Spreken en gesprekken 4.1 en 4.2 Formuleren en stijl 3.3

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Schrijfvaardigheid en argumentatie
Advertisements

SOCIAAL WEERBAAR (v.a. groep 4)
Tips voor een goede PowerPointpresentatie
Communicatief gedrag + / -
Werkoverleg Leidinggeven Blz. 95.
THEORIE LEESVAARDIGHEID IN BEELD
Vergaderen en notuleren
Schrijven in passende stijl
Pragmatische vaardigheden: debatteren met kinderen
Deelkwalificatie 102, methodisch werken, hfd. 3
Leren debatteren Discussie vs debat Eisen Structuur Parlementair debat
Straatsburg werkweek havo september Opdracht Nederlands Wat ga je doen? -In groepjes van negen tot twaalf leerlingen, -bereid je je voor op school.
inleiding Thijs Waanders Rens Velthuis Stan de Leeuw Roy broshuis
PGO! In PGO ligt het accent op het zelf doen, je gaat actief aan de slag met vragen uit een beroep, je bestudeert praktijksituaties en leerstof die daar.
Communicatie Communicatieproces Communicatievormen Communicatielijnen
Vergaderen en onderhandelen
Leidinggeven H3 Overleg Logistiek supervisor.
Leerlingenraad Wat ging er aan vooraf.
Vergaderen.
Het debat.
Samenvatting h1-h3.
Loopbaan oriëntatie en begeleiding
Effectief vergaderen Goed vergaderen is een kunst. Zowel van de voorzitter als van de deelnemers wordt een grote mate van vergaderdiscipline gevraagd.
HET DEBAT Discussiëren met regels Basis = onenigheid Voor- en tegenstanders Een derde partij overtuigen (het publiek, de jury)
Vergaderen tijdens een project
Lastige situaties bij het coachen van groepen
PERSONEELSMANAGEMENT PPT 8 Onderdeel : communicatie.
Vergadertechnieken. Uit welke vaste onderdelen bestaat een vergadering? Vooraf weet iedereen wanneer en waar de vergadering plaatsvindt.Vooraf weet iedereen.
Medezeggenschap Nu & Toekomst Landelijke Cliënten Raad 6 september 2014.
Effecten van taal Onderzoek naar wat woorden, zinsconstructies en tekststructuren doen met de ontvanger.
MODULE 3 GESPREKSTECHNIEKEN. INHOUD 1.Soorten open vragen en het belang er van 2.Tips bij het voeren van gesprekken 3.Regels van feedback 4.Valkuilen.
LAGERHUIS DEBAT DEBATTEREN 1. 1.Beargumenteerd je mening geven. 2.Wat een (Lagerhuis)debat is. 3.Hoe je een debat voorbereidt en voert. 2 AAN HET EINDE.
Communicatie. Lesinhoud Doel van de les Terugblik Stof over vergaderen Vragen.
Schrijfvaardigheid en argumentatie
Lezen, schrijven en argumenteren
KRITISCH DENKEN 9 Een Betoog schrijven © Kritisch Denken.
Gesprekstechnieken Hoofdstuk 17 VP15 Begeleidingskunde Carin Hogenbirk
Gesprekken op school Gespreksvoering Overzicht hoofdstuk 8
Vergaderen, vergadertechnieken, overleggen
SPREEKVAARDIGHEID V6.
Onderhouden bestratingen
Een vergadering organiseren
5 havo/6 vwo Debat
Deel 6: Lezen Hoofdstuk 2 Notulen 1.
Deel 4: Spreken en gesprekken
Burgerschap Samenwerkend leren
Loopbaan en burgerschap les 2
Lezen meningen, argumenten en conclusie
Spreken en gesprekken 2.2 en 2.3 Schrijven 1.5 en 1.6 Grammatica 3.3
Vergadering Personeelsdienst
Training Vergaderen Een project van: In opdracht van:
Werkvorm Vergaderen op kleur.
Coaching.
Vergaderen, vergadertechnieken, overleggen
Les 4 Schrijven 3.1 en 3.2 (let op: hoofdstuk 2 komt pas in periode 4 aan bod!) Spreken en gesprekken: 2.4 Grammatica en spelling: 3.4.
De betogende voordracht
Les 1: - Schrijven Spreken en gesprekken
SPREKEN: HET BETOOG Betoog: een spreekbeurt waarin je een standpunt inneemt ten aanzien van een stelling en dat standpunt verdedigt. Formuleer een duidelijk.
Les 7 en 8 Spreken en gesprekken hoofdstuk 5 - tweegesprekken 5.1 – zakelijk telefoongesprek 5.2 – Adviesgesprek 5.3 – Klantgesprek 5.4 – klachtgesprek.
Samenwerken en communicatie
Schrijven 2.3 en 2.4 Formuleren en stijl 2.2
Online-moraalpolitie
Hoofdstuk 3 Jij staat aan het roer
Besturen en Communiceren
ORGANISATIE EN AFSPRAKEN
blok 1 les 4: samen praten samen leren
Presentatie VMBO 1&2.
Presentatie Groep 7 & 8.
Klantgericht werken StudyEvent Mobiliteit in Beweging
Schrijven 2.7 en 2.8 Formuleren en stijl 3.1
Transcript van de presentatie:

Spreken en gesprekken 4.1 en 4.2 Formuleren en stijl 3.3 Les 6 Spreken en gesprekken 4.1 en 4.2 Formuleren en stijl 3.3

Spreken 4.1 – werkbespreking en vergadering

De werkbespreking Informeel Doel: ‘de koppen bij elkaar’ Taken verdelen  wat moet er gebeuren? Kan dagelijks (ziekenhuis – overdracht) of wekelijks – in ieder geval op regelmatige basis Vaak geen agenda vastgesteld Actie- of besluitenlijst  wordt bij het volgende werkoverleg doorgenomen

De vergadering Formeel Doel: uitwisselen van informatie en het nemen van besluiten Je bereidt je voor op een vergadering: - Je leest de notulen van de vorige vergadering - Je bestudeert de agenda van de huidige vergadering - Je bereidt voor wat je over bepaalde dingen wil zeggen

De rollen bij een vergadering Verschillende rollen  voorzitter, notulist en deelnemer Voorzitter: - Opent en leidt de vergadering, vertelt het doel van de vergadering en hoe deze zal verlopen, bewaakt de tijd en zorgt ervoor dat iedereen spreektijd krijgt. Vat aan het einde de vergadering samen, maakt vervolgafspraken en bedankt de aanwezigen voor hun bijdrage Notulist: - Maakt het verslag van de vergadering: de notulen. Tijdens de vergadering maakt de notulist aantekeningen. Kent tevens de notulen van het vorige werkoverleg: handig voor als er vragen zijn.

Schrijven 4.2 – discussiëren en debatteren De discussie: Verschil tussen een discussie en een debat Gaat niet om je gelijk krijgen, maar is erop gericht dat je begrip krijgt voor elkaars standpunt. Gaat over een probleem, de oorzaken en de oplossingen Doel: samen tot een overeenstemming komen

De vier fasen van een discussie Beeldvorming – Vaststellen wat precies de vraag of het probleem is. Inventariseren – Alle meningen en ideeën over de oplossing worden besproken Reageren – Elkaar doorvragen over mening, oplossingen en argumenten Besluiten – Afsluiten met een conclusie of oplossing

debat Woordenstrijd tussen twee partijen/kampen Debatteren over een stelling (‘Zwakbegaafden mogen geen kinderen krijgen’, bijvoorbeeld) Ene partij is voor, andere partij is tegen Deelnemers bereiden zich voor op het onderwerp van het debat Jury of publiek bepaalt wie “gewonnen” heeft

Om te kunnen debatteren moet je: Je eigen standpunt kunnen presenteren en verdedigen Het standpunt van de tegenpartij kunnen aanvallen Kritisch kunnen luisteren en kunnen oordelen Snel kunnen reageren op wat de tegenpartij zegt

Formuleren en stijl 3.3 – aantrekkelijk formuleren Een aantrekkelijke tekst heeft: - een goede opbouw; - geeft voldoende aanwijzingen voor de samenhang; - heeft een toon die past bij het doel en het publiek; - bevat duidelijke taal

Vijf tips voor aantrekkelijk formuleren Formuleer actief en direct: gebruik u en jij, wij en ik, zodat de lezer zich aangesproken voelt. Voorkom overmatig gebruik van werkwoorden als ‘kunnen’, ‘worden’, ‘zouden’ en willen: “Wij zouden graag een tafel willen reserveren”  “Wij willen graag een tafel reserveren” “Zou u eerder kunnen beginnen?”  “Kunt u eerder beginnen?” “Het aansluiten van de riolering op dit adres wordt uitgevoerd door Buijs bv.  “Buijs bv. Sluit de riolering aan op uw huis”

Maak je lezer nieuwsgierig door vragen te stellen Laat met voorbeelden zien wat je bedoelt: - “De uitstraling van de praktijk kan beter” .. “Zo kan het meubilair in de wachtruimte vervangen worden, kan er nieuw speelgoed voor de kinderen komen en mag de balie opnieuw geverfd worden”. Formulier gevarieerd  gebruik synoniemen en varieer in zinsopbouw Vermijd clichés, modewoorden en omslachtige formuleringen

Tot nu toe behandeld: Schrijven hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4 Formuleren en stijl hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 Spreken en gesprekken 4.1 en 4.2