shall”
Conditional Clauses If-zinnen.
Grammar Chapter 6 Bezittelijk voornaamwoord na: of.
Past Simple – Past Continuous
Accessible Instructional Materials. § Discussion: Timely access to appropriate and accessible instructional materials is an inherent component.
Betrekkelijk vnw. = Relative Pronoun
The English Tenses Alles op een rijtje.
WIJ ZIJN ZELFBEDRUIPEND IN ONS HOME WIJ KWEKEN ONZE GROENTEN EN FRUIT WIJ GEBRUIKEN REGENWATER VOOR KOKEN EN BADEN ZONNEPANELEN GEVEN ONS WARMTE EN LICHT.
The Passive De lijdende vorm in het Engels, lastiger, en helaas meer gebruikt dan in het Nederlands.
Instructie grammatica
Copyright met toestemming gebruikt van Stichting Licentie © 2000 Vineyard Songs (UK/Eire) 1/6 I'M GIVING YOU MY HEART (Marc James) 1. I'm giving You my.
Extra English Lessons 7 & 8.
Grammatica Unit 6 HD 6.1 t/m 6.7.
ONREGELMATIGE WERKWOORDEN
Woordvolgorde in een engelse zin
RWW unit 6 Passive-de lijdende vorm Vergelijk deze zinnen:
Directe rede  Indirecte rede
en ‘If-zinnen’ (klik hier als je meteen naar If-zinnen wilt.)
Copyright met toestemming gebruikt van Stichting Licentie © 2001 Marty Sampson / Hillsong Publishing 1/4 KING OF MAJESTY (Marty Sampson) 1. You know that.
Past Perfect = vvt (=I had worked/I had been working) He had slept/had been sleeping for 3 hours when I woke him. Hij had al 3 uur geslapen toen ik hem.
Copyright met toestemming gebruikt van Stichting Licentie © 1994 Shepherd's Heart Music 1/12 JOY! JOY TO THE WORLD (Dennis L. Jernigan) 1. And this is.
Sunday, 03 August 2014 zondag 3 augustus 2014 Click Klik.
Woordvolgorde met woorden van tijd
Simple en continuous tenses Met of zonder –ing. Alle tijden kun je in het Engels met of zonder –ing-form maken: I sleep… I slept… I had slept… I will sleep…
Deltion College Engels B2 Schrijven [Edu/004] thema: (No) skeleton in the cupboard can-do: kan een samenhangend verhaal schrijven © Anne Beeker Alle rechten.
Deltion College Engels B2 Gesprekken voeren [Edu/006]/subvaardigheid schrijven notulen en kort voorstel thema: ‘What shall we do about non- active group.
Deltion College Engels B1 En Spreken/Presentaties [Edu/007] Thema: Soap(s) can-do : kan met enig detail verslag doen van ervaringen, in dit geval, rapporteren.
Meervouden one car – four cars one schoolbag – two schoolbags
Chapter 1 Looking back Grammar Stepping Stones 2 kgt.
Chapter 5 Hit the road Grammar Stepping Stones 2 kgt.
Vragen stellen Vormen van ‘to be’ kunnen de enige werkwoorden in de vraagzin zijn. Ben ik je beste vriend? Am I your best friend?
Future (toekomst) Je krijgt 2 verschillende vormen van Future.
Lesson 3 PPTs komen op: Extra English Lesson 3 PPTs komen op:
Extra English Lesson 9 - recap.
Woorden als or, and, but, when, because, so en since gebruiken we om twee zinsdelen te koppelen. Voorbeeld in het Nederlands: De dvd was erg duur maar.
Grammar 1 3 tijden die belangrijk zijn voor de komende repetitie:
Last week I forgot my keys.
Definities: Present Simple en Past Simple
Past Simple (verleden tijd)
Present Perfect I have (werkwoord +ED) / (Onregelmatig 3e rijtje)
Vorige keer: Verleden tijd: (To be) I am in London. I was in London.
Grammar 4.2 Will, shall & to be going to
Grammar 3 Must = moeten (van jezelf) Should = Zou moeten (van jezelf) It’s getting late. I must go now. It’s getting late. I should go now. Mustn’t = moeten.
All right 1thv unit 7 gr 2.1 en 2.2.
grammar 3.1 en 3.2 the present perfect
 vertaal:  Ik ga elke dag naar de universiteit  Ik ga naar de universiteit in London.
Kenmerken van een persoonlijke brief
Betrekkelijke voornaamwoorden een betrekkelijk voornaamwoord verwijst naar een mens, dier, of ding dat al genoemd is in de zin. who verwijst naar personen:
past simple en present perfect
Present Simple & Present Continuous
Woordvolgorde Bepaling van tijd.
Voornaamwoorden.
Grammar Unit 5 HD 5.1 t/m 5.9.
Deltion College Engels B1 Schrijven [Edu/005] thema: The Weakest Link or Weekend Millionaire… can-do : kan in brieven of s feitelijke zaken beschrijven.
Allesvoorengels.nl. 1. Hoe maak je vragen in de Past Simple? 2. Oefeningen 3. Samenvatting allesvoorengels.nl.
Ontkenningen in de Past Simple
Vragende/ontkennende zinnen. 1.Met behulp van to do Betalen wij de rekening? Do we pay the bill? Wij betalen de rekening niet. We do not pay the bill.
The Future Hoe spreek je over toekomstige activiteiten in het Engels?
The past simple Grammar.
Toekomende tijd: met “going to”
Woordvolgorde in Engelse bevestigende en vragende zinnen.
Chapter 4 Going out Grammar Stepping Stones 2 kgt.
Chapter 1 Looking back Grammar Stepping Stones 2 t/hv.
Chapter 3 Who dares? Grammar Stepping Stones 3 havo
Hoe maak je zinnen vragend in het Engels.
Transcript van de presentatie:

 de kamer van de student  het haar van Laura  de pen van Brian

 the student's room  Laura's hair  Brian's pen  Je schrijft dus onderwerp + 's om bezit aan te geven.

 de kamer van Chris  de vrouw van Charles

 Chris' room, of: Chris's room  Charles' wife, of:Charles's wife

 de kamer van de studenten  het huis van mijn ouders  de kostuums van de jongens

 the students' room  my parents' house  the boys' costumes  Je schrijft dus meervoudsvormen met alleen een '

 Men's clothes  The women's room  The children's department  Waarom bij deze meervouden wel 's?

 tijden:  de krant van gisteren  de vakantie van vorig jaar  het weer van morgen

 yesterday's paper  last year's holiday  tomorrow's weather

 gebouwen van personen:  ik moet naar de dokter (praktijk)  ik ga naar de bakker (winkel)  hij is bij de drogist (winkel)

 I have to go to the doctor's (office)  I am going to the baker's(shop)  He is at the chemist's(shop)

 plaatsnamen krijgen geen 's:  famous New York artists  an Amsterdam museum

 1The audience were excited about … (de pakken van de jongens).  2Have you ever been in contact with … (de politie van New York)?  3My friend had to go to … (de dokter) last Wednesday for an annual check-up.  4Is this... (het boek van Roberta)?  5One of the technicians broke a leg during … (het optreden van vorige week).  6… (De reactie van hun ouders) really surprised us.  7Did you know that … (de zoon van Charles) could be the next king?