Plasmaferese vs. immunoglobulines bij behandeling van GBS

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Handen wassen als preventie van influenza
Advertisements

En orale antivirale profylactische therapie J.Nouwens Groep
Leonieke Groot, spoedeisende hulparts i.o.
Seizoensgebonden Allergische Rhinitis: Spuiten of Slikken?
Maagperforatie Behandelingsopties
Het Syndroom van Guillain Barré
Psychose als bijwerking van ritalin
Effectiviteit TCAs versus MAOIs
Evidence That Patients With Single Versus Recurrent Depressive Episodes Are Differentially Sensitive to Treatment Discontinuation: A Meta-Analysis of Placebo-Controlled.
Medicijnen.
De epilepsieverpleegkundige CAT M. Vlooswijk.
Dotteren bij Vaatspasmen na SAB
Carotis stenting Man, 73 jaar
CAT Mariëlle Vlooswijk
We zien poliklinisch veel patiënten met lage rugpijn, met of zonder uitstraling naar een been. Indien er geen operatie-indicatie is, overwegen we soms.
Behandeling van spierspanningshoofdpijn met Botuline toxine A
Steroiden bij acute dwarslesie
Antipyretica en koortsstuipen
Glatirameer (Copaxone) bij MS
Carpale Tunnel Syndroom: Corticosteroid injectie of Chirurgie?
CAT 4 februari 2004 Patiënt presenteerde zich tijdens de dienst dd 20 jan 2004 met acuut ontstane vertigo. Betahistine?
Annerie Moers 11 augustus 2006
Welke behandeling en door wie?
Clusterhoofdpijn en zuurstoftherapie
Nimodipine na SAB Effect op Outcome?
Hemorroiden: behandeling door chirurg
Gecompliceerd Divertikellijden van het colon
TRACTIE of COMPRESSIE bij ASPECIFIEKE NEKPIJN. Prof. dr
Podofyllotoxine versus Imiquimod Annemieke de Haan Groep
Co-schap huisartsgeneeskunde Je naam datum
Ton Lenssen Fysiotherapeut/onderzoeker Afdeling fysiotherapie azM
Extra Uteriene Graviditeit
Dexamethason and long-term survival in bacterial meningitis Fritz et al, Neurology, November 2012 W. Raven
CAT Critical Appraisal of a Topic
Risk of Ischaemic Events (CAPRIE). Lancet 1996;348:
LOGICA trial “Laparoscopic versus Open Gastrectomy for Gastric Cancer – a multicenter prospectively randomized controlled trial”
T15: Twee patienten met een loopstoornis
Het optimale design versus de weerbarstige praktijk Prof. Dr. Jan Busschbach
Bijtwonden en antibiotica profylaxe
Ganglion Cyste Zohra Kerami
Chalazion: injectie of chirurgie?
Behandeling proximale humerus fractuur
Sonja Leenman-Dekker, huisarts in opleiding RuG.
Hypnose bij het prikkelbare darmsyndroom
H2 antagonisten dé behandeling van wratten!?
Morfine bij acute decompensatio cordis Zoekvraag 9 juli 2013 Marieke Romijn.
Een onderzoeksvoorstel naar het effect van supervisie tijdens looptraining bij claudicatio intermittens Daria Jaenicke & Rachel Verbeek Presentatie BO.
Fasciitis plantaris Het effect van shock wave therapy bij fasciitis plantaris Marjolein Kloet aios huisartsgeneeskunde groep (Jan Peter en Simone)
Wel of geen antibiotica geven na een hondenbeet Jelle Kolkman Aiosgroep van Alex en Marielle
Elektro shock wave therapie: de behandeling bij hielspoor? Marianne van der Windt Groep
Een functionele benadering (PEPT) effectief en veilig? - Resultaten - Hoe werkt het - Non-verbale communicatie.
Amitriptyline voor musculoskeletale klachten – een systematisch review Jacoline van den Driest, Sita Bierma-Zeinstra, Patrick Bindels, Dieuwke Schiphof.
Critical Appraisal of a Topic of rectale thermometer?
Schokgolftherapie bij chronische fasciitis plantaris
Behandeling. Moet elke behandeling getoetst? Plausibel mechanisme: carotisbypass?
Anekdote: op weg in de trein naar STARR-class=> geroepen ivm jongen met insult=> in zijn tas diazepam rectiole en rivotril druppels=> gekozen voor druppels.
Zoekvraag S.Duzenli PICO P: Armvene trombose I: Trombolyse C: Groep zonder trombolyse O: wel of geen posttrombotische complicaties.
Functioneren en fysieke activiteiten van patiënten na chirurgie in verband met botsarcoom; resultaten van een lange termijn studie J.C. van Egmond-van.
Disclosure belangen NHG spreker
Vragen vooraf naar aanleiding van het huiswerk
Disclosure belangen NHG spreker
e-Exercise: blended interventie met gereduceerd face-to-face contact
Bacteriële vaginose Weg ermee met vitamine C?
Lokale corticosteroïdinjectie bij epicondylitis medialis
Gastric bypass vs. Gastric sleeve
Continu infuus of Slotje?
Therapeutische interventies gebaseerd op muziek bij dementie
Medicijnen op basis van cannabis
Hand-oefeningen voor reumatoïde artritis van de hand
Disclosure belangen spreker
Transcript van de presentatie:

Plasmaferese vs. immunoglobulines bij behandeling van GBS Jeroen Albers en Guy Oudhuis CAT 17-09-2004

GBS het kort: Acute immuun-gemedieerde polyneuropathie. Incidentie 0,6-1,8 /100.000/jaar. Pathogenese: er lijkt verband met virale/bacteriële infecties. Gaan bij ruim tweederde van de patiënten 1-4 weken aan ziektebeeld vooraf. Gangbare hypothese: immuunsysteem produceert in poging om bacteriën/virussen te elimineren antilichamen en/of T-cellen die kruisreageren met componenten van PZS (gangliosiden of andere membraaneiwitten): molecular mimicry. Op dit moment is voor de volgende pathogenen een verband met Guillain-Barré aangetoond: ·    Campylobacter ·    Cytomegalovirus ·    Epstein-Barr virus ·    Mycoplasma ·    HIV

Criteria voor de diagnose: Factoren die aanwezig moeten zijn: Snel progressieve symmetrische parese armen/benen, soms ook gelaat De parese betreft vanaf begin beide zijden van lichaam, neigt naar symmetrie Dieptepunt parese meestal binnen 2 weken, maar altijd binnen 4 weken Hypo- of areflexie (bij ziekteduur van 1 week in alle ledematen) Andere oorzaken obv anamnese en LO niet waarschijnlijk Paresthesieën in handen en voeten vaak bij sensibele GBS Spierzwakte distaal meestal ernstiger dan proximaal Pijn pleit niet tegen een GBS Autonome dysfunctie Cave: er kan binnen enkele uren ademhalingsinsufficiëntie optreden.

Methode van plasmaferese (plasmawisseling): plasma (met antistoffen) gescheiden van cellen Eigen plasma vervangen door donorplasma/andere vloeistof veneuze afname 3 liter plasma + cellen (+antistolling) scheiding middels centrifuge: plasma opgevangen cellen/plasmavervanging arterieel teruggegeven aan patient Duur behandeling: 2 uur

Methode IVIg: 5 daagse kuur met gezuiverd Ig afkomstig van pool van tenminste 1000 donoren treatment related clinical fluctuation: 10% patienten gaat opnieuw achteruit nadat kuur afgelopen is mogelijke werkingsmechanismen: blokkade Fc receptor op macrofagen interferentie met complementcascade hoge concentraties Ig versnellen afbraak ervan enorme hoeveelheden gaan capaciteit recyclingsysteem te boven: overschot door lysosomen afgebroken

Zoekopdracht: randomised controlled trials met als doel het vergelijken van plasmaferese en iv immunoglobulines. gezocht in Cochrane, Pubmed en Medline 2 geschikte studies gevonden die ook voorkwamen in de Cochrane review Deze review zal besproken worden

Selectiecriteria: alle randomized en quasi-radomized trials Hughes RAC, Raphaël JC, Swan AV, van Doorn PA Intravenous immunoglobulin for Guillain-Barré syndrome (Cochrane Review) Bepalen effectiviteit van intraveneuze toediening van immunoglobuline voor de behandeling van Guillain-Barré Zoekstrategie: in “Cochrane Neuromuscular Disease Group register”, “MEDLINE” en “EMBASE” termen: “Guillain-Barré” en “acute polyradiculoneuritis” Selectiecriteria: alle randomized en quasi-radomized trials 6 randomized trials gebruikt waarin toepassing van immunoglobuline wordt vergeleken met plasmaferese Totaal:

Meta-analyse Functionele verbetering 4 weken na randomisatie Tijd tussen randomisatie en zelfstandig lopen Tijd tussen randomisatie en ondersteund lopen Tijd tussen randomisatie en stop zetten beademing Mortaliteit Aandeel patiënten overleden of gehandicapt na 12 maanden Aandeel patiënten met complicaties

Resultaten Status na 4 weken Ig versus PF 0,04 graad betere uitkomst (CI=95% 0,19 tot -0,26) Tijd tot lopen zonder hulpmiddelen Verschil niet significant Tijd tot lopen met hulpmiddelen Gegevens voor geen enkele trial bekend Tijd tot stoppen van beademing Niet significant

Mortaliteit RR Ig:PF 0,78 (CI=95% 0,31 tot 1,95) Overleden of gehandicapt na 12 maanden Data van 1 trial: Ig 21/129 PF 19/114 Aandeel patiënten met complicaties RR Ig:PF 0,84 (CI=95% 0,45 tot 1,59)

Conclusie Ig en PF: even effectief Complicaties: PF>Ig in alle trials Verder: kans stoppen behandeling RR Ig:PF 0,11 (CI=95% 0,05 tot 0,36)