Wat verandert in perspectief ? Wat verandert NIET ?

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Presentatie Vlakke figuren Theorie Rekenvoorbeelden
Advertisements

H3 Tweedegraads Verbanden
Eigenschappen van parabolen
Eigenschappen van vierhoeken
Z, F en X hoeken Kees Vleeming.
Autheur: Peter Zijsling
Hogere Wiskunde Complexe getallen college week 6
0nderzoeksproject: inhouden en oppervlakten EDUGO campus De Toren | 5LWI8-5WEWI8| Mei 2007.
(11,25;10) (10,15) (10,16) Totaal 7 lijnen getekend.
Volumeberekening van omwentelingslichamen
Presentatie Vlakke figuren Theorie Rekenvoorbeelden
vwo D Samenvatting Hoofdstuk 11
vwo D Samenvatting Hoofdstuk 9
Gereedschapskist vlakke meetkunde
Rambles Barcelona 19 mei 2011.
Constructies Passer & Liniaal, Origami en Meccano
vwo B Samenvatting Hoofdstuk 8
Omtrekshoeken Stelling van de constante hoek:
Gelijkvormige driehoeken
havo B Samenvatting Hoofdstuk 2
Optische eigenschap van de parabool
havo/vwo D Samenvatting Hoofdstuk 5
Tweedegraadsfuncties
H4 Differentiëren.
Eigenschappen van hoeken
Optische eigenschap van de ellips
Gereedschapskist vlakke meetkunde
Ruimtefiguren.
Gereedschapskist vlakke meetkunde
Gereedschapskist vlakke meetkunde
Gereedschapskist vlakke meetkunde
Gereedschapskist vlakke meetkunde
Gereedschapskist vlakke meetkunde
Basisconstructie I Snijpunt van een rechte en een vlak Vakgroep WISK-TW.
Kijklijnen Kijklijnen gebruik je om de grenzen aan te geven van het gebied dat je ziet.
Gereedschapskist vlakke meetkunde
ribWBK11t Toegepaste wiskunde Lesweek 01
Rechte lijnen: lineair verband. Een lijn is een verzameling van punten.
Gereedschapskist vlakke meetkunde
Presentatie titel Rotterdam, 00 januari 2007 Computer Graphics Technische Informatica
Samenvatting.
Wim Doekes - hoofdauteur
Snijpunt bepalen. Lijn p en lijn q snijden elkaar. Wat zijn de coördinaten van het snijpunt ?
Vierhoeken (eigenschappen van zijden en hoeken) Omstructureren
5L week : ‘Herhaling’ Meetkunde 5L week 8: ‘Herhaling’
‘Vormleer: punten, lijnen, vlakken, hoeken’
Meetkunde 5L week 15: Driehoeken tekenen vierhoeken vlakke figuren
Meetkunde 5L herhalingsweek: 5L : ‘herhalingsweek’
Vormleer: herhaling vlakke figuren
Ruimtelijke figuren.
Meetkunde 5L week 14: Vierhoeken tekenen vierhoeken vierkant vlieger
Meetkunde 5de leerjaar.
Wiskunde G3 Samenvatting H2: Parabolen
2 VMBO-T/HAVO deel Driehoeken tekenen Drie zijden gegeven VMBO-T
Hoeken meten Soorten hoeken. De delen van een geodriehoek.
2. Tweedegraadsfuncties en vergelijking cirkel
havo B Samenvatting Hoofdstuk 2
M A R T X I W K U N E D S 2 M18 Bewijs: de eigenschappen van hoeken gevormd door evenwijdige rechten en een snijlijn © André Snijers.
M A R T X I W K U N E D S 2 M31 Bewijs: de eigenschap van de basis- hoeken in een gelijkbenige driehoek © André Snijers.
Bewijs: de eigenschap van de bissectrice van een hoek
Extra oefening Gevraagd: CD en CE zijn raaklijnen aan c(M,r)
M A R T X I W K U N E D S 2 M38 Bewijs: de eigenschappen van de zijden, hoeken en diagonalen in een vierhoek © André Snijers.
Bewijs: de eigenschap van de som van de hoeken in een driehoek
Vierhoeken tekenen Vierhoeken tekenen Vierhoeken tekenen
1. Driehoek 2. Grafiek 3. Oneven 4. Volle hoek 5. Kwadrant
Regeltechniek Modellen Specifikaties Voordelen van terugkoppeling
Eigenschap en constructie van de bissectrice van een hoek
Indeling van de hoeken volgens hun ligging
De cirkel De cirkel De cirkel © André Snijers.
Meetkunde Verzamelingen Klas 8.
Transcript van de presentatie:

Wat verandert in perspectief ?

Wat verandert NIET ?

Twee lijnen snijden elkaar in één punt. Twee punten liggen op één lijn.

Er zijn ook nog ‘ontaarde’ kegelsneden, die ontstaan als de snijvlak door de top van de kegel gaat: twee snijdende lijnen, twee samenvallende lijnen. De doorsnede kan tenslotte ook slechts één punt zijn, dit geval wordt later geïnterpreteerd als een cirkel met een imaginaire straal.

A is een projectieve* eigenschap A geldt voor cirkels  A geldt voor alle kegelsneden * dwz: een eigenschap die niet verandert bij centrale projecties

Stelling van Pascal: Liggen de hoekpunten van een zeshoek op een kegelsnede dan liggen de snijpunten van overstaande zijden op één lijn.

Sluitstelling van Poncelet: Sluit een n-hoek tussen twee kegelsneden, dan sluit elke n-hoek tussen deze twee kegelsneden.

?

De sluitstelling wist Poncelet in eerste instantie alleen te bewijzen voor het geval van twee cirkels. Hij zocht vervolgens naar een methode om twee willekeurige kegelsneden middels projecties te vervormen tot twee cirkels. Zo kwam hij erop “ideale punten” toe te voegen. Tegenwoordig zijn die ideale punten punten met complexe coördinaten. Net als bij het factoriseren van veeltermen over R is het nuttig te werken over C.

Uitbreiding met ‘ideale’ punten: Een kegelsnede en een rechte snijden elkaar in twee punten (of één dubbelpunt) Twee kegelsneden hebben altijd vier punten gemeen.

Stelling van Bézout Gegeven twee algebraïsche krommen van graad n resp m. Dan hebben zij nm punten gemeen óf hun polynomen hebben een gemeenschappelijke factor.

Algebraïsche aanpak (toelichting) Krommen zijn verzamelingen nulpunten van polynomen. De rechte lijnen horen bij de eerstegraads polynomen. De kegelsneden horen bij de tweedegraads polynomen. Als het polynoom ontbonden kan worden in factoren is de bijbehorende kromme “ontaard”, en bestaat uit de vereniging van de krommen die bij de afzonderlijke polynomen horen. Bijvoorbeeld: de ontaarde kegelsneden “twee snijdende lijnen” hoort bij een tweedegraads polynoom van de vorm l1l2 waarbij de ene lijn bij de eerstegraads l1, en de andere bij de eerstegraads l2 hoort. Uit de stelling van Bézout volgt dat als een tweedegraads K en een lijn l meer dan twee punten gemeen hebben, de polynomen van K en l een factor gemeen hebben, en dat danwel het polynoom van l zijn. De kromme K is dan dus een ontaarde kegelsnede en bestaat dus uit twee snijdende lijnen (die eventueel samen kunnen vallen), en waarvan l er één is.

Door de kegelsneden als nulpuntverzamelingen van tweedegraads polynomen te beschouwen kunnen veel stellingen uit de projectieve meetkunde algebraisch worden bewezen. In sommige gevallen worden die bewijzen zeer eenvoudig en berusten slechts op het handig tellen van eventuele snijpunten. Als voorbeeld bekijken we een algebraisch bewijs van de Stelling van Pascal, berustend op de voornoemde Stelling van Bézout.

Familie derdegraads krommen vervormt van het ene drietal zijden tot het drietal overstaande zijden. Steeds liggen de zes hoekpunten en de drie snijpunten op die derdegraads.

Door elk punt van het vlak passeert een Kt

Door elk punt van het vlak passeert een Kt , dus zekere derdegraads Kt heeft meer dan 6 punten gemeen met de tweedegraads K. Dan blijft voor Kt nog een eerstegraads factor over, oftewel een rechte lijn.

Door elk punt van het vlak passeert een Kt , dus zekere derdegraads Kt heeft meer dan 6 punten gemeen met de tweedegraads K. Dan blijft voor Kt nog een eerstegraads factor over, oftewel een rechte lijn. En daarop liggen de drie snijpunten van overstaande zijden.