Rentabiliteitsanalyse - vleesvee -

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
H20:Voorraadwaardering
Advertisements

KWALITEITSZORG november 2012
Marlies Peschier Willemien Troelstra Benchmark Overheidskantoren 2006.
Stilstaan bij parkeren Dat houdt ons in beweging
Voorraadwaardering Technische en economische voorraad FIFO methode
Technische en economische kengetallen van rosés in 2008 Willeam Schoonhoven.
groei met TTW witlof uien aardappelen granen bloembollen chicory
Nationale rekening DEEL 1 Productie meten.
November 2013 Opinieonderzoek Vlaanderen – oktober 2013 Opiniepeiling Vlaanderen uitgevoerd op het iVOXpanel.
Uitgaven aan zorg per financieringsbron / /Hoofdstuk 2 Zorg in perspectief /pagina 1.
1. een medicus koopt bij garage A een personenwagen met LPG-installatie aan voor , exclusief B.T.W.. Gelieve de boekingen in het eerste boekjaar.
Voorraadwaardering LIFO FIFO GEMIDDELDE INKOOPPRIJS
Samen kun je meer Jelle Zijlstra, Animal Sciences Group Divisie Veehouderij.
Boxenstelsel.
Wat moet je leren: Heel hoofdstuk 3, behalve paragraaf 5
Ronde (Sport & Spel) Quiz Night !
België en de wereldhandel: Wat is de reden van de achteruitgang? Hoe kan de situatie worden verholpen? Guy Quaden Gouverneur ICC Belgium, 3 mei 2010.
Natuurlijke Werkloosheid en de Phillipscurve
Vergrijzen en verzilveren Antwerpen, 16 november 2012 Paul Schnabel Sociaal en Cultureel Planbureau Universiteit Utrecht.
1 © GfK 2013 | Supermarktkengetallen | februari 2013 GFK SUPERMARKTKENGETALLEN ‘Wat is de omzet van de supermarkten op weekniveau?’ ‘Hoe ontwikkelt het.
De toets data 2kb juni 2kc juni 2kd 20 juni 2ke 17 juni   2ma 19 juni
Kb.1 Ik leer op een goede manier optellen en aftrekken
1 Rekening Evolutie begrotingsresultaat GD 2.
Nooit meer onnodig groen? Luuk Misdom, IT&T
REKENEN.
Elke 7 seconden een nieuw getal
Oefeningen F-toetsen ANOVA.
Wat levert de tweede pensioenpijler op voor het personeelslid? 1 Enkele simulaties op basis van de weddeschaal B1-B3.
Kwartaalpublicatie POD Maatschappelijke Integratie Persconferentie 31 januari 2014.
Inkomen les 20 Begrippen & opgave 100 t/m Begrippen Collectieve lasten Geheel van belastingen en sociale premies.
Inkomen les 7 27 t/m 37.
Les 4 Inzichtvragen 1 t/m 3 WERKBOEK blz 15 en 16.
GfK PS Retail NLGfK Supermarktkengetallen augustus 2014 GfK Supermarktkengetallen Antwoord op deze vragen vindt u op: bij “GfK Publicaties”
1 © GfK 2012 | Supermarktkengetallen | GFK SUPERMARKTKENGETALLEN ‘Hoe ontwikkelt het aantal kassabonnen zich?’ ‘Wat is de omzet van de supermarkten.
1 © GfK 2012 | Supermarktkengetallen | week GFK SUPERMARKTKENGETALLEN ‘Hoe ontwikkelt het aantal kassabonnen zich?’ ‘Wat is de omzet van de supermarkten.
1 © GfK 2013 | Supermarktkengetallen | December 2013 GFK SUPERMARKTKENGETALLEN ‘Wat is de omzet van de supermarkten op weekniveau?’ ‘Hoe ontwikkelt het.
Wat moet je leren: Heel hoofdstuk 3, behalve paragraaf 5
Lesplanning 3.2 blz Binnenkomst Intro Nakijken 3.1, klaar? Dan alvast 3.2 maken Uitleg 3.2 Gezamenlijk lezen blz Zelfstandig werken,
Vrints Goedele Januari 2013 Agriflanders RENTABILITEITSANALYSE - VARKENS -
Deuninck Joeri januari 2013 GEBRUIK VAN LMN-DATA.
Een bakje kwark kost € 1,27. Hoeveel kosten vijf bakjes? 5 x € 1,27 = 5 x € 1,00 = € 5,00 5 x € 0,20 = € 1,00 5 x € 0,07 = € 0, € 6,35 Een.
Aanleiding onderzoek Ondervoeding sinds 2010 prestatie indicator (PI) voor revalidatiecentra Advies in PI: gebruik de SNAQ om te screenen Vragen van de.
EFS Seminar Discriminatie van pensioen- en beleggingsfondsen
Van Valckenborgh Dirk Februari Definitie “optie op aandelen” : Recht / Verplichting om een standaardhoeveelheid aandelen te kopen (call-optie –
Korte keten initiatieven in Vlaanderen
Stanines z Stanines
HOSTA 2010, Vastgoedcongres 29 september september Horwath HTL.
Landbouw-Economisch Bericht juni 2014 Petra Berkhout.
Wat kiest u? A B C D F E. Product-typen (90%) inleg-50% inleg Inleg + risicovrij 0 0 (90%) inleg-50% inleg Beperkte aansprakelijkheid Hoofdsomgarantie.
MARktSTUDIE commercialisatie snoekbaars
22/11/ DE ADVIEZEN VAN BEURSMAKELAAR BERNARD BUSSCHAERT Week
Algemene Ondernemersvaardigheden
Investeringen Klik om verder te gaan. Hoe gebruik je deze uitleg? Je kunt in deze presentatie ‘bladeren’ door de pijltjestoetsen te gebruiken. Vooruit.
1 © GfK 2014 | Supermarktkengetallen | augustus 2014.
D’hooghe Joost januari 2013 RENTABILITEITSANALYSE - GRANEN VOOR DE KORREL -
Zo zit dat met uw pensioen!
Vraagstukken: intrest
Zo zit dat met uw pensioen!
1 Week /03/ is gestart in mineur De voorspellingen van alle groten der aarden dat de beurzen zouden stijgen is omgekeerd uitgedraaid.
1 DE ADVIEZEN VAN BEURSMAKELAAR BERNARD BUSSCHAERT Week
De LMN-boekhouding voor een goede kostprijsanalyse METEN = WETEN Van den Bossche An januari 2013.
1 DE ADVIEZEN VAN BEURSMAKELAAR BERNARD BUSSCHAERT Week
1 BUE Middenkader 2004 Een eerste verkenning van de resultaten.
Groeien in rendement Meer info: Jelle Zijlstra, Wageningen UR Livestock Research Financiering: Productschap Zuivel.
Hoofdstuk 6 Productie.
Fokkerij en voortplanting
Vleesproductie rund Les 5, 14 maart.
VLEESPRODUCTIE in NEDERLAND
Vleesproductie rund Les 4, 28 februari.
Transcript van de presentatie:

Rentabiliteitsanalyse - vleesvee - Vrints Goedele Januari 2013 Agriflanders

Selectie bedrijven en methodologie Resultaten INHOUD Selectie bedrijven en methodologie Resultaten Kengetallen Economische resultaten Aandeel kostenposten Spreiding technische en economische resultaten Conclusies Kengetallen ( zowel technische als economische)

1. Selectie bedrijven en methodologie bedrijfstak vleesvee zoogkoeien, mannelijk jongvee (stieren), vrouwelijk jongvee (vaarzen) gesloten vleesveebedrijven minder dan 25% kalveren aangekocht / verkocht minimum 20 zoogkoeien per bedrijf en > 90% van de zoogkoeien behoort tot Belgisch Witblauw Selectie bedrijven: op bedrijfstak vleesvee en niet op het niveau van het volledige bedrijf. Naast gespecialiseerde vleesveebedrijven zijn er een groot aantal bedrijven die vleesvee combineren met melkvee of akkerbouw. De opbrengst en of kosten van deze bedrijfstakken worden niet meer in rekening gebracht. De afbakening van gesloten en open bedrijven gebeurt op basis van de leeftijd van het verhandeld jongvee en op basis van de verhouding aangekocht jongvee ten opzicht van het aantal geboren en aangekochte kalveren. Een gesloten bedrijf is een bedrijf waarvan de verhouding aangekochte kalveren of verkochte kalveren van minder dan 1 jaar ten opzichte van de som van het aantal geboren kalveren en het aantal aangekochte kalveren van minder dan 1 jaar kleiner is dan 25% Outliers worden verwijderd= en dan blijven er voor 2010 nog 71 bedrijven over

2. Technische en economische kengetallen 2010 Leeftijd bij eerste kalving (maanden) 30,7 Tussenkalftijd (dagen) 422 Vervangingspercentage zoogkoeien (%) 38,7 Sterftepercentage stieren (%) 7,03 Jaargroei per afgekalfde zoogkoe (kg / jaar) 553 Groei stieren (gram / dag) 952 Gemiddeld krachtvoerverbruik stieren (kg / dag) 2,31 Prijs van krachtvoeder stieren (euro / 100 kg) 29,3 Leeftijd stieren bij verkoop (maanden) 20,2 Gewicht stieren bij verkoop (kg / dier) 667 Prijs stieren bij verkoop (euro / kg) 3,18 Vervangingspercentage zoogkoeien: aantal overgangen van vrouwelijk jongvee (vaarzen) naar zoogkoeien + aantal aangekochte zoogkoeien per gemiddeld aanwezige zoogkoe op begininventaris Jaargroei per afgekalfde zoogkoe: De totale vleesproductie van zoogkoeien, vrouwelijk en mannelijk jongvee van zoogkoeien per jaar gedeeld door het aantal kalvingen van zoogkoeien en vrouwelijk jongvee van zoogkoeien (vaarzen). De totale vleesproductie omvat het gewicht van verkopen en sterfte verminderd met het aankoop- en geboortegewicht, en gecorrigeerd met overgang- en inventarisverschillen Groei stieren: De totale vleesproductie van het mannelijk jongvee (de stieren) uitgedrukt in g/dag. De totale vleesproductie omvat het gewicht van verkopen en sterfte verminderd met het aankoop en geboortegewicht en gecorrigeerd met overgang- en inventarisverschillen. Stieren worden in 2010 verkocht op een leeftijd van 20 maandenn aan een gewicht van 667 kg/Stuk en aan een prijs van 2.190 euro/stuk De prijs per kg vlees levend is gelijk aan 3,18

2. Economische resultaten in euro per zoogkoe Totaal 2010 Aantal bedrijven 71 Aantal zoogkoeien 48 Totale opbrengsten 1 1.879 omzet en aanwas 1.699 zoogkoeienpremie 179 Totale variabele kosten 2 1.090 Bruto saldo 3 = 1 - 2 789 Totale vaste kosten 4 888 Familiaal Arbeidsinkomen 5 = 3-4 -99 Eigen arbeid 6 757 Netto bedrijfsresultaat 7 = 5 - 6 -856 Familiaal arbeidsinkomen (FAI) negatief, indien inclusief subsidies bedrijfstoeslag (221 euro / zoogkoe) dan FAI positief

waarvan 7% eigen arbeid ruwvoeder 2. Aandeel kostenposten waarvan 7% eigen arbeid ruwvoeder De voederkosten hebben een groot aandeel in de totale kosten. De totale ruwvoerkost (variabel, vast en vergoeding voor eigen arbeid) is goed voor 28% van de totale kosten inclusief eigen arbeid. De totale voederkosten (ruwvoeder, krachtvoeder en plantaardige nevenproducten hebben een aandeel van 47% Het valt op dat de fictieve intresten bij vleesvee een groot aandeel in de totale kosten hebben. Jaarlijks wordt een fictieve intrest van 5% gerekend op het gebouwenkapitaal in eigendom en op het bedrijfskapitaal (levend, dood, en omlopend kapitaal). Dit laatste onafhankelijk of dit met eigen of vreemd vermogen gefinancierd is. Fictieve intresten zijn kosten die in realiteit niet gemaakt worden en vormen een opportuniteitskost. Een groot deel van de fictieve intresten bij vleesvee bestaat uit fictieve intresten op levend kapitaal. groot aandeel voederkosten: 27% ruwvoeder 47,5% van totale kosten groot aandeel fictieve intresten: 5% intrest op levend, dood en omlopend kapitaal, en op gebouwen

2. Spreiding technische kengetallen in euro per zoogkoe Laag BS Hoog BS Tussenkalftijd (dagen) 426 417 Sterftepercentage stieren (%) 8,81 4,98 Jaargroei per afgekalfde zoogkoe (kg / jaar) 531 578 Groei stieren (gram / dag) 924 985 Gemiddeld krachtvoerverbruik stieren (kg / dag) 2,59 2,00 Leeftijd stieren bij verkoop (maanden) 20,5 19,8 Gewicht stieren bij verkoop (kg / dier) 667 668 Prijs stieren bij verkoop (euro / kg) 3,14 3,22 Bruto saldo omdat hier vaste kosten en fictieve intresten geen rol spelen. Bruto saldo maakt verschil op opbrengsten en variabele kosten Een indeling op basis van het bruto saldo sluit meer aan bij de operationele bedrijfsvoering. Er wordt geen rekening gehouden met de vaste kosten waar een bedrijfsleider op korte termijn niets ( of zeer weinig) aan kan veranderen. 50% bedrijven met het hoogste bruto saldo betere kengetallen: een lagere tussenkalftijd, een lager sterftepercentage, een lager krachtvoederverbruik, een betere jaargroei per zoogkoe en groei stieren, en een hogere verkoopsprijs per kg vlees

2. Spreiding economische resultaten in euro per zoogkoe, volgens Bruto saldo Laag BS Hoog BS Aantal bedrijven 35 36 Aantal zoogkoeien 52 44 Totale opbrengsten 1 1.648 2.142 omzet en aanwas 1.489 1.940 zoogkoeienpremie 159 203 Totale variabele kosten 2 1.144 1.028 Bruto saldo 3 = 1 - 2 504 1.114 Totale vaste kosten 4 839 944 Familiaal Arbeidsinkomen 5 = 3-4 -335 170 De Spreiding is zeer groot, er is een verschil in bruto saldo van 610 euro per zoogkoe (1114 tot 504 per zoogkoe) Dit is vooral het gevolg van hogere opbrengsten en –in mindere mate- van lagere variabele kosten (-10%) door lagere dierenarts en krachtvoederkosten. Daarentegen hebben de 50% bedrijven met de hoogste bruto saldo hogere vaste kosten (+12,5%). Dat is vooral door hogere kosten voor afschrijvingen (+22%) eb fictieve intresten(+10%). De hogere vaste kosten wegen echter niet op tegen de lagere variabele kosten en de hogere opbrengsten. Het familiaal arbeidsinkomen ligt daardoor een stuk hoger voor den 50% bedrijven met het hoogste bruto saldo: 170 vs 335 euro per zoogkoe zeer grote spreiding in BS als gevolg van hogere opbrengsten (+30%) en lagere variabele kosten (-10%) bedrijven hoogste BS halen betere technische en economische kengetallen, en FAI is licht positief

3. Conclusies Lage rentabiliteit vleesveesector! familiaal arbeidsinkomen (FAI) negatief (-99 euro / zoogkoe) maar … inclusief bedrijfstoeslag is FAI positief, zij het nog steeds (te) laag hoog aandeel fictieve intresten in de totale kosten En … zeer grote spreiding tussen bedrijven in bruto saldo (BS) en familiaal arbeidsinkomen (FAI) ≠ in BS door hogere opbrengsten (+30%) en lagere variabele kosten (-10%) bedrijven met hoger BS hebben betere technische en economische kengetallen, … en een (licht) positief FAI Afhankelijkheid subsidies: zoogkoeienpremie en bedrijfstoeslag!

Bedankt voor uw aandacht!