Samenleving en cultuur

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Blok 2 Grieken en Romeinen
Advertisements

Feodalisme en het hofstelsel
Grieken en Romeinen Vroegmoderne tijd Moderne tijd Prehistorie Oudheid
4.3 De cultuur van het Rijk.
Romeinse tijd De Romeinen.
Beelden storm.
Paragraaf 4. Schaalvergroting na 1945.
Middeleeuwse steden H5 par. 5.3.
Hoofdstuk 4 De middeleeuwen 1
Oudheid 3500 v.C.-500.
Tijdvak: Steden en Staten
Paragraaf 2.4 Griekse kunst.
De Romeinen Het dagelijkse leven.
Paragraaf 2.3 Geloven en weten..
Hoofdstuk 4 De middeleeuwen 1
Paragraaf 1.4 Bouwen en graven..
De ondergang van het West-Romeinse rijk
Vrij en onvrij Grieken en Romeinen Vroegmoderne tijd Moderne tijd
Pax Romana 30v.Chr tot 192 na Chr..
Samen leven langs de Nijl
4.1 De Pruikentijd.
Middeleeuwen: Monniken en Ridders
Machtige heren, halfvrije boeren
Romeinen, Germanen en Kelten
Tijd van Grieken en Romeinen 3000 v Chr- 500 n Chr
Kenmerk 6: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 6: De Romeinen en hun bestuur.
Kenmerk 6: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 2: De Romeinen en hun bestuur.
Kenmerk 5: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 16: Ontwikkelingen in het Imperium.
Kenmerk 5 (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 14: Van Republiek naar Keizerrijk.
Paragraaf 2.3 Aan de oevers van de Nijl
Hoofdstuk 2.
Europa wordt christelijk
De Romeinse samenleving
Machtige heren, halfvrije boeren
Echt klassiek! Tijd van Grieken en Romeinen
De Germanen.
Oudheid ( ca. 800 v.C. tot ca. 500 n.C. )
De Romeinen en hun staatsvorm
Hoe was het ook alweer? Oorzaak en gevolg
Romeinse stad en platteland
Hoofdstuk 3 De Romeinen.
Hoofdstuk 3.
Paragraaf 3.2 Nederland en Europa.
Paragraaf 6.3 Nederland in de 21e eeuw.
Paragraaf 1.2 De Renaissance.
Hoofdstuk V: Rome Les 3 - par 2 – Romeinse samenleving
Hoofdstuk V: Rome Les 4 - par 3A – De Cultuur van het Rijk
Hoofdstuk V: Rome Les 6: Romanisering
Wat de Nederlandse Opstand is
Paragraaf 4.3 De cultuur van het rijk.
Paragraaf 4.2 Romeinse samenleving.
Paragraaf 3.5 Griekse kunst.
De tijd van Grieken en Romeinen
Hoofdstuk 4 De Nederlanden PAR 6, CULTUUR IN DE GOUDEN EEUW.
Romeinen, Germanen en Kelten
Geschiedenis Proefwerk oefenen.
Tijd van steden en staten
Van polis tot keizerrijk
De Griekse wereld.  Griekenland was niet één centraal geregeerd rijk maar bestond uit verschillende stadstaten (poleis); zelfstandige staten bestaand.
Tijd van Grieken en Romeinen 4.2 De Romeinse samenleving.
Deze les: Chinese keizers Kleding vandaag
Blok 2 Grieken en Romeinen
Hoofdstuk 3 De Grieken.
Hoofdstuk 4 De Romeinen.
Renaissance en Opstand
Hoofdstuk 3: De Grieken Klas 1 KGT Lesweek 6
Hoofdstuk 4 De Romeinen.
Kenmerk 5: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 16: Ontwikkelingen in het Imperium.
§2.2 Werken en leven in het Romeinse rijk
§2.1 Van stad tot wereldrijk
Transcript van de presentatie:

Samenleving en cultuur Paragraaf 3.2 Samenleving en cultuur

Van het platteland naar de stad De meeste mensen in het Romeinse Rijk woonden op het platteland. Het was een landbouw-stedelijke samenleving. Er waren veel kleine boeren, maar vanaf 3 v.C. verkochten ze hun land aan rijke families. Dit werden dus grootgrondbezitters. Op dat land lieten ze boeren werken of slaven.

Arm en rijk Rome was natuurlijk de belangrijkste stad. Er woonden zo’n 1 miljoen mensen. Er waren grote verschillen tussen rijk en arm. Er waren krotten van de armen. De mensen die nog wel wat geld hadden woonden in huizen van 3 verdiepingen. Elke familie had dan 1 of 2 kamers, zonder keuken. Ze hadden geen stromend water. Naar de wc gaan deden ze in een soort kruik.

De rijken De rijken hadden villa’s en paleizen. Ze schepten graag op over hun rijkdom. Ze lieten zich graag op een stoel ronddragen door de stad. Of ze gaven grote diners: liggend op kussens lieten ze zich bedienen door slaven.

Geld verdienen Veel mensen in de steden beoefenden een ambacht: kleermaker, meubelmaker, pottenbakker. Er waren ook kleine fabriekjes voor verf of steen en andere vormen van nijverheid. Er was ook veel handel. Spullen uit heel het Romeinse Rijk was te koop!

Markten Handelaren haalden uit Arabië kruiden en parfum. Uit de Rode zee haalden ze parels. Uit noord-Europa: leer. Uit Egypte: graan. Alles werd in Rome verkocht. Ze gebruikten munten om mee te betalen: sestertius en dinarius.

Handelaren gebruikten de wegen die de soldaten hadden aangelegd. Zo konden ze hun spullen in het hele Romeinse Rijk verkopen. Door de vrede van 200 jaar rust was er veel handel en was er dus een goede economie.

Naar Grieks voorbeeld. De Romeinen hebben ook Griekenland veroverd. De hebben veel standbeelden gestolen en in hun eigen romeinse villa’s gezet. Griekse schilders, beeldhouwers en architecten werden naar Rome gehaald. Ze wilden ook de Griekse filosofie en wetenschap leren.

Rijke Romeinen leerden Grieks en namen Griekse slaven in huis als leraar voor hun kinderen. De Romeinse en Griekse cultuur begon te mengen: Grieks-Romeinse cultuur ontstond.

De Romeinen verbeterden ook zaken van de Grieken. Ze bouwden nog wel zuilen, maar deze waren niet nodig om het dak te dragen. De gebouwen van de Romeinen waren sterker en groter. Ze gebruikten namelijk beton en bogen.

Allemaal Romeinen In Rome woonden mensen vanuit het hele rijk. Overal mengden culturen: het werd een multiculturele samenleving. Elk volk had zijn eigen goden en feesten. Maar er was ook een eenheid in het rijk: Iedereen betaalden met dezelfde munten, hadden Romeinse wegen, Romeinse gebouwen en wetten.

Er waren 2 talen: De rijken in het westen spraken Latijn. In het oosten sprak iedereen Grieks. Iedereen mengde dus Grieks met Romeins. Alles was klassiek.

Romeinse Burgers In 450 v.C. werden er in Rome 12 bronzen platen opgehangen. Hierop stonden de wetten van de overheid van het Romeinse Rijk. Alle Romeinse burgers moesten zich hieraan houden. Alle Romeinse burgers waren gelijk en hadden gelijke rechten.

Maar niet iedereen was Romeins burger. Leden van overwonnen volken hadden geen rechten. Maar dat konden ze wel verdienen door te dienen in het Romeinse leger.

Einde