Rome De Late Keizertijd (193 n.Chr. – 476 n.Chr.) Mounir Lahcen

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Verhoudingen tussen joden en christenen in de eerste eeuw
Advertisements

Imperator Caesar Augustus
4.3 De cultuur van het Rijk.
Overzicht Oude Geschiedenis Blok II Keizerlijk Rome Jan van Ginkel.
De ondergang van het West-Romeinse rijk
Pax Romana 30v.Chr tot 192 na Chr..
The shortest history of Europe
De opkomst van het christendom
Het West Romeinse rijk valt uiteen
De opkomst van het christendom
Romeinen, Germanen en Kelten
Rome De Vroege Keizertijd (27 v.Chr. – 193 n.Chr.) Mounir Lahcen
Week 4 Introductie Oudheid
Romeinen in Noord-West Europa
2.5 Goden en heiligen Kenmerk:
Uit: Trouw 16 september 2009.
Mekka was een welvarend handelscentrum op de karavaanroute
De Republiek in een tijd van vorsten
Kenmerk 8: De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten Les 7: ontwikkeling van het jodendom en.
Kenmerk 6: De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 4: Octavianus a.k.a. Augustus.
Kenmerk 5: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 16: Ontwikkelingen in het Imperium.
Kenmerk 5: 07 b De confrontatie tussen de Romeinse en Germaanse cultuur van Noordwest-Europa Les 17: Het Romeinse Rijk valt uiteen.
Hoofdstuk V: Rome Les 7: Neergang van het Westen.
De ontwikkeling van Het Christendom..
De ontwikkeling van het Christendom
Week 7: Vervolging en martelaarschap Margit Pothoven.
Late Oudheid.
Romeinen en Germanen.
Jodendom en christendom
Het Christendom.
Het Christendom Paragraaf 8.
Echt klassiek! Tijd van Grieken en Romeinen
Keizers: Julisch-Claudische huis: 27 v.C. – 68 n.C.
De Romeinen en het christendom
Late Keizertijd Christendom
Hoofdstuk 3 De Romeinen.
Tijd van Grieken en Romeinen
Opkomst van het christendom
Hoofdstuk V: Rome Les 2 - par 1B Het bestuur
DE KLASSIEKE OUDHEID De ontwikkeling van het jodendom en christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.
Hoofdstuk V: Rome Les 5: Keizer Augustus
Romeinen, Germanen en Kelten
Goed voorbereid naar de Pabo!
Een nieuw geloof: het christendom
Geschiedenis Proefwerk oefenen.
Welke religies zijn er in dit gebied ontstaan?
H2 De tijd van Grieken en Romeinen
Geschiedenis van het Christendom Keuzemodule Hogeschool Rotterdam.
De Oudheid Grieken en Romeinen in de context van de wereldgeschiedenis Hoorcollege propedeuse semester I blok II F.G. Naerebout.
De Oudheid Grieken en Romeinen in de context van de wereldgeschiedenis Hoorcollege propedeuse semester I blok II F.G. Naerebout.
H2.3 Joden en Christenen Grieken en Romeinen.
H2.2 Het Romeinse Rijk Grieken en Romeinen.
4.4 De Opkomst van het christendom. Wat gaan we doen? Een messias in Judea De joodse opstand Het optreden van Jezus Rome wordt christelijk Een populaire.
Romeinen, Germanen en Kelten. Wat gaan we doen? Aan de grens van het rijk Romeins-Nederland Romanisering Het einde van Rome De Bataafse opstand Volksverhuizingen.
De cultuur van het rijk 4.3 De tijd van de Grieken en de Romeinen.
Tijdvak 2 De tijd van Grieken en Romeinen Paragraaf 2.2 Het Romeinse Rijk.
Tijd van Grieken en Romeinen v.Chr. – 500 na Chr.
Goed voorbereid naar de Pabo
Monniken en ridders 5.2 De kerstening van Europa
Hoofdstuk 4 De Romeinen.
Hoofdstuk 4 De Romeinen.
Tijd van Grieken en Romeinen v.Chr. – 500 na Chr.
Tijdvak 2 De tijd van Grieken en Romeinen
OPKOMST VAN HET CHRISTENDOM
Kenmerk 6 & 7 De confrontatie tussen de Romeinse en Germaanse cultuur van Noordwest-Europa Les 17: Het Romeinse Rijk valt uiteen.
Kenmerk 5: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 16: Ontwikkelingen in het Imperium.
Kenmerk 5: De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 13: Octavianus a.k.a. Augustus.
DE GROEI VAN HET ROMEINSE RIJK
§2.3 De opkomst van het christendom
Romulus sticht Rome in 754 v. Chr.
Transcript van de presentatie:

Rome De Late Keizertijd (193 n.Chr. – 476 n.Chr.) Mounir Lahcen Week 7 Introductie Oudheid Rome De Late Keizertijd (193 n.Chr. – 476 n.Chr.) Mounir Lahcen Achtergron”d: relief van Assyrische soldaten. Voorgrond: relief van de Assyrische God Ashur / Assur (Hoofdgod van het pantheon)

De keizers van de eerste drie eeuwen Julisch-Claudische huis: 27 v.C. – 68 n.C. Augustus – Tiberius – Caligula – Claudius - Nero Vierkeizerjaar: 68-69 Galba – Otho – Vitellius – Vespasianus Flavische huis: 69-96 Vespasianus – Titus - Domitianus Adoptiefkeizers: 96-192 Nerva – Trajanus – Hadrianus – Antoninus Pius – Marcus Aurelius – Commodus Severische dynastie: 192-235 Septimius Severus – Caracalla – Alexander Severus Soldatenkeizers: 235-284 Diocletianus (Tetrarchie): 284-305

Externe problemen Verhoogde druk op de rijksgrenzen in het noordwesten Germaanse stammen zorgden voor onrust in de noordwestelijke provincies Grote gebieden geplunderd en verwoest In 170 na Chr. dringen Germanen door tot in Italië Ook verhoogde druk op de grenzen in het oosten Parthische rijk werd opgeslokt door het Nieuw-Perzische rijk der Sassaniden (226-640 na Chr.) De Sassaniden wilden het oude rijk van Cyrus herstellen en bedreigden daarbij vele oostelijke Romeinse provincies

Sassanidisch reliëf; keizer Valerianus knielt voor koning Shapur I

Interne problemen Legers konden externe druk niet aan Romeins burgerrecht was niet meer exclusief Gebrek aan militaire ervaring onder de legerofficieren Legerkampen waren sterk geregionaliseerd Rijk was niet meer berekend op hoge uitgaven voor defensie Belastingstelsel onvoldoende Waarde van de munt daalde

Keizer Gallienus Eén van de soldatenkeizers Regeerde van 253-268 na Chr. Hervormingen: 260: Senatoren waren voortaan uitgesloten van het bekleden van officiersposten Zoneverdediging in de diepte Rond 255: Overschakeling op mobiele troepen “Generale staf”

Crisis van de derde eeuw

Keizer Diocletianus Regeerde van 284-305 na Chr. Maakte einde aan de ‘crisis van de derde eeuw’ Probeerde herhaling te voorkomen door aantal hervormingen

Problemen Militaire problemen Financiele problemen Dynastieke problemen Christendom

Hervormingen van Diocletianus Bestuur Instelling tetrarchie Verdubbeling aantal provincies Uitbreiding en professionalisering van het ‘ambtenarenapparaat’ Senaat verloor bevoorrechte positie

Diocesen in 395

Hervormingen van Diocletianus Bestuur Instelling tetrarchie Verdubbeling aantal provincies Uitbreiding en professionalisering van het ‘ambtenarenapparaat’ Senaat verloor bevoorrechte positie Militair Toename aantal soldaten Formatie mobiele legers Fortenbouw langs grenzen Verbetering infrastructuur

Hervormingen: Vervolg Presentatie keizerschap Verheven keizer (dominus). Afstand tussen keizer en onderdanen Financieel Hervorming belastingstelsel Christendom Grote christenvervolging 303 na Chr.

Keizer Constantijn Regeerde van 306-337 na Chr. Bekend om zijn bekering tot het christendom en het bevoordelen van de christenen

Hervormingen van Constantijn Nieuwe hoofdstad, nl. Constantinopel Senatoren kregen weer een belangrijke plaats in het rijksbestuur Nieuwe mobiele legereenheden, bestaande uit barbaren Opkomst Germanen Uitbreiding bureaucratie en hofhouding Opvoering militaire budget Instelling nieuwe belastingen en verhoging oude belastingen 322: Versterking van greep van grootgrondbezitters op hun pachters Stabilisatie muntwezen d.m.v. de solidus Ontkoppeling van militaire en civiele posten, bijv. de praetoriaanse prefect wordt een civiele functie Toestaan christendom

a. Christendom Christendom was populair zowel onder de ontwortelde stedelijke bevolking (gelijkheid) als onder de stedelijke elite (monotheïsme)

b. Christendom Overeenkomsten Verschillen Christenen erkenden net als de Joden slechts één god en verwierpen alle andere goden. Net als enkele oosterse religies die in de keizertijd zich verbreidden (cultus van Isis en Osiris, Mithrascultus en de Cybelecultus) was het christendom niet aan steden of volkeren gebonden. Verschillen Monotheisme (zowel overeenkomst als verschil) Nieuwe religie en dat is geen aanbeveling in de oudheid

c. Verspreiding christendom Werk van apostelen Met name Paulus van Tarsus speelt een grote rol N.B. Was eerst vervolger van christenen! Nadruk op geloof in de opstanding van Jezus na diens dood

d. Reactie op christendom Reactie Romeinse overheersers: Over het algemeen stonden de Romeinse regeerders tolerant tegenover vreemde godsdiensten. Ze eisten alleen dat Romeinse burgers bereid zouden zijn mee te offeren en te bidden tot de Romeinse staatsgoden en ze traden op tegen verstoringen van de openbare orde (bij bijv. Bacchusfeesten). Voorbeelden van tolerantie: de mysterieculten (Isis en Osiris, Demeter), het jodendom, de Bacchuscultus, de verering van Mithras en de Cybelecultus.

d. Reactie op christendom Minder tolerant tegenover het christendom. Monotheïsme Christendom anders dan jodendom Nieuwe religie Introvert karakter Eucharistie was kannibalisme Beschuldigingen van incest

“the Jews, who were, so to speak, licensed atheists.” De Ste. Croix p. 240 “The Jews were a people which followed, the Christians a sect which deserted, the religion of their fathers.” Quote Gibbon, zie De Ste. Croix p. 240

Grootste probleem: Christenen weigerden mee te doen met de Romeinse keizercultus. Dit was onacceptabel. Pogingen om christenen tot deelname te dwingen leidden eerder tot martelaarschappen dan tot geloofsafval door christenen.

Romeinse Rijk: Oost en west Westen: Germaanse volken vestigen zich binnen de rijksgrenzen Plundering Rome in 410 door de Visigothen Vestigen zich in zuidelijk Gallië Angelsaksen in Brittannië Oosten: Dichter bevolkt, sterker geürbaniseerd en welvarender Constantinopel werd het nieuwe Rome Onder Theodosius en Justianianus codificatie van het Romeinse recht Na Theodosius wordt het Rijk definitief opgesplitst