De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Is er een controverse in de leer van Paulus? Handelingen 15  1 Korinthe 8 – 10 Neemt Paulus het luchtig op? Offervlees eten met zijn toestemming?

Verwante presentaties


Presentatie over: "Is er een controverse in de leer van Paulus? Handelingen 15  1 Korinthe 8 – 10 Neemt Paulus het luchtig op? Offervlees eten met zijn toestemming?"— Transcript van de presentatie:

1

2 Is er een controverse in de leer van Paulus? Handelingen 15  1 Korinthe 8 – 10 Neemt Paulus het luchtig op? Offervlees eten met zijn toestemming?

3 Wat zijn de belangrijke kenmerken van halal slachten? De belangrijkste voorwaarden van halal slachten zijn: – Het dier moet oorspronkelijk rein zijn. Het dier moet voldoen aan de universele en morele gezondheidswaarden. – Het dier dient humaan behandeld te worden. Tevens dient het dier in leven te zijn tijdens het slachten en dient de naam van Allah (God, de Schepper van het heelal) genoemd te worden over het dier. – Het dier wordt geslacht door middel van een snee in de hals door een Islamitische bekwame slachter. Ook dient het dier voldoende tijd te krijgen om uit te bloeden voordat de verwerking voort wordt gezet.

4 De voorsnijder moet tijdens het snijden de basmallah (het zeggen van ‘In de naam van Allah de Barmhartige, de Genadevolle’) en de takbier (Allah is Groot) uitspreken. Bismillah Allahoe Akbar wordt als slachtgebed opgezegd. Hij mag dit prevelen of zacht hoorbaar uitspreken (zodat je kan getuigen dat hij de basmallah inderdaad heeft uitgesproken).

5 HALAL: Alleen Vlees?

6 ook bijvoorbeeld KAAS !!

7 1 Kor. 10:19 Paulus haalt Korinthe aan 1 Kor. 10: 20 – 22Paulus geeft antwoord 1 Kor. 10: 23Paulus haalt Korinthe aan 1 Kor. 24 – 33 Paulus antwoord

8 Paulus herhaalt hier wat de Korintiërs hebben geschreven: 1 Kor. 10:19 19 Wat zeg ik hiermee dan? Dat een afgod iets is, of dat een afgodenoffer iets is?

9 Reactie van Paulus: 1 Kor. 10: 20 – 22 Nee, ik zeg dit omdat wat de heidenen offeren, zij dat aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u met de demonen gemeenschap hebt. 21 U kunt niet de drinkbeker van de Heere drinken én de drinkbeker van de demonen. U kunt niet deelhebben aan de tafel van de Heere én aan de tafel van de demonen. 22 Of willen wij de Heere tot jaloersheid verwekken? Wij zijn toch niet sterker dan Hij?

10 Paulus herhaalt wat de Korintiërs hebben geschreven: 1 Kor. 10: 23 Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig. Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen bouwen op.

11 Antwoord van Paulus : 24 Laat niemand zijn eigen voordeel zoeken, maar ieder dat van de ander. 25 Eet alles wat in de vleeshal verkocht wordt, zonder naar iets navraag te doen omwille van het geweten. 26 Van de Heere immers is de aarde en haar volheid. 27 En als iemand van de ongelovigen u uitnodigt, en u wilt naar hem toe gaan, eet dan alles wat u wordt voorgezet, zonder naar iets navraag te doen omwille van het geweten. 28 Indien echter iemand tegen u zegt: Dat is een afgodenoffer, eet het dan niet, omwille van hem die u dat te kennen gaf en omwille van het geweten. Van de Heere immers is de aarde en haar volheid.

12 29 Ik heb het echter niet over uw eigen geweten, maar over dat van de ander. Immers, waarom zou mijn vrijheid onder het oordeel vallen van het geweten van een ander? 30 En als ik door genade aan de maaltijd deelneem, waarom word ik dan gelasterd om iets waarvoor ik dank? 31 Of u dus eet of drinkt of iets anders doet, doe alles tot eer van God. 32 Geef geen aanstoot, niet aan de Joden en de Grieken, en ook niet aan de gemeente van God, 33 zoals ik ook in alles probeer allen te behagen, door niet mijn eigen voordeel te zoeken, maar dat van velen, opdat zij behouden worden.

13 1 Kor. 10: 7 En word geen afgodendienaars zoals sommigen van hen, zoals geschreven staat: Het volk ging zitten om te eten en te drinken en zij stonden op om te feesten.

14 11 Al deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden voor ons, en ze zijn beschreven tot waarschuwing voor ons, over wie het einde van de eeuwen gekomen is. 12 Daarom, wie denkt te staan, laat hij oppassen dat hij niet valt.

15 1 Cor. 6: 18 Vlucht weg van de hoererij. Elke zonde die een mens doet, blijft buiten het lichaam, maar wie hoererij bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam.

16 1 Kor. 10: 7 En word geen afgodendienaars zoals sommigen van hen, zoals geschreven staat: Het volk ging zitten om te eten en te drinken en zij stonden op om te feesten. 8 En laten wij geen hoererij bedrijven, zoals sommigen van hen hoererij bedreven hebben, en op één dag vielen er drieëntwintigduizend.

17 Numeri 25:9  1 Korintiërs 10:8 Numeri 25:9 Het getal van hen die aan de plaag gestorven waren, bedroeg vierentwintigduizend. 1 Korintiërs 10:8 En laten wij geen hoererij plegen, zoals sommigen van hen deden, en er vielen op één dag drieëntwintigduizend.

18 Num 25 1 Israël verbleef in Sittim, en het volk begon hoererij te bedrijven met de dochters van Moab. 2 Die nodigden het volk uit bij de offers aan hun goden, en het volk at en boog zich voor hun goden neer. 3 Toen Israël zich zo aan Baäl-Peor koppelde, ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Israël.

19 1 Kor 10: 14 Daarom, mijn geliefden, vlucht weg van de afgodendienst. 15 Ik spreek toch tot u als tot verstandige mensen, beoordeelt u dan zelf wat ik zeg. 16 De drinkbeker der dankzegging, die wij met dankzegging zegenen, is die niet de gemeenschap met het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van Christus? 17 Omdat het brood één is, zijn wij, die velen zijn, één lichaam, want wij allen hebben deel aan het ene brood. 18 Let op het Israël naar het vlees: hebben niet zij die de offers eten, gemeenschap met het altaar?

20 19 Wat zeg ik hiermee dan? Dat een afgod iets is, of dat een afgodenoffer iets is? 20 Nee, ik zeg dit omdat wat de heidenen offeren, zij dat aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u met de demonen gemeenschap hebt. 21 U kunt niet de drinkbeker van de Heere drinken én de drinkbeker van de demonen. U kunt niet deelhebben aan de tafel van de Heere én aan de tafel van de demonen. 22 Of willen wij de Heere tot jaloersheid verwekken? Wij zijn toch niet sterker dan Hij?

21 20 Nee, ik zeg dit omdat wat de heidenen offeren, zij dat aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u met de demonen gemeenschap hebt. 21 U kunt niet de drinkbeker van de Heere drinken én de drinkbeker van de demonen. U kunt niet deelhebben aan de tafel van de Heere én aan de tafel van de demonen. 22 Of willen wij de Heere tot jaloersheid verwekken? Wij zijn toch niet sterker dan Hij?

22 Deut 32; 16 Zij hebben Hem tot na-ijver gebracht met vreemde goden, met gruwelijke daden hebben zij Hem tot toorn verwekt. 17 Zij hebben geofferd aan de demonen, niet aan God; aan goden die zij niet kenden, Deut 32: 21 Zíj hebben Mij tot na-ijver gebracht met wat geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun nietige afgoden. Ík zal hen daarom jaloers maken door wat geen volk is, door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.

23 Deut 32: 36 Want de HEERE zal Zijn volk recht verschaffen, Hij zal berouw hebben over Zijn dienaren. Want Hij zal zien dat hun kracht is vergaan, en dat het met de gebondene en de vrije gedaan is. 37 Dan zal Hij zeggen: Waar zijn nu hun goden, de rots tot wie zij de toevlucht namen, 38 van wie zij het vet van de offers aten, van wie zij de wijn van de plengoffers dronken? Laten zij opstaan en u helpen,

24 1 Kor. 23 Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig. Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen bouwen op. 24 Laat niemand zijn eigen voordeel zoeken, maar ieder dat van de ander.

25 in Genesis 9: 3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

26 Psalm 24: 1 Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters,

27 24 Laat niemand zijn eigen voordeel zoeken, maar ieder dat van de ander. 25 Eet alles wat in de vleeshal verkocht wordt, zonder naar iets navraag te doen omwille van het geweten. 26 Van de Heere immers is de aarde en haar volheid. 27 En als iemand van de ongelovigen u uitnodigt, en u wilt naar hem toe gaan, eet dan alles wat u wordt voorgezet, zonder naar iets navraag te doen omwille van het geweten. 28 Indien echter iemand tegen u zegt: Dat is een afgodenoffer, eet het dan niet, omwille van hem die u dat te kennen gaf en omwille van het geweten. Van de Heere immers is de aarde en haar volheid. 29 Ik heb het echter niet over uw eigen geweten, maar over dat van de ander. Immers, waarom zou mijn vrijheid onder het oordeel vallen van het geweten van een ander?

28 30 En als ik door genade aan de maaltijd deelneem, waarom word ik dan gelasterd om iets waarvoor ik dank? 31 Of u dus eet of drinkt of iets anders doet, doe alles tot eer van God. 32 Geef geen aanstoot, niet aan de Joden en de Grieken, en ook niet aan de gemeente van God, 33 zoals ik ook in alles probeer allen te behagen, door niet mijn eigen voordeel te zoeken, maar dat van velen, opdat zij behouden worden Wees navolgers van mij, zoals ik navolger van Christus ben.

29 1 Kor 5: 9 Ik heb u geschreven in de brief dat u zich niet moet inlaten met ontuchtplegers. 10 Echter, niet in het algemeen met de ontuchtplegers van deze wereld, of met de hebzuchtigen, of rovers, of afgodendienaars, want dan zou u uit de wereld moeten gaan.

30 1 Kor. 25 Eet alles wat in de vleeshal verkocht wordt, zonder naar iets navraag te doen omwille van het geweten. HSV 25 U mag alles eten wat er in de vleeshal wordt verkocht; u hoeft niet omwille van uw geweten na te gaan waar het vandaan komt.

31 Hand 15: 20 maar aan hen moet schrijven dat zij zich dienen te onthouden 1.van de dingen die door de afgoden besmet zijn, 2.van ontucht, 3.van het verstikte 4.en van bloed.

32 Stel dat we hier dus lezen dat alles gegeten mag worden, wat houdt dat dan in? We kunnen daar 3 oplossingen voor bedenkingen: 1.Zowel Paulus als de Korinthiers zijn niet akkoord met Handelingen 15 2.Paulus maakte zich niet druk om vlees wat niet op de juiste manier was geslacht en /of gestikt 3.Paulus heeft het hier in deze tekst niet specifiek over vlees.

33 28 Indien echter iemand tegen u zegt: Dat is een afgodenoffer, eet het dan niet, omwille van hem die u dat te kennen gaf en omwille van het geweten. Van de Heere immers is de aarde en haar volheid. HSV 28 Maar wanneer iemand u erop wijst dat u vlees van offerdieren eet, laat het dan omwille van hem staan. Houd rekening met het geweten. NBV

34 1 Kor 8: 13 Daarom, als het voedsel mijn broeder doet struikelen, dan zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, opdat ik mijn broeder geen oorzaak geef tot struikelen.

35 27 En als iemand van de ongelovigen u uitnodigt, en u wilt naar hem toe gaan, eet dan alles wat u wordt voorgezet, zonder naar iets navraag te doen omwille van het geweten. 28 Indien echter iemand tegen u zegt: Dat is een afgodenoffer, eet het dan niet, omwille van hem die u dat te kennen gaf en omwille van het geweten. Van de Heere immers is de aarde en haar volheid. HSV 27 Wanneer een ongelovige u uitnodigt om bij hem te komen eten en u neemt zijn uitnodiging aan, kunt u rustig alles eten wat u aangeboden wordt. Het is niet nodig dat u omwille van uw geweten vraagt waar het vandaan komt. 28 Maar wanneer iemand u erop wijst dat u vlees van offerdieren eet, laat het dan omwille van hem staan. Houd rekening met het geweten. NBV

36 29 Ik heb het echter niet over uw eigen geweten, maar over dat van de ander. Immers, waarom zou mijn vrijheid onder het oordeel vallen van het geweten van een ander? 30 En als ik door genade aan de maaltijd deelneem, waarom word ik dan gelasterd om iets waarvoor ik dank?

37 31 Of u dus eet of drinkt of iets anders doet, doe alles tot eer van God. 32 Geef geen aanstoot, niet aan de Joden en de Grieken, en ook niet aan de gemeente van God, 33 zoals ik ook in alles probeer allen te behagen, door niet mijn eigen voordeel te zoeken, maar dat van velen, opdat zij behouden worden Wees navolgers van mij, zoals ik navolger van Christus ben.

38 CONCLUSIE: Om voedsel (niet alleen vlees!) te eten waarvan je weet dat het gewijd is als een offer aan een afgod is deelname aan afgoderij! Omwille van de zwakke en omwille van jezelf blijf weg van alle voedsel als, en alleen als je 100 % zeker weet dat het voedsel is, wat is opgedragen aan afgoden.

39 Zijn wij bereid om onze eigen visie en/of mening los te laten?

40


Download ppt "Is er een controverse in de leer van Paulus? Handelingen 15  1 Korinthe 8 – 10 Neemt Paulus het luchtig op? Offervlees eten met zijn toestemming?"

Verwante presentaties


Ads door Google