De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Het bloed stroomt pathologie. HOOFDSTUK 1 Ziekten van het bloed, de bloedvormende organen en het immuunsysteem.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Het bloed stroomt pathologie. HOOFDSTUK 1 Ziekten van het bloed, de bloedvormende organen en het immuunsysteem."— Transcript van de presentatie:

1 Het bloed stroomt pathologie

2 HOOFDSTUK 1 Ziekten van het bloed, de bloedvormende organen en het immuunsysteem

3 Ter introductie: een korte herhaling “het bloed stroomt” fysiologie

4 Samenstelling bloed Het bestaat uit bloedplasma en bloedcellen. Het bestaat uit bloedplasma en bloedcellen. Bloed bestaat voor 55% uit bloedplasma en voor 45% uit bloedcellen. Bloed bestaat voor 55% uit bloedplasma en voor 45% uit bloedcellen. Indeling bloedcellen: Indeling bloedcellen: Rode bloedcellen (=erythrocyten) Witte bloedcellen (=leucocyten) Bloedplaatjes (=trombocyten)

5

6 PLASMA Samenstelling van bloedplasma: Water (92%) Water (92%) Specifieke plasma eiwitten (7%), zoals albuminen, globulinen en fibrinogeen Specifieke plasma eiwitten (7%), zoals albuminen, globulinen en fibrinogeen Anorganische stoffen (0.9%), zoals kalium, natrium en calcium Anorganische stoffen (0.9%), zoals kalium, natrium en calcium Organische stoffen (0.1%), zoals glucose, vetten, antistoffen, enzymen en hormonen Organische stoffen (0.1%), zoals glucose, vetten, antistoffen, enzymen en hormonen

7 Functies van plasma: Transporteren van bloedcellen Transporteren van bloedcellen Transporteren van voedings- en bouwstoffen naar de cellen Transporteren van voedings- en bouwstoffen naar de cellen Afvoeren van afvalstoffen van de cellen naar de lever en nieren Afvoeren van afvalstoffen van de cellen naar de lever en nieren Vormen van watervoorraad Vormen van watervoorraad Speelt een belangrijke rol bij de bloeddruk Speelt een belangrijke rol bij de bloeddruk

8 Hoe verkrijg je Plasma? Door een antistollingsmiddel toe te voegen aan een buisje bloed en vervolgens deze te centrifugeren, krijg je plasma en bloedcellen gescheiden van elkaar. Door een antistollingsmiddel toe te voegen aan een buisje bloed en vervolgens deze te centrifugeren, krijg je plasma en bloedcellen gescheiden van elkaar. Plasma en Serum worden vaak door elkaar gehaald. Voor sommige onderzoeken is serum vereist en voor sommige onderzoeken juist plasma Plasma en Serum worden vaak door elkaar gehaald. Voor sommige onderzoeken is serum vereist en voor sommige onderzoeken juist plasma Plasma = volbloed min cellen Plasma = volbloed min cellen Serum = volbloed min cellen min stollingseiwitten Serum = volbloed min cellen min stollingseiwitten

9 Serum ontstaat als er tijdens de bloedafname geen antistollingsmiddel wordt toegevoegd. Zonder antistollingsmiddel stolt het afgenomen bloed. De vloeistof die boven het stolsel overblijft, noemen we serum. In tegenstelling tot plasma bevat serum geen stollingseiwitten zoals fibrinogeen. Serum ontstaat als er tijdens de bloedafname geen antistollingsmiddel wordt toegevoegd. Zonder antistollingsmiddel stolt het afgenomen bloed. De vloeistof die boven het stolsel overblijft, noemen we serum. In tegenstelling tot plasma bevat serum geen stollingseiwitten zoals fibrinogeen.

10 Plasma

11 RODE BLOEDCELLEN De rode bloedcellen worden ook wel "Erytrocyten" genoemd. Het zijn de meest voorkomende cellen in het bloed en circuleren uitsluitend in de bloedbaan. De rode bloedcellen worden ook wel "Erytrocyten" genoemd. Het zijn de meest voorkomende cellen in het bloed en circuleren uitsluitend in de bloedbaan. Rode bloedcellen zijn ronde schijfjes zonder kern, met twee holle kanten. Rode bloedcellen zijn ronde schijfjes zonder kern, met twee holle kanten. De kleur is te danken aan de rode bloedkleurstof "Hemoglobine". Dit is een verbinding van ijzer (=heem) en een soort eiwit (=globine). De kleur is te danken aan de rode bloedkleurstof "Hemoglobine". Dit is een verbinding van ijzer (=heem) en een soort eiwit (=globine).

12 AANMAAK: Rode bloedcellen worden in het "rode beenmerg" aangemaakt door stamcellen (voorlopers van de rode bloedcel). De stamcellen bevinden zich hoofdzakelijk in het beenmerg. Rode bloedcellen worden in het "rode beenmerg" aangemaakt door stamcellen (voorlopers van de rode bloedcel). De stamcellen bevinden zich hoofdzakelijk in het beenmerg. Een ander woord voor de aanmaak van de rode bloedcellen is: "erytropoëse". Een ander woord voor de aanmaak van de rode bloedcellen is: "erytropoëse".

13 Voordat een rode bloedcel rijp is en in de bloedbaan terecht komt, heet het "reticulocyt". Voordat een rode bloedcel rijp is en in de bloedbaan terecht komt, heet het "reticulocyt". De normale aanmaak van een rode bloedcel duurt zo'n 6 dagen. De normale aanmaak van een rode bloedcel duurt zo'n 6 dagen.

14

15 WITTE BLOEDCELLEN De witte bloedcellen worden ook wel "Leucocyten" genoemd.

16 Witte bloedcellen zijn kleurloze cellen met kern. Witte bloedcellen zijn kleurloze cellen met kern. De witte bloecellen kunnen vervormen en verschillen in grootte. De witte bloecellen kunnen vervormen en verschillen in grootte. Ze zijn gemiddeld iets groter dan de rode bloedcel. Ze zijn gemiddeld iets groter dan de rode bloedcel. Indeling van witte bloedcellen qua vorm: Lymfocyten Lymfocyten Monocyten Monocyten Neutrofiele granulocyten Neutrofiele granulocyten Eosinofiele granulocyten Eosinofiele granulocyten Basofiele granulocyten Basofiele granulocyten

17 DE FUNCTIE: Rol bij afweer tegen lichaamsvreemde stoffen. Wanneer lichaamsvreemde stoffen het lichaam binnen dringen, vallen ze die aan en proberen ze die te vernietigen. Bij een infectie of allergische reacties zal dan ook het aantal witte bloedcellen stijgen. Rol bij afweer tegen lichaamsvreemde stoffen. Wanneer lichaamsvreemde stoffen het lichaam binnen dringen, vallen ze die aan en proberen ze die te vernietigen. Bij een infectie of allergische reacties zal dan ook het aantal witte bloedcellen stijgen. De aanmaak, afbraak en de functie van de witte bloedcellen vinden plaats buiten de bloedbaan. De aanmaak, afbraak en de functie van de witte bloedcellen vinden plaats buiten de bloedbaan. De aanmaak is net als bij rode bloedcellen in het beenmerg. De aanmaak is net als bij rode bloedcellen in het beenmerg.

18 EEN TEKORT aan witte bloedcellen resulteert in een lage afweer, waardoor er gemakkelijk infecties kunnen ontstaan. Dit zie je bijv. bij mensen die een chemokuur ondergaan. EEN TEKORT aan witte bloedcellen resulteert in een lage afweer, waardoor er gemakkelijk infecties kunnen ontstaan. Dit zie je bijv. bij mensen die een chemokuur ondergaan. EEN TEVEEL aan witte bloedcellen wijst meestal op een infectie, maar het kan ook kwaadaardig zijn, bijv. bij leukemie. EEN TEVEEL aan witte bloedcellen wijst meestal op een infectie, maar het kan ook kwaadaardig zijn, bijv. bij leukemie.

19 BLOEDPLAATJES De bloedplaatjes worden ook wel "Trombocyten" genoemd. De bloedplaatjes worden ook wel "Trombocyten" genoemd. Bloedplaatjes zijn zeer kleine celfragmenten. Het zijn eigenlijk geen cellen, maar afsplitsingen van megakaryocyten (=hele grote cellen) Bloedplaatjes zijn zeer kleine celfragmenten. Het zijn eigenlijk geen cellen, maar afsplitsingen van megakaryocyten (=hele grote cellen)

20 DE FUNCTIE: Ze spelen een belangrijke rol bij het herstellen en beschermen van de bloedvaten --> Bloedstolling. Ze spelen een belangrijke rol bij het herstellen en beschermen van de bloedvaten --> Bloedstolling. Een andere benaming voor bloedstolling is "hemostase" Een andere benaming voor bloedstolling is "hemostase" Als je je verwondt, dan zorgen de bloedplaatjes, samen met stollingsfactoren, ervoor dat het bloeden stopt en dat er een korstje wordt gevormd. Als je je verwondt, dan zorgen de bloedplaatjes, samen met stollingsfactoren, ervoor dat het bloeden stopt en dat er een korstje wordt gevormd.

21 De aanmaak van bloedplaatjes vindt plaats in het De aanmaak van bloedplaatjes vindt plaats in hetbeenmerg EEN TEKORT aan bloedplaatjes leidt tot een grotere bloedingsneiging. Een voorbeeld is "Hemofilie". EEN TEKORT aan bloedplaatjes leidt tot een grotere bloedingsneiging. Een voorbeeld is "Hemofilie". EEN TEVEEL aan bloedplaatjes kan leiden tot "Trombose". Een aandoening waarbij een bloedvat wordt afgesloten door verhoogde stollingsneiging. EEN TEVEEL aan bloedplaatjes kan leiden tot "Trombose". Een aandoening waarbij een bloedvat wordt afgesloten door verhoogde stollingsneiging.

22 Aanmaak van RBC, WBC en bloedplaatjes dus in BEENMERG De cellen ontstaan allemaal uit een stamcel (“stem cell” in figuur)

23 BEENMERG Beenmerg bevindt zich in de holte van alle botten.

24

25 HET BLOED STROOMT PATHOLOGIE

26 1. Ziekten van het bloed, bloedvormende organen en het immuunsysteem 1.1 ziekten van het bloed Anemie Anemie Polycytemie Polycytemie Leucose Leucose Leucocytose en leucopenie Leucocytose en leucopenie Milt en thymus Milt en thymus

27 Anemie Te weinig hemoglobine (Hb) Te weinig hemoglobine (Hb) te weinig rode bloedcellen (RBC) te weinig Hb per RBC

28 Te weinig Hb: Te weinig Hb: onvoldoende transport van zuurstof (O 2 ) kooldioxide (C0 2 )

29 Symptomen anemie Uithoudingsvermogen  Uithoudingsvermogen  AH  AH  Pols  Pols  Bleke slijmvliezen Bleke slijmvliezen Evt. souffles Evt. souffles

30 Bloedonderzoek Bloedonderzoekanemie Hb  Hb  norm. hond: g/dl kat : 9,5 – 15 g/dl kat : 9,5 – 15 g/dl Hematocriet (Ht)  Hematocriet (Ht)  norm. Ong l/l

31 De hematocrietwaarde wordt bepaald door een buisje bloed te centrifugeren. Onderin verzamelen dan de rode bloedcellen, daarbovenop de witte bloedcellen en bovenin de buis het plasma De hematocrietwaarde wordt bepaald door een buisje bloed te centrifugeren. Onderin verzamelen dan de rode bloedcellen, daarbovenop de witte bloedcellen en bovenin de buis het plasma

32 Bloedtransfusie Bloedtransfusie rekening houden met -aanwezigheid donorbloed -bloedgroepen-infectiegevaar

33 Donor en ontvanger

34 Donorbloed Moeilijk voorraad te hebben op praktijk: Moeilijk voorraad te hebben op praktijk: - niet langer houdbaar dan 6 weken -15 ml/kg lg per keer per hond af te nemen, maximaal 1 x per maand

35 Bloedgroepen Aanwezigheid bepaalde moleculen in de celwand Aanwezigheid bepaalde moleculen in de celwand Hond: 11 verschillende hoofdbloedgroepen Hond: 11 verschillende hoofdbloedgroepen Kat: twee bloedgroepen A en B met als mogelijke genetische combi’s: AA, BB, AB Kat: twee bloedgroepen A en B met als mogelijke genetische combi’s: AA, BB, AB

36 Hond: van nature weinig en zwakke antilichamen Hond: van nature weinig en zwakke antilichamen Kat: meerdere en sterker werkende antilichamen Kat: meerdere en sterker werkende antilichamen

37 Hond: eerste transfusie nog geen problemen Hond: eerste transfusie nog geen problemen de volgende wel !  anaf. shock! de volgende wel !  anaf. shock!  Kat: bij de eerste transfusie al enorme reactie mogelijk !

38 Infectiegevaar Uiteraard geen transfusies doen met besmet bloed Uiteraard geen transfusies doen met besmet bloed Denken aan Denken aan - FIV - Ziekte van Weil - Babesiosis - Met bloedstollingsremmende middelen vergiftigd bloed

39 Oorzaken anemie - 1. Aanmaak RBC  - 2. Afbraak RBC  - 3. Verlies van RBC

40 1. Te trage aanmaak RBC Dit heet “onvoldoende hematopoëse” - onvoldoende voedingsstoffen - chronische nierziekte - aandoeningen beenmerg - hormonale stoornissen - overige

41 Onvoldoende voedingsstoffen Slechte voeding Slechte voeding Slechte opname door darm of leverprobleem Slechte opname door darm of leverprobleem

42 Chronische nierziekte Hoe zat dat ook al weer? Hoe zat dat ook al weer? De nieren maken onvoldoende EPO (erythropoëtine)  onvoldoende aanmaak RBC in beenmerg

43

44 Aandoeningen beenmerg Tumoren: bv. lymfosarcoom Tumoren: bv. lymfosarcoom Infecties: bv. FeLV Infecties: bv. FeLV Iatrogene beschadigingen: bv. TMP-S Iatrogene beschadigingen: bv. TMP-S

45 Hormonale stoornissen Bijvoorbeeld: Een te veel aan oestrogenen geeft een beenmergdepressie (langdurige loopsheid fretjes!)

46 2. Te snelle afbraak Afbraak RBC = hemolyse Door hemolyse komt Hb in het plasma terecht: hemoglobinemie Een deel komt in de urine: hemoglobinurie

47 Hemoglobine en Bilirubine Hemoglobine wordt afgebroken tot bilirubine Bilirubine wordt normaal gesproken via de gal en (als urobilinogeen) via de urine uitgescheiden Ernstige hemolyse: Bilirubine in het bloed: bilirubinemie Bilirubine in de urine: bilirubinurie

48 ! Hemolyse: Hemolyse: bleke slijmvliezen Heftige hemolyse Heftige hemolyse Bilirubinemie: gele slijmvliezen Bilirubinemie: gele slijmvliezen Bilirubinurie: donkergele urine Bilirubinurie: donkergele urine

49 Icterische slijmvliezen

50 Bleke slijmvliezen schaap (wormen)

51 Bleke slijmvliezen kat

52 Oorzaken van hemolyse Genetisch:verder niet kennen Genetisch:verder niet kennen Vergif:koper, zink, lood, uien, kool Vergif:koper, zink, lood, uien, kool Iatrogeen:aspirine Iatrogeen:aspirine Infecties: Babesia, Leptospirose Infecties: Babesia, Leptospirose Auto-immuun: AIHA Auto-immuun: AIHA

53 3. Verlies van RBC Bloedverlies: Bloedverlies:trauma tumoren en ulcera parasietenstollingsziekten

54 Bloedingen Bleke slijmvliezen Bleke slijmvliezen Shock (> 1/3 bloedverlies): dodelijk Shock (> 1/3 bloedverlies): dodelijk

55 Tumoren en ulcera Beschadigen bloedvaten: bloeding Kan chronisch of akuut

56 Parasieten Bloedzuigende ectoparasieten Bloedzuigende ectoparasieten bv vlooien Bloedzuigende endoparasieten! (niet in boek) Bloedzuigende endoparasieten! (niet in boek) bv haemonchus schaap Met name bij jonge dieren en massale infecties

57 Stollingsziekten Genetisch Genetisch Vergif Vergif Aandoeningen lever Aandoeningen lever Trombocytopenie Trombocytopenie Bijwerking medicijnen Bijwerking medicijnen

58 Stollingsziekten genetisch Hemofilie Hemofilie hond en kat tekort aan 2 stollingsfactoren gen ligt op X chromosoom dieren: vrij, ziek òf draagster dieren: vrij, ziek òf draagster Von Willebrandsziekte Von Willebrandsziektehond te weinig activatie van thrombocyten

59 Mutatie in de genen: daardoor onvoldoende aanmaak stollingsfactor Mutatie in de genen: daardoor onvoldoende aanmaak stollingsfactor

60 Stollingsstoornis door vergiftigingen Bijvoorbeeld warfarin: rattengif Therapie: ? Vitamine K

61 Stollingsstoornis door leverziekten Lever produceert stollingseiwitten Lever produceert stollingseiwitten Bij gestoorde leverfunctie: tekort aan deze eiwitten Bij gestoorde leverfunctie: tekort aan deze eiwitten

62 Trombocytopenie Tekort aan trombocyten Tekort aan trombocyten Trombocyten = bloedplaatjes Trombocyten = bloedplaatjes Klein, kleurloos, ovaal bloedcelletje zonder kern Klein, kleurloos, ovaal bloedcelletje zonder kernBijv. AITP = auto immune trombocytopenische purpura SLE = systemische lupus erythematosus hondenziekte

63 Stollingsstoornis door medicijnen Penicilline Penicilline Chloorpromazine Chloorpromazine

64 Symptomen bloedingen pag. 14 boek Lijkt in boek te horen bij het stukje medicijnen Lijkt in boek te horen bij het stukje medicijnen Is afzonderlijk paragraafje ! Is afzonderlijk paragraafje !

65 Symptomen bloedingen Kleine bloedingen in huid en slijmvliezen: petechiën Kleine bloedingen in huid en slijmvliezen: petechiën Meer dan normaal bloeden uit kleine wondjes (operatie) Meer dan normaal bloeden uit kleine wondjes (operatie) Zwarte ontlasting Zwarte ontlasting Bloedneus Bloedneus Hematomen in spieren en gewrichten Hematomen in spieren en gewrichten Bloed in buikholte Bloed in buikholte Bloed in borstholte (hemothorax) Bloed in borstholte (hemothorax) Bloed in de larynx Bloed in de larynx Bloedingen in ruggengraat en schedel: verlammingen Bloedingen in ruggengraat en schedel: verlammingen

66

67 bloedneus

68 Normale ontlasting en melena

69 Polycytemie Poly: veel Poly: veel Cyten: cellen Cyten: cellen -emie: bloed -emie: bloed Bloedcellen: RBC, WBC, bloedplaatjes Te veel cellen per ml bloed

70 Oorzaken polycytemie Relatief : het aantal cellen is niet veranderd, maar de hoeveelheid plasma is minder Relatief : het aantal cellen is niet veranderd, maar de hoeveelheid plasma is minder Absoluut : het aantal RBC neemt toe door bijvoorbeeld extra afgifte van EPO door de nieren Absoluut : het aantal RBC neemt toe door bijvoorbeeld extra afgifte van EPO door de nieren

71 Leucose Verzamelnaam voor tumoren van de bloedvormende organen Verzamelnaam voor tumoren van de bloedvormende organen Tumor uitgaande van Tumor uitgaande van beenmerg leukemie beenmerg leukemie lymfeklieren lymfoom miltlymfoom miltlymfoom thymuslymfoom thymuslymfoom macrofagenhistiocytose macrofagenhistiocytose

72 Feliene Leukemie Virus: FeLV Feliene Leukemie Virus: FeLV Tumoren lymfeklieren, milt, nieren en lever Tumoren lymfeklieren, milt, nieren en lever

73 Leucocytose Leucocytose: aantal WBC per ml bloed te hoog Leucocytose: aantal WBC per ml bloed te hoog Beenmerg actief oa ter bestrijding van een infectie Beenmerg actief oa ter bestrijding van een infectie

74 Oorzaken leucocytose Opwinding, stress, inspanning (de cellen die aan de bloedvatwanden gekleefd zitten komen dan vrij in het bloed) Opwinding, stress, inspanning (de cellen die aan de bloedvatwanden gekleefd zitten komen dan vrij in het bloed) Infecties met bacteriën, bepaalde virussen (bv. niesziekte kat), schimmels, protozoa of parasieten Infecties met bacteriën, bepaalde virussen (bv. niesziekte kat), schimmels, protozoa of parasieten Ernstig fysiek letsel (brandwonden, trauma, chirurgie, bevriezingen) Ernstig fysiek letsel (brandwonden, trauma, chirurgie, bevriezingen) Tumoren (carcinomen, rectumpoliepen, sarcomen) Tumoren (carcinomen, rectumpoliepen, sarcomen) Vergiftigingen (bv. uremie) Vergiftigingen (bv. uremie) Corticosteroïden Corticosteroïden Bloedafbraak (=hemolyse) Bloedafbraak (=hemolyse) Niet leren! Niet leren!

75 Linksverschuiving verkeerd uitgelegd in boek Aanwezigheid van veel voorlopers van wbc in het bloed: Aanwezigheid van veel voorlopers van wbc in het bloed: relatief veel jonge, onrijpe granulocyten

76 Ontwikkeling granulocyten Het voorstadium is een cel met een grote plompe celkern, waarbij de korrels nog ontbreken. Het voorstadium is een cel met een grote plompe celkern, waarbij de korrels nog ontbreken. Bij de uiteindelijke rijping van de cel wordt de celkern uitgerekt en in partjes gedeeld (segmentering) en het celvocht gekorreld. Bij de uiteindelijke rijping van de cel wordt de celkern uitgerekt en in partjes gedeeld (segmentering) en het celvocht gekorreld. Bij sommige ziektetoestanden komen onrijpe witte bloedcellen in het bloed. Men spreekt dan van een linksverschuiving Bij sommige ziektetoestanden komen onrijpe witte bloedcellen in het bloed. Men spreekt dan van een linksverschuiving

77 Staafkernige granulocyt segmentvormige granulocyt jong, onrijp rijp

78 Leucopenie Het aantal leuco’s per ml bloed is verlaagd Het aantal leuco’s per ml bloed is verlaagd Leucocyten worden “verbruikt” bijv bij een zeer ernstige/massale infectie Leucocyten worden “verbruikt” bijv bij een zeer ernstige/massale infectie

79 Leucopenie Virusinfecties (Parvovirus, Kattenziekte, HCC (=virale hepatitis bij de hond), FeLV, FIV) Virusinfecties (Parvovirus, Kattenziekte, HCC (=virale hepatitis bij de hond), FeLV, FIV) Overweldigende bacteriële infecties (sepsis) Overweldigende bacteriële infecties (sepsis) Chronische parasitaire infecties Chronische parasitaire infecties Medicijnen of toxische stoffen (phenobarbital,oestrogenen, griseofulvine, bepaalde antibiotica zoals die uit de groep van de cephalosporinen en trimethoprim-sulfa) Medicijnen of toxische stoffen (phenobarbital,oestrogenen, griseofulvine, bepaalde antibiotica zoals die uit de groep van de cephalosporinen en trimethoprim-sulfa) Straling Straling Beenmergdepressie (=onderdrukking van de beenmergfunctie) ten gevolge van hormonen, beenmergkanker, toxinen, medicijnen Beenmergdepressie (=onderdrukking van de beenmergfunctie) ten gevolge van hormonen, beenmergkanker, toxinen, medicijnen Anafylactische shock (ernstige overgevoeligheidsreactie) Anafylactische shock (ernstige overgevoeligheidsreactie) Niet leren! Niet leren!

80 Milt Vergrote milt = splenomegalie Vergrote milt = splenomegalie Belangrijke oorzaken: anesthesie trauma: hematomen stuwing bijv. maagtorsie tumoren

81 milttorsie Draaiing van milt in zijn ophangband Soms samen met maag: maagtorsie Grote honden, diepe borstkas Pijn, shock Therapie: milt verwijderen (gevolg: afweer  )

82 Pijn!

83 Fotoreeks milttorsie Ridgeback

84 zwelling buik voelbaar achter lever en maag

85 Röntgenfoto Rood: doorsnede milt Maar wat is die groene bolle structuur?

86 Om te kunnen beoordelen wat die groene bolle structuur is werd een ECHO gemaakt Het groene deel bleek OOK deel uit te maken van de MILT De hond werd nog dezelfde dag geopereerd

87

88 De milt lag gedraaid en gedeeltelijk dubbelgeklapt

89 De milt is erg gezwollen, kan snel weer terugdraaien en wordt verwijderd

90

91 Thymus Bij vergroting druk op slokdarm, hart, longen Bij vergroting druk op slokdarm, hart, longen Moeilijk slikken, stuwing, moeilijk AH Moeilijk slikken, stuwing, moeilijk AH Tumor van de thymus: thymoom Tumor van de thymus: thymoom

92 Thymus

93 1. Ziekten van het bloed, bloedvormende organen en het immuunsysteem 2. Ziekten van het immuunsysteem

94 Normale situatie: Immuunsysteem en haar acties zijn in een stabiel evenwicht met elkaar: Immuunsysteem en haar acties zijn in een stabiel evenwicht met elkaar: Het dier verdedigt zichzelf optimaal maar brengt zichzelf geen schade toe

95 Ontsporing van het immuunsysteem Allergieëneen bijzondere reactie op het allergeen, meestal een te heftige reactie Auto-immuunziektede afweer richt zich op lichaamseigen structuren Immunodeficiëntiehet afweerstelsel reageert onvoldoende op het allergeen

96 B en T lymfocyten NORMAAL: Het antigeen prikkelt 1 T of B lymfocyt: specifieke reactie ABNORMAAL Ook andere B en T lymfo’s worden door het antigeen (superantigeen) geprikkeld aspecifieke reactie: oncontroleerbaar

97 Elke B-lymfocyt 1 specifiek antigeen antigeenreceptoren zijn specifiek

98 ALLERGIËN Vier soorten overgevoeligheidsreacties mogelijk Vier soorten overgevoeligheidsreacties mogelijk Indeling naar het mechanisme van de allergische reactie Indeling naar het mechanisme van de allergische reactie

99 Type I Type I (Type II) (Type II) (Type III) (Type III) Type IV Type IV Type I en type IV zijn de belangrijkste!

100 Type I Slijmvliezen en huid IgE allergie Atopie en astma

101 1. Antilichaam 2. Mestcel 3. Allergeen 4. Vrijgekomen histamine

102 1. Antilichaam 2. Mestcel 3. Allergeen 4. Vrijgekomen histamine

103 Type II Ig G en Ig M Ig G en Ig M Celvernietiging Celvernietiging Auto-immuunziekten Auto-immuunziektenPemfigus Myasthenia gravis

104

105 Type III Antigeen-antilichaam complex Antigeen-antilichaam complex Complexen slaan in te grote hoeveelheden neer Complexen slaan in te grote hoeveelheden neer Kunnen niet worden opgeruimd Kunnen niet worden opgeruimd Arthus reactie: de complexen slaan neer op de oorspronkelijke infectie plaats andere plaatsen: nieren, gewrichten, huid

106

107

108 Type IV Traag 24 tot 72 uur Traag 24 tot 72 uur Delayed type (vertraagd) Delayed type (vertraagd) Via T lymfo’s, macrofagen en cytokinen Via T lymfo’s, macrofagen en cytokinen Het micro-organisme wordt niet voldoende verteerd: granulomen Het micro-organisme wordt niet voldoende verteerd: granulomen Voorbeeld: Contactdermatitis

109

110 AUTO-IMMUUNZIEKTEN Het afweersysteem kan geen goed verschil meer maken tussen lichaamseigen en vreemde structuren Het afweersysteem kan geen goed verschil meer maken tussen lichaamseigen en vreemde structuren De T en B lymfocyten richten hun acties op lichaamseigen structuren De T en B lymfocyten richten hun acties op lichaamseigen structuren

111 Voorbeelden AIHA AIHA AITP AITP SLE SLE Niet leren! Niet leren!

112 AIHA Auto Immune Hemolytische Anemie Auto Immune Hemolytische Anemie Auto-immuun: afweer op eigen materiaal Hemolytische: afbraak RBC Anemie: bloedarmoede Therapie: corticosteroiden, evt splenectomie

113 AITP Auto Immune TrombocytoPenie -Auto-immuun: afweer tegen zichzelf -Tromocyten: bloedplaatjes -Penie: te weinig  Zeldzaam  Symptoom: slechte bloedstolling  Therapie: corticosteroiden, evt splenectomie

114 SLE Systemische Lupus Erythematosus Hond Hond Auto-immuniteit tegen moleculen in de kern en tegen orgaanspecifieke moleculen Auto-immuniteit tegen moleculen in de kern en tegen orgaanspecifieke moleculen Duitse Herder, Collies en Beagles Duitse Herder, Collies en Beagles Klachten door: Celvernietiging Klachten door: Celvernietiging Ag-As complexen: neerslag Ag-As complexen: neerslag Goede en slechte perioden, toch progress. verloop

115 SLE Meest voorkomende symptomen: Meest voorkomende symptomen: 1. Gewrichten:artritis 2. Nieren:chron. nierinsuff. 3. Huid:rode plekken, ulcera 4. Bloed:AIHA Therapie: levenslang cortico’s, symptomatisch

116 Discoide lupus erythematosus vertaling ‘discoid” (schotelvormig) omdat het vaak ronde plekken zijn ‘discoid” (schotelvormig) omdat het vaak ronde plekken zijn “lupus” (wolf) omdat het plekken kunnen zijn met een "invretend" karakter, dat wil zeggen dat er door de ontsteking schade aan de huid kan worden aangericht (deuken, onregelmatig oppervlak, littekens) “lupus” (wolf) omdat het plekken kunnen zijn met een "invretend" karakter, dat wil zeggen dat er door de ontsteking schade aan de huid kan worden aangericht (deuken, onregelmatig oppervlak, littekens) “erythematosus” (rood), omdat de plekken rood zijn. “erythematosus” (rood), omdat de plekken rood zijn.

117 IMMUNODEFICIËNTIE Chronische ziekten Chronische ziekten Genetisch Genetisch Infecties (bijv FIV) Infecties (bijv FIV) Slechte voeding Slechte voeding Stress Stress Diabetes Diabetes Tumoren van het beenmerg Tumoren van het beenmerg Cushing Cushing

118 Maternale immuniteit Bescherming jonge dieren ivm onvolgroeid afweersysteem Bescherming jonge dieren ivm onvolgroeid afweersysteem


Download ppt "Het bloed stroomt pathologie. HOOFDSTUK 1 Ziekten van het bloed, de bloedvormende organen en het immuunsysteem."

Verwante presentaties


Ads door Google