29/01/14.  Intro  Theorie  Kennisvragen maken.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Hoofdstuk 4: Kopen is kiezen
Advertisements

Schrijfvaardigheid en argumentatie
All Media are SOCIAL Eenleven zonder media, is dat mogelijk? Media spelen een belangrijke rol in ons sociale leven en zijn een primaire levensbehoefte.
Hoofdstuk 15 Geïntegreerde marketingcommunicatiestrategie
HOOFDSTUK 12 Media.
Jezelf waarmaken Laat je ZIEN in je sollicitatiebrief Lezing voor Meppel United, 30 oktober 2013.
Basisvorming Sensibilisatie van mensen ‘raken’ tot ‘activeren’ Dinsdag 17 maart 2009.
Lesplanning Binnenkomst
MEDIALANDSCHAP We onderscheiden: Visuele media Auditieve media
THEORIE LEESVAARDIGHEID IN BEELD
EVEN HELDER KRIJGEN EVEN DE VRAAG HEEL HELDER KRIJGEN VOORDAT JE ZOMAAR AAN DE SLAG GAAT?
Zakelijk lezen Nederlands.
Georges Van Nevel 04 oktober 2008 Citymarketing & Communicatie.
WAT IS PRECIES HET DOEL? ALS JE NIET WEET HOE JE ERGENS GAAT KOMEN?
Reclame.
Werkproces 1.5 Externe relaties opbouwen en onderhouden
Aan de slag met weblogs Pierre Gorissen 14 juni 2005.
Communicatiebeleid Onderneming
Communicatiebeleid Onderneming
Mijn boodschap Wat wil JIJ zeggen? Mijn boodschap.
Communicatiemix (promotiemix) Kennisdomeinen:
Marketing H1 Marketing Junior Accountmanager.
H13 Reclame, verkooppromoties, public relations en sponsoring Marketing, een reallife-perspectief © 2008 Pearson Education Benelux DE WAARDEPROPOSITIE.
Samenvatting Havo 5.
§ 1.1 Waar kies je voor? De keuzes die je maakt als consument worden beïnvloed door de marketing van bedrijven die producten en diensten aanbieden. © Noordhoff.
Thema 7 les 7 Signaal- en verwijswoorden
Communicatie en Instumenten
Leesvaardigheid Hoofdstuk 1 t/m 3
Iedereen gebruikt social media.
inleiding leesvaardigheid Leesstrategieën & schrijfdoel
Pitch Sell it Mobiele escape room Team 17.
Teksten schrijven. Teksten schrijven Teksten schrijven – Waar gaat het over Onderwerp Titel Lead Tussenkopjes Illustraties Woorden vet/cursief.
Ramòn Janssen –H4B Niels Killaars –H4B © RJNK. 1: Wat is Social Media? 2: De rol van social media in marketing & internetstrategie 3: De sterke punten.
Marketing Hoofdstuk 5 Communicatiemix.
Tekstverklaring Hoe doe je dat?.
Informatie management HC2
Door Dave Lenssen. Social Media  Social media is een verzamelnaam voor alle internet-toepassingen waarmee het mogelijk is om informatie met elkaar te.
Welkom Masterclass Wervend Schrijven. Wervend schrijven kenmerkt zich door… eigen formulering eigen opbouw eigen doel extreme afstemming op de doelgroep.
Plaats- en Promotiemix Alleen zitten op neergeklapte stoelen Ron Weijens.
Green Banana Ondernemers traject Bijeenkomst 7. Terugblik  Wat hebben we vorige bijeenkomst gedaan?  Huiswerk…  Hoe ging het marktonderzoek?  Liepen.
Ron Weijens.  Lijst Lijst  20 minuten voor doornemen te leren stof  Daarna SO.
Leesvaardig Examentraining.
Kansen en knelpunten voor lezen in het vmbo Onderzoek door CED-Groep en DUO Marketresearch in opdracht van Stichting Lezen.
Effecten van taal Onderzoek naar wat woorden, zinsconstructies en tekststructuren doen met de ontvanger.
SCHRIJVEN 1.5 ZAKELIJKE EN PERSOONLIJKE BRIEF. VERSCHILLEN ZAKELIJKE BRIEF Officiële brief Verzoek Klacht Mededeling Gericht aan een persoon die je niet.
SCHRIJVEN ZAKELIJKE BRIEF. WAT GA JE LEREN? Wat een zakelijke brief is. Hoe een zakelijke brief is ingedeeld: briefconventies. Hoe je een zakelijke brief.
Doel marketingmix is behouden en vergroten van marktaandeel.
Een goed product maken is niet genoeg …
Schrijfvaardigheid en argumentatie
Lezen, schrijven en argumenteren
3.1 PRODUCTIE.
Consumentengedrag Leren I
Succesfactoren voor werk Motivatie, kennis en vaardigheden
Paragraaf 2.3 Wat willen zij dat je koopt?.
Lezen H1 t/m H3 In deze PowerPoint: Op onderwerp: Op leesstrategie:
‘Quote die de persona in een zin weergeeft of typeert”
Een beschouwing schrijven
4 havo Schrijflijn les 4
H1, H2, H3 Nieuw nederlands Klas 3
Les 1 Doelgroep: mbo niveau 4 – taalreferentieniveau 3F Docent: Anja Vergeer-Negenman Nederlands leesvaardigheid.
H13 Reclame, verkooppromoties, public relations en sponsoring
Lezen 1.3 en 2.1 Woordenschat 1.1 en 1.2
Soorten zinnen en verbindingswoorden
Consumenten-gedrag Mondige consument
teksten Een tekst vormt een samenhangend geheel
Inleiding, middenstuk, slot
DRIE pilaren van Een gebruikersgerichte website
Het internet als reclamemedium
Marketing- communicatieplan
Transcript van de presentatie:

29/01/14

 Intro  Theorie  Kennisvragen maken

 Reclamedoel (kennis-gevoel-gedrag)  Pretesting  Posttesting

 Het effectconcept (gebruik)  Het probleemconcept  Het associatieconcept (imago of gevoel)  Het explicatieconcept (eigenschappen)  Het vergelijkingsconcept  Een concept moet: opvallen, boeien, overtuigen herrinerd worden en bij de doelgroep en het product passen.

Advertentieopbouw  Een advertentie kan uit verschillende onderdelen bestaan, te weten:  Eerst is er een kopzin die de aandacht trekt en de lading dekt.  Hierna volgt meestal een tekstblok. Consumenten nemen weinig tijd om reclameboodschappen te lezen. Daar moet bij het reclamemaken rekening mee worden gehouden. Een goed tekstblok heeft als kenmerken: ◦ spreektaal; ◦ korte zinnen in telegramstijl; ◦ persoonlijke gerichtheid; ◦ korte alinea's; ◦ origineel; ◦ actieve vorm in plaats van de lijdende vorm; ◦ humor; ◦ actueel; ◦ geen negatieve woorden, wel positieve woorden.  Daarnaast worden in advertenties vaak opvallende illustraties gebruikt, waarbij het onderschrift hieraan nog iets extra's toevoegt.  Een advertentie sluit vaak af met een zogenoemde pay- off. Dit is een korte kreet of zin waarin de advertentie wordt samengevat.  Ten slotte wordt vaak een bon toegevoegd om de lezer tot actie aan te zetten. Op de bon moet altijd de naam en het adres worden vermeld. Vaak wordt een antwoordnummer gebruikt zodat er voor het opsturen geen postzegel nodig is. Dit verhoogt de respons.  In deze advertentie zijn alle onderdelen goed terug te vinden

 Actiereclame (kopen)  Themareclame (lange termijn)  Institutionele reclame (positieve houding)  Collectieve reclame (dezelfde tak, verschillende bedrijven)  Cooperationele reclame (dezelfde bedrijfskolom, opeenvolgende fasen)  Combinatiereclame (verschillende bedrijfstakken)  Vergelijkende reclame  Misleidende (sluikreclame)  Point of purchase reclame  Ideële reclame

Bij de keuze van het medium spelen vier zaken een rol:  Het bereik (de hele bevolking)  De dekking (de doelgroep)  Het communicatievermogen  De kosten (reclame rond het journaal)

 Wetgeving (vergelijkende reclame is, als het objectief is, niet verboden. Het is echter wel verboden als er concurrende merknamen worden gekleineerd)  De stichting reclame code